Definitie

een katholiek, bij uitbreiding een christen-democraat
ook calottin
Afkomstig van het Franse calotte. Een (even pejoratief) synoniem is tjeef.

West-Vl.: kalote

Van Dale 2018: kalot
1677 < Frans ca­lot­te (sche­del­kap­je, kap­je)

  1. vaak ver­klein­vorm muts­je dat rooms-ka­tho­lie­ke bis­schop­pen, vroe­ger ook pries­ters, op de kruin dra­gen
  2. me­to­ny­misch; niet al­ge­meen; ver­ou­derd spot­naam voor kle­ri­kaal
    a ver­ou­derd; in ’t meer­voud de par­tij van de kle­ri­ka­len
Voorbeelden

De kaloten hebben de verkiezingen gewonnen.

[A bas la calotte]!

"Hij die 't licht niet kan verdragen der Geen Taalse zon,
hij weze een kaloot of een bekrompen franskiljon." (studentenlied)

"In die jaren hadden rellen en soms vechtpartijen plaaats waarbij liberaalgezinde burgers en socialistische arbeiders tegen de calottins van de universiteit stonden." (http://club.studiant.be/plutonica/studententaal.html)

Toegevoegd door lode - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 27 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025