Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 'b'

    ba bb be bh bi bj bk bl bo br bs bt bu bv bw

    De volgende 1264 termen in onze databank beginnen met 'b':

    ba Net in d'Huikstraat
    baa
    baai
    baalkatoen
    baamis
    baan
    baan doen
    baan, de ~ ruimen
    baan, met iemand over de ~ kunnen
    baan, onder de ~
    baancafé
    baanvak
    baanvast
    baanvastheid
    baar
    baarchoc
    baard
    baarvoets
    baaskapabol
    baaske
    babbeke
    babbeleir
    babbelette
    babbelgat
    babbelienge
    babbeltje doen
    babbelwater
    babelutte
    babyborrel
    babysit
    babyzitster
    bache
    bacheke
    bachten
    Bachten de Kupe
    bachten, naar ~
    backlijn
    bad'n
    badbloem
    badderen
    badkostuum
    badstad
    bagaar
    bagger
    bagon
    bajaak
    bajen
    bak
    bak, grijze ~
    bak, groene ~
    bak, in de ~ steken
    bak, vollen ~
    bakendoe
    bakfietsvlaming
    bakhuis
    bakken
    bakkenpie
    bakkersauto
    bakkes
    bakkesvol
    baklijn
    bakoven
    bakske
    baksteen, met een ~ in de maag geboren zijn
    baksteenslag
    bakvuil
    bal
    bal van de burgemeester
    bal, de ~ misslaan
    baladeuse
    balanschiere
    balayage
    balg
    balkatoen
    balkon
    balleke
    ballonnekeskop
    balsemazijn
    bamba
    bamesweer
    bamix
    bammekes
    banaanappel
    bancontact
    band
    band, door de ~ (genomen)
    bandbreuk
    banden leggen
    banden steken
    banderen
    bandieterij
    bandopnemer
    baneenk
    baneet
    bang hebben
    bang krijgen
    bangelijk
    banger
    bangescheet
    bangschijter
    baniet
    bank
    bank, een ~ achteruit
    bankbriefje
    bankfaling
    bankkaart
    bankuittreksel
    bankvijs
    banneke
    bar
    barakke
    baratin
    barbe à papa
    barbecu
    barbeteus
    bareel
    barema
    baremiek
    barlikken
    barm
    barometrische voor
    barrebitjes, de ~
    barreke
    barriere
    barsok
    barvoets
    bas-class
    basch
    bascule
    bashen
    baske
    basken
    basket
    basketter
    bassen
    basseng
    bassing
    bat
    bataklan
    batavie, den ~ jagen
    batje
    bats
    batsen, ~krijgen, ~geven
    batskop
    battaklang
    batteklank
    battement
    batteraaf
    batteren
    batterij
    bavet
    bawau
    baxter
    bazaar
    bazas
    bazatse
    bazepoeper
    bazet
    bazzelonjke
    bé euh
    béleke
    bémol
    böttelen
    bbi
    be lange na nog ni
    beantwoorden aan
    bebbe
    bebbeke
    bebbel
    bebbel, zijnen ~ staat nooit stil
    bebeetje
    beboffen
    bed, groot ~
    bed, het ~ aftrekken
    bed, uit het ~ klappen
    bedabbelen
    bedanking
    bedankt om te
    bedörven
    beddegoeds
    beddenbak
    beddenbak, jaloerse ~
    beddepisser
    bedding, eigen ~
    bedelen
    bedeling
    bedelke
    bedemelijk
    bedemme
    bedenking
    bederven
    bedevaarder
    bedicht
    bediejeme
    bediende
    bediendecontract
    bediendenstatuut
    Bednet
    bedodden
    bedoelen
    bedoenerig
    bedompt
    bedorven scheet
    bedorvendans
    bedot
    bedpan
    bedreiging met spraak en zinnebeelden
    bedretst
    bedrichten
    bedrijfsrevisor
    bedrukte moeder Gods
    bedzeiker
    beeën
    beeld zonder klank
    beeldeke
    beele
    beeleke
    been
    been, iets aan zijn ~ hebben
    beenhard
    beenhouwer
    beenhouwerij
    beenhouwersgast
    beenhouwersreis
    beentjes, zijn ~ mogen insmeren
    beer, de ~ opgegeten
    beer, mijnen ~ grolt
    bees
    beest, de ~ jagen
    beest, de ~ uithangen
    beest, het zwarte ~
    beest, met een ~ (op de rug) rijden
    beestenstiel
    beesterie
    beestig
    beestjen
    beet hebben, geen beet hebben
    beet, een ~ lachen
    beeweg
    bef, een ~ trekken
    begaaien
    begaaien, zich ~
    begankenis
    begankenis, zijn ~ gaan
    begaren
    begaringe
    begeuzze
    begeven, te ~
    beggelen
    begijnestraat, de ~
    begin, van in het ~
    beginavaan
    begingeneriek
    beginners luck
    begod
    begoed
    begoest (op)
    begost
    begot
    begraving
    begrepen tussen
    begroting in evenwicht
    begrotingsconclaaf
    behandeling, in ~ bij
    behauve
    beheerraad
    beiden
    beier
    beige
    beik
    beis
    bek de gaas
    bekakt
    bekampen
    bekan
    bekan, nog ni ~
    bekant
    bekeppen
    bekermatch
    bekeuzeld
    bekeuzelen
    bekhaar
    bekister
    bekke
    beklaagde
    beklappen
    bekleisterd
    beklijsteren
    beklopt
    bekomen
    bekommernis
    bekomste
    bekruizen
    bekt, het ~ hem niet
    bekukkelen
    bekwaam (om)
    bekwaam zijn om
    bekwikkelen
    belachelijkaard
    belang, (geen) ~ hebben
    belangenie
    belastingbelg
    belastingsbrief
    belauto
    belbus
    belen
    belen,
    belet
    beletten
    belezen
    belfort
    belgianiseren
    België
    belgicist
    Belgisch-Nederlands
    Belgitude
    belle
    belleboompje
    bellekentrek
    belleketrek doen
    bellemet
    bellemet houden
    bellemiesik
    bellen
    bellen, binnen zonder ~
    beloken
    belotten, op iemands hol kunnen ~
    Belsj trèkpaerd, wirke wie ein ~
    Belsj, op 't ~
    beluik
    bemerking
    bemeten
    bemeubeld
    bemmel
    bemmelen
    ben
    benadeligen
    benauwd zijn van
    bende
    bendig
    bendig zien
    beneden
    beneden alles
    beneejeste
    benefiet
    benemen
    benevolentie
    bengel
    bengelen, aan het staartje ~
    beniesd
    bennen
    benodigen
    benoemen
    benoemen, vast ~
    bepeizen, zich ~
    beplekken
    bepotelen
    ber(re)ves
    Berchem kerk, aan ~ staan
    berd
    berechten
    berechtigen
    beren
    bergaf
    bergop
    bergplaats
    berlikken
    berline
    beroep doen op
    beroep, hof van ~
    beroepsinschakelingstijd
    beroepsvrijwilliger
    beroesteren
    beroezen, zich ~
    berreves
    berrevoesj
    berrewet
    besannen
    besant da nie
    beschaamd
    beschaamd, ge moest ~ zijn
    beschallemen
    beschermslip
    bescheten commissie
    bescheten, een ~ kommissche
    beschrijf
    beschuitje
    beschutte werkplaats
    besjaar
    besjrapt
    beskiet weten of hebben
    beskiet weten/hebben
    beslag
    beslag maken
    beslagen
    beslaog op de hiëse
    beslissen te
    besnukken
    besparen
    besparingen
    bespoken
    bespokt
    bessem
    best
    besteken
    besteld, ze is wel ~
    bestemmeling
    bestendig
    bestendig afgevaardigde
    Bestendige Deputatie
    bestendige opdracht
    bestje
    bestoefen
    bestoeng
    bestuurder
    bestuurder, afgevaardigd ~
    bestuurssecretaris
    bet(te)
    betaalparking
    betaalstelling
    betalend
    betalend parkeren
    beten lachen
    beterhand, aan de ~ zijn
    beterkoop
    beternis
    beterweter
    betettelen
    beteugelen
    betichte
    betieketakt
    betonbaan
    betonkot
    betonneren
    betrachting
    betrouwen
    betsjoepen
    bette, een franke ~
    betteren
    betwisten
    betwisting
    beu
    beudelen
    beuf, den ~ zijn
    beuken
    beulen
    beuling
    beuling, zoete ~
    beurreput
    beurt, om ~
    beus
    beus, bùs
    beuter
    beuter, de ~ gaat dieren
    beuterraap
    beuzak
    beuze
    beuzegeld
    beuzeke
    beuzelen
    beuzze geven
    bevallingsrust
    bevallingsverlof
    bevek
    beverke
    beverse maat
    bevoordeligen
    bevordering
    bevragen
    bevragen, zich ~
    bevraging
    bewaarklas
    bewaarmiddel
    bewaarschool
    bewasemen
    bewijs van goed gedrag en zeden
    bewonerskaart
    bezatse
    beze
    bezetsel
    bezetter
    bezetting
    bezien
    bezien, het eens ~
    beziens, ~ hebben
    bezig houden met
    bezig zijn
    bezij
    bezinderde
    bezoedeling
    bezoek, geleid ~
    bezwarende omstandigheden
    BHV
    bibbelaren
    bibbelen
    bibberage
    bibberduik
    bibbergeld
    bibbermans
    biberong
    bibi
    bic
    bie
    bie, de ~ jallen
    bieënkorf
    biebeldebaubel
    biecht, uit de ~ klappen
    biefstuk, gepelde ~
    biekan
    bieke
    bielde
    bielle
    bien
    bier, klein ~
    bier, met de lip in het ~ hangen
    bierkaartje
    bierlippe
    biermarsjang
    bierpotteke(n)
    biertunne
    biervat
    bies
    biesjemuileke
    biestewiele
    biet
    bietebouw
    bietekwiet
    bieten
    bieten, de grote ~
    bieten, de klein ~
    bieter
    bieterkes
    bietskoemer
    biezabijs
    biezebommen
    biezenpaard
    bij
    bijbel
    bijberoep, in ~
    bijeenvegen
    bijgank
    bijhebben
    bijhorend
    bijhouden
    bijhuis
    bijjob
    bijkans
    bijkanst
    bijker
    bijkomen
    bijkomend
    bijkrijgen
    bijlage, in ~
    bijlange niet
    bijlezen
    bijou
    bijrijden
    bijs
    bijschudden
    bijsteken, een tandje ~
    bijten, 't bijt oech bekanst
    bijten, een frank in twee ~
    bijtreden
    bijval
    bijverschijnsel
    bijvijzen
    bijvragen
    bijwerken
    bijze
    bijzen
    bijzit
    bijzitten
    bijzonderste, het ~
    bik
    biker
    bikke
    bikkel
    bikkelen over iets
    bil
    bil, op zijn ~ schrijven
    bil, op zijn ~ slagen
    bilan
    bildik, het zit er ~op
    bilk
    billeke
    billekletser
    billeman
    billendoekje
    billenkletser
    billig
    bils
    biltaks
    bimbam
    bimbammen
    bin
    binet
    bing
    bingel
    bingo
    binnen
    binnen de
    binnen, het is ~
    binnenbas
    binnenbieër
    binnenbreken
    binnenbuk
    binnendoen
    binnendraaien
    binnengaan
    binnenkappen
    binnenkoer
    binnenleveren
    binnenpakken
    binnenrijven
    binnenschieten
    binnenslibberen
    binnensmijten
    binnenspelen
    binnenspringen
    binnenstebuiten
    binnensteken
    binst
    bio-ingenieur
    bisjaar
    biskandoese
    biske
    bissemkes
    bissen
    bisser
    bitsig
    bitskoemer
    bitskoemmer
    bitskommer
    bitteken
    bitterpee
    bivak
    bizjoe
    bjost
    BK
    blaadje, op een goed, slecht ~ staan (bij)
    blaaien
    blaaiges
    blaaike
    blaak
    blaak, op iemand zijn ~ speken
    blaan
    blaas, geen ~ van geloven
    blaas, geen ~ van(af) weten of kennen
    blaaskes wijsmaken
    blad
    blad, een frank ~ hebben
    blad, een groot ~ hebben
    blad, een lang ~ hebben
    blad, een vuil ~ hebben
    blaffeturen
    blaffetuur
    blaffetuurke
    blaffon
    blagaai
    blageur
    blaheur
    blak
    blak en bloot
    blaker
    blakke zon
    blakke, ten ~ komen
    blamot
    blanc, bleu, belge
    blankenbergse rekening
    blanket
    blaren
    blauw zeen
    blauw, zo ~ als een schalie
    blauwe steen
    blauwe, de ~
    blauwen
    blavetuur
    blaze
    blazen trekken
    blazer
    blazerke
    blètekoesse
    blèten
    blötsj
    bled
    bled, den ~
    bledje
    bleek
    bleekblauwappelgroen
    bleekschijter
    bleik
    blein
    bleiten
    bleiter
    bleitkous
    bleitmasjien
    bleitsoepe
    blek
    blekke, in uwe ~
    blekken
    blekne doze
    blekslager
    blekstifte
    bles
    blet
    bletsjen, bletsje
    bleu
    bliëns
    blienk
    blij, iedereen ~ houden
    blijde intrede
    blijf, geen ~ weten met iets
    blijk
    blijten
    blijven plakken
    blijven, er in ~
    blink
    blinken
    blinken, staan te ~
    blinken, staan ~
    blitsen
    bloc, à ~
    bloedend lam
    bloednuchter
    bloedspeen
    bloeien
    bloeling
    bloem
    bloemekee
    bloemekes, de ~ buiten zetten
    bloemen noch kransen
    bloemenstoet
    bloemsuiker
    bloemzak
    bloende
    blojke
    blok
    blok, de ~ erop leggen
    blokbeest
    blokje rond
    blokken, van buiten ~
    blokletteren
    blokmaker
    blokpolis
    blokrijden
    blokskes
    blokskes (alleen mv)
    blokverzekering
    bloodwoosj
    bloot
    bloot gat tonen
    blootsepoeper
    blootskops
    bloskes
    blot
    blote
    blote kontenkop
    bloten, in zijn ~
    blotsaard
    blotte
    blottekop
    Blotten
    blouzen
    bluspoeder
    bluts
    bluts, de ~ met de buil
    blutsekakker
    bo(e)nsteren
    boam
    boamestaat
    boîte
    Bob
    bobcampagne
    bobijn
    bobijn, het ~ is af
    bobineren
    bobineur
    bobke
    bobo
    bobon
    bocht
    bockeriejers
    boddelstenen
    bodem uit het hart geslagen
    boebel
    boebelen
    boebenoend
    boecht
    boef, op de wilde ~
    boefen
    boefer
    boefkick
    boei
    boejemer
    boejot
    boejote
    boek
    boek kaarten
    boek, op de ~
    boek, op zijn ~, maar niet uit zijn broek
    boekee
    boekel
    boekelees
    boeken toedoen of dichtdoen
    boekenbeurs, de ~
    boeketje
    boeksheiring
    boekske
    boekstring
    boel
    boeleke
    boeleke, plat ~
    boellen, uw ~ hebben
    boem, naar de ~
    boemboem
    boemel
    boemel, op den ~ gaan
    boemelaar
    boemelèr
    boemmerskonte
    boenk
    boenk erop
    boenkbij
    boenken-boenken
    boenkmuziek
    boer
    boer, geeft die ~ een stoel
    boer, gestampte ~
    boeregat
    boereleute
    boeren, erdoor ~
    boerenboef
    boerenbuiten, op den ~
    boerenjaar
    boerenpeerd
    boerenpeerd, een gat gelijk een ~
    boerenteen
    boerentram
    boereslag
    boerke
    boerke(n)
    boertje
    boes
    boeschcammeré
    boesjkammeree
    boever
    boffer
    bogaardhesp
    bogerd
    boi
    boite
    boj
    bojemer
    bok, iemand bij de ~ zetten
    bok, ~ staan
    bokaal
    bokaalglas
    bokbonen en veldkeien
    boke
    bokes met confituur eten
    bokkenpoot
    bokkig
    boks
    boksen, hij ziet ze ~
    bokshennik
    boksotootje
    boktand
    bol
    bolhoorde worden
    bollaerts
    bolleke
    bolleket
    bollen
    bollenwinkel
    boloorde, ergens ~ van komen
    bolwassing
    bom
    bom, geen ~ kunnen schelen
    bomauto
    bomberen
    bombie
    bomen komen elkaar niet tegen
    bomma
    bommaziekte
    bommel
    bommen, niets kunnen ~
    Bommerskonten
    bommersvol
    bompa
    bon
    bon, de ~
    bond
    bonen knopen, vooruitgaan lijk ~
    bonen, de ~ gefret hebben
    bonen, vooruitgaan als ~ knopen
    bongske
    boni
    bonjourmadammeke
    bonk
    bonk, er ~opzitten
    bonken
    bonker
    bonkmuziek
    bonmama
    bonpapa
    boodje
    boodschap van algemeen nut
    boogscheut
    boogvulders
    boom
    boom, den hoogsten ~ in kunnen
    boom, den ~ in kunnen
    boontje, een ~ hebben voor iemand
    boontje, loontje komt om zijn ~
    boontje, zijn ~ s te week leggen op
    boord
    boorddocumenten
    bootje
    booze
    boozen
    bordèl, in ~ laten
    bordeelsluiper
    bordel
    bordel maken
    borduur
    bordvager
    boreling
    borrel
    borstbol
    borstel
    borstel, er met de grove ~ door gaan
    borstelen
    borstvalling
    borstvoedingsverlof
    bos, den ~ in zijn
    bosbrek (brek)
    bosjten
    bosklas
    bospoeper
    bosselekop
    bosselenneke
    boste
    bot
    boter, de ~ gevreten hebben
    boterham, een glazen ~
    boterkoek
    botermelk
    boterspekke
    botram
    botramme, de meiste ~ hubbe veer op
    bots
    bots over den toog
    bots, een ~ gehad
    bots, iets doen op den ~
    botsbal
    botserkes
    botsing
    bottel
    botten
    botten, amai mijn ~
    botten, de ~
    botten, de ~ mee kunnen aanvangen
    botten, er de ~ van kennen of kunnen
    botten, er zijn ~ aan vegen
    botten, in zijn ~ slaan
    botten, in zijn ~ zijn
    botten, kust mij ~
    botten, met zijn zatte ~
    botten, naar de ~ zijn
    botten, nul de ~
    botten, om de vijf ~
    botten, op geen ~ trekken
    botten, rubberen ~
    botten, uit zijn ~ slaan
    botten, van mijn ~ zijn
    botten, zijn ~ afdraaien
    botten, zijn ~ schuren
    botten, zijn ~ uithangen
    botten, zijn ~ vegen aan iets
    botten, zijn ~ vol hebben
    bottepress
    botteram
    botteren, van den trap ~
    bottie
    bottine
    bottinekes, de ~
    bottinnen
    botvink
    bouchend (vol)
    boudoir
    bougeren
    bougie
    boule de l'yser
    boulet
    boulevard, den ~ doen
    boullie
    boutekeet
    bouwheer
    bouwpromotor
    bouwsalon
    bouwtoelating
    bouwverlof
    bouwwerf
    boven
    boven, ~ halen
    bovenarms, er ~ op zitten
    bovenbaremiek
    bovenhalen
    bovenhand, de ~halen
    bovenkamer, het in zijn ~ hebben
    bovenop, er ~ zijn
    bowlingen
    boysband
    bra
    bra goed
    braa
    braai
    braan
    braddelen
    braderen
    braderij
    braft
    braggelen
    brak
    brakken
    brakker
    brakkevolk
    braksje
    brammen
    branchelet
    brand
    brand, alles in de ~ laten
    brand, een ~ omschrijven
    brand, iem. in den ~ laten
    brand, in 't ~
    brand, in de ~laten
    brand, uit de ~ slepen
    branddeeg
    brandglas
    brandje
    brandraam
    brangelet
    branzlee
    brassen
    brassière
    brat
    bratsen
    bratser
    breeddenkend
    breedsmoelkikker
    breefel
    brei
    breiden
    breien
    brek
    brek, zo zuur als ~
    breken
    breken, niet veel potten ~
    brekken
    bremel
    bremelen
    bremelenvlaai
    bremheks
    bremstig
    bres
    bretel
    Bretoens
    breuzeling(e)
    breuzem
    brevet
    brevieren
    bric-à-brac
    brieen
    briefke, het zal een ~ geweest zijn
    briefomslag
    brieftas
    briek
    brielen
    brielpot
    brier
    brievenbwotte
    brik
    brikkebekker
    brikkeljon
    brikkenbakker
    brilaap
    brille(n)mans
    brillekas
    brillekasse
    brillendoos
    brio, met ~
    briquet
    brislam
    broadwoosj
    broane, da kan menne ~ nie trekken
    brobbel
    brocanterie
    brodden
    brodderen
    broebelen
    broeder, de ~ niet zijn
    broeders van liefde
    broedsrees
    broeike
    broeikoardig
    broek vol goesting
    broek, de ~ dragen
    broek, er zijn ~ aan vegen
    broek, in zijn ~ krabben
    broek, uit de ~ geschud
    broek, zijn ~ afsteken
    broekemaal
    broekhoest
    broekkous
    broekschieter
    broekschijter
    broeksriem
    broekvager
    broekvent
    broekverbranding
    broem, een ~ aan hebben
    broenken
    broenker
    brokke, 'n ~ van...
    brokkelaar
    brokken verscheen
    brokkepap
    brokkiljon
    broklinge
    brol
    brolkoord
    brom
    brombees
    brommel
    brommelenvlaai
    brontjeswater
    brood, Frans ~
    brood, gewonnen,verloren ~
    brood, veel ~ op de plank
    brooddoos
    broodje vuste met mullepaté
    broodje, zijn ~ is gebakken
    broodjes, platte ~ bakken
    broodwijding
    broodwit
    broos
    bros
    broske
    brossen
    brot
    brousse
    brouwer
    brudge
    brueker
    brug
    brug, de ~ maken
    bruggelegger
    brugpensioen
    bruin zeep, met ~ onder uwe neus
    bruin, iets ~ maken
    bruine
    bruinsel
    bruiswater
    brul
    Brussel
    Brussel Frans
    Brussel Vlaams
    brusselen
    brut
    brutsen
    brutte
    bruud
    bruutgaweg
    bruzeling
    BSO
    btw-briefje
    bubbel
    bubbelfolie
    bubbelklas
    buche
    bucht
    bucht, met den ~ zitten
    buchten
    budgettering
    bufstek
    buik, daarvoor zou ik mijne blote ~ tonen
    buik, gras op zijn, haar ~ hebben
    buik, schrijf dat maar op uw ~
    buik, zijnen ~ rechtuit spreken
    buikgevoel
    buikschuiver
    buikstabij
    buil
    building
    buis
    buislamp
    buist
    buiten
    buiten gebruik
    buiten zijn
    buiten, den ~
    buiten, iets van~ weten
    buitenbonjoeren
    buitendien
    buitengewoon overleg
    buitenjassen
    buitensmijter
    buitenspel
    buitenvliegen
    buitenwipper
    buize
    buizen
    buketette
    bukken
    bulex
    Bulken
    bulle
    bulleke
    bullen
    bulles
    bulletijn
    bult
    bunkeren
    bureautica
    bureel
    burgemeesterssjerp
    burgemette
    burgemeutte
    burger
    burgerlijk ingenieur
    burgerlijke aansprakelijkheid
    burin
    burotica
    burrelen
    bus
    buschage
    busgarde
    bushaven
    bushinder
    busjhen
    buskesschool
    buskestamp
    buskop
    buskotje
    bussel
    bussen
    busstik
    bust
    bustel
    bustje kappen
    butereedner
    buts
    butter
    buumen
    buurtweg
    buurtwerking
    buzestove
    buzze
    buzze geven
    buzzeke
    buzzevlees
    BV
    bvba
    bweik

    Tip: Punthoofd.be. Het heetste nieuws in de Vlaamse media.

    Het Vlaams woordenboek  |  Copyright © 2007-2012  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens  |  Algemene Voorwaarden