Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 'k'

    ka ke ki kj kl km kn ko kr ku kw

    De volgende 1531 termen in onze databank beginnen met 'k':

    k-way
    ka
    kaai
    kaak
    kaake
    kaakslag
    kaakslagflamingantisme
    kaal, van een kale reis terugkomen
    kaantjessaus
    kaap
    kaapis
    kaar
    kaarkesvolk
    kaars, mijn ~ is uit
    kaarsjespisser
    kaarspoor
    kaart, de ~ trekken van
    kaart, grijze ~
    kaarten op tafel
    kaarten, daar kan je op ~
    kaartershuis
    kaarting
    kaartje, een ~ leggen
    kaartjesknipper
    kaas
    kaas, de ~ van tussen uw brood laten halen
    kaas, uwe ~ laten
    kaasavond
    kaasendoemper
    kaaskant
    kaaskop
    kaasschaafprincipe
    kaasschenkel
    kaasschotel
    kaat
    kabaan
    kababbel
    kabas
    kabas, iemand ne ~ geven
    kabassen
    kabba
    kabbelen
    kabberdoeske
    kabeele
    kabernet
    kabine
    kabine, iemand nen trok in zijn ~ geven
    kabinet
    kabinetard
    kabinetchef
    kabinetsadviseur
    kabinetsattaché
    kabuizen
    kachtelgat
    kadastraal inkomen
    kaddemie
    kadee
    kader
    kaderen, ~ in
    kadijs
    kadotteren
    kadrement
    kadukelijk
    kadul
    kadul slaan
    kaduuk
    kaeke
    kael
    kaeren (kaere)
    kaffebeus
    kaffeebeus
    kaffie
    kaffiebal
    kaffiezatte
    kafkieken
    kaft
    kahoele
    kajieten
    kajoebereer
    kajonkelen
    kajotter
    kajut
    kajuut
    kak
    kak aan zijn gat hebben
    kak van Maria
    kak, dat is andere ~
    kak, gene kouwe ~
    kak, komen gelijk grote ~
    kak, met ~ in de broek
    kak, uwe ~ inhouden
    kak, zijne ~ inhouden
    kak, zijne ~ intrekken
    kak, ~ of gene ~, de pot op
    kaka
    kaka doen
    kakbruin
    kakelen, ~ kan iedereen maar eiers leggen niet
    kaken, rode ~ krijgen
    kakkebeulleke
    kakkeboon
    kakkebroek
    kakkedore
    kakkelatje
    kakkemenne
    kakken
    kakken op
    kakkenest
    kakker
    kakkerie
    kakkermoikkes
    kakkernest
    kakkestoel
    kakkewalk
    kakmadam
    kakmentjes
    kakschool
    kal
    kalandizie
    kalant
    kale reis, van een ~ terugkomen
    kalf
    kalf, daar ligt het ~ gebonden
    kalfs
    kalfsblanket
    kalfslas
    kaliche
    kalichehout
    kalisieklutser
    kalisjenhout
    kalisse
    kalissen
    kalissenhout
    kalk
    kalkaar
    kalkeerpapier
    kalken kop
    kalkerneilige
    kalle
    kalle met de haak
    kalleien
    kallekot
    kallen
    kalliesjeklutser
    kaloemerke
    kaloot
    kalot
    kalpei
    kalut
    kamant
    kamazool
    Kamer, de ~
    kameren
    kammelot
    kammezöälke
    kamp, van ~ veranderen
    kampernoelie
    kan
    kandidaatsdiploma
    kandidatuur, zijn ~ stellen
    kane
    Kanegem, van - komen
    kaneunnevogel
    kangoeroewoning
    kannasière
    kannen
    kanong
    kanongebulder
    kant
    kant, aan de ~ doen
    kant, aan gene ~
    kant, langs de andere ~
    kant, uit de ~ komen
    kant, ver(der) van ~ staan
    kantelpoort
    kanten, achter hoeken en ~
    kanten, langs geen ~
    kanten, van welke ~
    kantje boordje
    kantje, 't ~
    kantoorplakker
    kantuit
    kap, aan de ~ liggen
    kap, iets van zijn ~ schudden
    kap, op de ~ van
    kap, op iemand zijn ~ zitten
    kapbijl
    kapblok
    kapelleke
    kapit geven
    kapkerstel
    kapneus
    kapoen
    kapoot
    kapotneuken
    kapotzjerre
    KAPOWEE!
    kappe
    kappelen
    kappen
    kappen, op iemand ~
    kappes
    kapstok
    kapsul
    kapsuul
    kapucienenknie
    kar, een ~ te groot
    kar, zijn ~ keren
    karaboeja
    karakol
    karakterieel
    karakterlijn
    karamellevers
    karboet
    karbonade
    karbuur
    karbuur, daar zit ~ achter
    kareel
    kareelsteen
    karelen, naar binnen ~
    karikatuur
    kariko
    kariot
    karjakken
    karjotten
    karlees
    karmenade
    karmenei
    karmiangen
    karnasjeir
    karnolle
    karoke
    karookes
    karookespapier
    karoot
    karot
    karoten trekken
    karotentrekker
    karottentrekker
    karrakol
    karrekesvolk
    karremikkig
    karretje
    karsouw
    kart
    kartasj
    kartel
    kartellijst
    kartouche
    kartus
    karuur
    karzeel
    kas
    kas, alles uit zijn ~ halen
    kas, de ~ spijzen
    kas, er zijn ~ aan vegen
    kas, het is ~
    kas, in zijn ~ slagen
    kas, op zijn ~ krijgen
    kas, uw ~ volspelen
    kas, uw ~ zitten op te vreten (of fretten)
    kas, zijn ~ afdraaien
    kas, zijn ~ leegrijden
    kasbon
    kasjes, met de ~ schieten
    kaske
    kaske, iemand van 't ~ naar de muur spelen
    kasp
    kaspesjeir
    kaspoesjeir
    kassa kassa
    kassei
    kasseistamper
    kasseiweg
    kassement
    kassiene
    kassierster
    kastaar
    kastanjeklop
    kasticket
    kastrol
    kat, als ons ~ een koe was...
    kat, andere ~ten te geselen hebben
    kat, dat weet ons ~ ook
    kat, de ~ bij de melk zetten
    kat, de ~ komt op de koord
    kat, een ~ een ~ noemen
    kat, geen ~
    kat, grote ~
    kat, ne vogel voor de ~
    kat, nu komt de ~ op de koord
    kat, waar een ~ haar jongen niet in terugvindt
    kat, zijn ~ sturen
    katastroof
    kategoriek
    katholiek
    katijve
    katijvig,
    katje duk spelen
    katje mie katje were
    katoen geven
    katrienerad
    katrienewiel
    katteballen
    kattejongen speujen
    kattekop
    kattekwaad
    kattenbal
    kattengeschrift
    kattenkop
    kattepis, gene ~ zijn
    kattepoestje
    kattepoot
    kattepul
    katterap,-pe
    kattewas
    kattin
    katueg
    kaukembauke
    kave
    kave pla
    kavepla
    kavezwart
    kavie
    kawee
    kazak
    kazak, in de ~ zetten
    kazakken
    kazakkendraaier
    kazebeze
    kazekei
    kazemat
    kazuvel
    kazzekij
    kazzekijn
    kazzeleire
    ke
    kebabbel
    keddel
    kedester
    kee
    keeën of keën
    keef
    keel
    keelscheet
    keen
    keer
    keer, ene ~
    keer, keren
    keer, twee ~ niks
    keer, van een ~
    keerborstel
    keerborstel, ~ onder de neus
    keergeld
    kees
    kees, zijne ~ laten
    keesmuske
    keeszak
    kei
    kei, een ~ kan je niet stropen
    keike
    keikop
    keinijg
    keir, een ~ te groot
    keiremelk
    keiremelkboerenhondenhaar
    keiskant
    keismus
    keisse, van z'n ~ maken
    keissedozeblauw
    keit
    keitof
    keizemieke
    keizer zijn
    kejirdekjewere
    kekefretter
    kelbas
    kelder, in de ~ liggen
    kelderen
    keldergeest
    kelderijs
    kelderkeuken
    kelderzeug
    kelebeier
    kelen
    kelg
    kelle
    kellekamer
    kellekomer
    kemel
    kemel, een ~ schieten
    kemel, ~ schieten
    kemies
    kemisse
    kemissie
    kemp
    kenijn (die, dat is ~)
    kenijn zijn
    kenke
    kenneke
    kennen, succes ~
    kennis
    kennis hebben
    kentje
    kepelder
    keper
    keperen
    kepering
    kepkeutel
    keppe
    keppekindje
    keren
    keren, ergens niet kunnen ~
    kerjeuzeneuze
    kerjong
    kerjoten
    kerk, de ~ in 't midden houden
    kerk, in de kerk geboren zijn
    kerkeboek
    kerkeweugel
    kerkfabriek
    kerkganger
    kerkhof
    kerkvader
    kerlevain
    kermel
    kermenei
    kermesteten
    kermis, het is niet alle dagen ~
    kermis, het is ~
    kermis, het is ~ in de hel
    kermis, kale ~
    kermis, Vlaamse ~
    kermiskoers
    kermismuil
    kernanenkwikker
    kernel
    kernis
    kernis, op vakantie gaan naar Saint ~
    kernoeffel
    kernoeffelen
    kernuëk
    kernuilevogel
    kernuitstap
    kernuuk
    kerreget
    kerrel
    kerremelken
    kerremelker
    kerremelksmoes
    kerremesse
    kerremesteten
    kerrepap
    kerrewagen
    kerselaar
    kersouwken
    kerstboom, een ~ afbreken
    kerstel
    kerstenkind
    kerstpakje
    kerststronk
    kerwaat
    kerwellig
    kes
    keske
    keskespisser
    keskesschiet
    kesseriet
    kestekind
    kestenbuum
    kesteren
    ket
    keteer
    ketel
    ketelen
    keten
    ketier
    ketjedeuk spelen
    kettel
    kettelen
    ketten
    ketteren
    ketterslag
    kettier
    keufel
    keuj
    keuj, staan zien als een ~ op nen trein
    keujel
    keukenhanddoek
    keukenmase
    keukenrobot
    keun
    keun, ferm ~
    keunebille
    keunebuk
    keunegat
    keuneklootn
    keunemoere
    keunienk
    keure
    keurrewagel
    keus
    keussing
    keust
    keusteren
    keut
    keuten
    keuteren
    keuterhaak
    keutje
    keutse
    kevendrager
    keveren
    kevie
    kezeem
    kezem
    kezze, een ~ gescheten
    kezzeke
    kezzeltje
    ki, een ~
    kick back
    kickeren
    kieëvereir
    kiebedo, kiepedo
    kiek
    kiekebich (kiekebisj)
    kiekeborst
    kiekefretter
    kieken
    kieken zonder kop
    kiekenbil
    kiekendraad
    kiekenkot
    kiekens, de ~ zitten door den draad
    kiekens, met de ~ gaan slapen
    kiekenvel
    kiekenvlees
    kiekepoeper
    kiekerekot
    kiekevel
    kiekevlees
    kiekhoest
    kiekkers
    kiekske
    kiel
    kiengkeste
    kies
    kiesak
    kiesbrief
    kiescampagne
    kiesomschrijving
    kiesstrijd
    kieszak
    kieverbek
    kiezig
    kiezing
    kif-kif
    kigge
    kijken, gaan ~
    kijkwoning
    kikker, zijn ~ laten
    kikveus
    killekalle
    killesjaai
    kilo
    kilo, niet op uwe ~ zijn
    kilometriek
    kiltand
    kimpel
    kin , op zijn ~ pakken
    kin, op zijn ~ kunnen kloppen
    kinderbed
    kinderbedde
    kindergeld
    kinderhand, onschuldige ~
    kinderheil
    kinderkribbe
    kine
    kinesist
    kinesitherapeut
    kinesitherapie
    kingkee
    kinkloppen
    kinnebaba
    kinnebakkes
    kinneke
    kinneke Jezus
    kinneke kopen
    kinnekeskak
    kinnekespap
    kinnekessuiker
    kinneklop
    kip
    kipkap
    kippelen
    kippen
    kippenbil
    kippenwit
    kipper
    kiptje
    kirkhoaf
    kirrewiet
    kiskoud
    kissak
    kitje
    kittelen
    kittels
    kitzak
    kivela
    kizzig
    kjeis
    kjeisriet
    kjeskeschiet
    kjeskespisser
    kjitte
    klaaien
    klaaispeerd
    klaatsj
    klabaatsj !
    klabak
    klabakken
    klabot
    klabots
    klacht neerleggen
    klad
    kladder
    kladderen
    kladpapier
    klagen en zagen
    klak
    klak, er met uw ~ hene slaan
    klak, zijn ~is aan zijn kop vastgegroeid
    klakke
    klakkebosse
    klakkebuis
    klakkebusse
    klakker
    klakkoor
    klakske
    klamaar
    klammeg
    klamotte
    klamper
    klandizie
    klank of stank, zonder ~
    klankman
    klap
    klaphoorn
    klappen
    klappen, uit het bed ~
    klappenansie
    klaps tegen den vaak
    klapschotel
    Klaren
    klas
    klasagenda
    klasdagboek
    klasseerder
    klassen
    klassengerecht
    klasseren
    klastitularis
    klats
    klatsje
    klatter
    klauwe
    klaven
    klavere
    klaverkatte
    klavier
    klawieren
    klawiesteren
    klökske
    kledij
    kleed
    kleedsel
    kleens, van ~ af
    kleermaker
    klefferen
    klei
    klein
    klein mannen
    klein verlet
    kleinder
    kleingeld
    kleinhandel
    kleinkunst
    kleinste kamertje
    kleintje
    klem
    klep
    klepper
    kleren, aan~, uit~, ver~
    klet
    klets
    klets, en een ~
    kletsen
    kletsenbil
    kletsfles
    kletshek
    kletskop
    kletskous
    kletspoep
    kletswijf
    kleur
    kleuringe
    kleurling
    kleuterspoan
    kleutertuin
    kleven
    kliënteel
    klibber
    klibberen
    klidje
    kliefeling
    klienke
    klierkoorts
    klieven
    klikken en klakken
    klikken en klakken, met uw ~ buitenvliegen
    kliniek
    klinimobiel
    klink
    klink, zijn ~ intrekken
    klinkt het niet, dan botst het
    klishout
    klissen
    kliswater
    klitje
    klits
    klod
    klodde
    klodden, de ~ (van een ander)
    klodderen
    kloef
    kloefe
    kloefekapper
    kloefer
    kloeffer
    kloefkaffer
    kloeg, kloegen
    kloek, ni onder een ~ gebroeien zijn
    kloekepis
    kloempeke
    kloenk
    kloeringe
    kloeten
    klok van Rome, als de ~ slaat
    klokkeluier
    klokken van Rome
    klokkenverver
    klokspijs
    klokvast
    klommel
    klommelaar
    klommelbanden
    klommelen
    kloon
    kloon, de ~ uithangen
    kloot
    kloot, iemand een ~ afdraaien
    kloot, iemand een ~ aftrekken
    kloot, ne goeie ~
    klootmajoor
    klop
    klop van de hamer
    klop, gene ~
    klopenkelen, zich ~
    klopmengelaar
    kloppen
    kloppen zich ~
    klos
    kloskloter
    klosser
    klot
    klot, van zijne ~ vallen
    klotegerard
    kloten
    kloten gerard!
    kloten, den bok zijn ~
    kloten, van zijn ~ maken
    klots
    klotsbuis
    klotsen
    klu(u)tedood
    klucht(je)
    kluchtig
    kluchtigaard
    kluchtzanger
    Kludde
    kluifrotonde
    kluis
    klumpke
    klunten
    klunten zoetekoeke
    kluppel
    klusdienst
    klutser
    klutteren
    kluttergeld
    klutters
    klutterspoan
    kmo
    knab
    knabbeling(e)
    knagelijn
    knanchelenbeet
    knats
    knauw
    knauwel
    knecht
    knechtebrakke
    knechten
    kneffen
    knelpuntberoep
    knep
    knepke
    knetsen
    knetser
    kneut
    kneutebollen
    kneuten
    knibbelkesvlaai
    kniejep
    knien
    knijn
    knijt
    knijzen
    knikkers, voor de ~
    knipperlichtrelatie
    knipstuivers, betalen met ~
    knoak
    knobbel
    knobbelen
    knoddig
    knoebe
    knoeften
    knoemel
    knoemelaer
    knoemele
    knoepen
    knoesel
    knoesels, nog niet aan de ~ komen
    knoevelen
    knoezel
    knokkendeem
    knokse mode
    knolleke
    knolselder
    knook
    knop
    knoppen, naar de ~ zijn
    knor
    knos
    knossel
    knot
    knots
    knotsebol
    knotsenbol
    knotsknieën
    knotskop
    knotteren
    knuffelstrook
    knuireke doen
    knuis
    knut
    koad
    koaketig
    koë zinnen
    koëf
    kobbe
    kobbejager
    kobbenet
    kobbenette
    kodak
    kodde
    koddege
    koddig
    koebeest
    koed
    koede
    koefer
    koei
    koeieboerenhondenhaar
    koeiketel
    koejon
    koejoneur
    koejonneren
    koejonneren of koeionneren
    koekebrood, koekestuuten
    koekegoed
    koekeloeren
    koekeloeren, komen ~
    koekeloerepoezewoefke
    koeken
    koeken, bijeen ~
    koekenbak
    koekenbak zijn
    koekendoos
    koekenkruid
    koekenstad
    koekerie
    koeketiene
    koeketienne
    koekfluiten
    koekske, meude geen ~, eet dan stront
    koel
    koel-diepvriescarrosserie
    koeleke
    koelekopke
    koelen
    koelkast, iets in de ~ stoppen
    koelkupke
    koellek
    koeloezevet
    koeltoog
    koem
    koemme
    koenkelfoezen
    koentekraafs
    koep-a-la-zjat
    koepel
    koer
    koer, de ~
    koerage
    koeroste
    koers
    koers tegen het uurwerk
    koersauto
    koersbroek
    koersen
    koersepieste
    koersfiets
    koersgidon
    koerske, ~doen
    koerskemel
    koerspaard
    koersvelo
    koesse
    koet
    koeten
    koetenanse
    koeter
    koetsak
    koetsje
    koetswerk
    koezjurkie
    koffer
    koffer, intelligente ~
    koffer, kofferke
    koffezjoo
    koffiedras
    koffiedrinken
    Koffieklas
    koffieklets
    koffiekletsen
    koffiekoek
    koffietas
    koffiezet
    kokelen
    koken en smoken
    koken kost geld
    kokeneten spelen
    koker
    kokkeren
    kokketeute
    kokschool
    kol
    kolèirig
    kolbak
    kolbas
    kolebrander
    koleire
    koleirig
    kolenbrander
    koleriek
    kollebloem
    koloniale waren
    kolonie
    kolsie
    kom
    komaan
    komaan gast
    komaf
    komaf maken met -
    komen
    komen achter iets of iemand
    komen afstesselen
    komen te gaan
    komen vinden
    komen, ge moet eens ~
    komen, niets van in ~
    komen, te kort ~ tegen
    komen, ze zullen me zien ~
    komere
    komeren
    komesveu
    komiek, dat is ~
    komisse, uw ~ doen
    komissie
    kommiesje
    kommiezenheps
    komminesoan
    kommische
    kommissche, een bescheten ~
    kommisveur
    kompel
    kompetuter
    komt dat tegen
    konduit
    konfét
    konijnen
    konijnenpijp
    koninerijder
    koning
    koninginnenbrij
    koninginnenhapje
    koningsballen
    Koningsdag
    konkelfoezen
    konnennenvogel
    konsjuus
    konsus
    kont
    kont afdraaien, zijn ~
    kont, van den hond zijn ~
    kont-animatie
    kontendraaierij
    kontenkletser
    konterbaas
    kontergewicht
    konteur
    konteverkeerd
    kontevertroarrie
    Kontich, achter ~ wonen nog mensen
    kontig verkeerd
    kontinu
    kontrore
    konzjei
    koof
    kooje
    kook, aan de ~
    kookas
    kookpot
    koolbak
    koolbak, uw vader had beter in de ~ geschoten
    koolkitte
    koolkonfree
    koolputter
    koop, te ~ stellen
    koord
    koordje, aan een ~ hangen
    koordspringen
    koordtrekken
    koorknaapgewijs
    koorts pakken
    koosj
    koosjte
    kootrok
    kop
    kop en gat
    kop en kloten
    kop en kloten ineengestoten
    kop en trut ineengeschud
    kop houden
    kop of let
    kop op u lijf hebben
    kop over kloten liggen
    kop, als gij iets in uwe ~ hebt, dan hebt ge het ook niet in uw gat
    kop, boven uw ~
    kop, door zijn ~ schieten
    kop, een ~voor iets hebben
    kop, er geen ~ aan kunnen krijgen
    kop, gij zijt op uwe ~ gevallen en blijven toeken zeker
    kop, iemand de ~ inslaan
    kop, in zijn ~ spelen
    kop, ne vierkant(ige)e ~hebben
    kop, niet op uwe ~ laten schijten
    kop, op de ~
    kop, op zijne ~
    kop, uwe ~ komen daal te leggen
    kop, van ~ tot teen
    kop, zich de ~ gek loate make
    kop, zijn ~ uitwerken
    kop, ~ in kas
    kop-over-kloten
    kopen
    kopen, een kindje ~
    kopend
    koperlood, zo dom als ~
    kophoogte
    kopjager
    kopken
    kopkussen
    koppekei
    koppel, een ~ zijn
    koppelwoning
    koppen
    koppigaard
    kopspeld
    koptelefoon
    kopvalling
    kopvlees
    kopvleesfretter
    kopzak
    koraal
    korenpater
    korentebrood
    korepijp
    korf
    kornijn
    korosje
    korreltjes
    korsebloaze
    korset
    korst
    korst, tegen de ~ gaan
    kort
    kort, in 't ~
    korte drank
    korte zot
    kortelet
    kortelings
    korten
    korten, niet ~
    korteresse
    kortewagen
    kortfilm
    kortspeelfilm
    kortwaagne
    kortwagen
    korwagen
    kosjken
    kossem
    kost
    kost en inwoon
    kost wat kost
    kost, zijne ~ verdienen
    kostelijk
    kostelijk, dat is ~om te zien
    kosten, daar zijn ~ aan
    kosten, duur ~
    kosten, in de - hakken
    kostuum
    kot
    kot, 't ~ hebben
    kot, het ~ afbreken
    kot, het ~ is te klein
    kot, het ~ voor zich (alleen) hebben
    kot, het ~ vrij hebben
    kot, iemand uit zijn ~ lokken
    kot, tot een ~ in de nacht
    kot, uit z'n ~ komen
    kotbaas
    kotei
    koteren
    koterij
    kotjakker
    kotjesdenken
    kotkaar
    kotmadam
    kotrib, dat komt tot in mijn ~ben
    kotsbeu
    kotsmoe
    kotstudent
    kottegoar
    kotteke
    kottenaote
    kotteraar
    kotterik
    kotverken
    kou hebben
    kou, een ~ op mijn water hebben
    kou, ~ hebben
    koude pla
    koudegevoel
    koudstellen
    koukiek
    koupis
    kous
    kouschijter
    kousebroek
    kousenbroek
    kousenvoeten, op uw ~ afkomen
    kouten
    kouter
    koutje
    kouwe(n) aap
    kouwsjottel
    koven
    kovetieten
    kowa
    kozen
    kozijn
    kozijntjes
    kozze
    kozzekoane
    kraafs
    kraag, een stuk in zijn ~
    kraaie
    kraaistekker
    kraal
    kraamgeld
    kraanman
    kraantjeswater
    krab
    krabbekoker
    krabbemottig
    krabben
    krabbenkoker
    krabber
    krak
    kraker
    krakjust
    krakke
    krakkebaas
    krakkebuis
    krakkemakkig
    krakkemikkel
    krakken
    kraktanden
    kram
    kramakkel(acht)(ig)
    kramakkelijk
    kramel
    kramiek
    kraminjao
    krammakkelijk
    krammen, uit zijn ~ schieten
    krammenade
    krammikkelig
    krank
    krankhoes
    kranske
    krantenshop
    krantenwinkel
    kraom
    krapuul
    krats
    kravatte
    krawaat
    krawellig
    krawiet
    krawietelen
    krawutelen
    krebbebieter
    krebber
    kredietkaart
    kredietnota
    kredieturen
    kree
    kreel
    kreffelen
    kreftekeu
    kreften
    krei
    kreim
    kreimboer
    kreitelijk
    kreiten
    krek
    krekel
    krekelen
    krelkespis
    kremelen
    kremer
    kremeren
    kremerslatijn
    kremkar
    kremkesvolk
    kremkloot
    kremper
    krep
    kreperen
    kreskont
    kressen
    kretelijk
    kreten
    kretsel
    kretsen
    kretsig
    kreuffelen
    kreugel
    kreukelpaal
    kreute
    kreuzeneus
    krevat
    kreveren
    krewellig
    krezelen
    kriaaltje
    kribbe
    kribbelen
    kribbelenbuik
    kribbelkrab
    kriebelenbuik
    kriebeltjeskoorts, de ~ krijgen
    kriek
    kriek, ziek aan uw ~
    kriek, zijn eigen ~ lachen
    kriekelaar
    kriekelaar, die kan je wijsmaken dat ons Heer op een ~ geboren is
    kriekenlambiek
    kriekskes, zij heeft haar ~
    kriemig
    kriepe
    kriepen
    krieper
    kriesen
    kriezelkieken
    krijgen, horens ~ van
    krijgsauditoraat
    Krijgshof
    krijskind
    krik
    krikkel
    krikkelig
    kringsel
    kringwinkel
    krinkeldewinkel
    krisboum
    krismes
    kristeren
    kritsen
    kroam
    kroawaogel
    krochen
    kroeëzen
    kroef
    kroempier
    kroensel
    kroes
    kroesel
    kroessefiks
    kroet
    kroetmuil
    kroezel
    kroezelen
    kroezelhaar
    kroket
    kroketmachien
    krokettenmaker
    krokke
    krokkebaas
    krokodil, oude ~
    kroksteen
    krokusverlof
    krol
    krollekeskop
    krommenaas, van ~ gebaren
    kronsel
    kronselen
    krook
    kroon
    kroon, de ~ ontbloten
    kroostrijk gezin
    krop, een ~ in de keel
    kropvol
    krossen
    krot
    krot en compagnie
    krot, met ~ en mot
    krote
    krote, een grote ~ ein
    krotekedul
    krotoge
    krotte
    Krottegem, van ~ zijn
    krotter
    krowaat
    krowel
    krozen
    kruid
    kruidekoek
    kruidnagel
    kruidnoot
    kruidwis
    kruidwiswijding
    kruim
    kruipen
    kruipen, (niet) in de kleren ~
    kruipen, in de kleren ~
    kruipkelder
    kruipkot
    kruis, een ~ over iets maken
    kruislicht
    kruisoord
    krumfee
    krumfei
    krunsel
    krusken, een ~ krijgen|geven
    kruutske
    kuch
    kueme
    kuifjepubliek
    kuilder
    kuilen
    kuimen
    kuimen, niet ~
    kuipen
    kuis
    kuis op zijn
    kuis, grote ~
    kuisen
    kuisen, auto ~
    kuisen, groenten ~
    kuisen, ruiten ~
    kuisen, schoenen ~
    kuisen, tanden ~
    kuisgerief
    kuismaniak
    kuisvrouw
    kuits
    kulder
    kullekeskermis
    kullemenneke
    kullen
    kulten
    kunnen
    kunnen, er niet van over ~
    kunstelaberg
    kunstwerk
    kuppe
    kurassier
    kurieus
    kurieuzeneuzemosterdpot
    kurp
    kurre
    kurremul
    kursaal
    kuskesdans
    kuskesziekte
    kuskienge
    kusmachien
    kussen, zijn twee handen ~
    kustmenklote
    kusttram
    kutbrommer
    kutkammer
    kutlekkerke
    kutsblaze
    kutspuste
    kuttenbijter
    kuusj
    kuwel
    kwaad zijn
    kwaad, het gaat van ~ naar erger
    kwaad, in het ~ slaan
    kwaad, van ~ naar erger gaan
    kwaai
    kwaaie, de ~ en de lelijke zijn
    kwaaipitserij
    kwacht
    kwaffeur
    kwaffeus
    kwak
    kwak (bier)
    kwaker
    kwakkel
    kwakkel, zo doof als een ~
    kwakkelen
    kwakker
    kwakkerspap
    kwakske
    kwakte
    kwakvros
    kwal
    kwalijk
    kwalijkte
    kwamp en gink
    kwankel
    kwanselen
    kwansuis (ook onkesüs)
    kwant
    kwaperte
    kwart van mijnen bil, de wekker staat stil
    kwart, ... uur ~
    kwart, ~ na
    kwasten
    kwatong
    kwats
    kwazje
    kwebbeke
    kweddel
    kweddelaar
    kweddeleer
    kweddelen
    kwedder
    kweek
    kweekkwaak
    kweekkwakken
    kween
    kweik
    kweiken
    kweine
    kwek
    kwekkel
    kwelm
    kwene
    kwest
    kwestie van
    kwet
    kwets
    kwetsen
    kwetsuur
    kwezel
    kwiebel
    kwiebus
    kwiepedokus
    kwiet
    kwijt zijn
    kwijt, ik wil het ~ zijn
    kwijt, uw eigen ~ moeten
    kwijting verlenen
    kwijtspelen
    kwik en de kwak, de ~
    kwik en de kwak, de ~ hebben
    kwik en kwak, de ~ hebben
    kwikkel
    kwikken
    kwikkwak
    kwikwoater
    kwikzalf
    kwing, een ~ kwijt zijn
    kwink-kwank
    kwint
    kwint, een ~ kwijt zijn
    kwispel
    kwistax
    kwiste, te-
    kwistenbiebel

    Tip: Punthoofd.be. Het heetste nieuws in de Vlaamse media.

    Het Vlaams woordenboek  |  Copyright © 2007-2012  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens  |  Algemene Voorwaarden