Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 'k'

    ka ke ki kj kl km kn ko kr ku kw

    De volgende 1992 termen in onze databank beginnen met 'k':

    k-way
    ka
    kaai
    kaaihet
    kaak
    kaake
    kaakslag
    kaakslagflamingantisme
    kaal, van een kale reis terugkomen
    kaantjessaus
    kaap
    kaapis
    kaar
    kaarkesvolk
    kaars, mijn ~ is uit
    kaarsbranding
    kaarsjespisser
    kaarskeschiet, iets van ~
    kaarspoor
    kaart, de ~ trekken van
    kaart, grijze ~
    kaarten op tafel
    kaarten, daar kan je op ~
    kaartershuis
    kaarterslokaal
    kaarting
    kaartje, een ~ trekken
    kaartjesknipper
    kaartprijskamp
    kaas
    kaas, de ~ van tussen uw brood laten halen
    kaas, uwe ~ laten
    kaasavond
    kaasendoemper
    kaaskant
    kaaskop
    kaasschaafprincipe
    kaasschenkel
    kaasschotel
    kaat
    kabaan
    kababbel
    kabadaster
    kabas
    kabas, iemand ne ~ geven
    kabassen
    kabba
    kabbelen
    kabberdoeske
    kabeele
    kabeljauwogen
    kabernaa
    kabernet
    kabiebassen
    kabientje
    kabine
    kabine, iemand nen trok in zijn ~ geven
    kabinet
    kabinetard
    kabinetchef
    kabinetsadviseur
    kabinetsattaché
    kabuizen
    kachtelgat
    kadastraal inkomen
    kaddemie
    kadee
    kadee, dat is ~
    kadei
    kadeil
    kader
    kaderen
    kaderen in
    kaderen, iets om in te ~
    kaderment
    kadet
    kadijs
    kadotteren
    kadrement
    kaduke redenatie
    kadukelijk
    kadul
    kadul slaan
    kadullig
    kaduuk
    kaeke
    kael
    kaeren (kaere)
    kaffe
    kaffebeus
    kaffeebeus
    kaffezjo
    kaffie
    kaffiebal
    kaffiezatte
    kafkieken
    kaft
    kafzak
    kahoele
    kajanken
    kajieten
    kajoebereer
    kajoenkelen
    kajonkelen
    kajotter
    kajut
    kajuut
    kak
    kak aan zijn gat hebben
    kak of gene kak, de pot op
    kak van Maria
    kak, dat is andere ~
    kak, gene kouwe ~
    kak, komen gelijk grote ~
    kak, met ~ in de broek
    kak, uwe ~ inhouden
    kak, zijne ~ inhouden
    kak, zijne ~ intrekken
    kaka
    kaka doen
    kakbruin
    kakelen, ~ kan iedereen maar eiers leggen niet
    kaken, rode ~ krijgen
    kakkebeulleke
    kakkeboon
    kakkebroek
    kakkedore
    kakkelatje
    kakkemenne
    kakkemotjes, ergens ~ rond maken
    kakken
    kakken op
    kakken, over uw tong ~
    kakkenest
    kakker
    kakkerie
    kakkermoikkes
    kakkernest
    kakkestoel
    kakkewalk
    kakkewiet
    kakmadam
    kakmamzil
    kakmentjes
    kakschool
    kaktanden
    kal
    kal, sjaele ~
    kalandieze
    kalandizie
    kalant
    kale
    kale reis, van een ~ terugkomen
    kalf
    kalf, daar ligt het ~ gebonden
    kalfs
    kalfsblanket
    kalfslas
    kaliche
    kalichehout
    kalichewijn
    kalisieklutser
    kalisjenhout
    kalisse
    kalissen
    kalissenhout
    kaljaster
    kalk
    kalkaar
    kalkeerpapier
    kalken kop
    kalkerneilige
    kalkspray
    kalle
    kalle met de haak
    kalleien
    kallekot
    kallen
    kalliesjeklutser
    kaloemerke
    kaloot
    kalot
    kalote
    kalpei
    kalut
    kamant
    kamazool
    kambeuze
    Kamer, de ~
    kameren
    kameroed
    kammelot
    kammezöälke
    kamp
    kamp, van ~ veranderen
    kampernoelie
    kampmoeder
    kan
    kandidaatsdiploma
    kandidatuur, zijn ~ stellen
    kane
    Kanegem, van ~ komen
    kaneunnevogel
    kangoeroewoning
    kannasière
    kannen
    kanong
    kanongebulder
    kansarmoede
    kansel
    kant
    kant, aan de ~ doen
    kant, aan den ene ~
    kant, aan gene ~
    kant, aan ~ zetten
    kant, de ~en afdoen
    kant, langs de andere ~
    kant, uit de ~ komen
    kant, van ~ gaan
    kant, ver(der) van ~ staan
    kant, voor de verkeerde ~ zijn
    kant, zijn eigen aan ~ houden
    kantelpoort
    kanten, aan geen ~ deugen
    kanten, achter hoeken en ~
    kanten, langs geen ~
    kanten, van welke ~
    kantje
    kantje boordje
    kantje, 't ~
    kantoorplakker
    kantuit
    kap over de haag gooien
    kap, aan de ~ liggen
    kap, iets van zijn ~ schudden
    kap, op de ~ van
    kap, op iemand zijn ~ zitten
    kapbijl
    kapblok
    kapelleke
    kapit geven
    kapkerstel
    kapneus
    kapoen
    kapoot
    kapot, beter een oude ~ gelijk een jonge bedorven
    kapotneuken
    kapotzjerre
    KAPOWEE!
    kappe
    kappelen
    kappen
    kappen, op iemand ~
    kappen, zich ergens laten voor ~
    kappes
    kappewerker
    kapris
    kapstok
    kapstok, met een ~ in zijn kraag lopen
    kapsul
    kapsuul
    kapucienenknie
    kar, als ge wilt beren moet ge niet achter de ~ lopen
    kar, een ~ te groot
    kar, zijn ~ keren
    karaboeja
    karakol
    karakterieel
    karakterlijn
    karamel, oude ~
    karamellevers
    karamellig
    karboet
    karbonade
    karbuur
    karbuur, daar zit ~ achter
    kareel
    kareelsteen
    kareetne
    karelen, naar binnen ~
    karikatuur
    kariko
    kariot
    karjakken
    karjotten
    karlees
    karmenade
    karmenei
    karmiangen
    karnasjeir
    karnolle
    karoke
    karoo
    karookespapier
    karoot
    karot
    karoten trekken
    karotentrekker
    karottentrekker
    karrakol
    karrekesvolk
    karremikkig
    karretje
    karslees
    karsouw
    kart
    kartasj
    kartel
    kartellijst
    kartouche
    kartus
    karuur
    karwei, een fysiek ~
    karzeel
    kas
    kas, alles uit zijn ~ halen
    kas, de ~ spijzen
    kas, er zijn ~ aan vegen
    kas, het is ~
    kas, in zijn ~ slagen
    kas, op zijn ~ krijgen
    kas, uw ~ volspelen
    kas, uw ~ zitten op te vreten (of fretten)
    kas, zijn ~ afdraaien
    kas, zijn ~ leegrijden
    kas, zijn ~ opvreten
    kasbon
    kasjes, met de ~ schieten
    kasjie
    kasjken
    kaske
    kaske, iemand van 't ~ naar de muur spelen
    kaske, in het ~ hangen
    kaske, op het ~ spelen
    kasp
    kaspesjeir
    kaspoesjeir
    kaspro
    kassa kassa
    kassa, witte ~
    kassaut
    kassei
    kasseien
    kasseistamper
    kasseiweg
    kassement
    kassen
    kassiene
    kassierster
    kassietsen
    kastaar
    kastanjeklop
    kasteel, het klein ~tje
    kasticket
    kastrol
    kat, als ons ~ een koe was...
    kat, andere ~ten te geselen hebben
    kat, dat weet ons ~ ook
    kat, de ~ bij de melk zetten
    kat, de ~ komt op de koord
    kat, du paks de ~ nog
    kat, een ~ een ~ noemen
    kat, geen ~
    kat, grote ~
    kat, ne vogel voor de ~
    kat, nu komt de ~ op de koord
    kat, waar een ~ haar jongen niet in terugvindt
    kat, zijn ~ sturen
    katastroof
    kategoriek
    katholiek
    katijve
    katijvig,
    katje mie katje were
    katjeduk
    katoen geven
    katrienerad
    katrienewiel
    katsjoew
    katteballen
    kattejongen speujen
    katteken
    kattekop
    kattelam
    kattemoeier
    kattenbal
    kattengejank
    kattengeschrift
    kattenkop
    kattepis, gene ~ zijn
    kattepoestje
    kattepoot
    kattepul
    katterap,-pe
    kattewas
    kattin
    katueg
    kaukembauke
    kave
    kave pla
    kaveet
    kavepla
    kavezwart
    kaviaarsocialist
    kavie
    kawee
    kazak
    kazak, in de ~ zetten
    kazakken
    kazakkendraaier
    kazebeze
    kazeem
    kazekei
    kazemat
    kazuvel
    kazzekij
    kazzekijn
    kazzeleire
    kènjd
    kènjerkes
    kènjerwaegelke
    ke
    kebab
    kebabbel
    kechen
    keddel
    kedester
    kee
    keeën of keën
    keef
    keel
    keelscheet
    keen
    keer
    keer, ene ~
    keer, keren
    keer, twee ~ niks
    keer, van een ~
    keerborstel
    keerborstel, ~ onder de neus
    keergeld
    kees
    kees, zijne ~ laten
    keesmuske
    keeszak
    kei
    kei, een ~ kan je niet stropen
    keidood, voor niet ~
    keike
    keikop
    keinijg
    keir, een ~ te groot
    keiremelk
    keiremelkboerenhondenhaar
    keiskant
    keismus
    keisse, van z'n ~ maken
    keissedozeblauw
    keit
    keitof
    keizemieke
    keizer zijn
    keizer-koster
    kejirdekjewere
    kekefretter
    kelbas
    kelder, in de ~ liggen
    kelderen
    keldergeest
    kelderijs
    kelderkeuken
    kelderzeug
    kelebeier
    kelen
    kelg
    kelkkamer
    kelle
    kellekamer
    kellekomer
    kemel
    kemel, een ~ schieten
    kemies
    kemisse
    kemissie
    kemp
    Kempen
    kempenaar
    Kempenland
    Kempens
    Kempens, Algemeen ~
    Kempisch
    Kempisch Kanaal
    kenai
    kenijn (die, dat is ~)
    kenijn zijn
    kenke
    kenneke
    kennen, er iets vanaf ~
    kennen, succes ~
    kennis
    kennis hebben
    kentje
    kepelder
    keper
    keperen
    kepering
    kepkeutel
    keppe
    keppekindje
    keppemaken
    keppemaker
    keppesleppe
    keren
    keren, ergens niet kunnen ~
    keren, alles op een hoop ~
    keren, het niet kunnen ~
    keren, het ~ van de jaren
    keren, tot in het ~ der jaren
    kering, in de ~
    kerjeuzeneuze
    kerjong
    kerjot, oud ~
    kerjoten
    kerk, de ~ in 't midden houden
    kerk, in de kerk geboren zijn
    kerkeboek
    kerkfabriek
    kerkganger
    kerkhof
    kerkhofloper
    kerkvader
    kerkwegel
    kerlevain
    kermel
    kermenei
    kermesteten
    kerminkelen
    kermis, het is niet alle dagen ~
    kermis, het is nog nieuw ~
    kermis, het is ~
    kermis, het is ~ in de hel
    kermis, kale ~
    kermis, Vlaamse ~
    kermiskoers
    kermismuil
    kermisvogel
    kermisvogel, zo gelukkig als een ~
    kernanenkwikker
    kernel
    kernis
    kernoeffel
    kernoeffelen
    kernuëk
    kernuilevogel
    kernuitstap
    kernuuk
    kerreget
    kerrel
    kerremelken
    kerremelker
    kerremelksmoes
    kerremesse
    kerremesteten
    kerrepap
    kerrewagen
    kerselaar
    kersen pitten
    kersouwken
    kerstboom, een ~ afbreken
    kerstel
    kerstenkind
    kerstpakje
    kerststronk
    kerwaat
    kerwellig
    kes
    kesavond
    keske
    keskejevoe?
    keskeschiet
    keskespisser
    kessemis
    kesseriet
    kestekind
    kestenbuum
    kestepiet
    kesteren
    ket
    keteer
    ketel
    ketelen
    keten
    ketier
    ketjedeuk spelen
    kettel
    kettelen
    ketten
    ketteren
    ketterslag
    kettier
    keufel
    keuj
    keuj, staan zien als een ~ op nen trein
    keujel
    keukenhanddoek
    keukenkoord
    keukenlatijn
    keukenmase
    keukenpiet
    keukenrobot
    keukenrol
    keukeske
    keun
    keun, ferm ~
    keunebille
    keunebuk
    keunegat
    keuneklootn
    keunekuttel
    keunemoere
    keunepoeper
    keunienk
    keure
    keure, ' t is geen ~
    keuring
    keurrewagel
    keus
    keussing
    keusteren
    keut
    keuteljacht
    keuten
    keuteren
    keuterhaak
    keutje
    keutse
    keve
    kevendrager
    keveren
    kevie
    kezeem
    kezelen
    kezem
    kezemuske
    kezze, een ~ gescheten
    kezzeke
    kezzeltje
    ki, een ~
    kick back
    kickeren
    kieëvereir
    kiebedo, kiepedo
    kief-kief
    kiek
    kiekaa
    kiekebich (kiekebisj)
    kiekeborst
    kiekefretter
    kieken
    kieken zonder kop
    kieken, staan zien gelijk een ~ op een dode piet
    kiekenbil
    kiekendraad
    kiekenkot
    kiekens, de ~ zitten door den draad
    kiekens, met de ~ gaan slapen
    kiekenvel
    kiekenvlees
    kiekeplod
    kiekepoeper
    kiekerekot
    kiekevel
    kiekevlees
    kiekhoest
    kiekkers
    kiekske
    kiel
    kiem
    kiemstaart
    kien kan kaone
    kiengkeste
    kies
    kiesak
    kiesarrondissement
    kiesbrief
    Kiescafé, het ~
    kiescampagne
    kiesintentie
    kieskanton
    kiesomschrijving
    kiespubliek
    kiesstrijd
    kiesvee
    kieszak
    kieverbek
    kiezig
    kiezing
    kif-kif
    kigge
    kijk
    kijk, geen ~ waard zijn
    kijken, er niet naast kunnen ~
    kijken, gaan ~
    kijkwoning
    kijven
    kikken, niet durven ~
    kikker, zijn ~ laten
    kikveus
    kikvors
    killekalle
    killen
    killesjaai
    killig
    kilo
    kilo, niet op uwe ~ zijn
    kilometriek
    kilometrique
    kiltand
    kimpel
    kin, op zijn ~ kloppen
    kin, op zijn ~ pakken
    kinderbed
    kinderbedde
    kinderfriet
    kindergeld
    kinderhand, onschuldige ~
    kinderheil
    kinderkak, geen ~ zijn
    kinderken
    kinderkoets
    kinderkop
    kinderkribbe
    kinderlast
    kindervoiture
    kine
    kinesist
    kinesitherapeut
    kinesitherapie
    kingkee
    kinkee
    kinkloppen
    kinkoem, een ~ geven
    kinnebaba
    kinnebakkes
    kinneke
    kinneke Jezus
    kinneke kopen
    kinneke van de wagen
    kinnekeskak
    kinnekespap
    kinnekessuiker
    kinneklop
    kip
    kipbak
    kipcontainer
    kipkap
    kippelen
    kippen
    kippenbil
    kippenwit
    kipper
    kiptje
    kipwagen
    kirkhoaf
    kirrewiet
    kiskoud
    kissak
    kitje
    kitte
    kittelen
    kittels
    kitzak
    kivela
    kiwi
    kizzig
    kjeis
    kjeisriet
    kjeskeschiet
    kjeskespisser
    kjitte
    klaaien
    klaar
    klaar en duidelijk
    klaar zien in iets
    klaarte
    klaaspaard
    klaatsj
    klabaatsj !
    klabakken
    klabetteren
    klabot
    klabots
    klacht neerleggen
    klad
    kladder
    kladderen
    kladiester
    kladpapier
    klagen en zagen
    klak
    klak, amai mijn ~
    klak, er met uw ~ hene slaan
    klak, zijn ~ is aan zijn kop vastgegroeid
    klakke
    klakkebosse
    klakkebuis
    klakkebusse
    klakkenat
    klakker
    klakkoor
    klakske
    klakske, ene met een ~
    klakwastje
    klamaar
    klammeg
    klammere
    klamotte
    klamper
    klandizie
    klank of stank, zonder ~
    klankman
    klap
    klap, aan de ~ blijven
    klap, aan de ~ geraken
    klap, aan de ~ houden
    klaphoorn
    klappen
    klappen, uit het bed ~
    klappenansie
    klaps tegen den vaak
    klapschotel
    klare maan
    Klaren
    klas
    klas, van de ~ zijn
    klasagenda
    klasdagboek
    klasseerder
    klasseermap
    klassegerecht
    klassen
    klasseren
    klastitularis
    klats
    klatsje
    klatter
    klauwe
    klauwieren
    klaven
    klaven, pinten ~
    klavere
    klaverkatte
    klavetteren
    klavier
    klawieren
    klawiesteren
    klawieteren
    klènder
    klökske
    kledij
    kleed
    kleedje, iemand een ~ aanpassen
    kleedsel
    kleem
    kleens, van ~ af
    kleercontainer
    kleermaker
    kleffe bek
    klefferen
    klei
    kleiage
    klein
    klein gerei
    Klein Kasteeltje
    klein mannen
    klein verlet
    kleinder
    kleine, grote of medium
    kleine, met de ~
    kleine, zijne ~
    kleingeld
    kleinhandel
    kleinkunst
    kleinsaf, van ~
    kleinste kamertje
    kleintje
    klem
    klep
    klepklak
    klepklonen, met de ~ lopen
    klepper
    kleren, aan~, uit~, ver~
    klerenbak
    klet
    klets
    klets, een ~ bij opdoen
    klets, en een ~
    kletsen
    kletsenbil
    kletsfles
    kletshek
    kletskoord
    kletskop
    kletskous
    kletspoep
    kletswijf
    kleur
    kleuringe
    kleurling
    kleuteraar
    kleuteren
    kleuterklas
    kleuterspoan
    kleutertuin
    kleven
    kliënteel
    klibber
    klibberen
    klidder
    klidje
    kliefeling
    kliefhamer
    klienke
    klierkoorts
    klieven
    kliever
    klikken en klakken
    klikken en klakken, met uw ~ buitenvliegen
    kliniek
    klinimobiel
    klink
    klink expres
    klink, het weer is in de ~
    klink, zijn ~ intrekken
    klinkt het niet, dan botst het
    klishout
    klissen
    kliswater
    klitje
    klits
    klitskoord
    KLJ
    kloar in de kop zeen
    klod
    klodde
    klodden, de ~ (van een ander)
    klodderen
    kloef
    kloefe
    kloefekapper
    kloefenagel
    kloefenoenkel
    kloefer
    kloeffer
    kloefkapper
    kloeg, kloegen
    kloek
    kloek, ni onder een ~ gebroeien zijn
    kloekepis
    kloempeke
    kloenk
    kloenker
    kloeringe
    kloet
    kloeten
    kloetes
    klok van Rome, als de ~ slaat
    klokkeluier
    klokken
    klokken van Rome
    klokkenverver
    klokspijs
    klokvast
    klokzeel, aan het ~ hangen
    klommel
    klommelaar
    klommelbanden
    klommelen
    kloof, de ~ dichtrijden
    klooi, grote ~
    kloon
    kloon, de ~ uithangen
    kloot
    kloot, iemand een ~ afdraaien
    kloot, iemand een ~ aftrekken
    kloot, met hoot en ~
    kloot, ne goeie ~
    klootmajoor
    klop
    klop van de hamer
    klop, gene ~
    klopenkelen, zich ~
    klopmengelaar
    kloppen
    kloppen zich ~
    kloppen, op de meet ~
    kloppen, overuren ~
    kloppen, uren ~
    klos
    kloskloter
    klospier
    klosser
    klot
    klot, van zijne ~ vallen
    klotegerard
    klotemanswinkel
    kloten
    kloten gerard!
    kloten van witvis
    kloten, dat trekt op geen ~
    kloten, de ~ op zijn
    kloten, den bok zijn ~
    kloten, er stenen ~ van krijgen
    kloten, er zijn ~ aan vegen
    kloten, geen ~ waard
    kloten, iets of iemand van mijn ~
    kloten, van kust mijn ~
    kloten, van zijn ~ maken
    kloten, voor de hond zijn ~
    kloten, zijn ~ schuren
    klots
    klotsbuis
    klotsen
    klu(u)tedood
    klucht(je)
    kluchtig
    kluchtigaard
    kluchtzanger
    Kludde
    kluifrotonde
    kluike
    kluis
    klumpke
    klunten
    klunten zoetekoeke
    kluppel
    klusdienst
    klussenier
    kluts
    klutser
    klutteren
    kluttergeld
    kluttering
    klutters
    klutterspoan
    kluttertanden
    KMI
    kmo
    kmo-zone
    knaap
    knab
    knabbeling(e)
    knagelijn
    knanchelenbeet
    knapseling
    knats
    knatsje
    knauw
    knauwel
    knaven
    knôës
    knecht
    knechtebrakke
    knechten
    kneffen
    knelpuntberoep
    knep
    knepke
    knetsen
    knetser
    kneukel
    kneus
    kneut
    kneutebollen
    kneuten
    kneuterachtig
    knibbelkesvlaai
    kniejep
    knien
    kniep
    knijn
    knijpen
    knijpen, waar knijpt het schoentje
    knijt
    knijzen
    knikkebolziekte
    knikkers, voor de ~
    knippen
    knipperlichtrelatie
    knipstuivers, betalen met ~
    knoak
    knobbel
    knobbelen
    knoddig
    knoebe
    knoeften
    knoemel
    knoemelaer
    knoemele
    knoepen
    knoesel
    knoesels, nog niet aan de ~ komen
    knoevelen
    knoezel
    knokkendeem
    knokse mode
    knolleke
    knolselder
    knolselderke
    knook
    knoop
    knoop, uit zijn ~ schieten
    knoopsgat, zevende ~
    knop
    knoppen, naar de ~ zijn
    knor
    knos
    knossel
    knot
    knots
    knotsen
    knotsen, een fleske ~
    knotsenbol
    knotsknieën
    knotskop
    knotteren
    knuffelstrook
    knuireke doen
    knuis
    knut
    knuupke
    ko
    koad
    koaketig
    koalèk, emes get ~ numme
    koarebleumke
    koë zinnen
    koëf
    kobbe
    kobbe langepoot
    kobbejager
    kobbenet
    kobbenette
    kodak
    koddaard
    kodde
    koddege
    koddig
    koddigaard
    koeë
    koebeest
    koed
    koede
    koefelaar
    koefeleir
    koefelen
    koefelkot
    koefer
    koefrutter
    koei
    koeieboerenhondenhaar
    koeievoet
    koeiketel
    koejon
    koejoneur
    koejonneren
    koejonneren of koeionneren
    koek
    koek één deeg
    koek eenen deeg
    koek en ei
    koekappel
    koekebrood, koekestuuten
    koekegoed
    koekeloeren
    koekeloeren, komen ~
    koekeloerenhaan
    koekeloerenhanen
    koekeloerepoezewoefke
    koeken
    koeken krijgen
    koeken, bijeen ~
    koekenbak
    koekenbak zijn
    koekendoos
    koekenkruid
    koekenstad
    koekerie
    koeketel
    koeketiene
    koeketienne
    koeketientjes
    koekfluiten
    koekske, meude geen ~, eet dan stront
    koel
    koel-diepvriescarrosserie
    koele berging
    koeleke
    koelekopke
    koelen
    koelkast, iets in de ~ stoppen
    koelkupke
    koellek
    koeloezevet
    koeltoog
    koem
    koemme
    koemmeke koffie
    koenkelfoezen
    koente
    koentekraafs
    koep-a-la-zjat
    koepel
    koer
    koer, de ~
    koerage
    koeroste
    koers
    koers tegen het uurwerk
    koersauto
    koersbroek
    koersen
    koersepieste
    koersfiets
    koersgidon
    koerske, een ~ verf
    koerske, ~doen
    koerskemel
    koerspaard
    koersvelo
    koes
    koesse
    koet
    koeten
    koetenanse
    koeter
    koetnanche
    koetsak
    koetsje
    koetswerk
    koezjurkie
    koffe
    koffejo
    koffer
    koffer, intelligente ~
    koffer, kofferke
    koffiedras
    koffiedrinken
    koffiegruis
    Koffieklas
    koffieklets
    koffiekletsen
    koffiekoek
    koffielepeltje
    koffiemadam
    koffietas
    koffietje
    koffiezet
    kokelen
    koken en smoken
    koken kost geld
    kokeneten spelen
    koker
    koker, iets in zijn ~ steken
    kokkenoane
    kokkeren
    kokkes
    kokketeute
    kokschool
    koksinelleke
    koktaj
    kol
    kolèirig
    kolbak
    kolbas
    kolebrander
    koleire
    koleire, in een Franse ~ schieten
    koleirig
    kolenbrander
    kolenkot
    kolenmarchand
    koleriek
    kollebloem
    koloniale waren
    kolonie
    kolsie
    kom
    kom koffie
    komaan
    komaan gast
    komaf
    komaf maken met -
    komen
    komen achter iets of iemand
    komen afstesselen
    komen halen
    komen te gaan
    komen te zeggen
    komen van
    komen vinden
    komen, erdoor ~
    komen, ge moet eens ~
    komen, niets van in ~
    komen, te kort ~ tegen
    komen, ze zullen me zien ~
    komere
    komeren
    komesveu
    komiek, dat is ~
    komisse, uw ~ doen
    komissie
    kommies
    kommiesje
    kommiezenheps
    komminesoan
    kommische
    kommissche, een bescheten ~
    kommisveur
    kompel
    kompetuter
    komt dat tegen
    konfét
    konijnen
    konijnenpijp
    koninerijder
    koning
    koning, feest van de ~
    koning, zo geven ze onze ~ zijn handschoenen ook
    koninginnenbrij
    koninginnenhapje
    koningsballen
    Koningsdag
    koningswens
    konkelfoezen
    konnennenvogel
    konsjuus
    konsoorten, en ~
    konsus
    kont
    kont afdraaien, zijn ~
    kont, tegen zijn ~ sneeuwen
    kont, van den hond zijn ~
    kont-animatie
    kontendraaierij
    kontenkletser
    konterbaas
    kontergewicht
    konterkeiraafs
    konteur
    konteverkeerd
    kontevertroarrie
    Kontich, achter ~ wonen nog mensen
    kontig verkeerd
    kontinu
    kontrefort
    kontrore
    konzjei
    koo, van ~ gebaren
    koof
    kooijong
    kooje
    kook, aan de ~
    kookas
    kookmoeder
    kookouder
    kookpot
    koolbak
    koolbak, uw vader had beter in de ~ geschoten
    koolkitte
    koolkonfree
    koolkot
    koolputter
    koop, te ~ stellen
    koopdag
    koopjes
    koord
    koordje, aan een ~ hangen
    koordspringen
    koordtrekken
    koorknaapgewijs
    koorts pakken
    koosj
    koosjte
    kootvissen
    kop
    kop en gat
    kop en kloten
    kop en kloten ineengestoten
    kop en staart zijn
    kop en trut ineengeschud
    kop houden
    kop noch staart aan iets krijgen
    kop of let
    kop op u lijf hebben
    kop over kloten liggen
    kop tegen kei
    kop, als gij iets in uwe ~ hebt, dan hebt ge het ook niet in uw gat
    kop, als men het in zijn ~ heeft
    kop, boven uw ~
    kop, door zijn ~ schieten
    kop, een ~ als een orgelboek
    kop, een ~voor iets hebben
    kop, er geen ~ aan kunnen krijgen
    kop, er met ~ en nek bovenuit steken
    kop, geen ~ aan iets kunnen krijgen
    kop, geen ~ of geen gat aan iets vinden
    kop, gij zijt op uwe ~ gevallen en blijven toeken zeker
    kop, het hoog in zijne ~ hebben
    kop, het zit al in mijn ~
    kop, iemand de ~ inslaan
    kop, in zijn ~ spelen
    kop, klapt tegen mijn gat want mijn ~ doet zeer
    kop, ne vierkant(ige)e ~hebben
    kop, niet op uwe ~ laten schijten
    kop, op de ~
    kop, op uwe ~ vallen
    kop, op zijne ~
    kop, over zijn ~ laten stroppen
    kop, uwe ~ komen daal te leggen
    kop, van ~ tot teen
    kop, zich de ~ gek loate make
    kop, zich door de ~ schieten
    kop, zijn ~ uitwerken
    kop, ~ in kas
    kop,~ over gat
    kopen
    kopen, een kindje ~
    kopend
    kopere
    koperlood, zo dom als ~
    kophoogte
    kopjager
    kopken
    kopkussen
    kopossen
    kopoverkloten
    koppekei
    koppel, een ~ zijn
    koppelverkoop
    koppelwoning
    koppen
    koppen, de ~ samen steken
    koppen, over de ~ lopen
    koppigaard
    kopspeld
    kopspringer
    kopstem
    koptelefoon
    kopvalling
    kopvlees
    kopvleesfretter
    kopzak
    koraal
    korbeurelucht
    kordeel
    korenpater
    korentebrood
    korepijp
    korf
    korf, leven uit de ~ zonder zorg
    kornellevogel
    kornijn
    kornut
    korosje
    korreltjes
    korsebloaze
    korset
    korst
    korst, tegen de ~ gaan
    korst, zijn ~ verdienen
    kort
    kort in ’t karreke
    kort ingespannen zijn
    kort, in 't ~
    kortbrekig
    korte drank
    korte zot
    kortelet
    kortelings
    korten
    korten, niet ~
    korteresse
    kortewagen
    kortfilm
    Kortrijkzaan
    kortspeelfilm
    kortwaagne
    kortwagen
    kortwoner
    kortwoning
    korwagen
    kosjken
    kossem
    kost
    kost en inwoon
    kost wat kost
    kost, zijne ~ verdienen
    kostelijk
    kostelijk, dat is ~om te zien
    kosten, daar zijn ~ aan
    kosten, duur ~
    kosten, in de - hakken
    kosten, in ~ vallen
    kosten, stukken van mensen ~
    kostuum
    kot
    kot, daar hebt ge het ~
    kot, eerst een ~ en dan een varken
    kot, er zijn ~ in hebben
    kot, het ~ afbreken
    kot, het ~ is te klein
    kot, het ~ voor zich (alleen) hebben
    kot, het ~ vrij hebben
    kot, iemand naar zijn ~ rijden
    kot, iemand uit zijn ~ lokken
    kot, op ~ gaan
    kot, op ~ zitten
    kot, sterven op het ~
    kot, tot een ~ in de nacht
    kot, uit z'n ~ komen
    kot, ~ houden
    kotbaas
    kotbelasting
    kotei
    koter
    koteren
    koterhaak
    koterij
    kotjakker
    kotje
    kotje, in een ~ zitten
    kotjesdenken
    kotjesvolk
    kotkaar
    kotmadam
    kotrib, dat komt tot in mijn ~ben
    kotsbeu
    kotsmoe
    kotsmuug
    kotstudent
    kottaks
    kottegoar
    kotteke
    kottenaote
    kotteraar
    kotteren
    kotterik
    kotverken
    kotverlossen
    kou hebben
    kou, een ~ op mijn water hebben
    kou, ne ~ pakken
    koude pla
    koudegevoel
    kouder, een frakske ~ zijn
    koudstellen
    koukiek
    koupis
    kous
    kouschijter
    kousebroek
    kousenbroek
    kousenvoeten, op uw ~ afkomen
    kouten
    koutenantie
    kouter
    koutje
    kouwe(n) aap
    kouwelijke
    kouwsjottel
    koven
    kovetieten
    kow
    kowa
    kowekes
    kozen
    kozijn
    kozijntjes
    kozze
    kozzekoane
    kozzem
    kraafs
    kraag, een stuk in zijn ~
    kraaie
    kraaistekker
    kraakproper
    kraal
    kraamgeld
    kraamuijer
    kraanman
    kraantjeswater
    krab
    krabbekoker
    krabbemottig
    krabben
    krabbenkoker
    krabber
    krachten, iets op zijn ~ nemen
    krachtlijnen
    krak
    krak, een ~ in zijn vak zijn
    kraken van properheid
    kraker
    krakjust
    krakke
    krakkebaas
    krakkebuis
    krakkemakkig
    krakkemikkel
    krakken
    kraktanden
    kram
    kramakkel
    kramakkelijk
    kramel
    kramiek
    kraminjao
    krammakkelachtig
    krammakkelijk
    krammen, uit zijn ~ schieten
    krammenade
    krammikkelig
    krank
    krankhoes
    kranske
    krantenshop
    krantenwinkel
    kraom
    krapuul
    krats
    kravatte
    krawaat
    krawei
    krawellig
    kraweuze
    krawiet
    krawietelen
    krawutelen
    krebbebieten
    krebbebieter
    krebber
    kredietkaart
    kredietnota
    kredieturen
    kree
    kreel
    kreffelen
    krefte
    kreftekeu
    kreften
    krei
    kreim
    kreimboer
    kreimkar
    kreitelijk
    kreiten
    kreitkop
    krek
    krekel
    krekelen
    krelkespis
    krelleke
    kremelen
    kremer
    kremeren
    kremerslatijn
    kremkar
    kremkesvolk
    kremkloot
    kremper
    krentestute
    krep
    kreperen
    kreskind
    kreskont
    kreskop
    kressen
    kretelijk
    kreten
    kretsel
    kretsen
    kretsig
    kreuffelen
    kreugel
    kreukelpaal
    kreute
    kreuzeneus
    krevat
    krevelaar, zijn ~ laten
    krevelen
    kreveren
    krewellig
    krezelen
    kriaaltje
    kribbe
    kribbelen
    kribbelenbuik
    kribbelkrab
    kriebelenbuik
    kriebeltjeskoorts, de ~ krijgen
    krieg uut
    kriek
    kriek, ziek aan uw ~
    kriek, zijn eigen ~ lachen
    kriekelaar
    kriekelaar, die kan je wijsmaken dat ons Heer op een ~ geboren is
    kriekenlambiek
    kriekskes, zij heeft haar ~
    kriemig
    krienkeldewienkel
    kriepe
    kriepen
    krieper
    kriesen
    kriezelkieken
    krijgen, er iet van ~
    krijgen, horens ~ van
    krijgsauditoraat
    Krijgshof
    krik
    krikke zijn
    krikkel
    krikkelig
    krikkelorig
    kring
    kringsel
    kringwinkel
    krinkeldewinkel
    krinkeling
    krisboum
    krismes
    kristeren
    kritsen
    kroam
    kroawaogel
    krochen
    kroeëzen
    kroef
    kroempier
    kroensel
    kroes
    kroesel
    kroessefiks
    kroet
    kroetmuil
    kroezel
    kroezelen
    kroezelhaar
    kroezelinge
    krok
    krok, zijne ~ krijgen
    kroket
    kroket, hallo ~
    kroketmachien
    krokettenmaker
    krokke
    krokkebaas
    krokodil, oude ~
    krokodillenpoten hebben
    kroksteen
    krokusverlof
    krol
    krollekeskop
    krollenkop
    krommeke
    krommenaas, van ~ gebaren
    kronsel
    kronselen
    krooizen
    krook
    kroon
    kroon, de ~ ontbloten
    kroostrijk gezin
    krop, een ~ in de keel
    kropvol
    krossen
    krot
    krot en co
    krot en compagnie
    krot, met ~ en mot
    krote
    krote, een grote ~ ein
    krotekedul
    krotoge
    krotte
    Krottegem, van ~ zijn
    krotter
    krouwel
    krowaat
    krowel
    krozen
    kruid
    kruidekoek
    kruidnagel
    kruidnoot
    kruidwis
    kruidwiswijding
    kruifelen
    kruim
    kruimeldief
    kruimeling
    kruipen
    kruipen, in de kleren ~
    kruipen, niet in de kleren ~
    kruipen, niet weten waar ~
    kruipkelder
    kruipkot
    kruis, een ~ over iets maken
    kruisgebed
    kruislicht
    kruisoord
    kruispuntbank
    kruiswerk
    kruiswerker
    kruiwagen, met de troeffel binnen en met de ~ buiten
    krukar
    krulspaghetti
    krumfee
    krumfei
    krunsel
    krusken, een ~ krijgen, geven
    kruutske
    kruwen
    kuch
    kueme
    kuiel
    kuifjepubliek
    kuilder
    kuilen
    kuimen
    kuimen, niet ~
    kuipen
    kuis
    kuis op zijn
    kuis, grote ~
    kuisdag
    kuisen
    kuisen, auto ~
    kuisen, groenten ~
    kuisen, ruiten ~
    kuisen, schoenen ~
    kuisen, tanden ~
    kuisgerief
    kuising
    kuismaniak
    kuisschesse
    kuisvrouw
    kuits
    kukhen
    kulbatist
    kulder
    kullekefrut
    kullekeskermis
    kullemenneke
    kullen
    kulten
    kunnen
    kunnen kunnen, nog lang ~
    kunnen missen als tandpijn
    kunnen, er iets vanaf ~
    kunnen, er niet buiten ~
    kunnen, er niet van over ~
    kunnen, zullen het moeten ~
    kunstelaberg
    kunstwerk
    kuppe
    kurassier
    kuren, zotte ~
    kurieus
    kurieuzeneuzemosterdpot
    kurp
    kurre
    kurreke
    kurremul
    kursaal
    kus van de juffrouw en een bank vooruit
    kuskesdans
    kuskesziekte
    kuskienge
    kusmachien
    kussen, ge kunt mijn gat ~
    kussen, zijn twee handen ~
    kust em, ze
    kustmenklote
    kusttram
    kutbrommer
    kutje
    kutkammer
    kutlekkerke
    kutsblaze
    kutspuste
    kuttelke
    kuttenbijter
    kuusj
    kuwel
    kwaad geld
    kwaad zijn
    kwaad, het gaat van ~ naar erger
    kwaad, in het ~ slaan
    kwaad, van ~ naar erger gaan
    kwaad, voor goed of voor ~ ?
    kwaai
    kwaaie, de ~ en de lelijke zijn
    kwaaipitserij
    kwacht
    kwag
    kwak
    kwak (bier)
    kwaker
    kwakkel
    kwakkel, zo doof als een ~
    kwakkelen
    kwakker
    kwakkerspap
    kwakrijgs
    kwakske
    kwakte
    kwakvros
    kwal
    kwalijk
    kwalijkte
    kwamp en gink
    kwankel
    kwanselen
    kwansuis (ook onkesüs)
    kwant
    kwaperte
    kwart van mijnen bil, de wekker staat stil
    kwart, ... uur ~
    kwart, ~ na
    kwasten
    kwater
    kwatong
    kwats
    kwazje
    kwebbeke
    kweddel
    kweddelaar
    kweddeleer
    kweddelen
    kwedder
    kweek
    kweek, van eigen ~
    kweekkwaak
    kweekkwakken
    kweekmoer
    kween
    kweetzonder
    kweik
    kweiken
    kweine
    kwek
    kwekkel
    kwelm
    kwene
    kwest
    kwestie
    kwestie van
    kwet
    kwets
    kwetsen
    kwetsuur
    kwezel
    kwiebel
    kwiebus
    kwiepedokus
    kwiestenbiebel
    kwiet
    kwijt zijn
    kwijt, ik wil het ~ zijn
    kwijt, uw eigen ~ moeten
    kwijting verlenen
    kwijtspelen
    kwik en de kwak, de ~
    kwik en de kwak, de ~ hebben
    kwik en kwak, de ~ hebben
    kwikkel
    kwikkelen
    kwikken
    kwikkwak
    kwikwoater
    kwikzalf
    kwing, een ~ kwijt zijn
    kwink-kwank
    kwint
    kwint, een ~ kwijt zijn
    kwispel
    kwispelgat
    kwistax
    kwiste, te-
    kwistenbiebel

    Groot Nationaal Onderzoek
    Het Gentse Centrum voor Leesonderzoek is doorlopend op zoek naar deelnemers voor hun woordentest om de Nederlandse taal in kaart te brengen. Uw inbreng is zeer welkom!

    Het Vlaams woordenboek  |  Copyright © 2007-2012  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens  |  Algemene Voorwaarden