Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 'g'

    ga ge gi gl go gr gs gu gy

    De volgende 1021 termen in onze databank beginnen met 'g':

    gaaien
    gaaischieting
    gaan
    gaan gaan
    gaan moeten bijnemen
    gaan zien
    gaan zitten
    gaanderij
    gaanhalen
    gaanstok
    gaard
    gaarne
    gaarnot
    gaas
    gaat het gaan
    gabardiene
    gabbe
    gabe
    gadeslaan
    gaer
    gaffel
    gaffelen
    gaffelwrat
    gaillard
    gak(ske)
    gal
    galet
    galet, galetten
    galette
    galferen
    galg
    galg, aan de ~ praten
    galleneute
    galoche
    galos
    gamellenboefer
    gamin
    gaminneke
    gamma
    gang
    gang, in ~ schieten
    gang, de ~witten
    gang, een ~ gaan
    gang, iets in ~ steken
    gang, in ~ trekken
    gang, in ~ zijn met
    gang, op ~ gaan
    gangmaken
    gangsters, grijze ~
    gangzamig
    gans
    gans en gaar
    gapen
    gaperke
    gapers
    garagepoort
    garageverkoop
    garagist
    garant
    garant, aan zijn ~ komen
    garanti
    garçon
    garçonnen
    garde
    gardeboe
    gardevil
    gareel
    garen geven
    garendraad
    garewij
    garing
    garnaal, kleine ~
    garnieren
    garoet
    garre
    garre, op een ~
    garreke
    gas
    gas, van de ~ gepakt
    gas, volle ~
    GAS-boete
    gaslagen
    gassreerd
    gassreerde buzzesnijer
    gast
    gast, halve ~
    gast, volle ~
    gasten
    gasthuis
    gastrosnobie
    gasvuur
    gat
    gat, ’t ~ in zijn
    gat, blijf achter mijn ~ uit
    gat, dat weet mijn ~ ook wel
    gat, de benen vanonder zijn ~ lopen
    gat, de stront uit zijn ~ vragen
    gat, denken dat de nulmeridiaan door zijn ~ loopt
    gat, denken dat de wereld aan zijn ~ hangt
    gat, een ~ in de nacht
    gat, een ~ in uw cultuur
    gat, een ~ is een gat zei de boer en kroop op zijn varken
    gat, er een ~ in zien
    gat, er een ~ uit gaan
    gat, er een ~ vandoor gaan
    gat, er zijn ~ aan vegen
    gat, flauw ~
    gat, ge kunt mijn ~ kussen
    gat, geen zittend ~ hebben
    gat, half zijn ~
    gat, het geluk aan uw ~ hebben hangen
    gat, het geluk hangt niet aan uw ~
    gat, het zal uw ~ varen
    gat, het ~ af
    gat, het ~ dichtrijden
    gat, het ~ klaar hebben
    gat, het ~ maken
    gat, hetzelfde ~ uitgaan
    gat, hoger schijten dan zijn ~ staat
    gat, iets achter 't ~ doen
    gat, ik viel wijd oep m'n ~
    gat, ik zal uw ~ eens warmzetten
    gat, in iemands ~ boren
    gat, in iemands ~ hangen
    gat, in iemands ~ zitten
    gat, in zijn ~ gebeten zijn
    gat, klapt tegen mijn ~ want mijn kop doet zeer
    gat, met zijn ~ in de boter vallen
    gat, mijn ~
    gat, ogen op uw ~ hebben
    gat, tegen uw ~
    gat, uw ~ ergens binnendraaien
    gat, uw ~ niet kunnen keren
    gat, van ze ~ geven
    gat, van zijn ~ geven
    gat, van zijn ~ schudden
    gat, wie zijn ~ verbrandt
    gat, wijd van uw ~
    gat, zijn bloot ~ laten zien
    gat, zijn bloot ~ tonen
    gat, zijn ~ schuffelt
    gat, zijn ~ aan vegen
    gat, zijn ~ draaien
    gat, zijn ~ onder zijn arm pakken
    gat, zijn ~ toenijpen
    gat, zijn ~ uitslaan
    gatbol
    gaten, naar de ~ zijn
    gatkaramel
    gatkogel
    gatkruiper
    gatlakei
    gatlekker
    gatlelijk
    gatlikker
    gatlomp
    gatplakker
    gatrijder
    gats
    gatsekaak
    gatstoemperke
    gatteklasjer
    gatvager
    gatverpielekes
    gaun
    gauw, op nen hik en ne ~
    gauwdiefstal
    gauwte, met de ~
    gazekont
    gazet
    gazet van antwerpen
    gazet, zet het in de ~
    gazette
    gazettenpraat
    gazettenwinkel
    gazon
    gazon afrijden
    gès
    gés
    ge
    ge keunt 't nie al willen in't leven, veel beuter en een dikke maarte
    ge kunt hem deur ’t gotegat trekkn
    ge zie van hier
    ge zijt gij zeker van hier niet
    geapprecieerd
    geasreerd
    geassorteerd
    geëstomakeerd
    geëvolueerde
    geïnteresseerd zijn
    geïnterneerde
    geïntoxiceerd
    gebakken bokes
    gebakken scheten
    gebakken, ’t is ~
    gebaren
    gebaren, van koo ~
    gebaring
    gebeld, het heeft ~
    gebeld, het is ~
    gebelde
    gebenedijd
    gebeur
    gebeurlijk
    gebiedende wijs
    geblokstaart
    geblokt
    geblokte
    gebold
    geboortebos
    geboortekostuum
    geboortelijst
    geboortepremie
    geboorteverlof
    geboortevlek
    gebrakt en gespogen
    gebreje
    gebrekkelijk
    gebroers
    gebroken armen en benen
    gebronzeerd
    gebruëk
    gebuisd
    geburen
    gebuur
    gebuurte
    gecarreaut
    gechareld
    gecharmeerd door
    gecoöpteerde
    gecomplexeerd
    geconventioneerd
    gedaan
    gedaan hebben
    gedaan zijn
    gedacht
    gedacht, een (goed) ~ van zijn eigen
    gedacht, een goed ~ is veel waard
    gedacht, er (g)een ~ van hebben
    gedacht, het ~ alleen al
    gedacht, iets van ~ zijn
    gedacht, in het ~ verkeren
    gedacht, mijn ~
    gedacht, van het ~ zijn
    gedaven
    gedderen
    gedecomplexeerd
    gedekt zijn door de regering
    gedereir
    gedeuns
    gediener
    gedoe
    gedoefte
    gedoeme
    gedoemel
    gedoen
    gedome
    gedonder
    gedong
    gedraaid
    gedraaide, een halve ~
    gedrum
    gedruppel
    gedrupte espe
    gedukkelijk
    gedurig aan
    geeën
    geefkeuken
    Geel
    geel, zo ~ als een pannenkoek
    geelogen
    geelverf
    geen ... of niets
    geen commentaar
    geen erg
    geen keure
    geen niet meer
    geen sjense hebben
    geen sjiek toebak waard zijn
    geen steke zien
    geen waar
    geenéén
    geep, zo smal als ne ~
    geern
    geestig
    geestigaard
    gefalleweerd
    gefezel
    geflets
    gefoemel
    gefolueerd
    gegeerd
    gegesticuleer
    gegeveld, goed ~ zijn
    gegevenheid, met graagte en ~
    gegoven
    gegoven is gegoven
    gegradueerd
    gegradueerde
    gegrom en gegeeuw
    gehad hebben
    gehad, het ~ hebben
    geheimstokerij
    gehoopt en geknoopt
    geilogen
    geir
    geire
    geire, er ~ bij zijn
    geirnoar
    geit, klein ~en regenen
    geitenkliske
    geitenpoot
    geitje
    gejogen zijn
    gejost hebben
    gejost zijn
    gekapt
    gekapte dienst
    gekeerde soep
    gekend
    geklasseerd
    geklept, het is ~
    geklonken
    gekloot gelijk geen ander
    gekneld
    geknespel
    geknipte, de ~ man
    gekoksel
    gekonkelfoes
    gekooksel
    gekort zijn
    gekort, wat is dat nu ~
    gekrabbel
    gekribbel
    gekuld
    gekweddel
    gekwetst
    gekwetste
    geladen
    geladen zijn gelijk ne muilezel
    gelak
    gelakas
    gelassesnéér
    gelènd
    geld afhalen
    geld als slijk verdienen
    geld opdoen
    geld trekken
    geld, ’t ~ jeukt in haar, zijn zak
    geld, de meujer van 't ~
    geldbeugel
    geldjode
    geldomhaling
    geldschuif
    gele briefkaart
    geleden van
    geleeg
    geleerd zijn
    gelegenheidsquizzer
    gelei
    gelettig
    gelettige
    gelieve
    gelijk
    gelijk als
    gelijk als dat
    gelijk als dat ge wilt
    gelijk als dat ze zeggen
    gelijk alsof
    gelijk dat
    gelijk of
    gelijk of dat ge wilt
    gelijk wat
    gelijk welke
    gelijk wie
    gelijk, in ’t ~
    gelijkaardig
    gelijkvloer
    gelijkvloers
    gelijkvormig
    gelijkvormigheidsattest
    gelle
    gelle, welle, zelle
    gellen
    gelmen
    gelood
    geluchte
    geluidsmuur
    geluk is voor aardige mensen
    geluk, het ~ aan uw gat hebben hangen
    geluk, het ~ hangt niet aan uw gat
    gelukkiglijk
    gelukt zijn
    geluntig
    gelwe
    gemaan
    gemaat zijn met iemand
    gemacht
    gemak
    gemak van betaling
    gemak, op zijn duizendste ~
    gemakkelijk
    gemakkelijkheidshalve
    gemaole
    gemeen erve
    gemeenschappelijk vakbondsfront
    gemeenschapshuis
    gemeenschapsinstelling
    gemeenschapsonderwijs
    gemeenschapsraad
    gemeenschapswacht
    gemeentebestuur
    gemeentenaar
    gemeentenamen (Antwerpen)
    gemeentenamen (Vla-Brabant)
    Gemeentenamen Limburg
    gemeenteschool
    gemeentetaks
    gemeubeld
    gemeubelde
    gemic
    gemist zijn
    gemotst, ~ zijn
    gen
    genaaid
    genadelijk
    genëdderd, er niet mee ~ zijn
    gendarm
    gendarme
    gendarmekweker
    gene
    gene pis
    gene vette
    gene worden, dat gaat er ~
    geneesheren, orde van ~
    geneesmiddel, generisch ~
    geneesmiddel, wit ~
    genegerd zijn
    genepen, het heeft (er) ~
    generatiepact
    generen
    genereus
    generiek
    generisch geneesmiddel
    geniepigaard
    geniet, ergens ~ van hebben
    genieten, van iets ~
    genne vette
    genoeft
    genoeg, de winst ~
    genoffel
    genoux, naar de ~ zijn
    genre, totaal zijn ~ zijn
    genster
    gepakt zijn
    gepakt, iets ~ zijn
    gepalaber
    gepalaver
    gepasseerd
    gepateeld
    geperkt
    gepermitteerd
    gepiend
    gepiereld, eraan ~ zijn
    gepijnd
    gepintig
    gepintigaard
    gepintighied
    gepistoneerd
    geplaatst, goed ~ zijn
    gepletterd
    geplogenheid
    gepolitoerd
    gepresseerd
    geproficiteerd
    geps
    geraadsel
    geraadzaam
    geraaktheid
    geradbraakt
    geraddel
    geraken
    geraken, (niet) binnen ~
    geran
    gerant
    gerateerde
    gerebij
    gerechtelijke politie
    gerechterlijk
    gerechtsdeskundige
    gerechtskind
    gereddel
    gereed
    gereedmaken
    gereedmaken, zijn eigen ~
    gerei, klein ~
    gereie zijn
    gerellig
    geren zien
    geresweirds
    gerief
    geriekt
    gerieven
    gerij
    germ
    Germaanse
    gernaat
    gernat
    gerokken
    gerokt
    geroktaad
    gerokthad
    gerompeld
    gerre
    gerriks
    gersflakke
    gerten
    geruchte
    geruchtenmolen
    gerust in zijn
    gerust van zijn
    gerust, ergens ~ in zijn
    gerust, geen minuut ~ zijn
    gerust, geen vijf minuten ~ zijn
    gerust, zij(t) maar ~
    gerust, ~ laten
    gerven
    ges
    gesappeerd
    geschalied
    geschampeerd
    gescheir, klein ~
    gescheird
    geschenk, vergiftigd ~
    gescheten
    gescheten, dat is wat ~
    geschoept
    geschoren zijn met
    geschrent
    geschrift
    gesdoikel
    geseind staan
    geselen, andere katten te ~ hebben
    gesjareld
    gesjroeb
    geskeetn en gespoogn
    geslaan
    geslacht, het ~ der engelen
    gesloten bebouwing
    gesmaakt worden
    gesmachine
    gesneden, uit iemand ~ zijn
    gesofisticeerd
    gesofistikeerd
    gespen, rare ~ trekken
    gespiekerde
    gespoed zijn
    gespogen
    gesproken dagblad
    gessel
    gesseldop
    gesselen
    gest hebben
    gestampt
    gestampt vol
    gestampte boer
    gestechel
    gesteggel
    gestekakkse
    gesteken brood
    gesteld zijn
    gesteld, aan iets of iemand ~ zijn
    gestelde lichamen
    gesten hebben
    gesteveld en gespoord
    gestevent
    gestipt
    gestipte ij
    gestoken
    gestoken fruit
    gestoppeleerde
    gestresseerd
    gestressseerd
    gestuikt
    gesyndikeerd
    gesyndikeerde
    geszaad
    get
    getappeseerd zijn
    getelefoneerd
    geten
    geten, ni ~ , mo gefret
    geterte
    getetter
    getieketakt
    getienerte
    getikketakt
    getikte
    getoekt zijn
    getoetst of getutst
    getopt en gedraaid
    getoucheerd
    getouter
    getouw, op het ~ zetten
    getouwtrek
    getrokken
    getrouwheidskaart
    getrouwheidspremie
    getten
    getteren
    getuig
    getuige van Jehova
    getwee, gedrie, gevier, gevijf, gezes, …
    getweeën, gedrieën, gevieren, gevijven, …
    getweeëte
    geubbelen
    geunter
    geur, tegen de ~
    geuren
    geurhinder
    geute
    geuzzen
    gevaar
    geval, zijn ~ blootleggen
    gevang
    gevaren
    gevechtssport
    geven
    geven, al wat de hemel ~ kan
    geven, ene ~
    gevest
    gevieren
    gevoeg, zijn ~ doen
    gevoeg, zijn ~ hebben
    gevoelen, zich laten ~
    gevoelig
    gevoelig aan
    gevore, tegen ~
    gewaar zijn
    gewaere
    gewatched
    geweest hebben
    geweest, er over ~
    gewejde (gewaaide)
    geweld, met hels ~
    geweldenaar
    geweldig
    geweldigaard
    gewent
    gewente
    gewest
    gewestelijk
    gewestplan
    gewestweg
    geweten zijn
    geweten, niet willen ~ hebben
    gewettigde afwezigheid
    gewezzel
    gewichten, met twee maten en twee ~
    gewichtheffen
    gewijs, geen ... van ~
    gewijs, geen mens ~ zijn
    gewillig
    gewin
    gewisseld en gedraaid
    gewonnen brood
    gewonnen, ~ zijn, ~ hebben
    gewoon
    gewoon zijn
    geworden
    geworden, laten ~
    geworeg
    gewrocht
    gezee
    gezegd, onder ons ~ en elders gezwegen
    gezet, erbij ~ worden
    gezever
    gezicht, afgestreken ~
    gezien
    gezien zijn
    gezind
    gezinte
    gezoden
    gezoden en gebraden
    gezondheidsindex
    gezouwen en gebrouwen
    gezusters
    gezwad
    giër
    gibbe
    gibberen
    gidon
    gids
    giedong
    giele, zijne ~ zien
    gielegar
    gielis
    gierhonger
    gierigaard, we gaan langs de~
    gierige pin
    gieten
    gieter, zo fier als een ~
    gieze
    giezen
    gif
    giftig
    gij
    gij nie wé rostn
    gij zijt (ook) (g)een ...
    gijle
    gijlie
    gildig
    gilet
    gilet, iemand tegen zijn ~ trekken
    gilette
    gilf
    gillette
    gilwe
    ginappel
    ginder
    ginderachter
    ginderachter, van ~
    Ginderachtergem
    ginne lach
    ginne niet, da's van ~
    ginne, geine
    ginneninne (gènne-n-ènne)
    ginneninne (geineneine)
    ginnins, (gènnèns)
    girten
    giscorrectie
    gisterenavond
    gladderig
    gladdig
    gladijzer
    gladplak
    glariën
    glas, een ~ uithebben
    glasbol
    glattig
    glazenmaker
    glazer
    gleierwerk
    gleierwinkel
    glets
    gletsen
    gletsjbaan
    glietsjerig
    glipper
    gloazen, een ~ assuranske
    globaal
    globaliseren
    globe
    gloeiendig
    gloeier
    glorie, zot van ~
    glumdingske
    glummetig
    goanewèè
    goar
    goase
    goë, iet ~ slaogen
    God den here
    God en klein Pierke
    God och Herekes!
    god zegene en god beware je
    god(s)cent
    God, er ~ geen erg in hebben
    godgansige
    godmedderieje
    godmiljaar, godmiejaar
    godsgenojje
    godshalver
    godsjeugdig
    godsnaam, in ~
    godsvrucht, naar ~ en vermogen
    godverdoeme
    godverdoemen
    godverdoemese
    godvergaemes
    godvergaemich
    godzjumenas
    godzjumes !
    goe besteld zijn
    goe bezig
    goe-en-kwawere maren
    goebe
    goeboter
    goed gedrag en zeden, bewijs van ~
    goed geladen
    goed gij
    goed(e), slecht(e)
    goed, de sfeer is ~
    goed, het ~ stellen
    goed, voor je eigen ~
    goed, voor ~ of voor kwaad?
    goed, voor ~ te zijn
    goed, zo ~ als dat ik het heb gehad
    goede ziel
    goede, van het ~ teveel
    goedgezind
    goedje
    goeds
    goei
    goei woorden geven
    goei, allemaal ~
    goei, bij de ~ zijn
    goeiboter
    goeie
    goeie punten halen
    goeie, in uwe ~ zijn
    goeivrouw
    goele
    goemmer
    goenk of gink
    goensdag
    goensdig
    goert
    goerte, uit m'n ~
    goeste
    goestendoender
    goesting
    goesting is koop
    goesting, ge moet er maar ~ voor hebben
    goesting, met of tegen zijn ~
    goesting, naar de ~ zijn
    goesting, pijn aan zijn ~ hebben
    goeten
    goets
    goetsemoets
    gogget
    gojslon
    gokchinees
    golf
    golfstok
    golge
    golle
    GOM
    gomgat
    gommela
    gommen
    gomscheur
    gooien, alles dicht ~
    gooien, wat ~ ze nu weer binnen
    goonsdig
    goorslagen
    gordel
    gordeldracht
    gordelen
    gorre
    gosselen
    gosset
    gotegat
    gouden elf
    goudenwerk
    goudstaafje
    gouverneur
    gouw
    graad
    graad, een zekere ~ van
    graaf
    graag zien
    graag, er niet ~ bij zijn
    graagte, met ~ en gegevenheid
    graaien
    gracht
    gracht, niet in zeven ~en tegelijk lopen
    gracht, oude koeien uit de ~ halen
    grad
    graden
    grage
    gralijk
    gram, geen ~
    grammatica X met Y in
    grammatica: gebiedende wijs
    Grammatica: gereduceerd lidwoord
    Grand Bazar
    graptjen
    gras afdoen
    gras afrijden
    gras, het ~ is altijd groener aan de andere kant
    grasbuikje
    grasduiker
    graskeit
    grasmachien
    grat
    graten, ergens geen ~ in vinden
    gratie, in de ~ vallen
    gratispolitiek
    graut
    grazeleir
    grèten
    greep
    grein
    greit
    greiten
    grellig
    greppe
    greumel
    greun aat
    greusdikke
    greutter
    gridsel
    Grieks Latijnse
    grielde
    grienen
    griepaal
    griepig
    griesbroead
    griete, ze tegen zijn ~ slaan
    grijper
    grijze gangsters
    grijzen
    griks
    gril
    grille
    grilpoort
    grimelen
    grimmen
    grinsen
    grinspot
    grippezeeker
    grispot
    gritsel
    gritselen
    grobbeke
    groeischeut
    groeite
    groeizegen
    groemele
    groemelevlaai
    groemelingen
    groemmelen
    groen
    groen achter de oren
    groen lachen
    groen zien van jaloezie
    groen zone
    groen, ~ haar hebben
    groendienst
    groene sleutel, de ~
    groene, last van een ~ hebben
    groene, ne ~
    groenigheid
    groensel
    groenselier
    groenselmerchang
    groentenhof
    groentje
    groentjes
    groenwerker
    groenzone
    groes
    groeve, de ~ bidden
    groeze
    grof brood
    grognarderen
    grojje
    grollen
    grond, de ~ in boren
    grond, van de ~ gaan
    gronde, ten ~
    gronden
    grondsmaak
    grondstroom
    grons
    gronsig
    groof doen
    groot blad, een ~ hebben
    groot nazicht
    groot vuil
    groot woord
    grootbank
    grootouderdag
    groots
    grootstad
    grootteorde
    grootwarenhuis
    grop
    groseel
    groseille
    groskes
    grosse caisse
    grossist
    grote
    grote kommische
    grote mensen
    grote routepad
    groupetto
    grozen
    gruetsj
    gruien
    grummeling
    grus
    grusdikke
    gruun, een ~ zijn
    gruuntje
    gruzelmenten
    gsm
    guddereejer
    guimauve
    guizen
    gulder
    gulpenruiker
    gummiboot
    gunstbehandeling
    gunstdag
    gunstkoop
    gunstmaatregel
    gunstprijs
    gunstregime
    gunsttarief
    gunstvoorwaarde
    gurde
    gurte
    gust
    gust, 1e ~
    guster
    guts
    gutsename
    gyproc

    Groot Nationaal Onderzoek
    Het Gentse Centrum voor Leesonderzoek is doorlopend op zoek naar deelnemers voor hun woordentest om de Nederlandse taal in kaart te brengen. Uw inbreng is zeer welkom!

    Het Vlaams woordenboek  |  Copyright © 2007-2012  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens  |  Algemene Voorwaarden