Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Recente toevoegingen

11 mrt 2010

kaapis
» ontsteking op de ...

sjonken
» Muziek luid afspelen

hoémme
» Een bevel om vee ...

plancher geven
» plankgas

moek
» stuk vis, moot ...

Recente wijzigingen

11 mrt 2010

kaapis
» door janwitloof

sjonken
» door janwitloof

hoémme
» door janwitloof

mook
» door Grytolle

mook
» door Grytolle

Recente reacties

moek
» zoals in ook. ...

moek
» haloewie z'n lemm...

moek
» Was nog het vraag...

moek
» Voor de volledigh...

moek
» lange oe

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 's'

    sa sc se sg sh si sj sk sl sm sn so sp st su sw sy

    De volgende 801 termen in onze databank beginnen met 's':

    saai (sui)
    sacoche
    sacoche, in de ~ zijn
    saf
    saflet
    sajetten
    sakkeren
    sakkers
    sal-a-manzjee
    salaat
    salamander
    sallewase
    salodder
    salon
    salukes
    salut
    samaren
    samenhorigheidsgevoel
    samenwonen, ga ~
    sammelen
    sanctioneren
    sandrijè
    sandwich
    santenboetiek
    santje
    SAP
    Sapperlipopetten
    sarlowie
    sarp
    sasie
    sasmeester
    sassa, oude ~
    saus, uw ~ krijgen
    savat
    savooi
    sékkeplat
    schaar
    schaarmpavodder
    schaatspiste
    schab
    schabbe
    schabbernak
    schabelleke
    schabouwelijk
    schacht
    schachtendoop
    schachtin
    schaft
    schalie
    schalijk
    schalotteren
    schamoteren
    schampavie
    schamplavie
    schannebreken
    schanulleke
    schap
    schaphaaske
    scharen
    scharminkel
    scharten
    schauw(t)e
    schavak
    schavelen
    schaver
    schaverdienen
    schêês
    scheefgepoepte lavabo
    scheefpoeper
    scheefslaan
    scheel
    scheen (schenen)
    scheenlap
    scheermachine
    scheet
    scheet, een ~ in een fles
    scheet, een ~ in een netzak
    scheetkliever
    scheir
    schejel
    schel
    Scheld
    schelen
    schellen
    schenterventen
    schep
    schepen
    schepencollege
    schepspon
    schepuit, de grote ~
    scheresliep
    schermutselen
    scherper
    scherremerre
    schetebees
    schetebeze
    schetelater
    scheten, schuim van ~
    schetkont
    scheutel
    scheuteldoek
    scheutig
    scheve lavabo
    scheve schaats
    scheven huist
    schie
    schiethuif
    schietlap
    schietten
    schieveren
    schijn
    schijnheilige
    schijnzwangerschap
    schijte van de mart
    schijterij
    schijthuiske
    schijtkut
    schijtpapier
    schilderen, staan ~
    schillen
    schip, 't ~ op zijn
    schippe
    schippe ofkuschen
    schlesch
    schoeffelen
    schoenblink
    schoendoos
    schoenschmink
    schoentjes, in nauwe - zitten
    schoepen
    schoeperen
    schoere
    schoere, over zijn - kijken
    schof
    schoffelscheute
    schofferdijnen
    schok, op ~ zijn
    schol
    schommelen
    schonekes
    schoofzak
    schoon
    schoonbroer
    schoonogen
    schop
    schorremôrie
    schorte
    schortevullebeuter
    schotelhuis
    schotelvod
    schouent
    schouw
    schouwgarniture
    schouwinge
    schoven
    schoverdanen
    schraal
    schrabielen
    schrammoelje
    schraveleir
    schreboele
    schremen
    schreve
    schrijne
    schrijver
    schrijverke
    schrik ~ hebben
    schrikkepiet
    schrikschijter
    schruwelen
    schudden
    schudding
    schuffel
    schuffelen
    schui
    schuif
    schuifaf
    schuifelen
    schuifelet
    schuiferling
    schuifkaas
    schuim van scheten
    schuimwijn
    schuinsrechtover
    schuite
    schuive
    schulle
    schup
    schup, zijn ~ afkuisen
    schup, zo zat als een ~
    schuppe zot
    schuppen
    schuppes, ermee ~ zijn
    schuppezot
    schupstoel, zitten op een
    schurdig
    schuren
    schutkring
    schutsel
    schutteldoek
    schuuflette
    scolarisatiegraad
    sebiet
    second
    sectorieel
    seenappel
    seffens
    segond
    seis
    selder
    seldergroef, selder planten in de ~
    selectioneren
    semmel
    semmelebees
    semmelen
    semmeltrees
    seniorenanimatie
    sensibiliseren
    sepappe
    sergeant
    serieus
    serre
    serreworg
    sertoe
    servetuten
    serviette
    seskes
    sette
    seule
    seut
    seutebees
    seuzze
    sewales
    sgoensdes
    shoe
    shopping
    shopping center
    sicav
    sies, van zijne ~ vallen
    sietekarre
    sieze
    sifon
    signalisatie
    sikkepit, geen ~
    simmekalote
    simpelaar
    singel
    singelen
    sinjoor
    Sinksen
    Sinksenfoor
    sinkseroos
    Sint-Andrieskruis
    sint-annekenskat
    sintemettevuur
    Sintte me dunkt
    sipke
    sippe
    sippen
    siroop
    sisser, op een ~ uitlopen
    site
    situeren, zich ~
    sivesant
    sjakeleurn
    sjakosj, in de ~
    sjambrang
    sjamfoeter
    sjampetter
    sjampieter
    sjans
    sjans hebben
    sjansaar
    sjarel
    sjarel, aan zijne ~ snokken
    sjaret
    sjarletang
    sjarpe
    sjassen
    sjatten en taloren
    sjauwelen
    sjette
    sjicon
    sjiek
    sjieke
    sjierendosser
    Sjmoster
    sjoeke
    sjoepap
    sjoeppen
    sjokkedeizen
    sjokkelen
    sjonken
    sjot
    sjotten
    sjouke
    sjouwe
    sjouwelen
    sjroebbe
    skarrekop
    skelmes
    skete
    skette
    skeutig kijken
    skip
    skoeblink
    slaan
    slaan, een babbeltje ~
    slaap, iemand in ~ doen
    slaapkleed
    slaapwel
    slabakken
    slabberen
    slabotten
    slachter
    slag, er ne ~ door slaan
    slag, zich uit de ~ trekken
    slagbuis
    slagen in
    slagmolen
    slagvenster
    slam
    slameur
    slamiete
    slangtis
    slapcapote
    slaperke
    slapkerel
    slapzak
    slapzwans
    slasj
    slazwierder
    Slecht-Weer-Vandaag
    slef
    sleffen
    slekke
    slekkevet
    slepen
    slere
    sletig
    slets
    sletsen
    sleuter op de deur
    slibber
    slibberen
    slierbaan
    slieren
    slierte
    slijper
    slingerpies
    slippendrager
    slissen
    Slivenheer(ke)
    slivrouw van sletten
    Slivrouw(ke)
    Slivrouwke Halven Oogst
    sloaplijf
    sloeber
    sloeberen
    sloef
    sloef, onder de ~ liggen
    sloekepier
    sloeker
    sloffen
    slons
    sloor
    sloot zitten
    sloppel
    sluffer
    slufferen
    sluikstoken
    sluikstorten
    slunse
    slunse geven
    slunsepiet
    slutspelle
    slutze
    smaat
    smakkelen
    Smeerlap
    smeieren
    smetsen
    smeuggelen
    smeurig
    smier
    smijten, zich ~
    smikkel
    smikkelen
    smilver
    smink
    smirreke
    smodderen
    smoefelen
    smoel
    smoelentrekker
    smoeletrekker
    smoelpap
    smoelschuif
    smoezen (smeuzen)
    smog
    smoor
    smooralaam
    smoorlam dronken
    smoren
    smosjteren
    smoske
    smoskieken
    smospot
    smossen
    smosteren
    smoulpap
    smoutebol
    smouten
    smoutmolen
    smoutzochte
    smuiken
    smuirft
    smuisteren
    smukregen
    smurf
    snakken
    snakker
    snebber
    sneeuwman
    sneeuwwitje
    sneken
    snel
    snelkoker
    snelzeiker
    sneukelare
    sneukelen
    sneukelgat
    sneukelgerief
    sneuken
    sneuvering
    snijjen
    snik
    snipsneeuw
    snit en naad
    snoenes
    snoeren
    snok
    snokken
    snoodaard
    snosj
    snot(te)keise
    snotlekker
    snotpiering
    snottebel
    snottekeisen
    snottepetat
    snotter
    snotvalling
    snufferd
    snuisteren
    snuitserneuze
    snul
    snullin
    snutdoek
    snutten
    snutteren
    soemel
    soemtets
    soep, tussen de ~ en de patatten
    soepboer
    soepkieken
    soepvolk
    soigneren
    soit
    soldaatje
    solden
    solfège
    sollen
    solverstekske
    sondes
    sop
    soppen
    sortietje
    sos
    sossis
    sossonneke
    souche
    souderen
    soupape
    soupappe
    soutalloore
    soutien
    spaarpot
    spade, zijn ~ reinigen
    spadril
    spanee
    spang
    spanjeetje
    spannend
    spannerke
    sparadrap
    sparen
    sparen, aan het ~ zijn
    speakerin
    speculatie
    speculoos
    speek
    speekmedaille
    speelvoyage
    speen
    spein
    speize
    spek
    spek(ke)
    spek, het ~ aan zijn been hebben
    spek, met ~ schieten
    speken
    spekke
    spel
    spelen
    spelleke
    spelmaker
    sperperiode
    sperrebekken
    speten
    speter
    spetteren
    spetterpoep
    spie
    spieze
    spij
    spijen
    spijn
    spijs
    spijzen
    spik
    spik, daar heb ik ~ in
    spiksel
    spikske
    spikskesdoos
    spin
    spinhoer
    spinnebossel
    spinnegeweef
    spinneke
    spinnekop
    spirke
    spitstechnologie
    spitsvil
    spitsvillerij
    spleet
    splinster
    spoa
    spoed
    spoeien, zich ~
    spon
    spoormaken
    sporen
    sporen, breed ~
    sporrewaon
    sporthoos
    sportkot
    spougen
    spouwen
    spriejegat
    spriet
    springer
    springtuig
    springuur
    spuit
    sputje
    spuugachtig
    staaje, op mijn ~
    staak
    staat, ergens ~ op maken
    staatsgeschiedenis, er een ~ van maken
    stabilisé
    stadhuis, voor 't ~ trouwen
    stadskind, iemand ~ laten verklaren
    stafatie
    stakieren
    stakingsgeld
    stakingspiket
    stamenee
    staminee
    stamminé
    stamp
    stampen
    stampie
    standaardtaal in België
    standje houden met iemand
    stang, (iemand) op ~ jagen
    stapelhuis
    stappen
    startpremie
    staseventen
    statie
    statie van Schaarbeek
    statie, de ~ staat vol
    stèb
    stèbbe
    stöpkes, ergens ~ van krijgen
    stechelen
    steeg
    steeg van afgoan
    steekgat
    steekhelledonker
    steekkar
    steekpan
    steenezel
    steentje
    steenvarken
    steenzweer
    steevast
    steir, iets in uw ~ hebben
    steke
    stekebeejer (stekebeier)
    stekelbak
    stekelbees
    stekeling
    steken, iets op iemand ~
    stekken
    stekken, te ~ hebben
    stekkendoosje
    stekkerdraad
    stekkers
    stekske
    stekte
    stellen, het goed ~
    stemmen
    stemminge
    stenke
    sterfput
    sterrenschijter
    stesselen
    steup
    stewardess
    stichel
    stichelen
    stief
    stiel
    stielbederver
    stielkennis
    stielman
    stienesrat
    stienkstok
    stierebeuter
    stijde
    stijjjet
    stikkel
    stikken
    stikker
    stikmachine
    stikoverik
    stinken naar het geld
    stinken, van het geld ~
    stinker, bedorven ~
    stinkerke
    stinkpatee
    stinkputse
    stoantje
    stock
    stockeren
    stoeberen
    stoefen
    stoeferke
    stoelgeld
    stoeltjeszetster
    stoemmerik
    stoemp
    stoempen
    stoempen, op ~ trekken
    stoemper
    stoep
    stoffatie
    stoffrak
    stofslunse
    stom
    stompekes, voor de ~
    stongske
    stoof
    stoofbuis
    stoofhout
    stoofhout, er ~ van maken
    stoofoutlangde
    stoor
    stoppelen
    stoppezot, ergens van ~ zijn
    stopsel
    stortbad
    stouwen
    stove
    stoverie
    stoverij
    straatengel
    straf
    strafstudie
    strameen
    strameneschijter
    stramijn
    strandjanet
    strange
    strank
    strant
    Stratièn, stratié
    straton
    stravats
    stravel
    streep
    streep, uw ~ hebben
    strek
    streken~
    stremmaan
    streus
    strieën
    striepe
    striepen
    strijden voor de dood
    strijk
    strijk, ~gaan
    strikijzer
    strikken
    strikwerk
    strits
    stritsen
    stritser
    stroatendwil
    stroballote
    stroefen
    stroek
    stroelen
    stroenk
    stroeskop
    stromijne
    strompelen
    stront
    stront aan de haak, er hangt ~
    stronten, ergens geen dikke ~ van kunnen leggen
    strontnat
    strontweer
    strontzaak
    strontzat
    strooie benen hebben
    stroomkast
    stroot
    strootwringer
    strop
    stropetie
    stropzitten
    strot, iemand zijn ~ toenijpen
    struffel
    struikelsteen
    strunkelen
    strussel
    stuëren, zich ~
    stubben
    studiedienst
    studiemeester
    stuike, op z'n ~
    stuiken
    stuiks
    stuipen
    stuk, er zit nog een ~ in
    stukken van mensen
    stukken, te ~ vaneen
    sturrel
    sturten
    stute
    stutte
    stuttedoze
    stuur
    stuutje
    stylo
    subbedutte
    subiet
    subsaharaans
    suggereren
    suggestie
    suikerboon
    suikerklitsen
    suikertje
    suite
    sulfer
    sun
    suppo
    support
    suppositoire
    surfel
    surrewordig
    sus, van zijne ~ vallen
    suur
    swanselen
    swatelaar
    swèl (of swijl)
    swengst
    swengst dat
    swens
    swerdes
    swiessel
    swiesselen
    swingschoetje
    swiss
    syndic
    syndicaat
    syndicus
    syndikeren

    Tip: Punthoofd.be. Het heetste nieuws in de Vlaamse media.

    Het Vlaams woordenboek  |  Copyright © 2007-2009  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens  |  Algemene Voorwaarden