Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 'g'

    ga ge gi gl go gr gs gu gy

    De volgende 769 termen in onze databank beginnen met 'g':

    gaaien
    gaaischieting
    gaan
    gaan gaan
    gaan moeten bijnemen
    gaan zien
    gaanderij
    gaanhalen
    gaard
    gaarne
    gaarnot
    gaas
    gabardiene
    gabbe
    gadeslaan
    gaer
    gaffel
    gaffelen
    gaffelwrat
    gal
    galet, galetten
    galette
    galg
    galg, aan de ~ praten
    galjaar
    galleneute
    galoche
    galos
    gamel
    gamellenboefer
    gamin
    gaminneke
    gamma
    gang
    gang, in ~ schieten
    gang, de ~witten
    gang, een ~ gaan
    gang, iets in ~ steken
    gang, in ~ trekken
    gang, in ~ zijn met
    gang, op ~ gaan
    gangmaken
    gangzamig
    gans
    gans en gaar
    gaperke
    garagepoort
    garageverkoop
    garagist
    garant
    garant, aan zijn ~ komen
    garanti
    garçon
    garde
    gardeboe
    gardevil
    gareel
    garen geven
    garendraad
    garewij
    garing
    garnieren
    garoet
    garre
    garre, op een ~
    garreke
    gas
    GAS-boete
    gaslagen
    gassreerd
    gassreerde buzzesnijer
    gast
    gast, halve ~
    gast, volle ~
    gasten
    gasthuis
    gastrosnobie
    gasvuur
    gat
    gat, als gij iets in uwe kop hebt, dan hebt ge het ook niet in uw ~
    gat, ’t ~ in zijn
    gat, blijf achter mijn ~ uit
    gat, dat weet mijn ~ ook wel
    gat, de benen vanonder zijn ~ lopen
    gat, een ~ in de nacht
    gat, een ~ in uw cultuur
    gat, er een ~ in zien
    gat, er een ~ uit gaan
    gat, er een ~ vandoor gaan
    gat, er zijn ~ aan vegen
    gat, ge kunt mijn ~ kussen
    gat, half zijn ~
    gat, het geluk aan uw ~ hebben hangen
    gat, het geluk hangt niet aan uw ~
    gat, het zal uw ~ varen
    gat, het ~ klaar hebben
    gat, iets achter 't ~ doen
    gat, ik viel wijd oep m'n ~
    gat, ik zal uw ~ eens warmzetten
    gat, in iemands ~ boren
    gat, in iemands ~ zitten
    gat, in zijn ~ gebeten zijn
    gat, met zijn ~ in de boter vallen
    gat, mijn ~
    gat, ogen op uw ~ hebben
    gat, tegen uw ~
    gat, uw ~ ergens binnendraaien
    gat, uw ~ niet kunnen keren
    gat, van ze ~ geven
    gat, van zijn ~ geven
    gat, van zijn ~ schudden
    gat, wie zijn ~ verbrandt
    gat, zijn bloot ~ laten zien
    gat, zijn bloot ~ tonen
    gat, zijn ~ aan vegen
    gat, zijn ~ draaien
    gat, zijn ~ onder zijn arm pakken
    gatbol
    gatkaramel
    gatkogel
    gatkruiper
    gatlakei
    gatlekker
    gatlikker
    gatlomp
    gatplakker
    gats
    gatsekaak
    gatteklasjer
    gatvager
    gatverpielekes
    gaun
    gauw, op nen hik en ne ~
    gauwte, met de ~
    gazekont
    gazet
    gazet van antwerpen
    gazettenpraat
    gazettenwinkel
    gazon afrijden
    gès
    gés
    ge
    ge keunt 't nie al willen in't leven, veel beuter en een dikke maarte
    geassorteerd
    geëstomakeerd
    geëvolueerde
    geïnteresseerd zijn
    geïntoxiceerd
    gebakken bokes
    gebaren
    gebaring
    gebelde
    gebenedijd
    gebeur
    gebeurlijk
    gebiedende wijs
    geblokt
    geboortekostuum
    geboortelijst
    geboortepremie
    geboorteverlof
    geboortevlek
    gebreje
    gebronzeerd
    gebuisd
    geburen
    gebuur
    gebuurte
    gecarreaut
    gechareld
    gecharmeerd door
    geconventioneerd
    gedaan
    gedacht
    gedacht, een (goed) ~ van zijn eigen
    gedacht, er (g)een ~ van hebben
    gedacht, het ~ alleen al
    gedacht, iets van ~ zijn
    gedacht, in het ~ verkeren
    gedacht, van het ~ zijn
    gedaven
    gedderen
    gedereir
    gedeuns
    gediener
    gedoeme
    gedoen
    gedong
    gedrum
    gedrupte espe
    gedukkelijk
    geeën
    Geel
    geelogen
    geelverf
    geen ... of niets
    geen commentaar
    geen erg
    geen keure
    geen niet meer
    geen waar
    geenéén
    geep, zo smal als ne ~
    geern
    geestig
    geestigaard
    gefalleweerd
    geflets
    gefoemel
    gefolueerd
    gegeerd
    gegesticuleer
    gegeten en gedronken hebben
    gegeveld, goed ~ zijn
    gegoven
    gegoven is gegoven
    gegradueerd
    gegradueerde
    geheimstokerij
    geilogen
    geir
    geire
    geirnoar
    geit, klein ~en regenen
    geitenpoot
    geitje
    gejogen zijn
    gejost hebben
    gejost zijn
    gekapt
    gekapte dienst
    gekeerde soep
    gekend
    geklasseerd
    geklonken
    gekloot gelijk geen ander
    geknespel
    geknipte, de ~ man
    gekoksel
    gekonkelfoes
    gekort zijn
    gekort, wat is dat nu ~
    gekrabbel
    gekribbel
    gekuld
    gekweddel
    gekwetst
    gekwetste
    geladen
    geladen zijn gelijk ne muilezel
    gelak
    gelakas
    gelassesnéér
    gelènd
    geld als slijk verdienen
    geld opdoen
    geld trekken
    geldbeugel
    geldjode
    geldomhaling
    geldschuif
    gele briefkaart
    geleden van
    geleeg
    geleerd zijn
    gelei
    gelettig
    gelettige
    gelieve
    gelijk
    gelijk wat
    gelijk welke
    gelijk wie
    gelijkaardig
    gelijkvloer
    gelijkvloers
    gelijkvormig
    gelijkvormigheidsattest
    gelle
    gellen
    gelood
    geluidsmuur
    geluk is voor aardige mensen
    geluk, het ~ aan uw gat hebben hangen
    geluk, het ~ hangt niet aan uw gat
    gelukkiglijk
    gelukt zijn
    geluntig
    gelwe
    gemaan
    gemaat zijn met iemand
    gemacht
    gemak
    gemak, op zijn duizendste ~
    gemakkelijk
    gemakkelijkheidshalve
    gemaole
    gemeenschappelijk vakbondsfront
    gemeenschapsinstelling
    gemeenschapsonderwijs
    gemeenschapsraad
    gemeentebestuur
    gemeentenamen (Antwerpen)
    gemeentenamen (Vla-Brabant)
    Gemeentenamen Limburg
    gemeenteschool
    gemeentetaks
    gemeubeld
    gemist zijn
    gemotst, ~ zijn
    gen
    genaaid
    genadelijk
    genëdderd, er niet mee ~ zijn
    gendarm
    gendarme
    gendarmekweker
    gene vette
    gene worden, dat gaat er ~
    geneesmiddel, generisch ~
    geneesmiddel, wit ~
    genegerd zijn
    generen
    genereus
    generiek
    generisch geneesmiddel
    geniepigaard
    geniet, ergens ~ van hebben
    genieten, van iets ~
    genne vette
    genoffel
    genoux, naar de ~ zijn
    genster
    gepateeld
    geperkt
    gepermitteerd
    gepiereld, eraan ~ zijn
    gepijnd
    geplaatst, goed ~ zijn
    gepletterd
    geplogenheid
    gepolitoerd
    gepresseerd
    geproficiteerd
    geps
    geraadsel
    geraadzaam
    geraaktheid
    geradbraakt
    geraddel
    geraken
    geraken, (niet) binnen ~
    geran
    gerant
    gerechtelijke politie
    gerechtsdeskundige
    gerechtskind
    gereddel
    gereed
    gereie zijn
    gerellig
    geren zien
    geresweirds
    gerief
    geriekt
    gerieven
    gerij
    germ
    Germaanse
    gernaat
    gernat
    gerokken
    geroktaad
    gerokthad
    gerompeld
    gerre
    gerriks
    gersflakke
    geruchte
    geruchtenmolen
    gerust in zijn
    gerust van zijn
    gerust, zij(t) maar ~
    gerust, ~ laten
    geschampeerd
    gescheird
    geschenk, vergiftigd ~
    gescheten
    gescheten, dat is wat ~
    geschoept
    geschoren zijn met
    geschrent
    geschrift
    gesdoikel
    geseind staan
    geselen, andere katten te ~ hebben
    gesjareld
    gesjroeb
    geslaan
    gesloten bebouwing
    gesmachine
    gesneden, uit iemand ~ zijn
    gesofisticeerd
    gesofistikeerd
    gespen, rare ~ trekken
    gespoed zijn
    gespogen
    gesproken dagblad
    gessel
    gesseldop
    gesselen
    gestampt vol
    gestampte boer
    gestechel
    gestekakkse
    gesteken brood
    gesteld zijn
    gesteld, aan iets of iemand ~ zijn
    gestelde lichamen
    gesten hebben
    gesteveld en gespoord
    gestevent
    gestipt
    gestipte ij
    gestoken
    gestoppeleerde
    gestresseerd
    gestressseerd
    gestuikt
    gesyndikeerd
    gesyndikeerde
    geszaad
    get
    getappeseerd zijn
    getelefoneerd
    geten
    geten, ni ~ , mo gefret
    geterte
    getetter
    getieketakt
    getoekt zijn
    getoetst of getutst
    getopt en gedraaid
    getoucheerd
    getouter
    getouw, op het ~ zetten
    getouwtrek
    getrokken
    getrouwheidskaart
    getrouwheidspremie
    getten
    getteren
    getuig
    getuige van Jehova
    getweeëte
    geubbelen
    geunter
    geur, tegen de ~
    geuren
    geurhinder
    geute
    geuzzen
    gevaar
    gevang
    gevaren
    gevechtssport
    gevieren
    gevoeg, zijn ~ doen
    gevoeg, zijn ~ hebben
    gevoelig
    gevoelig aan
    gevore, tegen ~
    gewaere
    gewatched
    geweest hebben
    geweest, er over ~
    gewejde (gewaaide)
    geweldenaar
    geweldigaard
    gewent
    gewente
    gewest
    gewestweg
    geweten zijn
    geweten, niet willen ~ hebben
    gewettigde afwezigheid
    gewezzel
    gewichtheffen
    gewillig
    gewisseld en gedraaid
    gewonnen brood
    gewonnen, ~ zijn, ~ hebben
    gewoon
    gewoon zijn
    geworden
    geworden, laten ~
    geworeg
    gewrocht
    geydellen
    gezee
    gezever
    gezicht, afgestreken ~
    gezien
    gezien zijn
    gezind
    gezinte
    gezoden
    gezoden en gebraden
    gezondheidsindex
    gibbe
    gibberen
    gidon
    gids
    giedong
    giele, zijne ~ zien
    gielegar
    gielis
    gierigaard, we gaan langs de~
    gierige pin
    gieten
    gieter, zo fier als een ~
    gieze
    giezen
    gif
    gij
    gij nie wé rostn
    gij zijt (ook) (g)een ...
    gijle
    gildig
    gilet
    gilette
    gillette
    gilwe
    ginappel
    ginder
    ginderachter
    ginderachter, van ~
    ginne lach
    ginne niet, da's van ~
    ginne, geine
    ginneninne (geineneine)
    girten
    giscorrectie
    gladijzer
    glas, een ~ uithebben
    glattig
    glazenmaker
    gleierwerk
    gleierwinkel
    glets
    gletsen
    gletsjbaan
    glietsjerig
    glipper
    globaal
    globaliseren
    gloeiendig
    gloeier
    glumdingske
    goanewèè
    goar
    goase
    goë, iet ~ slaogen
    God en klein pierke
    God och Herekes!
    god(s)cent
    godgansige
    godmedderieje
    godmiljaar, godmiejaar
    godsgenojje
    godshalver
    godvergaemes
    godvergaemich
    godzjumenas
    godzjumes !
    goe besteld zijn
    goe bezig
    goeboter
    goed gedrag en zeden, bewijs van ~
    goed geladen
    goed gij
    goed(e), slecht(e)
    goed, de sfeer is ~
    goed, het ~ stellen
    goed, voor je eigen ~
    goed, zo ~ als dat ik het heb gehad
    goede ziel
    goede, van het ~ teveel
    goedgezind
    goei woorden geven
    goei, allemaal ~
    goei, bij de ~ zijn
    goeiboter
    goeie
    goeie punten halen
    goeie, in uwe ~ zijn
    goeivrouw
    goele
    goemmer
    goenk of gink
    goensdag
    goensdig
    goert
    goerte, uit m'n ~
    goeste
    goestendoender
    goesting
    goesting, naar de ~ zijn
    goeten
    goets
    goetsemoets
    gogget
    gojslon
    gokchinees
    golf
    golfstok
    golge
    golle
    GOM
    gommela
    gommen
    gooien, alles dicht ~
    goorslagen
    gordel
    gordeldracht
    gordelen
    gorre
    gosselen
    gosset
    gouden elf
    goudenwerk
    goudstaafje
    gouverneur
    graaf
    graag zien
    graaien
    gracht
    gracht, oude koeien uit de ~ halen
    grad
    graden
    grage
    gralijk
    gram, geen ~
    Grammatica (met, ~ voorzetsel)
    grammatica: gebiedende wijs
    Grammatica: gereduceerd lidwoord
    Grand Bazar
    graptjen
    gras afdoen
    gras afrijden
    gras, het ~ is altijd groener aan de andere kant
    grasbuikje
    grasduiker
    graskeit
    grasmachien
    grat
    graten, ergens geen ~ in vinden
    gratie, in de ~ vallen
    gratis-politiek
    graut
    grazeleir
    grèten
    grein
    greiten
    grellig
    greppe
    greumel
    greusdikke
    greutter
    gridsel
    Grieks Latijnse
    grielde
    grienen
    griepaal
    griepig
    griesbroead
    grijzen
    griks
    gril
    grille
    grilpoort
    grimelen
    grimmen
    grinsen
    grinspot
    grippezeeker
    gritsel
    gritselen
    groeizegen
    groemele
    groemelevlaai
    groemelingen
    groemmelen
    groen
    groen lachen
    groen zien van jaloezie
    groen, ~ haar hebben
    groendienst
    groene sleutel, de ~
    groene, last van een ~hebben
    groene, ne ~
    groenigheid
    groensel
    groenselier
    groenselmerchang
    groentenhof
    groentje
    groentjes
    groenzone
    groes
    groeve, de ~ bidden
    groeze
    grof brood
    grognarderen
    grojje
    grollen
    grond, de ~ in boren
    grond, van de ~ gaan
    gronden
    grondsmaak
    grondstroom
    grons
    groof doen
    groot blad, een ~ hebben
    groot vuil
    grootbank
    grootouderdag
    groots
    grootstad
    grootteorde
    grootwarenhuis
    grop
    groseel
    groseille
    groskes
    grosse caisse
    grossist
    grote
    grote mensen
    grote routepad
    groupetto
    grozen
    gruetsj
    gruien
    grummeling
    grus
    gruun, een ~ zijn
    gruuntje
    gsm
    guddereejer
    guimauve
    gulder
    gulpenruiker
    gummiboot
    gunstdag
    gunstkoop
    gunstprijs
    gunstregime
    gunsttarief
    gunstvoorwaarde
    gurde
    gurte
    gust
    gust, 1e ~
    guster
    guts
    gutsename
    gyproc

    Tip: Punthoofd.be. Het heetste nieuws in de Vlaamse media.

    Het Vlaams woordenboek  |  Copyright © 2007-2012  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens  |  Algemene Voorwaarden