Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 'b'

    ba bb bd be bh bi bj bk bl bo br bs bt bu bv bw by

    De volgende 2288 termen in onze databank beginnen met 'b':

    b(e)rust
    B-attest
    B-FAST
    B-LIFE
    B-partij
    ba
    ba Net in d'Huikstraat
    baa
    baai
    baalkatoen
    baalzak
    baamis
    baamispacht
    baan
    baan doen
    baan, de ~ ruimen
    baan, grote ~
    baan, langs de ~
    baan, met iemand over de ~ kunnen
    baan, onder de ~
    baancafé
    baandancing
    baanhotel
    baanjanet
    baanrestaurant
    baanvak
    baanvast
    baanvastheid
    baanwinkel
    baar
    baarchoc
    baard
    baard, een ~ als een wereld
    baard, iemand de ~ afdoen
    baarvoets
    baas
    Baas Gansendonck
    baaskapabol
    baaske
    babbeke
    babbel
    babbel, aan de ~ slagen
    babbel, een ~ slagen
    babbeleir
    babbelen
    babbelette
    babbelgat
    babbelienge
    babbeltje doen
    babbelwater
    Babelonie
    Babelse spraakverwarring
    babelutte
    babyborrel
    babysit
    babyzitster
    bac’er
    baccer, eerste ~
    bache
    bacheke
    bachten
    Bachten de Kupe
    bachten, naar ~
    backlijn
    bad'n
    bad, mee in ~ trekken
    badbloem
    badden
    badderen
    baden
    badgen
    badkostuum
    badstad
    bafaf
    bagaar
    bagger
    bagon
    baigneur
    bain de soleil
    bajaak
    bajaat - mobajaat
    bajen
    bak
    bak, grijze ~
    bak, groene ~
    bak, het is ~
    bak, in de ~ schuiven
    bak, in de ~ steken
    bak, in den ~ vliegen
    bak, juffra mag ik uw lijf is door den ~ sleuren
    bak, uwe ~ vol krijgen
    bak, van de ~ bijten
    bak, vollen ~
    bakel
    bakendoe
    bakfietsbobo
    bakfietsvlaming
    bakhuis
    bakje
    bakkeljauw
    bakken
    bakken, gaan ~
    bakkenpie
    bakkenweer
    bakkerij, industriële ~
    bakkerin
    bakkersauto
    bakkersgast
    bakkes
    bakkes, met zijn ~ tegen de muur lopen
    bakkes, op uw ~
    bakkes, vuil ~
    bakkes, zijn ~ afspelen
    bakkesgekret
    bakkesvol
    baklijn
    bakoven
    bakske
    bakske (Baquet de Charleroi)
    baksteen in de maag
    baksteen, met een ~ in de maag geboren zijn
    baksteenpolitiek
    baksteenslag
    bakvuil
    bal
    bal marginal
    bal populaire
    bal van de burgemeester
    bal, de ~ misslaan
    bal, geen rotte ~ hebben
    baladeuse
    balanschiere
    balayage
    baleine
    Balense Reus
    balg
    baljuw
    balk, op de ~ schrijven
    balkatoen
    balkdonker
    balken onder zijn ogen hebben
    balkhaas
    balkon
    balleke
    ballonneke
    ballonnekeskop
    ballotin
    balsemazijn
    balusterdraaier
    balustraat
    bamba
    bamesweer
    bamistijd
    bamix
    bammekes
    banaanappel
    banaba
    banama
    banbliksem
    bancontact
    band
    band, door de ~ (genomen)
    bandbreuk
    banden leggen
    banden steken
    banden, de lucht uit ~ halen
    banderen
    bandiet
    bandieterij
    bandopnemer
    baneenk
    baneet
    bang hebben
    bang krijgen
    bang, zij niet ~
    bangelijk
    banger
    bangerig
    bangescheet
    bangschijter
    baniet
    banink
    bank
    bank, een ~ achteruit
    bankbriefje
    banken
    banken, applaus op alle ~
    bankencrisissen
    bankfaling
    bankkaart
    bankrekeninguittreksel
    bankuittreksel
    bankvijs
    banneke
    banque russe
    bar
    barak
    barakkenmannen
    barakske
    baratin
    barbe à papa
    barbecu
    barbeteus
    barcadaine
    barcadère
    bareel
    barema
    baremiek
    bareng
    barlikken
    barm
    barometrische voor
    baron zeep
    baronie
    barre
    barrebitjes, de ~
    barrechoc
    barreke
    barreren
    barrevoets tot aan de kop
    barriere
    barsok
    barvoets
    basbeest
    basch
    bascule
    baseren, zich ~ op
    bashen
    basher
    basisakte, de ~ zijn van iets
    basismilitant
    baske
    basken
    basket
    basketsloef
    basketsloefkes
    basketten
    basketter
    basse-classe
    bassen
    bassen, niks te ~ hebben
    basseng
    bassing
    bastion
    bat
    bataklan
    batavie, den ~ jagen
    batavie, van uwen ~ geven
    batje
    bats
    bats, geen ~
    batsen, ~krijgen, ~geven
    batskop
    battaklang
    batteklank
    battement
    battendoet
    batteraaf
    batteren
    batterij
    battevieren
    bauling
    bavet
    bawau
    baxter
    bazaar
    bazas
    bazatse
    bazemaker
    bazenpoeper
    bazepoeper
    bazet
    bazoef
    bazooka, zijn ~ bovenhalen
    bazzelonjke
    bazzewat
    bazzewatten
    bèirekoed
    bé euh
    bél dél
    bémol
    böttelen
    bùs
    BBI
    BBT
    BDW
    BE
    be lange na nog ni
    beantwoorden aan
    bebabbelen
    bebabbelen, iemand ~
    bebbe
    bebbeke
    bebbel
    bebbel, zijnen ~ staat nooit stil
    bebber
    bebberen
    bebeetje
    beboeren
    beboffen
    bebouwing, halfopen ~
    bec de gaz
    bed, groot ~
    bed, het ~ aftrekken
    bed, het ~ opdekken
    bed, uit het ~ klappen
    bedabbelen
    bedampen
    bedanking
    bedankt om te
    bedörven
    beddegoeds
    beddenbak
    beddenbak, jaloerse ~
    beddenbak, politieke ~
    beddepisser
    beddes
    bedding
    bedding, eigen ~
    bedecht, echt ~
    bedeenen
    bedelen
    bedelen, huis aan huis ~
    bedeling
    bedeling, huis aan huis ~
    bedelke
    bedelzang
    bedelzangtraditie
    bedeme
    bedemelijk
    bedemme
    bedenking
    bederven
    bedevaarder
    bedevaardster of bedevaarster
    bedicht
    bediejemend lijtem, lijtze daa
    bedieme
    bediende
    bediendecontract
    bediendencontract
    bediendenstatuut
    bediendenvakbond
    bediendevakbond
    Bednet
    bedodden
    bedoelen
    bedoenerig
    bedomen
    bedompt
    bedorven
    bedorven scheet
    bedorven, beter een oude kapot gelijk een jonge ~
    bedorven, rot ~
    bedorvendans
    bedot
    bedpan
    bedreiging met spraak en zinnebeelden
    bedretst
    bedrichten
    bedrijfsinkomen
    bedrijfslast
    bedrijfslasten
    bedrijfsrevisor
    bedrijfsuitgave
    bedrijfsvoorheffing
    bedrijfswagen
    bedrogen maagd
    bedrukte moeder Gods
    bedspon
    beduveld zijn
    bedzeiker
    beeën
    beeld zonder klank
    beeld, een ~ ophangen van iemand
    beeldeke
    beeldemager
    beele
    beeleke
    beelekesboek
    been
    been, het is geen ~ af
    been, iets aan zijn ~ hebben
    been, op een ~ kunt ge niet staan
    beenhard
    beenhouwer
    beenhouwerij
    beenhouwersbiefstuk
    beenhouwersgast
    beenhouwersreis
    beentjes, zijn ~ mogen insmeren
    beenverwarmer
    beer
    beer doen met iemand
    beer, de ~ opgegeten
    beer, mijnen ~ grolt
    beer, mijnen ~ begint te dansen
    beer, voor het geld danst de ~
    beer, zo vet als nen ~
    beerkar
    beerlelijk
    beerput
    Beerschot
    beervat
    bees
    beest, de ~ jagen
    beest, de ~ uithangen
    beest, het zwarte ~
    beest, met een ~ (op de rug) rijden
    beest, slechte ~
    beestekoud
    beesten, feesten gelijk de ~
    beestenstiel
    beesterie
    beestig
    beestigheid
    beestjen
    beet hebben, geen beet hebben
    beet krijgen, geven
    beet, een ~ lachen
    beetelen
    beeweg
    beeze
    bef, den ~ jagen
    bef, den ~ zijn
    bef, een ~ trekken
    begaaien
    begaaien, zich ~
    begaan
    begankenis
    begankenis, zijn ~ gaan
    begaren
    begaringe
    begeuze
    begeven, te ~
    beggelen
    begijn, naakte ~
    begijnestraat, de ~
    begijnhof
    begin, van in het ~
    beginavaan
    begingeneriek
    beginnen bellen
    beginnen met infinitief
    beginners luck
    beginwedde
    begod
    begoed
    begoest (op)
    begore
    begost
    begosten
    begot
    begotsig
    begotteke, het heel ~
    begrafenisdienst
    begraven lijk een hond
    begraven, in alle intimiteit ~
    begraving
    begrepen tussen
    begrijpe wie begrijpen kan
    begrinsen
    begroting in evenwicht
    begrotingsconclaaf
    begrotingsput
    begrotingswaakhond
    behandeling, in ~ bij
    beharde
    beharzen
    beheerraad
    beheersovereenkomst
    behoudingsgezind
    beiaardcantus
    beiden
    beien
    beier
    beige
    beik
    beir
    beire
    beirechance
    beiren
    beistewiele
    bek
    bekakt
    bekampen
    bekan
    bekan, nog ni ~
    bekans
    bekanst
    bekant
    bekeken, het voor ~ houden
    Bekende Vlaming
    bekennen, zijn eigen ~
    bekeppelen
    bekeppen
    bekermatch
    bekeuzeld
    bekeuzelen
    bekhaar
    bekister
    bekke
    bekken
    bekker
    beklaagde
    beklagen, zich ~
    beklappen
    beklassen
    bekledderen
    beklemtonen
    bekletsen
    beklijsterd
    beklijsteren
    beklopt
    beklopt zijn
    bekomen
    bekommernis
    bekomste
    bekort, in ~ zitten
    bekrozen
    bekruizen
    bekt, het ~ hem niet
    bekukkelen
    bekuttelen
    bekwaaamheidsdiploma
    bekwaam (om)
    bekwaam zijn om
    bekwaamheidsbewijs
    bekwame helper
    bekwikkelen
    bel-etage
    bel-me-niet-meer-lijst
    belachelijkaard
    belang, (geen) ~ hebben
    Belang, ’t ~
    belangenie
    belangenneming
    belangenvermenging
    belanghebbende
    belastingbelg
    belastingregering
    belastingsbrief
    belauto
    belbos
    belbus
    Belcongo
    beleken
    belen
    belet
    beletten
    belezen
    belezen, iemand laten ~
    belfort
    Belg, oude ~
    belge, à la ~
    Belgen, nieuwe ~
    belgengevoel
    Belgenland
    belges, les petits ~
    belgetariër
    belgetarisch
    Belgian Bullets
    Belgian Cats
    Belgian Tornado´s
    belgianiseren
    België
    België barst
    België, het lelijkste land ter wereld
    België-bashing
    België-gevoel
    Belgicain
    belgicaniseren
    Belgicisme
    belgicist
    belgicistisch
    Belgiek
    Belgique de papa
    Belgisch compromis
    Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid
    Belgisch witblauw
    Belgisch-Nederlands
    Belgische bijnamen
    Belgische bijnamen van inwoners
    Belgische bijnamen van plaatsen
    Belgische blauwe steen
    Belgische blauwsteen
    Belgische Boerenbond
    Belgische chocolade
    Belgische dienst voor de Serveerkunst van het Bier
    Belgische knoop, de ~
    Belgische sportploegen
    Belgistan
    belgitude
    belgofiel
    Belgofonie
    belgofoob
    Belgosceptisch
    belgotariër
    Belgwording
    belle
    belleboompje
    bellefleurke
    belleketrek
    belleketrek doen
    belleman
    bellemet
    bellemet houden
    bellemiesik
    bellen
    bellen, binnen zonder ~
    beloftevol
    beloken
    belotten, op iemands hol kunnen ~
    belpop
    Bels Lijntje
    Belsj trèkpaerd, wirke wie ein ~
    Belsj, op ’t ~
    belt, het ~
    beluik
    belwaarde
    bemerking
    bemeten
    bemeubeld
    bemeubelen
    bemmel
    bemmelen
    bemokkeld
    bempd
    ben
    ben beginnen
    benadeligen
    benauwd zijn van
    benauwdheid
    benauwschijter
    bende
    bende van Nijvel, de ~
    Bende-onderzoek
    bendedossier
    bendig
    bendig zien
    bendigaard
    beneden
    beneden alles
    beneden de taalgrens
    beneejeste
    benefiet
    benemen
    benen, de ~ van onder zijn gat lopen
    benen, floeren ~
    benen, zijn ~ onder tafel steken
    benevolentie
    bengel
    bengelen, aan het staartje ~
    beniesd
    benne
    bennen
    benodigen
    benoemen
    benoemen, vast ~
    benoold
    benoolderik
    benoveren
    bepaald, meer ~
    bepeisen
    bepeizen, zich ~
    beplaasteren
    beplekken
    beplokken
    bepotelen
    bepoumpelen
    ber(re)ves
    Berchem kerk, aan ~ staan
    Berchem, in ~ afstappen
    berd
    berdelen
    berechaanse
    berechten
    berechtigen
    bereide schotel
    beren
    beren, als ge wilt ~ moet ge niet achter de kar lopen
    berenpoot
    Berg van Rupel
    berg, de ~ opgaan
    bergaf
    bergop
    bergplaats
    beridderen
    berkoos
    berkuus
    Berlijn, over ~ naar Parijs rijden
    berlikken
    berline
    berlok
    beroep doen op
    beroep, hof van ~
    beroepscentrale
    beroepsdopper
    beroepsernst
    beroepsinschakelingstijd
    beroepsmisvorming
    beroepsschool
    beroepsvervolmaking
    beroepsvrijwilliger
    beroesteren
    beroezen, zich ~
    Berre en Fluppe
    berreves
    berrevoesj
    berrevoets
    berrewet
    Bert den Bleiter
    besannen
    besant da nie
    beschaamd
    beschaamd, ge moest ~ zijn
    beschallemen
    bescheed, ~ zijn of geven
    bescheidelijk
    beschermde werkplaats
    bescherming, civiele ~
    bescheten commissie
    bescheten, een ~ kommissche
    bescheten, er ~ bijliggen
    beschetterd
    beschikken, kunnen ~
    beschrijf
    beschuitje
    beschuldigde
    beschutte werkplaats
    besengske
    besjaar
    besjrapt
    beskiet weten of hebben
    beslag
    beslag maken
    beslagen
    beslagmaker
    beslagrechter
    beslaog op de hiëse
    beslegen
    beslissen om te
    beslissen te
    beslissing treffen, een ~
    beslissingscentrum
    beslissingsnemer
    besloten hof
    besluiten
    besneten
    besnukken
    besparen
    besparing
    besparingen
    besparingstrein
    bespoken
    bespokt
    besprengelen
    bessem
    bessem, zijn plaats is waar den ~ staat
    best
    best geplaatst zijn om iets te weten
    best, voor het ~e
    bestaan uit
    bestaansonzeker
    bestatigen
    beste beuter
    besteken
    besteld, ze is wel ~
    bestellen
    bestellen, een onderzoek ~
    bestemmeling
    bestendig
    bestendig afgevaardigde
    Bestendige Deputatie
    bestendige opdracht
    bestieren
    bestje
    bestoefen
    bestoefing
    bestoeng
    bestoppen
    besttijd
    bestuurder
    bestuurder, afgevaardigd ~
    bestuurssecretaris
    betaald educatief verlof
    betaalparking
    betaalstelling
    betalend
    betalend parkeren
    bete
    betekenisvol
    beten lachen
    beterhand, aan de ~ zijn
    beterkoop
    beternis
    beterweter
    betets
    betettelen
    betetterd
    beteugelen
    beteugeling van de openbare dronkenschap
    Bethlehem, naar ~ gaan
    betichte
    betichting
    betieketakt
    betinteld
    betoelagen
    betoelaging
    betoging, nationale ~
    betonbaan
    betonkot
    betonneren
    betonstop
    betrachten
    betrachtiging
    betrachting
    betrapelijk
    betrapen
    betrouwen
    betsjoepen
    bette
    bette, een franke ~
    betteren
    betterfood
    betwisten
    betwisting
    beu
    beu als kou(de) pap
    beu, iets ~ gehoord zijn
    beudelen
    beuken
    beulen
    beuling
    beuling, zoete ~
    beurelen
    beurreger
    beurreput
    Beurs van Libramont
    beurstaks
    beurt, om ~
    beurtelings parkeren
    beurtrol
    beurtstaking
    beurtsysteem
    beus
    beuter
    beuter, de ~ gaat dieren
    beuterraap
    beuzak
    beuze
    beuzegeld
    beuzeke
    beuzeke, in ´t zelfste ~ steken
    beuzel
    beuzelaar
    beuzelen
    beuzelpraat
    beuzemie
    beuzen
    beuzze geven
    beuzzeke
    beuzzen
    bevallingsrust
    bevallingsverlof
    bevattelijk
    bevek
    bevel, in ~
    beven
    bever
    beverik
    beverke
    beverse maat
    bevoegd persoon
    bevoegdheid
    bevoordeligen
    bevordering
    bevragen
    bevragen, zich ~
    bevraging
    bevreemdend
    bewaad
    bewaarklas
    bewaarmiddel
    bewaarschool
    bewaden
    bewakingsfirma
    bewasemen
    beweging
    bewerkelijk
    bewijs van goed gedrag en zeden
    bewinnen
    bewonerskaart
    bewoud
    bezaan
    bezatse
    beze
    bezeken, gelijk ~ zijn
    bezekoek
    bezem, nieuwe ~s keren goed
    bezen
    bezenuwen
    bezenuwing
    bezetsel
    bezetter
    bezetting
    bezien
    bezien, het eens ~
    bezien, iemand niet meer ~
    bezien, voor ~ houden
    beziens hebben
    bezig houden met
    bezig zijn
    bezig zijn aan 't (met inf)
    bezighouddienge
    bezighouden, zich nuttig en in stilte ~
    bezij
    bezinderde
    bezittelijke voornaamwoorden
    bezoedelen
    bezoedeling
    bezoek, geleid ~
    bezoekersploeg
    bezorgen
    bezouw
    bezwadderen
    bezwarende omstandigheden
    bezze
    BHV
    BHV, het ~, een ~, de ~
    Biafra, van ~ komen
    Biafraan
    bib
    bibbelaren
    bibbelen
    bibberage
    bibberduik
    bibbergeld
    bibbermans
    bibberpremie
    biberong
    bibi
    bibieke
    bibliotheekplicht
    bic
    bidon
    bie
    bie ’t uutkomn
    bie, de ~ jallen
    bieënkorf
    biebeldebaubel
    biecht, uit de ~ klappen
    biechten, te ~ komen
    biechtewaar
    biechtstudie
    biefstuk, gepelde ~
    biefstuk-friet
    biefstukkensocialisme
    biehal
    biekaar
    biekan
    bieke
    bielde
    bielle
    bien
    bieper
    bier, bruin ~
    bier, in het ~ vliegen
    bier, klein ~
    bier, met de lip in het ~ hangen
    bierbak
    bieremoji
    bierkaartje
    bierlippe
    biermarsjang
    bierpotteke(n)
    biersteker
    biertunne
    biervat
    bies
    biesjödde
    biesjemuileke
    biestewiele
    biet
    bietebauw
    bietebol
    bietekwiet
    bieten
    bieten, de grote ~
    bieten, de klein ~
    bieten, het zwijn door de ~ jagen
    bietengrens, de ~
    bieter
    bieterkes
    bieteut
    bietskoemer
    biezabijs
    biezebommen
    biezenpaard
    biezze
    bij
    bij de buk zetten
    bij het haar getrokken zijn
    bij iets gaan
    bij manier van spreken
    bij met een pers. vnw.
    bij ons achter
    bij zijn haar getrokken
    bijaanvullen
    bijbel
    bijberoep, in ~
    bijeen, veel ~ doen
    bijeenkeren
    bijeenkoeken
    bijeennijpen
    bijeenscharen
    bijeenvegen
    bijgank
    bijhebben
    bijhorend
    bijhorigheid
    bijhouden
    bijhuis
    bijinscheppen
    bijjob
    bijkans
    bijkanst
    bijker
    bijkippen
    bijkomen
    bijkomend
    bijkomende vakantiedag
    bijkrijgen
    bijlage, in ~
    bijlange geen
    bijlezen
    bijna krieke
    bijnemen
    bijopdoen
    bijopscheppen
    bijou
    bijpakken
    bijpremie
    bijrijden
    bijs
    bijscheppen
    bijschudden
    bijspieën
    bijstandsverzekering
    bijsteken, een tandje ~
    bijten, 't bijt oech bekanst
    bijten, een frank in twee ~
    bijten, van de bak ~
    bijter
    bijtijds
    bijtreden
    bijval
    bijverschijnsel
    bijvijzen
    bijvragen
    bijwerken
    bijze
    bijzen
    bijzit
    bijzitten
    bijzitter
    bijzonder
    bijzonder onderwijs
    bijzonderste, het ~
    bik
    biker
    bikke
    bikkel
    bikkelen over iets
    bil
    bil, kwart van mijnen ~, de wekker staat stil
    bil, op zijn ~ schrijven
    bil, op zijn ~ slagen
    bil, op zijnen ~ schrijven
    bilan
    bilaterales
    bildik, het zit er ~op
    biljettenautomaat
    bilk
    billeke
    billekesboek
    billekletser
    billeman
    billenkletser
    billig
    bils
    biltaks
    bimbam
    bimbammen
    bimbawt
    bimbout
    bin
    bindteken, het ~ zijn
    bindtekst
    binet
    bing
    bingel
    bingo
    binnen
    binnen de
    binnen doen
    binnen en buiten
    binnen zijn voor de regen
    binnen, het is ~
    binnenbas
    binnenbieër
    binnenbreken
    binnenbrengen
    binnenbuk
    binnendoen
    binnendoor
    binnendoorweg
    binnendraaien
    binnengaan
    binnengaan, goed ~
    binnenkappen
    binnenkippen
    binnenkoer
    binnenkomen langs de grote poort
    binnenleveren
    binnenpakken
    binnenpiepen
    binnenpost
    binnenrijven
    binnenschieten
    binnenschieten, te ~
    binnenslibberen
    binnenslippen
    binnensmijten
    binnenspelen
    binnenspringen
    binnenstebuiten
    binnensteken
    binnenwaaien
    binnenweg
    binnenzicht
    binnen~ en buitengaan
    binnen~ en buitenlopen
    binnen~ en buitenspringen
    binnen~ en buitenwippen
    binst
    binsten
    bio-ingenieur
    BIR
    birren
    bisjaar
    biskandoese
    biske
    biskeren
    bisnummer
    bissemkes
    bissen
    bisser
    bisstudent
    bist
    bistmeutte
    bitsig
    bitske
    bitskoemer
    bitskoemmer
    bitskommer
    bitteken
    bitterballenakkoord, het ~
    bittere
    bitterpee
    bivak
    bize
    bizjoe
    bjost
    bjuin
    BK
    blaadje, op een goed, slecht ~ staan (bij)
    blaadjesdraaier
    blaaien
    blaaier
    blaaiges
    blaaike
    blaak
    blaak, op iemand zijn ~ speken
    blaan
    blaas
    blaas, geen ~ van geloven
    blaas, geen ~ van(af) weten of kennen
    blaas, helaas het is een ~
    blaaskes verkopen
    blaaskes wijsmaken
    blaasmarathon
    blaasuit
    blabla en boemboem
    blad
    blad, een frank ~ hebben
    blad, een groot ~ hebben
    blad, een lang ~ hebben
    blad, een vuil ~ hebben
    blad, steen, schaar
    bladselder
    blaedje
    blaffetuur
    blaffetuurke
    blafon
    blafonneren
    blagaai
    blageur
    blaheur
    blak
    blak en bloot
    blaker
    blakke zon
    blakke, ten ~ komen
    blamot
    Blanc Bleu Belge
    blancoteren
    Blankenberge
    blankenbergse rekening
    blanket
    blaren
    blaren, zo rap als de ~ die waaien
    blauw ket
    blauw sjiek
    blauw zeen
    blauw, zo ~ als een schalie
    blauwe geschelpte
    blauwe steen
    blauwe zak
    blauwe, de ~
    blauwen
    blauwsel, doddeke
    blauwvoet
    Blauwvoeterie
    blavetuur
    blaze
    blazen
    blazen trekken
    blazen, warm en koud ~
    blazer
    blazerke
    blètekoesse
    blèten
    blèter
    blötsj
    bled
    bled, den ~
    bleddeken
    bledderke
    bledje
    bleek
    bleek, op iemand zijnen ~ speken
    bleekblauwappelgroen
    bleekschijter
    bleekselder
    bleik
    bleik, van mijnen ~
    blein
    bleitbakkes
    bleitbakkes, ’t is weeral een ~
    bleiten
    bleiten, dat is om een oog uit te ~
    bleiter
    bleitfilm
    bleitkous
    bleitmasjien
    bleitsmoel
    bleitsoepe
    blek
    bleke algerijn
    blekke
    blekke, in uwe ~
    blekkemuziek
    blekken
    blekne doze
    blekslager
    blekstifte
    bles
    blet
    bletsjen, bletsje
    bleu
    bleuke
    bleureke
    bleuzen
    bleuzoard
    bliëns
    blienk
    blies
    bliezen
    blij, iedereen ~ houden
    Blijde Inkomst
    blijde intrede
    blijf, geen ~ weten met iets
    blijf, met zichzelf geen ~ weten
    blijk
    blijkelijk
    blijten
    blijven plakken
    blijven, erin ~
    blinde, we gaan zien zei de ~ en hij zag nooit
    blinden
    blink
    blinkborstel
    blinkdoos
    blinken
    blinken in zijn vel
    blinken van contentement
    blinken, staan te ~
    blinken, staan ~
    blitsen
    bloasmeziek
    bloc, à ~
    bloedappelsien
    bloeden, ga maar al liggen ~
    bloedend lam
    bloedgever
    bloednuchter
    bloedspeen
    bloeien
    bloeike
    bloeikes van kinderen
    bloeling
    bloem
    bloemekee
    bloemekes, de ~ buiten zetten
    bloemekeskleed
    bloemen
    bloemen noch kransen
    bloemenist
    bloemenstoet
    bloementuil
    bloemenwinkel
    bloempanch
    bloempatat
    bloempot, met ~ten gooien
    bloemsuiker
    bloemzak
    bloende
    bloeneuze
    bloesbroek
    bloesem~
    blojke
    blok
    blok, de ~ erop leggen
    blokbeest
    blokfuif
    blokkage
    blokken
    blokken, van buiten ~
    blokletteren
    blokmaker
    blokmakerij
    bloknagel
    blokperiode
    blokpolis
    blokrijden
    blokske
    blokske rond
    blokskes
    blokstrooien
    blokverzekering
    blokzwien
    blokzwijn
    blome, de ~ boete zètte
    bloodwoosj
    bloos
    bloot
    bloot doen
    bloot gat tonen
    bloot op tafel
    blootje, in zijn ~ gezet
    blootsepoeper
    blootskops
    bloske
    bloske, wit ~
    bloskes
    Bloso
    blot
    blote
    blote kloten
    blote kontenkop
    blote misere
    blote, het ~
    bloten, in zijn ~
    blotsaard
    blotte
    blottekop
    blotten, het kan me niet ~
    blouzen
    bluister
    blunderboek
    bluspoeder
    bluts
    bluts, de ~ met de buil
    blutsekakker
    blutsen
    blutsepoeper
    bo
    bo(e)nsteren
    boam
    boan
    boawe
    boîte
    BOB
    bob - actie
    Bob-campagne
    BOB-chauffeur
    bob-upcontrole
    bobcampagne
    bobijn
    bobijn, mijn ~ is af
    bobine, mijn ~ is op
    bobineren
    bobineur
    bobke
    bobo
    bobon
    bobonne
    bocht
    bocht, een ~ maken
    boddelsteen
    bodderen
    bodding
    bodemattest
    bodemstaal
    boebel
    boebelen
    boebelen, ergens ~ van krijgen
    boebenoend
    boechelaar
    boechelarij
    boechelen
    boechel~
    boecht
    boecht van de Aldi
    boef
    boef, op de wilde ~
    boefdoef
    boefen
    boefer
    boefkick
    boegese koek
    boegesheipke
    boegget
    boei
    boejemer
    boejot
    boejote
    boek
    boek kaarten
    boek, op de ~
    boek, op den ~ vliegen
    boek, op zijn ~, maar niet uit zijn broek
    boekee
    boekel
    boekelees
    boeken
    boeken toe
    boeken toedoen of dichtdoen
    boeken, de ~ neerleggen
    boeken, de ~ sluiten
    boekenbeurs, de ~
    boekeneut, mv.:~ en
    boekerdekoek
    boekerij
    boeksheiring
    boekske
    boekske, vuil ~
    boekskes, de ~
    boekstring
    boel
    boel maken
    boeleke
    boeleke, plat ~
    boelie
    boellen, uw ~ hebben
    boelmaker
    boelzoeker
    boem
    boem, naar de ~
    boembam
    boemboem
    boemeket
    boemel, op den ~ gaan
    boemelaar
    boemelèr
    boemelen
    boemeltrein
    boemerstvol
    boemlala
    boemmerskonte
    boempatat
    boemsen
    boenk
    boenk erop
    boenk-knots
    boenkbij
    boenken-boenken
    boenkmuziek
    boer
    boer, een gat is een gat zei de ~ en kroop op zijn varken
    boer, er een ~ mee van zijn paard kunnen kloppen
    boer, geeft die ~ een stoel
    boer, gestampte ~
    boer, nen dikke ~
    boeregat
    boereleute
    Boeren van Olen
    boeren, de domste ~ hebben de dikste patatten
    boeren, erdoor ~
    boerenboef
    Boerenbond, Belgische ~
    boerenbuiten
    boerenbuiten, op den ~
    boerenjaar
    boerenkot
    Boerenkrijg
    boerenpeerd
    boerenpeerd, een gat gelijk een ~
    boerenpuit
    boerenput
    boerenteen
    boerentram
    boereslag
    boeries
    boerin, schoonste ~ van Vlaanderen
    boerke
    boerke(n)
    Boerken
    boerkoos
    boertje
    boes
    boeschcammeré
    boeshamer
    boesjen
    boesjkammeree
    boesterink
    boestijd
    boet
    boetefonds
    boeten
    boetiek, het is niet veel van ~
    boetjer
    boever
    boezem, in eigen ~ kijken
    boezembrood
    boezen
    boffen
    boffer
    bogaard
    bogerd
    boi
    boite
    boj
    bojemer
    bok, iemand bij de ~ zetten
    bok, ~ staan
    bokaal
    bokaalglas
    bokaalglazen
    bokbonen en veldkeien
    boke
    bokes met confituur eten
    bokken
    bokkepoot
    bokker
    Bokkeriejers
    bokkig
    Bokrijk, een ~
    Bokrijk, goed voor ~
    Bokrijk, het ~ van
    bokrijkgehalte
    boks
    boksen, hij ziet ze ~
    boksen, iets in elkaar ~
    bokshennik
    boksotootje
    boktand
    bol
    bol, bolleke
    bol, iemand de ~ wassen
    bol, in uw ~ steken
    bolcontainer
    bolhoedje
    bolhoorde worden
    Bolivië
    bollaert
    bollekète
    bolleke
    bolleket
    bollen
    bollenwinkel
    bolletje rood kleuren
    bollo smieto
    boloorde, ergens ~ van komen
    bolwassing
    bolwassing, een ~ krijgen
    bolwassing, iemand een ~ geven
    bom
    bom, geen ~ kunnen schelen
    bom, naar de ~ zijn of gaan
    BOM-wet
    bomauto
    bomberen
    bombie
    bomen afdoen
    bomen komen elkaar niet tegen
    bomma
    bommama
    bommaziekte
    bommeke
    bommekesschiet
    bommel
    bommen, niets kunnen ~
    bommengordel
    bommenstevol
    Bommerskonten
    bommersvol
    bommersweer
    bompa
    bompapa
    bon
    bon, de ~
    bonbonnière
    bond
    bonen knopen, vooruitgaan lijk ~
    bonen van genuchten
    bonen, de ~ gefret hebben
    bonen, vooruitgaan als ~ knopen
    bonenklakker
    bonestaak
    bongske
    boni
    bonificatie
    bonjouren, buiten ~
    bonjourmadammeke
    bonk
    bonk, er ~ opzitten
    bonken
    bonker
    bonket
    bonkmuziek
    bonmama
    bonneke
    bonpapa
    boodje
    boodschap van algemeen nut
    boogscheut
    boogvulder
    boogvulders
    boom
    boom, den hoogsten ~ in kunnen
    boomgaardhesp
    boomke wies
    boomkor
    boontje, een ~ hebben voor iemand
    boontje, loontje komt om zijn ~
    boontje, zijn ~ s te week leggen op
    boord
    boord, aan ~ leggen
    boorddocumenten
    boordsteen
    boorling
    boos
    boot, van den ~ gevallen
    bootje
    bootjesbier
    booze
    boozen
    bord opeten
    bordèl, in ~ laten
    bordeaux zak
    bordeelsluiper
    bordel
    bordel maken
    bordendraaier
    borduur
    bordvager
    boreling
    Borgerokko
    borrel
    borrelnootjes
    borstbol
    borstel
    borstel verf
    borstel, er met de grove ~ door gaan
    borstel, zijn plaats is waar den ~ staat
    borstelen
    borstvalling
    borstvoedingsverlof
    bortelen
    bos
    bos, den ~ in zijn
    bos, heel het ~
    bos, heulen met de wolf die in het ~ leeft
    bosbarometer
    bosbehoudsbijdrage
    bosbrek
    boscompensatiefonds
    bosjten
    boskaart
    boskesbonen
    bosklas
    bosklassen
    bospoeper
    bosselder
    bosselekop
    bosselenneke
    bossen afdoen
    bossen, in ~ en kanten
    boste
    Bostroeëneir
    Bosuil, den ~
    bot
    bot, door den ~
    bot, in ~ staan
    boter, de ~ gevreten hebben
    boter, een haar in de ~
    boteren
    botergalette
    boterham
    boterham, dat is een hele ~
    boterham, een glazen ~
    boterham, er een hele ~ aan hebben
    boterham, iet voor bij den ~
    boterhammen maken
    boterhammendoos
    boterhammensaucisse
    boterhammensossis
    boterhammentaks
    boterkoek
    botermelk
    boterpapier
    boterspekke
    boterstand
    botram
    botramme, de meiste ~ hubbe veer op
    bots
    bots over den toog
    bots, een ~ gehad
    bots, iets doen op den ~
    bots, op de ~
    bots, valse ~
    botsauto
    botsbal
    botsbollig
    botsen, op uw kop gevallen en blijven ~
    botserkes
    botsing
    botst, klinkt het niet, dan ~ het maar
    botste
    bottel
    botten
    botten, amai mijn ~
    botten, de ~
    botten, de ~ mee kunnen aanvangen
    botten, er de ~ van (werkwoord)
    botten, er de ~ van kennen of kunnen
    botten, er geen ~ van (werkwoord)
    botten, er geen ~ van geloven
    botten, er zijn ~ aan vegen
    botten, het in zijn ~ hebben
    botten, in zijn ~ slagen
    botten, in zijn ~ zijn
    botten, kust mijn ~
    botten, met zijn zatte ~
    botten, naar de ~ zijn
    botten, nul de ~
    botten, om de vijf ~
    botten, op geen ~ trekken
    botten, rubberen ~
    botten, uit zijn ~ slaan
    botten, van kust mijn ~
    botten, van mijn ~ zijn
    botten, zijn ~ afdraaien
    botten, zijn ~ schuren
    botten, zijn ~ uithangen
    botten, zijn ~ vegen aan iets
    botten, zijn ~ vol hebben
    bottenpres
    botter
    botteram
    botteren
    botteren, van den trap ~
    bottie
    bottine
    bottinekes, de ~
    bottinnen
    botvink
    botvinken
    bouchend (vol)
    boudoir
    bougeneren
    bougeren
    bougie
    bougieke
    bouillie
    boule de Berlin
    boule de l’yser
    boulet
    bouletten, naar de ~
    boulevard, den ~ doen
    boullie
    boulogneworst
    boursier
    boutade
    boutekeet
    bouten, met kanten en ~
    bouw
    bouwheer
    bouwhoek
    bouwlot
    bouwpromotor
    bouwsalon
    bouwschil
    bouwtoelating
    bouwverlof
    bouwwerf
    bouwzone
    boven
    boven de taalgrens
    boven mijn kop kunt ge groeien, maar niet boven mijn hand
    boven zijn stand leven
    boven, ~ halen
    bovenarms, er ~ op zitten
    bovenbaremiek
    bovenbouw
    boveneen
    bovenhalen
    bovenhand, de ~ halen
    bovenhands, er ~ op zitten
    bovenhemmeke
    bovenkamer, het in zijn ~ hebben
    bovenlijfke
    bovenop, er ~ zijn
    bovenschuppen
    bovenspitten
    bovenwind
    bovenwoning
    bovenzicht
    bowlingen
    boysband
    bra
    bra goed
    braa
    braadkieken
    braai
    braaien
    braan
    Brabançonne
    brad
    braddelen
    braderen
    braderie
    braderij
    braft
    braggelen
    braggelen en smaggelen
    brak
    brak, zo zoet als ~
    brak, zo zuur als ~
    brakken
    brakker
    brakkevolk
    braksje
    brallen
    brammen
    branchelet
    brand
    brand , het kot in ~ steken
    brand, alles in de ~ laten
    brand, een ~ omschrijven
    brand, iem. in den ~ laten
    brand, in ’t ~
    brand, in de ~laten
    brand, uit de ~ slepen
    brandalcohol
    branddeeg
    brandend actueel, ~ zijn
    brandglas
    brandglasraam
    brandje
    brandkoffer
    brandraam
    brangelet
    branzlee
    bras d'honneur
    brassen
    brassière
    brat
    brats
    bratsen
    bratser
    brave little Belgium
    breeddenkend
    breeden
    breedhoeklens
    breedsmoelkikker
    breedsprakerig
    breefel
    breekcentrale
    breekwerf
    breen
    brehang
    brei
    breidelwet
    breiden
    breien
    brejen
    brek
    brek, zo zuur als ~
    breken
    breken, niet veel potten ~
    brekken
    brem stoken
    bremel
    bremelen
    bremelenvlaai
    bremheks
    bremstig
    breneerders
    brenne
    brennerig
    bres
    bres dichten
    bresilienne
    bretel
    bretellen, hou u vast aan uw ~
    Bretoens
    breugelfeest
    breugelkermis
    breughelbuffet
    breughelfeest
    breugheliaans
    breughelkermis
    breughelkop
    breughelmaaltijd
    breughelspek
    breugheltafel
    breurke
    breuzeling(e)
    breuzem
    brevet
    brevieren
    breydelspek
    bric-à-brac
    bricolage
    bricoleerwerk
    bricoleren
    bricoleur
    brieen
    briefke
    briefke, het zal een ~ geweest zijn
    briefomslag
    brieftas
    briek
    briel
    brielen
    brielpot
    brier
    briere
    briet
    brievenbwotte
    brijzeling
    brik
    brikkebekker
    brikkeljon
    brikken
    brikkenbakker
    brilaap
    briljanteerder
    briljanteerwerk
    brille(n)mans
    brillekas
    brillekasse
    brillendoos
    brio, met ~
    briquet
    brislam
    Brisselt
    broadwoosj
    brobbel
    brocanterie
    broche
    brod
    brodden
    brodderen
    broebel
    broebelaar
    broebelbad
    broebelen
    broebelwater
    broeder, de ~ niet zijn
    broeders van liefde
    broeike
    broeikoardig
    broek van ’t gat
    broek vol goesting
    broek, aan zijn ~ houden
    broek, de ~ dragen
    broek, er zijn ~ aan vegen
    broek, het vier in de ~ hebben
    broek, het vuur in de ~ hebben
    broek, in uw ~ schijten en hallelulja zingen
    broek, in zijn ~ doen
    broek, in zijn ~ kakken
    broek, in zijn ~ krabben
    broek, in zijn ~ schijten
    broek, uit de verkeerde ~ geschud zijn
    broek, uit de ~ geschud
    broek, van hetzelfste laken een ~
    broek, zijn ~ afsteken
    broek, zijn ~ aftrekken
    broek, zijn ~ niet kunnen toehouden
    broek, zijn ~ scheuren
    broekemaal
    broekhoest
    broekkous
    broekschieter
    broekschijter
    broeksriem
    broekvager
    broekvent
    broekventje
    broekverbranding
    broekzak
    broem
    broem, een ~ aan hebben
    broenken
    broenker
    broes
    brokke
    brokke, ’n ~ van
    brokkelaar
    brokkelen
    brokken verscheen
    brokkenparcours
    brokkepap
    brokkiljon
    broklinge
    brol
    brolkoord
    brom
    brombees
    brommel
    brommelenvlaai
    brontjeswater
    bronzeren
    brood, Frans ~
    brood, gewonnen, verloren ~
    brood, smijt er een ~ naartoe en het komt gesneden terug
    brood, veel ~ op de plank
    broodbodding
    brooddoos
    broodje vuste met mullepaté
    broodje, zijn ~ is gebakken
    broodjes, platte ~ bakken
    broodjes, verkopen als zoete ~
    broodsuiker
    broodwijding
    broodwit
    broos
    bros
    broske
    brosselen
    brossen
    brousse
    brouwer
    brouwer, waar de ~ komt, moet de bakker niet komen
    brozem
    bruëken
    bruëker
    brubbelen
    brudge
    brue
    Bruegel
    brug
    brug, de ~ maken
    brugdag
    Brugel
    Brugge weg en weer zonder haperen
    bruggelegger
    Bruggeling
    bruggepensioneerde
    brugpensioen
    bruin bier
    bruin dreef
    bruin zeep, met ~ onder uwe neus
    bruin, iets ~ maken
    bruine, dat kan mijne ~ niet trekken
    bruinsel
    bruis
    bruiswater
    bruitage
    bruiteur
    brul
    brunn, den ~ zien
    Brussel
    Brussel Frans
    Brussel Nationaal
    Brussel staat in brand
    Brussel Vlaams
    Brussel, als het regent in Parijs dan druppelt het in ~
    Brusselaars
    Brusseleir
    brusselen
    Brusseles
    Brussels Gewest
    Brussels Hoofdstedelijk Gewest
    Brusselse baronieën
    Brusselse Kaas
    Brusselse Rand
    Brusselse wafel
    Brusselse ziekte, de ~
    brut
    brute pech
    bruteur
    brutowedde
    brutsen
    brutte
    bruttekee
    bruttes
    brutzak
    bruud
    bruudruuster
    bruur
    bruutgaweg
    Bruxellistan
    bruzeling
    BSB
    BSD
    BSO
    btw-briefje
    bubbel
    bubbelfolie
    bubbelklas
    buche
    Buchenwald, uit ~ komen
    bucht
    bucht van de Aldi
    bucht, met den ~ zitten
    buchten
    budgettaire oefening
    bufstek
    buggyhond
    buiencarrousel
    buik, daarvoor zou ik mijne blote ~ tonen
    buik, gras op zijn, haar ~ hebben
    buik, in de ~ van de samenleving
    buik, schrijf dat maar op uw ~
    buik, zijnen ~ rechtuit spreken
    buikepit
    buikgevoel
    buikschuiver
    buikstabij
    buikstorm
    buikziektig
    buil
    building
    builnuzzing
    buis
    buislamp
    buisprof
    buist
    buisvak
    buiten
    buiten gebruik
    buiten gekeken worden
    buiten zijn
    buiten, den ~
    buiten, er niet ~ kunnen
    buiten, iets van ~ weten
    buitenbonjoeren
    buitendien
    buitendragen
    buitengaan
    buitengebliksemd worden
    buitengewoon onderwijs
    buitengewoon overleg
    buitengooien
    buitenjassen
    buitenkappen
    buitenkieperen
    buitenkijken, iemand ~
    buitenkippen
    buitensjotten
    buitensmijten
    buitensmijter
    buitenspel
    buitensteken
    buitenuit, naar ~
    buitenvliegen
    buitenwieteren
    buitenwippen
    buitenwipper
    buitenzicht
    buitenzien, iemand ~
    buitenzwieren
    buiten~
    buize
    buizen
    buizer
    bukenaffel
    bukepit
    buketette
    bukken
    bulex
    bulken
    bulle
    bulleke
    bulleklopper
    bullen
    bullen en benen
    bulletin
    bult
    bult, zich een ~ verschieten
    bunder
    bunkeren
    bunsel
    bunselen
    bureauke, op een ~ zitten
    bureauruimte
    bureautica
    bureel
    bureelerij
    burgemeester, bal van de ~
    burgemeester, lijst van de ~
    burgemeester, titelvoerend ~
    burgemeesterssjerp
    burgemette
    burgemeutte
    burger
    burgerdienst
    burgerlijk ingenieur
    burgerlijke aansprakelijkheid
    burgerlijke begrafenis
    burgerlijke bescherming
    burgerlijke partij
    burgerlijke partijstelling
    burin
    burotica
    burrelen
    burten
    bus
    busbing
    buschage
    busgarde
    bushaven
    bushinder
    busjhen
    buske
    buskesschool
    buskestamp
    buskop
    buskotje
    busschen
    bussel
    busselen
    busseltafel
    bussen
    bussen, ze smijten ze met ~ binnen
    busstik
    bust
    bustel
    bustje kappen
    butereedner
    buts
    butsen
    butter
    buumdroeger
    buumen
    buurtinformatienetwerk
    buurtweg
    buurtwerking
    buus
    buuschen
    buut
    buuten
    buzestove
    buzze
    buzze geven
    buzze laveurs
    buzzesnijder
    buzzevlees
    BV
    bvba
    bweik
    byekes

    Hulp gezocht!
    Wil je graag meebouwen aan de taalatlas van de Nederlandse taal?
    Taalverhalen zoekt nieuwe vaste correspondenten voor haar mini taalonderzoekjes.

    Leer je Nederlands?
    NedBox.be is een gratis website om op een leuke manier Nederlands te oefenen, via tv-fragmenten en krantenartikels.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.