Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 't'

    ta tc td te th ti tj tn to tr ts tu tv tw ty

    De volgende 779 termen in onze databank beginnen met 't':

    t is!
    t' achternoene
    t'is honnemet
    t.t.z.
    taakklas
    taakleerkracht
    taakleraar
    taalbad
    taalkader
    taallabo
    taalpolitie
    taalraadsman
    Taaltelefoon
    taantefair
    taar, aan den ~ houden
    taarte, een gemakkelijke ~
    taarteklaai
    taartepla
    taat
    taatjespap
    tabaard
    tabak
    tabber
    tabbout
    tablet
    tablette
    tachtersteveuren
    tafel, de ~ plakt, plekt
    tafel, kaarten op ~
    tafel, rond de ~ gaan zitten
    tafel, van een schoon ~ kan men niet eten
    tafelbedekking
    tafelen
    tafelkleedske
    tafelspringer
    taffel, op den ~ zijn
    taffelbeus
    taffeleir
    taffelen
    taffeljo
    tailleur
    tak, van uwen ~ maken
    tak, van zijnen ~ maken
    takelen
    takken
    takken zetten
    takkewijf
    taks
    taksplaat
    talend
    tallenkante
    tallieter
    tallon
    talloor
    talloor, platte ~
    talloren, oren zoals ~
    tallorenteirter
    tallorenterter
    taloor
    tamboerkesgaren
    tamme tyfus, den ~ hebben
    tammen
    tampondoos
    tampongfretter
    tamtam, ~ maken
    tamzak
    tand, daar is m'n holle ~ nog ni mee gevuld
    tand, die komt vannacht uw ~en tellen
    tand, trek dien ~ maar al uit
    tand, trek dien ~ maar uit
    tanden, iets tussen zijn ~ steken
    tandist
    tandje, een ~ bij steken
    tandvlees, hij zit op zijn ~
    tandvlees, op het ~ zitten
    tang
    tango
    tantafair
    tantafeir
    tante nonneke
    tante Roza op bezoek
    tante Sidonie
    tantefeir
    tantefeire(n)
    tantist
    taor, oep den ~ komen
    tapet
    tapis-plain
    tappeseren
    tare
    tarmac
    tarrara
    tart
    tartaar
    tartelet
    tartje
    tas
    tassen
    tastement
    tateren
    tatergat
    taverne
    tavond
    tèppen
    tès
    té un ruite uit tus en 'treint terin
    téés
    térik
    tétijttattuitis
    tchin-tchin
    tchoektchoek
    TD
    te
    te beste
    te doen, daar is iets ~
    te frente kjeiren
    te heurrest
    te kort doen
    te middelen tijd
    te morgend
    te nacht
    te reke
    te straks
    te zennest
    te ~ (plaatsnaam)
    te ~ uur
    technieker
    tedju
    tedorie
    teef
    teek
    teelkost
    teen, dat ligt niet op m'nen ~
    teen, dikke ~
    teen, uit zijn ~ zuigen
    teenslets
    teerfeest
    teerling
    teerpapier
    teeuwelen
    teeuweloàre
    tefeite
    tefleus
    tefrent
    tefrente
    tegare
    tegeldans
    tegen
    tegen tjok
    tegen wie zegdet
    tegen, er niets ~ zijn
    tegen, verliezen ~
    tegeneen
    tegengoesting
    tegenkanting
    tegenkomen
    tegenploeg
    tegensprekelijk
    tegenspruttelen
    tegenstaan
    tegensteken
    tegensteker
    tegenstelbaar
    tegenstelbaarheid
    tegenstroem
    tegentekenen
    tegenvallen
    tegenvoets
    tegenwijzerzin
    tegenwringen
    tegenwringer
    tegle
    tegoei
    tegriest
    tehunnest
    teijer
    teilke
    teinzen
    tejust
    teken
    teken doen
    tekloefe
    tekskeverlos
    tel, van geen ~ zijn
    telder
    tele-onthaal
    teleboetiek
    teledistributie
    telefoonkotje
    telefriek
    teleurgang
    televisioneel
    teljoor
    telkenjare
    telkens
    tellen, op iemand ~
    tellevies
    telloor
    tember
    temenis
    temijnes
    temorgend
    temper
    temperen
    tempo, aan dat ~
    temst
    temteren
    ten andere
    ten laatste
    ten onzent
    ten vroegste
    tenacht
    tenavond
    tenden (t’enden)
    tendoedendoet
    teneergeslagen
    tenen
    tenen, de ~ uitkuisen
    tenen, iemand op zijn ~ trappen
    tenen, op z'n ~ staan
    tenennijper
    teneustejoar
    teniet doen-zijn
    tenietenuit
    tenke
    tennisplein
    tenoen,~end
    tensoplast
    tent
    tentsletje
    tenue
    tepelhoofd
    teppe
    teppe(n)
    teppen
    teppen schieten
    ter vanonder trekken
    terbinsten
    terf
    terik
    terlevies
    termijnrekening
    terminus
    termirreltie
    terrasje, een ~ doen
    terrasjesweer
    terrassen
    terre
    terribel
    terril
    terten
    terug
    terug opnieuw
    terug van weggeweest
    terugbetalingstarief
    terugdraaien
    terugkomen, nog ~ in
    terugplooien
    terugtrekken
    terweers
    terweersdrijver
    terwees
    terwenst
    terwijle
    tes
    tesamen
    teslaat
    tesnuisink
    tessendoek
    tet
    tetebusse
    tetenbak
    tetoet
    tetse
    tette
    tettegarage
    tettemusj
    tetten, ergens ~ van krijgen
    tettentoren
    tettenwinkel
    tetteplet
    tetter
    tetter, van zijn ~ maken
    tetteren
    tettergat
    tettezjeir
    tettezot
    tettienk
    tetting
    tettink
    teumen, z'n ~ krijgen
    teure
    teurken
    teusje
    teut
    teut, houd uwen ~
    teutaf
    teute gerard
    teutebel
    teuteke
    Teutereweutere
    tevreden van iets of iemand zijn
    tewerkstelling
    texasbroek
    tezijnes
    theater, van zijn ~maken
    thee citroen
    thema
    theoriseren
    thesis
    thuis, nog niet ~ zijn
    thuis, van ~ uit
    tic nerveux
    tidderidje
    tiele
    tieleboas, zo zot als ~
    Tielebuis, zo zot als ~
    tielijk
    tiellik ip z'n, haar stikken
    tienen
    tiens
    tiepmie
    tier, het ~ hebben
    tiercé
    tierijn
    tierlijk
    tietelen
    tijd , over ~
    tijd, die ~ is door
    tijd, geen ~ hebben
    tijd, het zal mijn ~ wel doen
    tijd, in geen ~
    tijdkrediet
    tijdterwijl
    tijn krijgen
    tijpen
    tijpmachine
    tijsen
    tijskaart
    tik
    tik, valse ~
    tikkenei
    tikkeneike
    tikkenhaan
    tikker
    tillefonstaoke
    timber
    timmerman, het gat van de ~
    timsel
    ting krijgen
    tingel
    tingelen
    tingeltangel
    tinke
    tinzen
    tip
    tipfout
    tipmachien
    tippen
    tippex
    tiret
    tirette
    tischen
    tist
    tist(e)
    titel
    titelen
    tits
    titsen
    titske
    tittanteulleke
    tittelduif
    titularis
    tjaffelen
    tjanken
    tjeef
    tjeppe
    tjewelen
    tjip
    tjipke
    tjoeten
    tjok
    tjokkelen
    tjolen
    tjoolder
    tjulders
    tnape
    tnegentig
    toarteklui
    tob
    toc
    toch
    tochthond
    toe
    toe toet
    toebaat, op ~
    toebak, dat is straffe ~
    toecht
    toedoen, nestels ~
    toefer
    toeflinge
    toegangsexamen
    toek
    toekebol
    toeken
    toeken, zich ~
    toeker
    toekomen
    toekomend
    toelaten
    toelating
    toeleggen
    toemaad
    toemaat
    toemmerketje
    toendertijd
    toenge van lintjes
    toep
    toep, een ~ ketten
    toepe
    toer
    toeren uitzetten
    toernavies
    toernevies
    toert
    toesje
    toeslagen
    toespang
    toespel
    toespeld
    toespijs
    toesteken, een handje ~
    toestroppen
    toestuiken
    toet
    toeteba
    toetelaar
    toeten, van ~ of blazen weten
    toeter
    toeteren
    toeterka
    toetertest
    toeton
    toets
    toetter
    toetteren
    toezens
    toezichter
    tof
    tofke
    togen
    toile cirée
    toiletzak
    tokke
    tolkantoor
    tolkentelefoon, Vlaamse ~
    toma
    tomat crevet
    tomatte
    ton
    toneelkring
    tong, zijn ~ opgeten hebben
    tons
    tonzend
    toog
    tooghanger
    toogplakker
    toogspieren
    toogzeiker
    toogzweer
    toole
    toon
    toonzaalmodel
    toor, iemand ~ doen
    Toos
    toot
    tootjespap
    top
    top over kloten
    top, geen hoge ~ scheren
    topchinees
    tope
    toppeir
    toppel, zijnen ~ afdraaien
    toppen, geen hoge ~ scheren
    toppen, hoge ~ scheren
    toppie
    torenpoeper
    tornooi
    torpedo
    tot
    tot bij iemand
    tot om
    tot ton
    tote
    totebel
    totentrekker
    totetrekker
    totetrekkerie
    totteke
    totter
    totteren
    touche
    touche hebben
    Toumbouctou
    toupee
    toupet hebben
    tournee
    tournevies
    touter
    touteren
    toutering
    toverbol
    towwe
    trac
    trado’s
    trafiek
    trafiekboete
    trafikant
    trafikeren
    trage
    tragel
    trakker
    tralala
    tram 3..(4,5,6), met ~ mee zijn
    tram, afgereden van de ~
    tram, naar zijnen ~ gaan
    trampelen
    transfo
    transistor
    transparant(e)
    trantinette
    trap
    trapleerke
    trappéren
    trappelen, ter plaatse ~
    trapvoddeke
    trapzaal
    travakken
    travo, werken in den ~
    treesebees
    treffelijk
    trefter
    treifelen
    treinbegeleider
    treinbestuurder
    treinbiljet
    treiteren
    trek
    trek, in de ~ staan
    trekgat
    trekijzer
    trekizer
    trekken
    trekken naar
    trekken op
    trekken, amandelen ~
    trekken, dat zal er beter op ~
    trekken, ervanonder ~
    trekken, foto ~
    trekken, het lang, kort ~
    trekken, iemand erdoor ~
    trekken, op (n)iets ~
    trekken, op flessen ~
    trekkepoten
    trekorgel
    trekpoep
    trekstaal
    trekt u persienne op
    trektang
    trekzak
    tremen
    trengert
    trenot
    trente-et-un, op zijn ~
    tres
    treunte
    treurwilg, gij doet ne ~ lachen
    treut
    treuze
    treuzelen
    treze
    trezebees
    trezioun
    tribbetrote
    tribunespeler
    tricé
    tricée
    trichen
    tricolore
    tricot
    trien
    triep
    triest
    triestig
    triestig gesteld
    trimestrieel
    trimmen
    trinet
    triomfklok
    tripartite
    triporteur
    trippeltenen
    trippeltrappen
    tris
    trisée
    trischen
    trischer
    trisser
    trits
    tritsbak
    tritsen
    trizee
    trochelen
    troddel
    troef
    troeffel
    troel
    troemp, een ~ opzetten
    troep
    troepelbees
    troeten
    troffelschup
    troien
    trok
    troksken doen
    trollebus
    trommelinge
    tromp
    trompen
    tromperen
    trontinette
    trop is te veel
    troppel
    trossel
    trot
    trot, op ~ zijn
    trotinette
    trottinet
    trottinettenkoers
    trottoir
    trousse (troese)
    trouw
    trouwboek, halve(n) ~
    trouwer
    trouwkleed
    truffel
    trui
    truken van luie Sjarel
    trukken van de foor
    trulle
    trullen
    truntaard
    trunte
    trunten
    truntepater
    trutangel
    truten
    trutse mussels
    trutselen
    trutte
    truttebees
    truttebel
    truttedekker
    truttelakker
    truttelap
    truttelekker
    truukske
    truut
    truut in pakskes
    truweel
    tsiepen
    tsiepmuile
    tsjarel
    tsjeeëntig
    tsjefasteg
    tsjestig
    tsjeven
    tsji tsji boy
    tsjip
    tsjip tsjip en gedaan
    tsjobbelen
    tsjoekentrein
    tsjoep
    tsjoepen
    tsjoepke
    tsjoezeplekke
    tsjok
    tsjol
    tsjolk
    tsjollen
    tsjoolder
    tsjooln
    TSO
    tuëte
    tubak
    tubbe
    tube
    tuchel
    tuchtdossier
    tuf
    tuffen
    tuffer
    tugzweere
    tuiboot
    tuig
    tuimelperte
    tuimen, zijn ~uitwerken
    tuin
    tuit
    tuit(e)
    tukkebollen
    tulders
    tulest
    tumelette
    tummellets
    tunders
    tunet mijn kar
    tureluut
    turfkantoor
    Turk, roken (smoren) als een ~
    turkenbrol
    turketerf
    turnkring
    turnleider
    turnsloef
    turnzaal
    tussen twee vuren
    tussenflipperen
    tussenin
    tussenkomen
    tussenkomst
    tussenslippen
    tussentaal
    tut
    tuten
    tutjespap
    tutsen
    tuttebel
    tuttefles
    tutteflut
    tuttefluttenbak
    tuttefrut
    tuttefruttenbak, uit de ~
    tutter
    tutter, het aan zijnen ~ hebben
    Tuttere-wuttere
    tutteren
    tutterfrut
    tuttut
    tuub
    tuupe-tegoare
    tuupesteke
    tuut
    tuutje
    tveertig
    tvijftig
    twaalf stielen, dertien ongelukken
    twaalven
    twaalven, onthouden van den ~ tot de noen
    twalseree
    twee maten, met ~ en twee gewichten
    twee pollen kussen
    twee woorden, met ~ spreken
    tweeën
    tweede (met bijv.naamw.)
    tweede sinksendag
    tweede zit
    tweelingnaald
    tweeloop
    tweetiket
    tweevaksbaan
    tweevaksweg
    tweewoonst
    tweezak
    twintig voor (~uur)
    twoarsen
    typfout
    typmachien

    Tip: Punthoofd.be. Het heetste nieuws in de Vlaamse media.

    Het Vlaams woordenboek  |  Copyright © 2007-2012  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens  |  Algemene Voorwaarden