tjeef

de ~ , tjeven man. zelfst. nw.
Definitie

Status:Onbekend

spotnaam voor een katholiek, bij uitbreiding een christen-democraat.
Ook wel eens geschreven als tsjeef, seef of dzeef (die laatste twee vooral in de Vlaanders).
Een ouder, even pejoratief, synoniem is kaloot.

DS2015 standaardtaal

< De Tjeefkens was de geuzennaam van de leden van de Sint-Jozefskring in Gent. Tjeef is afgeleid van de Franse uitspraak van Jozeph.

zie ook tsjeven, sis, kattekop, papenplekker, japneus, tjevenstreek, tjeverij; vertjeven
vergelijk sos

Voorbeelden

De tjeven hebben de verkiezingen gewonnen.

Ik zou het respecteren wanneer Leterme zegt dat hij vanuit zijn levensbeschouwing vindt dat er van een uitbreiding van de euthanasiewetgeving geen sprake kan zijn. (...) Alleen vermijdt Leterme systematisch die confrontatie van meningen, ook in zijn 'goed bestuur'-gebedsmolentje (...). In de goede oude tijd werd dat wel eens omschreven als 'tjeverij'. (Yves Desmet in De Morgen, 9 juni 2007)

Toegevoegd door lode - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 06 Feb 2025 Laatst bijgewerkt op 09 Feb 2026