Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 's'

    sa sc sd se sg sh si sj sk sl sm sn so sp st su sw sy

    De volgende 2869 termen in onze databank beginnen met 's':

    sa
    sa, oude~
    saai (sui)
    saai frak
    saas
    saaspenneke, een gezicht als een ~
    Sabam-rechten
    sabena-scenario
    Sabenien
    sableren
    sacjacking
    sacoche
    sacoche, in de ~ zijn
    sacocheke trekken
    sacochen
    sacochengevecht
    sacochenhond
    sacochenoorlog
    sacochentrekker
    saf
    saffelen
    safflet
    saffraanpoten
    Sagannetje, een ~ doen
    sain ne klaai
    Saint Joseph
    saint-jardin
    sajetten
    sakkeren
    sakkers
    salaad
    salaat
    salaat swissen
    saladiere
    salamander
    salamanderen
    salamicrash
    salariswagen
    salavlaagje
    salawose
    saleure
    salle à manger
    sallewase
    salodder
    salon
    saloncondities
    salonpop
    salonpopperij
    salontank
    salonvoorwaarden
    salonzetel
    salopette
    saluatie
    salukes
    salut
    salut en de kost
    salut, de kost en de wind vanachter
    samaren
    sambière
    sambrang
    samen heulen
    samenaankoop
    samenhorigheidsgevoel
    samenhuizen
    samenkoeën
    samennijpen
    samensmijten
    samentroepen
    samentroeping
    samentroppelen
    samenwerkingsfederalisme
    samenwonen, ga ~
    samenwonend, wettelijk ~
    sammelen
    samoerai(saus)
    samsonseks
    samsonworst
    sanctioneren
    sandwich
    sandwichbar
    sangel
    sangeredaags
    sanitair
    sans-papier
    sant in eigen land zijn
    sante
    santeboetiek
    santeirne
    santenboetiek
    santenkraam
    santje
    santutte
    SAP
    sap, door zijn ~ zijn
    sap, geen ~ meer in zijn lijf hebben
    sapmobiel
    sappen
    sapper
    sapper, mobiele ~
    sapperdeboeren
    sapperdelipopetten
    sapperdepitjes
    sapperlipopetten
    sappigaard
    sapsel
    sardienen
    sardienen doos
    saree
    sargie
    sarlowie
    sarma!
    saropendielekesdag, er ne~ van maken
    sarp
    sarrau
    sarzebuize
    sas
    sasdeur
    sashuis
    sasie
    sasmeester
    sassa, oude ~
    satiné
    saucisse
    saucissendraaier
    saucisson d'Ardenne
    saucissoneren
    saucissonnage
    saus naar t panneke
    saus, zijn ~ krijgen, geven
    sava
    savakkes
    savatte
    savatten
    save
    savooi
    savooi, lui ~
    saziepikker
    s’il vous plait

    sè..sè..sè
    sèwwes
    sékkeplat
    s´anderdaags
    s´anderendaags
    scandalitis
    Scandinaaf
    scène
    scha en schande, met ~
    schaai, zijn ~ inhalen
    schaamtelijk
    schaap, ’t ~ is de preut af
    schaapsknieën
    schaar
    schaar, in ~
    schaarbij, het is daar van ~
    schaas
    schaatspiste
    schaûwe
    schab
    schab, op het ~ blijven staan
    schab, van 't ~
    schabbe
    schabbejak
    schabbernak
    schabelleke
    schabletter
    schablier
    schabouwelijk
    schacht
    schachtendoop
    schachtenmeester
    schachtentemmer
    schachtin
    schade, de ~ opmeten
    schade, stoffelijke ~
    schadevergoeding, morele ~
    schadeverwekkend
    schadeverwekker
    schaduwfavoriet
    schaffelen
    schaffen
    schakelen
    schale
    schale, de ~
    schalie
    schaliebet
    schaliedekker
    schalijk
    schalk, ergens niet ~ aan zijn
    schalmen
    schalotteren
    schalul
    Schalulleke
    scham
    schamateur
    schamoteren
    schampavie
    schampavodder
    schampevie
    schamplavie
    schand, er ~ af klappen
    schand, in 't ~ vallen
    schandaleren
    schandaliseren
    schandalitis
    schandeliseren
    schannebreken
    schannen
    schanulleke
    schap
    schap, er nevest gelegen hebben in 't ~
    schap, van ’t ~
    schapendraad
    schapenkop
    schaperen
    schaphaaske
    schappelier
    schapraai
    schar
    scharbieljen
    scharding
    schare
    scharemenneke
    scharen
    scharesliep
    scharlings
    scharminkel
    scharminkelen
    scharniermagistraat
    scharnierman
    scharniermoment
    scharre
    scharreldewiep
    schart
    scharten
    schartig
    schat van een ander
    schatatie
    schatbewaarder
    schatse
    schatsen
    schattebol
    schattebolleke
    schattemie
    schatten, licht ~
    schattenbol
    schauw(t)e
    schauwe
    schavak
    schavakken vangen
    schavelen
    schavelinge
    schavelingen, maat ~
    schaver
    schaverdienen
    schaverdijn
    schaverdijnder
    schaverdijnen
    schavotje, op het ~ staan
    schêês
    schee
    scheef
    scheef zitten
    scheefgeladen
    scheefgepoepte lavabo
    scheefpoepen
    scheefpoeper
    scheefslaan
    scheefslagen
    scheeftrekking
    scheeglas
    scheeing
    scheel
    scheel, het ~ eraf zuipen
    scheelhaar
    scheenlap
    scheep gaan, met iemand ~
    scheerbord
    scheerborstel
    scheerlings
    scheermachine
    scheet
    scheet, bedorven ~
    scheet, een ~ groot
    scheet, een ~ in een fles
    scheet, een ~ in een netzak
    scheet, een ~ op een stokje
    scheet, verlegen ~
    scheetkliever
    scheetmeet
    scheewei
    scheiden gelijk de hond van zijne stront
    scheidingstaks
    scheile
    scheimuur
    scheir
    scheiren
    scheisserei
    schejel
    schel
    Scheld
    Schelde, aan de ~
    Schelde, er zal nog veel water door de ~ lopen
    Schelde, het is niet omdat iedereen in de ~ springt dat...
    scheldnationalisme
    scheldtirade
    schele otter
    schelen
    schelfhof
    schelfie
    schelft
    schellen
    schellen en bellen
    schellen, de ~ vallen van zijn ogen
    schellen, doe de ~ van uw ogen
    schelm
    schelmes
    schelp
    schelp, een lege ~
    schelp, in zijn ~ kruipen
    schelp, uit zijn ~ komen
    schendt ge uw neus, ge schendt uw aangezicht
    schenen, tegen uw ~ waaien
    schenterventen
    schep
    schepen
    schepen, eerste ~
    schepencollege
    schepene
    scheper
    scheppen, ene ~
    schepspon
    schepuit, de grote ~
    schepzak
    scheresliep
    scherfmachien
    scherlewiep
    scherlings
    scherm, het kleine ~
    schermconstructie
    schermgezicht
    schermutselen
    schermvennootschap
    scherpe, op ~ lucht zijn
    Scherpenheuvel, ge kunt daar ~ zien in liggen
    scherper
    scherrelings
    scherremerre
    schet
    schete
    schete, een ~ verdraaid zitten
    schetebees
    schetebeze
    schetelater
    scheten
    scheten, schuim van ~
    scheten, zeven ~ groot zijn
    schetkont
    schets
    schetsbaan
    schetsen
    schetten
    scheup
    scheure
    scheurebek
    scheurlijst
    scheurmond
    scheurpen
    scheurtjescentrale
    scheurtjesreactor
    scheusseneer
    scheut
    scheut, ~ spelen
    scheute hebben
    scheutel
    scheuteldoek
    scheutelvlees
    scheutig
    scheutig, ergens niet ~ op zijn
    scheve architect
    scheve lavabo
    scheven horst
    schië
    schicht, in een ~
    schie
    schie, zijn ~ krijgen
    schieë, op het ~ van de met
    schieke
    schier
    schierloos
    schietbos
    schieten voor nen trouwer
    schieten, in actie ~
    schieten, propkes ~
    schieten, zich door de kop ~
    schieterke
    schietgeweren, wolfijzers en ~
    schiethuif
    schietig
    schieting
    schietkraam
    schietlap
    schietschool
    schiette
    schietten
    schieveren
    schifting
    schifting voeren
    schiftingsproef
    schiftingsvraag
    schijf
    schijf, in schijven van
    schijfke, zet eens een ~op
    schijfwerpen
    schijn
    schijnheilige
    schijnhomo
    schijnkind
    schijnsamenwoonst
    schijt omhoog
    schijt, het vliegend ~
    schijt, het ~ van iets of iemand krijgen
    schijt, krijgt het vliegend ~ en korte armkes
    schijte van de mart
    schijtebenauwd
    schijtecanard
    schijtegoedkoop
    schijten, hoger ~ dan zijn gat staat
    schijten, in zijn broek ~
    schijten, in zijn slunsen ~
    schijten, leer eten en ~ schoen
    schijter
    schijtezat
    schijthuiske
    schijtkoek
    schijtkont
    schijtkonterij
    schijtkut
    schijtpapier
    schijven
    schijven, in ~ van
    schikken
    schikken, het loecht ~
    schikking
    schikkingen treffen
    schild en vriend
    schilderen, staan ~
    schildersborstel
    schillen
    schinken
    schip
    schip, 't ~ op zijn
    schip, ze zijn een ~ aan het laden
    schippe
    schippe ofkuschen
    schippen
    schipperin
    schipperskwartier
    schitbos
    schlesch
    schminkdoos
    schnock, oude ~
    schoë
    schobbejak
    schobbelen
    schobben
    schodder
    schodderen
    schoddering
    schoe
    schoedere
    schoefel
    schoeffelen
    schoekdere
    schoelie
    schoelint
    schoempelen
    schoen, leer eten en schijten ~
    schoenblink
    schoendoos
    schoenen, vrij van ~ zijn
    schoenlap
    schoenschmink
    schoentje, hier knelt het ~
    schoentje, waar knijpt het ~
    schoentje, waar nijpt het ~
    schoentjes, in nauwe - zitten
    schoentrekker
    schoep
    schoepen
    schoeperen
    schoeppes
    schoer
    schoere
    schoere, over zijn - kijken
    schoerke staan
    schof
    schof, in het bovenste ~ zitten
    schoffel
    schoffelen
    schoffelscheute
    schofferdaan
    schofferdijnen
    schoft
    schok, op ~ zijn
    schokken
    schoksen
    schol
    schol, als ge er niet van drinkt dan blijft het vol
    schol, geschollen
    scholier
    schollen
    scholmbard
    schommelen
    schommelmeid
    schone jongen
    schonekes
    schoner als het plechte
    schonigheid
    schonigheid, voor de ~
    schoofzak
    schooier
    schooierfight
    school doen
    school, als het geen ~ is, is het kerk
    school, in de ~
    school, vrije ~
    schoolbanken, op de ~
    schooljuffra
    schoolkamperen
    schoollopen
    schoolmeesternederlands
    schoolmistess
    schoolpact
    schoolstrijd
    schoon
    schoon gaan
    schoon gezegd
    Schoon Lier
    schoon nederlands
    schoon ogen, voor zijn of haar ~
    schoon spreken
    schoon spreken hebben
    schoon van wijd, wijd van schoon
    Schoon Vlaams
    schoon volk
    schoon weer, vanwaar komt dat ~ ineens
    schoon, dat het niet ~ (meer) is
    schoon, dat is nogal ~
    schoon, er ~ bij staan
    schoon, het ~ verdiep
    schoon, te ~ zijn voor
    schoon, ~ zitten
    schoonbroer
    schoonder
    schoonekes
    schoonheid, in ~ eindigen
    schoonmoeder, (de) ~ spelen
    schoonmoedertoestand
    schoonogen
    schoonspreken
    schoonste boerin van Vlaanderen
    schoonste, het ~ van de zaak
    schoonte, de ~
    schoop
    schoot, in de ~ van de regering
    schop
    schorebol
    schoren
    schorremôrie
    schorremorre
    schorreworretje
    schorsen
    schorsenelen
    schorte
    schorte, e ~ groot
    schorteblauw
    schortekleed
    schortevullebeuter
    schotel, bereide ~
    schotelhuis
    schotels, schotelen
    schotelvod
    schotelvod, zo slap als een ~
    schots
    schouderband
    schouent
    schouw
    schouw, roken als een ~
    schouwe, dat het ~ geeft
    schouwgarniture
    schouwing
    schouwveger
    schoven
    schoverdijnen
    schowe
    schraal
    schraam
    schraan
    schrabielen
    schrammoelje
    schramul
    schrank
    schranken
    schrans
    schranzen
    schrapping, ambtelijke ~
    schraveleir
    schravelen
    schreboele
    schree
    schreef, een ~ aan hebben
    schreemen
    schreeuwen
    schreeuwen, dat is om te ~
    schreeuwlelijk
    schremen
    schremienge
    schrepen
    schreve
    schribbel
    schrieën, van kwikkelen komt ~
    schriftvervalsing
    schrijf
    schrijlings
    schrijne
    schrijnwerker
    schrijven, waar gaan we dat ~
    schrijver
    schrijverke
    schrik hebben
    schrik, een heilige ~ hebben
    schrik, een ~ pakken
    schrikkelen
    schrikkelijk
    schrikkentist
    schrikkepiet
    schrikschijter
    schrikschoen
    schrin
    schrobber, arme ~
    schroe
    schroeien
    schroemmelen
    schroemoele
    schrok
    schruwel
    schruwelen
    schuddelen
    schudden
    schudden, naar javita apen ~
    schudding
    schuffel
    schuffelen
    schuffelvoor
    schuflet
    schui
    schuif
    schuif, in de bovenste ~ liggen
    schuif, in de onderste ~ liggen
    schuif, op ~ gaan
    schuifaf
    schuifel
    schuifelaar
    schuifelbout
    schuifelen
    schuifelet
    schuifeling
    schuiferling
    schuiferluite
    schuifkaas
    schuifkaas eten
    schuifke, het ~ krijgen
    schuifkes, in ~
    schuilebet
    schuilhuisje
    schuim van scheten
    schuimpje
    schuimwijn
    schuinover
    schuinsrechtover
    schuirpens
    schuit
    schuite
    schuive
    schuiven, in de bak ~
    schuiver
    schuld, de ~ steken op
    schuld, wat is mijn ~
    schuldhond
    schuldig verzuim
    schulle
    schulleke
    schup
    schup, geen ~ te veel doen
    schup, met de ~ op zijn rug lopen
    schup, zijn ~ afkuisen
    schup, zo zat als een ~
    schuppe twee
    schuppe zot
    schuppen
    schuppes
    schuppes, ermee ~ zijn
    schuppesteel, op een ~ zitten
    schuppezot
    schupstoel, op een ~ zitten
    schurdig
    schurdigaard
    schuren
    schurre
    schutkring
    schutsel
    schutteldoek
    schuttels
    schutter
    schuuflette
    schuur, als een ouw ~ in brand staat
    schuurborstel
    schuurder-plamuurder
    schuurdeur
    schuutje
    schuven
    schuw
    schuwe
    sci-fi
    sciatique
    scolarisatiegraad
    scoreloos
    scout
    scoutsleider
    sculpteren
    SDF'er
    se
    sebbetrees
    sebiet
    second
    secreet, op ~ plaatsen
    secretariaat, sociaal ~
    sectair
    sectorfederatie
    sectorieel
    secundair
    secundair onderwijs
    sedde
    seenappel
    seffens
    seffes
    seg
    segenweurig
    segond
    seingever
    seis
    seizoensfinale
    seks uit het vuistje
    selder
    seldergroef, selder planten in de ~
    seldersaus
    seldersoe
    seldersoep
    selderzout
    selectiekantoor
    selectioneren
    seminarie
    semmel
    semmelaar
    semmelebees
    semmelen
    semmeltrees
    Sen Nikloj
    Senaat
    senator
    Senator Q
    senator van rechtswege
    senchsje
    senezit
    seniorenanimatie
    seniorie
    senologie
    senologisch
    senoloog
    sens unique
    sensibilisatie
    sensibiliseren
    sensibiliseringsactie
    sensibiliseringscampagne
    sensie
    sepageureknoop
    sepappe
    separé, de ~
    seponering
    septemberverklaring
    septische put
    septische tank
    seree
    sereen
    sereweurig
    serfetute
    seriedoder
    serieus
    serieus, een ~ iemand
    serieux, met veel ~
    serieuzement
    seroope
    serpent
    serre
    serreworg
    sertoe
    SERV
    servela
    servetuten
    serveuse
    service coupé
    serviette
    servitude
    serze
    serzjant
    sesitse
    seske
    seskes
    sette
    seule
    seus
    seut
    seutebees
    seutemie
    seuten
    seutig
    seuzze
    sevesobedrijf
    sevesogebied
    sewales
    seweles
    sewes
    seyne
    seynevissen
    seynevisser
    sgoele
    sgoensdes
    shit smoren
    shoe
    shopping
    shopping center
    shoppingcentrum
    short
    show vinden, show zijn
    showbeest
    showgast
    showroomen
    si en la
    si la la
    siberisch afzien
    sicav
    sichten
    Sidonie
    SIE
    siefer, aan zijn ~ hebben
    Sien en Maria
    Sien en Mariagewijs
    sies, van zijne ~ vallen
    sietekarre
    sievesant
    sieze
    sifla
    sigaar, een (dikke) ~ krijgen
    sigaren uitdelen
    sigaretten, ~ gaan halen
    sigarettepapierke
    Sigmaplan
    signaalgever
    signalisatie
    signalisatielicht
    signalisatiewagen
    signe
    sigrette
    sijs
    sik, geen ~ waard
    sikken
    siklette
    simmekalote
    simoniseren
    simpel, gene ~e zijn
    simpel, zo ~ als bonjour
    simpelaar
    simpele duif
    simulatie
    sing
    singel
    singelen
    sinjoor
    Sinjorenstad
    Sinksen
    Sinksen mesdag
    Sinksen, als Pasen en ~ op een dag vallen
    Sinksenfoor
    sinksenmaandag
    sinksenweekend
    sinkseroos
    sinnebebinne
    Sint Arjaan, in het klooster van ~
    Sint Gummaruszomer
    Sint of Sinte
    Sint(e) Baar
    Sint-Andrieskruis
    sint-annekenskat
    Sint-Job kent zijn volk
    Sint-Michielszomerke
    Sint-Niklaas
    Sint-Niklaas, nog in ~ geloven
    Sinte Katriena zingen
    Sinte Mette
    Sinte-Medunkt
    sintemettevuur
    Sinterklaas
    sinterklaaspolitiek
    Sinterklaasstorm
    sintmattezomer
    sipke
    sippe
    sippeke
    sire
    sirken
    siroop
    siroop aan de baard smeren
    siroop, iemand ~ aan de mond smeren
    siroopkant
    sirreworrig
    sis
    SIS-kaart
    Siska Stro
    siske
    siskes
    sissepie
    sisser, met een ~ aflopen
    sisser, op een ~ aflopen
    sisser, op een ~ uitdraaien
    sisser, op een ~ uitlopen
    site
    sito presto
    sittepit, ginne ~
    situeren, zich ~
    sizo
    sjaafel
    sjaafelaar
    sjaafelen
    sjaafelzjat
    sjabrang
    sjachelen
    sjaele
    sjakeleurn
    sjakosj, in de ~
    sjakosse
    sjakosse, 't is in de ~
    sjal
    sjalleke
    sjalommekes
    sjambrang
    sjamfoeter
    sjamfoeteraar
    sjampetteren
    sjampieter
    sjangeneren, zich
    sjanj
    sjansaar
    sjarel
    sjarel, aan zijne ~ snokken
    sjarelen
    sjarelwie
    sjarletang
    sjarlewieter
    sjarpe
    sjarze
    sjasse geven
    sjatteke
    sjatten en taloren
    sjauwel(aar)
    sjauwelen
    sjees
    sjeffelen
    sjemere
    sjemies
    sjerp
    sjessen
    sjette
    sjette geven
    sjieg
    sjiek
    sjiek, blauw ~
    sjiek, en een ~
    sjiek, geen ~ toebak waard zijn
    sjieke
    sjieke dinges
    sjieke veture
    sjiekenbak
    sjiekentoebak
    sjiekkelitte
    sjierendosser
    sjies
    sjieterd
    sjieterie
    sjieve
    sjikken
    sjiktich
    sjiktoech
    sjilmetske
    sjink
    sjinoas
    sjipsjappen
    sjlaegske
    sjlam
    sjlampig
    sjlech waere
    sjlechte luuj geit ´t ummer good
    sjlechter
    sjleiere
    sjlietaasj
    sjloebe
    sjloek
    sjloes
    sjloetestied
    sjlokke (slokken)
    sjmoek
    sjmoster
    sjnieje, hoare ~
    sjoêë
    sjoe
    sjoeben (sjoebe)
    sjoefelaar
    sjoefelen
    sjoefte
    sjoeke
    sjoele
    sjoem
    sjoemelaria
    sjoemelen
    sjoenkelen
    sjoepap
    sjoepkar
    sjoeppen
    sjoeren
    sjoes
    sjoester
    sjoeteren
    sjok, op ~
    sjokkedeizen
    sjokkedeizen, naar de ~ zijn
    sjokkedijzen
    sjokkelen
    sjokkelpaard
    sjokken
    sjokkepoeike
    sjokker
    sjoklaat
    sjokolat
    sjokolat, stuk ~
    sjolk
    sjonder
    sjongsmoat
    sjonken
    sjoon
    sjoon, de ~ valle mich oet
    sjoop
    sjoot
    sjop
    sjorren
    sjosteit
    sjot
    sjotploeg
    sjotten
    sjotter
    sjotterkes
    sjotters, de ~
    sjotters, op de ~
    sjouke
    sjouwe
    sjouwelen
    sjozen
    sjpaas
    sjpashoes
    sjpatse
    sjpeul
    sjpienzen, spinzen
    sjpinaat
    sjpreuie
    sjpritse
    sjproak
    sjpuie, zich ~
    sjpulke
    sjravelen
    sjrèkketig
    sjrieve, zich ~
    sjroêpkant
    sjroebbe
    sjtaekelkes
    sjtamelaer
    sjtekske
    sjteul
    sjtevel
    sjtoeke
    sjtröälke
    sjtreipke
    sjtrieje, zich ~
    sjtrietsen
    sjtrikpen
    sjtub
    sjup, mit de ~ wirke
    sjuuffele
    sjuumpke trikke
    sjuunerik
    sjuus, sjus
    sjwa
    sjwans
    skampavie
    skarrekop
    skelmes
    skermik
    skete
    skeutig kijken
    skibot
    skip
    skippe, z’n ~ afkuusn
    skiverlof
    skoeblink
    skoole
    skoolmjèstre
    skrebielden
    skrebildjen
    skuferling
    sla me dood
    slaagkans
    slaagt me dood
    slaaklap
    slaan en zalven
    slaap, iemand in ~ doen
    slaap, in ’t ~
    slaapjapon
    slaapkledij, in ~
    slaapkleed
    slaapwel
    slaat
    slabakken
    slabberdoekske
    slabberen
    slabotten
    slachten van
    slachter
    slachtofferbejegenaar
    slachtofferbejegening
    slachtofferidentificatieteam
    slachtofferonthaal
    slag
    slag voor keer
    slag, aan de ~ geweest zijn
    slag, de ~
    slag, de~
    slag, een ~ in het water
    slag, er een ~ van weg hebben
    slag, er ne ~ door slaan
    slag, halve ~
    slag, met een franse ~
    slag, ne ~ aan zijn
    slag, op ~ en stoot
    slag, van de ~
    slag, zich uit de ~ trekken
    slag, zijn ~ thuishalen
    slagbuis
    slagen
    slagen en verwondingen
    slagen en zalven
    slagen in
    slagen krijgen of geven
    slagen, daar henne ~
    slagen, de hand aan zijn eigen ~
    slagen, een babbeltje ~
    slagen, een waske ~
    slagen, er naast ~
    slagje
    slagmolen
    slagvenster
    slam
    slameur
    slamiete
    slampamper
    slangenbeet
    slangtis
    slapen, op zijn twee oren ~
    slaper
    slaperke
    slaping
    slapkapote
    slapkerel
    slapmutstje
    slaptitude
    slapzak
    slapzwans
    slasj
    slats
    slavodder
    slavoteren
    slazwierder
    slecht geplaatst zijn
    slecht komen
    slecht zijn
    slecht, te ~ om tegen den hond zijn gat te smijten
    Slecht-Weer-Vandaag
    slechte beest
    slechte kleren
    slechtgezind
    slechtweergarantie
    sledderen
    sleet
    sleetplek
    slef
    sleffen
    sleffer
    slefferaar
    slefferen
    sleffers, op zijn ~
    sleien
    sleike
    sleirbaan
    slekke
    slekkegang
    slekkenat
    slekkesiroop
    slekkestekker
    slekkevet
    slemmekes
    slemper
    slender
    slenderen
    slenter, sleur en ~
    slepen
    slepen, uit de brand ~
    slepende ziekte
    sleppe
    sleppedrager
    sleppen, in zijn ~ staan
    sleppen, zijn ~ scheuren
    slere
    sleren
    slerig
    slet
    sletig
    slets
    slets, trekt op geen ouwe ~
    sletse
    sletsen
    sleunen
    sleur
    sleur en slenter
    sleuren
    sleuren, erbij ~
    sleuren, iemand erdoor ~
    sleuren, juffra mag ik oe lijf is door den bak ~
    sleuren, met een been ~
    sleuren, zijn eigen er door ~
    sleutel-op-de-deur
    sleutelgat, door het ~ trekken
    sleutelmoment
    slibber
    slibberbaan
    slibberdille
    slibberen
    slicht te poate
    slidder
    sliepes
    slierbaan
    slieren
    sliert
    slierte
    slifsavatte
    slijderbaan
    slijderen
    slijk, geld als ~ verdienen
    slijkdorp
    slijklap
    slijknat
    Slijkschepper
    Slijktrapper
    slijkvisser
    slijpen
    slijper
    slijsvol
    slijten
    slikken, kunnen ~
    slikker
    slikker, het aan zijne ~ hebben
    slim zijn is maar ne weet
    slimbord
    slimmeke
    slimpen
    slinderen
    slingermanege
    slingerpies
    slingers en weerhaken, vloeken met ~
    slinkepoot
    slinkeroene
    slip
    slip, slip uit
    slippendrager
    slipperig
    slispapier
    slissen
    Slivenheer(ke)
    slivrouw van sletten
    Slivrouw(ke)
    Slivrouwke Halven Oogst
    sloaplijf
    slob
    slodder
    sloeber
    sloeber, goeie ~
    sloeberen
    sloef
    sloef, de grote ~
    sloef, onder de ~ liggen
    sloef, op zijn ~en afkomen
    sloef, uit zijn ~ schieten
    sloefen
    sloekembeir
    sloeken
    sloekepier
    sloeker
    sloempen
    sloep
    sloester
    sloesteren
    sloestie
    sloganesk
    slok, een ~ doen
    slokeren
    slommer
    slommeren
    slons
    slook
    sloop en zand
    sloor
    sloorbiet
    sloorsmout
    sloorzaad
    sloot zitten
    sloppel
    slotshow
    slotvordering
    Slovakije
    sluffer
    slufferen
    sluieren
    sluik
    sluikafval
    sluikblad
    sluikens
    sluikpad
    sluikpers
    sluikslachten
    sluikslachting
    sluikstoken
    sluikstoker
    sluikstokerij
    sluikstort
    sluikstorten
    sluikstorter
    sluikverkeer
    sluikweg
    sluikwerk
    sluikzender
    sluimererwt
    sluitingspremie
    sluizen openzetten
    slunse
    slunse geven
    slunsekleren
    slunsemarchang
    slunsen, in zijn ~ schijten
    slunsepiet
    slunsepuppe
    slunseslap
    slunsevent
    slure
    slutse
    slutspelle
    slutze
    smaakbom
    smachtkop
    smadder
    smak
    smakelijk
    smaken, (niet) gesmaakt worden
    smaken, iets niet kunnen ~
    smaken, naar nog ~
    smaken, wat ~
    smakkelen
    smaldeel
    smallekes
    smanspersoon
    smartschool
    smedderen
    smeerbos
    smeerboter
    smeerlap
    smeerop, de bende van ~
    smeerpeer
    smeert u maar al in!
    smeieren
    smeir
    smeiren
    smeiren, eruit ~
    smeirlaprie
    smekken
    smepsen
    smeren met uw eigen vet
    smergens
    smete
    smetsen
    smeuggelen
    smeuken
    smeurft
    smeurften
    smeurig
    smier
    smijten
    smijten, alles dicht ~
    smijten, te slecht om tegen den hond zijn gat te ~
    smijten, zich ~
    smijting
    smikkel
    smikkelen
    smilver
    smingelen
    smink
    sminkdoos
    smirreke
    smirrekes, op ~ lopen
    smirrel
    smis
    Smisdom
    Smisdom (scriptie)
    smishamer
    smodder
    smodderen
    smoefelen
    smoeffelare
    smoel
    smoelenboek
    smoelentrekker
    smoelpap
    smoelschuif
    smoezen
    smogregen
    smok
    smokkelbroek
    smoor
    smoorachtig
    smooralaam
    smoorder
    smoorlam dronken
    smoren
    smoren, een sigaar ~
    smos
    smosachtig
    smosdood
    smosjtereer
    smosjteren
    smoske
    smoskieken
    smospier
    smospot
    smosregen
    smossen
    smosser
    smosserig
    smosteren
    smoulpap
    smout
    smout maar uw kieten
    smoutebol
    smouten
    smoutmolen
    smoutpoten
    smoutsel
    smoutstute
    smoutzochte
    smuiken
    smuirft
    smuisteren
    smukregen
    smul
    smulder
    smurf
    smurfenvlaai
    smuster
    smusteren
    smuuk
    snabbel
    snabbelaar
    snabbelvlaams
    snak
    snak, een ~ en een bete
    snakken
    snakker
    snare
    snare, het aan zijn ~ hebben
    snars
    Snau
    snebbel
    snebber
    snedig
    snee
    snee op zitten
    snee, op ~ zijn
    sneeuw, zwarte ~ zien
    sneeuwbal
    sneeuwen, tegen zijn kont ~
    sneeuwklas
    sneeuwklassen
    sneeuwman
    sneeuwtapijt
    sneeuwtram
    sneeuwwitje
    sneffel
    sneken
    snel-Belgwet
    snelbouw
    snelbouwsteen
    snelheid, in ~ gepakt
    snelheid, overdreven ~
    snelkoker
    snellenalf
    snellenolf
    snelplasser
    sneltempo
    snelzeiker
    snep
    snep, zo zat als een ~
    snetse
    snetsebelle
    snetsen
    sneuk
    sneukelare
    sneukelbucht
    sneukelen
    sneukelgat
    sneukelgerief
    sneukelkoente
    sneukelware
    sneuken
    sneurzel
    sneus
    sneute, ergens ~ in hebben
    sneuve
    sneuvelnota
    sneuveltekst
    sneuvering
    sneuzze
    snijden
    snijder
    snijling
    snijselder
    snik
    snip snap gesnoven?
    snipsel
    snipsneeuw
    snipsneeuwen
    snit en naad
    snoef
    snoefen
    snoenens
    snoenes
    snoens
    snoepbakkes
    snoeperaar
    snoeperderij
    snoeperen
    snoeperkont
    snoeren
    snok
    snokken
    snollen
    snollenbol
    snoodaard
    snops
    snor, een ~ op zijn piano hebben
    snosj
    snot
    snot(te)keise
    snot, glattig gelijk een paling in een emmer ~
    snot, van zijn ~ maken
    snot; het vliegend ~ krijgen
    snotbel
    snotboebel
    snotbrel
    snoteren
    snotgurg
    snotjoenk
    snotjong
    snotkelper
    snotlekker
    snotneus
    snotneuze
    snotpiering
    snotpietje
    snottebrel
    snottekeisen
    snottepetat
    snottepiet
    snotter
    snotvalling
    snotvink
    snotvod
    snuchters
    snuf
    snuffen
    snufferd
    snuif
    snuifje
    snuik
    snuister
    snuisteren
    snuitje, in ’t ~ hebben
    snuitserneuze
    snul
    snullin
    snuren
    snurksken
    snutdoek
    snutten
    snutter
    snutteren
    soapvlaams
    soaze
    soboort
    sociaal geval
    sociaal secretariaat
    sociale dumping
    sociale fraude
    sociale huisvesting
    sociale huisvestingsmaatschappij
    sociale promotie, onderwijs voor ~
    sociale voorzorg
    sociale vrede
    socialemediastilte
    socket
    soederen
    soekje
    soelaas bieden
    soemel
    soemtets
    soep, tussen de ~ en de patatten
    soepbar
    soepboer
    soepkar
    soepkieken
    soeplepel
    soeplip
    soepmixer
    soepselder
    soepsus
    soepvolk
    soesselen
    soetasse
    soewales
    soezelen
    sofagesprek
    soffraan
    soft
    softenon
    soie naturelle
    soigneer u
    soigneren
    soigneur
    soit
    soixantehuitard
    sojascheut
    sojet
    soka
    sokkel, een ~ van
    sokken, op zijn ~ afkomen
    sol
    sol, geen rotte ~ hebben
    sol, geen ~ waard zijn
    soldaat
    soldaat, een slecht ~ die zijn geweer verliest
    soldaatje
    soldatenkoek
    soldatenlief
    solden
    solden doen
    soldenperiode
    soldenprijs
    soldenshopper
    solderen
    solfège
    solferaan
    solferstekske
    solidariteitsbijdrage
    sollen
    solofraan
    soloslim
    soloslim spelen
    solsleutel
    solverstekske
    sommig
    sommigste
    sommigte
    somtijds
    somtwijlen
    somwijlen
    sondes
    soort
    soort, de ~ komt boven
    soortement
    soos
    sop
    soppe
    sorre
    sorryslet
    sorteerstraatje
    sorteren, afval ~
    sortietje
    sos
    sosis
    sossis
    sossonneke
    sotsen
    sou
    sou, geen ~ waard
    sou, gene roste ~ hebben
    souche
    souda
    soudeerbout
    soudeerdraad
    soudeernaad
    soudeersel
    soudeervet
    souderen
    soudering
    souduur
    souffluur
    soupape
    souper
    sous l’ arbre
    sous-pull
    soutalloore
    soutien
    souvenir
    spa bruis
    spaafsel
    spaanderplaat
    spaanse inquisitie, wij zijn de ~ niet
    Spaanse tarwe
    spaantje
    spaar
    spaarboekje
    spaarkas
    spaarkaske
    spaarpot
    spade, zijn ~ reinigen
    spadril
    spaghettiavond
    spakke
    spakken
    spalken
    spanee
    spang
    spanjeetje
    Spanjool
    spannendrap
    spannerke
    spanplafond
    spanwerk
    sparadrap
    sparen
    sparen, aan het ~ zijn
    sparredra
    sparrepop
    sparrijder
    spast
    spatlap
    spatsen
    spatten
    spauwen
    spavela
    spaven
    spèjeve
    speakerin
    spec fouré
    special
    speciale
    Speciale Eenheden
    specialleke
    specifiëren
    specifiek, niet ~
    speculaas, helaas ~
    speculatie
    speculatietaks
    speculeren
    speculoos
    speek
    speekbak
    speekmedaille
    speekselen
    speekselroede
    speeldag
    speelding, -en
    speelei
    speelkoer
    speelpleinwerking
    speelpot
    speelreis
    speelschool
    speeltijd
    speeltijd, de ~ is voorbij
    speelvogel
    speelvoyage
    speen
    spein
    speize
    spek
    spek naar de bek
    spek, het ~ aan zijn been hebben
    spek, met ~ schieten
    spekbeer
    speke
    spekelaar
    spekelen
    speken
    speken, op iemand zijn blaak ~
    speker
    spekke
    spekkedoze
    spekken
    spekkenkraam
    spekkenwinkel
    spel
    spel aan uw gat
    spel maken
    spel, dat ~ luistert nu
    spel, opgezet ~
    spelder
    spelen
    spelen, ermee ~
    spelen, iets in zijn kas ~
    spelen, iets naar binnen ~
    spelen, in zijn kop ~
    spelen, met de duiven ~
    spelen, op de duiven ~
    spelleke
    spellement
    spellen, de les ~
    spellewerken
    spellewerkkussen
    spellingsfout
    spelmaker
    spelplak
    spelver
    sperperiode
    sperrebekken
    speten
    speten, iemand iets op de mouw ~
    speter
    spetsen
    spettelen
    spetten
    spetter
    spetter, vliegende ~
    spetteren
    spetterpoep
    speurder
    spiëteling
    spie
    spiegel, op de ~ schrijven
    spiegelen
    spiegelsok
    spiek uit doen
    spieke
    spiekeren
    spielemente
    spielgetieg
    spierballengerol
    spiering
    spierke
    spievensterken
    spieze
    spij
    spijen
    spijker
    spijs
    spijs, in ~ vaneen
    spijshuis
    spijspot
    spijt, er gaat veel spijt in een zakske voor het vol is
    spijt, tot ~ van wie het benijdt
    spijtig voor
    spijtig, het zou maar ~ zijn
    spijtige aan, het ~
    spijtige van, het ~
    spijtige zaak
    spijts
    spijzen
    spijzen, de kas ~
    spik
    spik, daar heb ik ~ in
    spikkeleren
    spiksel
    spikske
    spikskesdoos
    spil
    spilfiguur
    spilindex
    spin
    spinazie van den dijk
    spinborstel
    spinde
    spineus
    spinezze
    spinhoer
    spinnebossel
    spinnegeweef
    spinneke
    spinnekobbe
    spinnekop
    spinnekoppenet
    spinnenborstel
    spinnenet
    spinnewiel
    spinol
    spintje
    spionkop
    spiritus van zout
    spirke
    spitant
    spits
    spits, aan de ~ staan
    spitsindustrie
    spitsmoos (sjpitsmoos)
    spitsonderzoek
    spitstechnologie
    spitsvil
    spitsvillerij
    spitsvilziekte
    spitvondst
    spleet
    splette
    spletten
    splinster
    splinsteren
    splitten
    spoa
    spoat
    spoawen
    spoed
    spoed, haast en ~ is zelden goed
    spoedarts
    spoeddienst
    spoedgevallen
    spoedkeizersnede
    spoedpersoneel
    spoedverpleegkundige
    spoeien, ik zal mijn eigen eens ~
    spoeien, zich ~
    spoelkomme
    spoende
    spoenvlek
    spoeteren
    spoetnik
    spokes
    spokken
    spollen
    spon
    sponde
    sponsen
    sponshanddoek
    spook
    spookaanwerving
    spookbrug
    spookkot
    spoolten
    spoor, op het goede ~ zijn
    spoorbaas
    spoorbond
    spoormaken
    spooroverweg
    spoorstaking
    spoortop
    spoorwegoverweg
    spoorwegteken
    spoose
    sporen
    sporen, andere ~ zien
    sporen, breed ~
    sporen, terug op de ~ krijgen
    sporrewaan
    sporrewaon
    sport, van 't sport zijn
    sportanker
    sportelen
    sporthoos
    sportkot
    sportschool
    sportvoiture
    sportweekend
    sportzak
    spotgemakkelijk
    spougen
    spoughen
    spouwen
    spraai
    spraakverwarring, Babelse ~
    spraukske
    spreeën
    sprei, een ~ krosteren
    spreidingsplan
    spreken
    spreken, bij manier van ~
    spreken, op de letter ~
    spreken, schoon ~ hebben
    spreken, van ondervinding ~
    sprekende klok, de ~
    sprengelen
    spriejegat
    spriengkane
    spriet
    sprieten
    springbonen met pinèskessaas geten hebben
    springer
    springkoord
    springkoorde
    springtuig
    springuur
    springzouten
    sprinkelen
    sprits
    spritsen
    spritser
    sproedel
    sproeiwagen
    sprok
    sprokbak
    sprokkels, in ~ vaneen vallen
    sprokmand
    spruiten gegeten
    spugbak
    spugende moe
    spuit
    spuiter
    spullement
    spullenhulp
    spurre, in ~ liggen
    spurtbom
    sputje
    sputteren
    spuug en paktouw, met ~ aan elkaar hangen
    spuug, met ~ en paktouw aan elkaar hangen
    spuugachtig
    spuugachtig zijn
    spuugen
    sta
    staaje, op mijn ~
    staak
    staak, drogen aan de ~
    staak, goed aan zijn ~ komen
    staal
    staal (enkel uitspr.)
    staalafname
    staalboek
    staalhard
    staalijzer
    staalname
    staan
    staan blinken
    staan hebben, recup ~
    staan hebben, verlof ~
    staan te
    staan te zien gelijk een hin op ne pier
    staan, er goed op ~
    staan, in het onderwijs ~
    staan, met de late ~
    staan, met de nacht ~
    staan, met de vroege ~
    staan, op een been kunt ge niet ~
    staan, vervangen ~
    staancaravan
    staander
    staantje
    staar
    staar, het aan zijn ~ hebben
    staartje, aan het ~ bengelen
    staat
    staat er op Michelleke zijn kop zweet, dan is het heet
    staat gaan op
    staat, ergens ~ op maken
    staat, in ~
    Staatsblad, Belgisch ~
    Staatsblad, het ~
    staatsbon
    staatsgeschiedenis, er een ~ van maken
    staatshervorming
    staatsschool
    Staatsveiligheid
    stabilisé
    stad aan de stroom
    stad, ’t ~
    stadhuis, als het ~ gewit is
    stadhuis, voor 't ~ trouwen
    stadhuiswoorden
    stadium
    stadsarbeider
    stadsbeek
    stadskanker
    stadskind, iemand ~ laten verklaren
    stadskledij
    stadsnet
    stadsplan
    stadsverhaal
    stadswater
    staf, gepinde ~
    stafatie
    stafchef
    stafhouder
    staketsel
    stakieren
    staking, emotionele ~
    staking, nationale ~
    stakingsaanzegging
    stakingsgeld
    stakingsgrens
    stakingspiket
    stal
    stal, in ne goeie ~ zitten
    stal, van ~ halen
    stal, van ~ mogen
    stalker
    stamenee
    stameneebaas
    stamfrituur
    staminee
    stamineeproat
    stamlokaal
    stamminé
    stamp
    stamp, geen ~ onder zijn gat waard zijn
    stampen
    stampen, in gang ~
    stampendevol
    stampie
    standaarden
    standaardtaal in België
    Standard & Poor's regering
    stande
    standingvol
    standje houden met iemand
    standlicht
    stangde
    stapelhuis
    staplied
    stappen
    stappen, van de bus of trein ~
    start, van bij de ~
    startensklaar
    startpremie
    stasecretaris
    stasen
    staseventen
    statie
    statie van Schaarbeek
    statie, de ~ staat vol
    statie, veel volk in de ~
    statiefoto
    statiekwartier
    stationeren
    stationsbuffet
    stationsroman
    statutair personeel
    statuut
    statuut, vals ~
    stèb
    stèbbe
    stöpkes, ergens ~ van krijgen
    stechelaar
    stechelen
    stedenbouw
    steeg
    steeg van afgoan
    steekgat
    steekhelledonker
    steekkaart
    steekkar
    steeknagel
    steekpan
    steekvlambeleid
    steekvlamberichtgeving
    steekvlamjournalistiek
    steekvlampolitiek
    steekvlam~
    steen
    Steenbakker
    steendood
    steendood, van de verniet ~
    steendood, verniet ~
    steenezel
    steenezel, zo koppig zijn gelijk ne ~
    steenmade, met de ~ zitten
    steense rat
    steentje
    steentje, het ~
    steentjes
    steenvarken
    steenweg
    steenweg, de grote ~
    steenzweer
    steevast
    steevel
    steggelen
    steiltang
    steir, iets in uw ~ hebben
    stek
    stek, van zijne ~ vallen
    steke
    stekebees
    stekebeier
    stekedonker
    stekelbak
    stekelbees
    stekelbes
    stekeling
    stekelvarken
    steken
    steken, banden ~
    steken, een frietje ~
    steken, een nieuwe tube ~
    steken, een tandje bij~
    steken, geld ~
    steken, iets op iemand ~
    steken, in de bak ~
    steken, in de doofpot ~
    steken, in de kop ~
    steken, in een nieuw kleedje ~
    steken, vat, een nieuw vat ~
    steken, zich iets in zijne kop ~
    steker
    stekerbees
    stekevet
    stekezot
    stekhout
    stekke
    stekkebenen
    stekkedonker
    stekken
    stekken, te ~ hebben
    stekkendoosje
    stekker
    stekkerdraad
    stekske
    stekskesdoos
    Stekskesman
    stekte
    stektes
    stekvogel
    stelen met de ogen
    stelen, iets niet gestolen hebben
    stelhaak
    stelleke
    stellen
    stellen, (een) eind ~ aan iets
    stellen, een eind aan het leven ~
    stellen, het goed ~
    stellen, te koop ~
    stelplaats
    stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag
    STEM
    stemafspraak
    stembusslag
    stemkotje
    stemmen
    stemmen, voor de goei ~
    stemmig
    stemminge
    stempel
    stempel, van den oude ~
    stempelcontrole
    stempelen
    stempelgeld
    stempelkaart
    stemper
    stemperen
    stenen
    stenen uit de grond vriezen
    stenen, de ~ uit de grond klagen
    stenen, twee ~ doen vechten
    stenen, twee ~ tegen elkaar doen vechten
    stenke
    steppegras
    ster
    ster, met de ~ gaan
    ster, vallende ~
    stereo
    sterfhuisconstructie
    sterfput
    steriliseerbokaal
    steriliseerketel
    steriliseerpot
    steriliseren
    sterk, zo ~ als een klein paardeke
    sterkhouder
    sterktehouder
    sterlinge
    sterren, tegen de ~ op
    sterrenkijker
    sterrenschijter
    stertekammeke
    sterven op het kot
    stessel
    stesselbus
    stesselen
    stessen
    steunboodschap
    steup
    steuze
    Steve Stunt
    stevel
    stevelen
    stevenist
    stichel
    stichelen
    stief
    stiel
    stiel apart
    stielbederf
    stielbederver
    stielen, twaalf ~ en dertien ongelukken
    stielkennis
    stielman
    stienesteeker
    stienkstok
    stiepelzat
    stiepelzot
    stiepel~
    stier, met veel doen ze ne ~ dood
    stierebeuter
    stieven
    stiftertje
    stiggel
    stijde
    stijf staan van
    stijf, zo ~ als een hak
    stijfpap
    stijltang
    stijven burger, ne ~
    stijven Hollander
    stikkapot
    stikkarre
    stikkedonker
    stikkel
    stikken
    stikkenelleke
    stikmachine
    stikmeshin
    stikoverik
    stikstokstijfsteendood
    stil
    stil, het is ~ waar het nooit waait
    stilaan
    stillekens aan
    stillekes
    stillekesaan
    stilstaande fase
    stilte, een minuut ~ bewaren
    stilvallen
    stinkaard
    stinken naar het geld
    stinken, ge liegt dat ge stinkt
    stinken, van het geld ~
    stinker, bedorven ~
    stinkerke
    stinkkaas
    stinkpatee
    stinkputse
    stinkstok
    stip
    stippen
    stirten, hem bezighouden mee ~ van muizen
    stisselen
    stjeit
    stoantje
    stock
    Stock Américain
    stockbeheer
    stockeren
    stoeber
    stoeberen
    stoef
    stoef, eigen ~ stinkt
    stoef, gene ~ zijn
    stoefen
    stoefer
    stoeferij
    stoeferke
    stoefkont
    stoefpoker spelen
    stoel, de ~ warm houden
    stoel, geeft die boer een ~
    stoeleke
    stoelen, tusen twee ~ vallen
    stoelgeld
    stoeltjesgeld
    stoeltjeszetster
    stoem
    stoem staan
    stoemelings
    stoemmerik
    stoemp
    stoempen
    stoempen, op ~ trekken
    stoemper
    stoemperke
    stoempke
    stoep
    stoeproken
    stoet, 1 mei-~
    stoet, ne ~ op zijn eigen zijn
    stoet, ne ~ zijn
    stoeter
    stoetersdorp
    stoetkas
    stoetreglement
    stoetstandbeeld
    stof
    stof, het ~ van de zetel doen
    stoffatie
    stoffe
    stoffelijke schade
    stoffrak
    stofhagel
    stofslunse
    stofvod
    stok kaarten
    stok, een ~ in de keel steken
    stok, van zijn ~ draaien
    stokaas
    stokagent
    stokebrand spelen
    stoken, we ~ niet voor de koning
    stokke, in ~ liggen
    stokken in de wielen steken
    stokmossel
    stokvis eten
    stoleseteren
    stollesteren
    stom
    stom lopen
    Stomduivelzondag
    stommekloot
    stommelings
    stompekes, voor de ~
    stonaard
    stongs
    stongske
    stoof
    stoof, de ~ moet branden
    stoof, Leuvense ~
    stoof, zo heet als een ~
    stoofbuis
    stoofhaak
    stoofheet
    stoofhout
    stoofhout, er ~ van maken
    stoofkarbonade
    stoofkrabben
    stoofleurre
    stoofoutlangde
    stoofpot
    stoofselder
    stoofvlees
    stoofvlees-friet
    stoofvleessaus
    stook
    stookhout
    stoomketel
    stoop
    stoopke
    stoopkes, iemand op ~ trekken
    stoor
    stoot
    stoot, blonde ~
    stoot, straffe ~
    stootkar
    stop
    STOP-principe
    stopachtig
    stopen, op ~ trekken
    stopke
    stopke opsteken
    stoppelen
    stoppelweeuwe
    stoppen, iets in de koelkast ~
    stoppentrekker
    stoppertje
    stoppestier
    stoppezot, ergens ~ van zijn
    stopsel
    storen
    Stormfeesten, de ~
    stormtij
    stort
    stortbad
    storten
    stortterrein
    stoten uithalen
    stoten, tegen de borst ~
    stouwen
    stove
    stovenmaker
    stoverie
    stoverij
    stovers
    straalbij
    straat
    straat, de ~ doen
    straat, een ~ te ver zijn
    straat, een ~ voor liggen
    straat, het vuil van de ~
    straat, van het ~ zijn of geraken
    straat, zo oud als het ~
    straatdoden
    straatengel
    straatje, doodlopend ~
    straatje, een ~ zonder end
    straatjesvolk
    straatkeerder
    straatvlag
    strabant
    straf
    straf bier
    straf, in ~
    strafelen
    straffe piro
    straffe stoot
    straffen toebak
    strafhuis
    strafstudie
    strafuitvoering
    strafuitvoeringsbeleid
    strafuitvoeringsrechtbank
    strak
    strakke, een ~ pint
    stralenkrans, met een ~ van
    strameen
    strameneschijter
    stramijn
    strandjanet
    strandstoefer
    stranduitbater
    stranduitbating
    strandzetel
    strange
    strank
    strant
    strapbanner
    strapdag
    strapkit
    strappen
    strapper
    strateleure
    straten, er de ~ mee kunnen plaveien
    stratevendel
    stratier
    straton
    stravats
    stravel
    streefdoel
    streekbier
    streen
    streep
    streep, er een ~ onder trekken
    streep, uw ~ hebben
    streepje muziek
    strek
    streke zijn
    strekelen
    streken
    strekenmadam
    strekenvent
    strekenwijf
    strekking
    streling
    stremmaan
    streng, zijn ~ trekken
    stresserend
    stresskieken
    stresskip
    stretje
    stretje zonder ende
    streuln
    streus
    streuvelen
    streuvelhaar
    strieën
    striemen
    strien
    striepe
    striepen
    strijden tegen de dood op
    strijden voor de dood
    strijdensklaar
    strijdkamp
    strijdplaats
    strijdstaat
    strijk
    strijk gaan
    strijkatelier
    strijken, op zijn frans ~
    strijkstok
    strik
    strikiezer
    strikijzer
    strikken
    strikwerk
    stripteaseuse
    strits
    stritsen
    stritser
    stro, gekapt ~
    stro, op ~ sterven
    stroatendwil
    stroballote
    stroefen
    stroek
    stroelen
    stroengske
    stroenk
    stroeskop
    stroiken
    stromijne
    strompelen
    stront
    stront en darmen, hij is niks dan ~
    stront in pakskes
    stront in zijn oren hebben
    stront in zijn pollen hebben
    stront rieken
    stront wie heeft er u gescheten
    stront, de ~ uit zijn gat vragen
    stront, er hangt ~ aan de haak
    stront, het regent ~
    stront, hij heeft hier zijn laatste ~ gescheten
    stront, lijk een hond van zijn ~
    stront, scheiden gelijk de hond van zijne ~
    stront, veel ~ aan zijn gat hebben hangen
    strontdag
    stronte
    stronten
    stronten, ergens geen dikke ~ van kunnen leggen
    strontmond
    strontnat
    strontraper achter de trein
    strontregen
    strontregenen
    strontridder
    strontrijder
    strontstande
    strontventje
    strontverliefd
    strontvlieg
    strontweer
    strontzaak
    strontzak
    strontzat
    strooibos
    strooibriefje
    strooie benen hebben
    strooien dakje, strooien dakske
    strooike
    strooikentrek doen
    strooiweide
    stroomcabine
    stroomfactuur
    stroomkast
    stroompanne
    stroopkant
    stroot
    strootpijp
    strootwringer
    strop
    strop zetten
    strop, in 't ~ zitten
    STROP-actie
    stropen, een kei kan je niet ~
    stropetie
    stroppendrager
    stropzitten
    strot, iemand zijn ~ toenijpen
    strufel
    struffel
    struffen
    struikelsteen
    struis
    struis doen
    struis zijn
    struise
    struise mannen
    struisel
    struiselen
    struiselhak
    strunkelen
    strussel
    stuëren, zich ~
    stubben
    student
    studentenclub
    studentendoop
    studentenjob
    studentenkaart
    studentenkot
    studentin
    studie
    studiebureau
    studiedienst
    studiejaar
    studiemeester
    studieprefect
    stuik
    stuike, op z’n ~
    stuiken
    stuiken, er henne ~
    stuiken, in elkaar ~
    stuiker
    stuiks
    stuipen
    stuiven, het zal er ~
    stuk
    stuk sjokolat
    stuk, een ~ in zijne frak hebben
    stuk, er zit nog een ~ in
    stuk, op het ~ van
    stuk, zeker van zijn ~ zijn
    stukje, een ~ gaan eten
    stukken van mensen
    stukken van mensen kosten
    stukken van mensen, da kost ~
    stukken, dat de ~ in de geburen vliegen
    stukken, te ~ vaneen
    stukske
    stupen
    sturrel
    sturten
    stute
    stute zoender muziek
    stutte
    stutte, ne ~ met smutte
    stuttedoze
    stutten
    stutten, droge ~ eten
    stuur
    stuur, aan het ~ zitten
    stuuteschooier
    stuutje
    stuven
    stuwing
    stylo
    stylo, gespierde ~
    suïcidepreventie
    subbedees
    subbedutte
    subiet
    subiet, ik zal u ~ eens
    subsaharaans
    subsidiepoepers
    successieplanning
    sucker
    suiker hen
    suikerbakker
    suikerboon
    suikerboonpersen
    suikere, de ~ uithangen
    suikere, ne ~
    suikerij
    suikerklitsen
    suikerklop
    suikerlots
    suikernonkel
    suikerspin
    suikerstad
    suikertaks
    suikertje
    suisse
    suite
    sujet
    sukkel, op de ~ zijn
    sukkelaar
    sukkelen
    sukkelen, er niet voor kunnen ~
    sukkelseks
    sukkelstraatje
    sukkeltoer
    sukkeltoer, op de ~ zijn
    sulfer
    sulferblomme
    sulferen
    sulferhout
    sulle
    sun
    superette
    superflitspaal
    superministerraad
    superpersoon
    supertruck
    supplement
    suppo
    suppositoire
    surfel
    surplace
    surplacen
    surprisebrood
    surrewordig
    surtout
    Sus
    sus, van zijne ~ brengen
    sus, van zijne ~ draaien
    sus, van zijne ~ vallen
    suske
    suskewiet
    sussemien
    sussenmien
    suur
    suzzeman
    Swa
    swales
    swanjeren
    swanselen
    swanseln
    swappen
    swatelaar
    sweerskanten
    sweerskanten, sweeskanten
    swees
    swengst
    swengst dat
    swens
    swenst
    swerdes
    swiesel, ne langen ~
    swiessel
    swiesselen
    swieter
    swijl
    swijle
    swijlens
    swingen
    swingschoetje
    swinst
    swis, naar de ~ van Vlimmeren
    switchen, aan~ en uit~
    swobbelen
    SWT
    SWT'er
    symbooldossier
    syndic
    syndicaal
    syndicaat
    syndicale actie
    syndicale premie
    syndicalist
    syndicus
    syndikeren
    Syriëstrijder
    systeem
    systeem D
    systeem, op iemands ~ werken
    systematisch

    Hulp gezocht!
    Wil je graag meebouwen aan de taalatlas van de Nederlandse taal?
    Taalverhalen zoekt nieuwe vaste correspondenten voor haar mini taalonderzoekjes.

    Leer je Nederlands?
    NedBox.be is een gratis website om op een leuke manier Nederlands te oefenen, via tv-fragmenten en krantenartikels.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.