Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Recente toevoegingen

11 mrt 2010

kaapis
» ontsteking op de ...

sjonken
» Muziek luid afspelen

hoémme
» Een bevel om vee ...

plancher geven
» plankgas

moek
» stuk vis, moot ...

Recente wijzigingen

11 mrt 2010

kaapis
» door janwitloof

sjonken
» door janwitloof

hoémme
» door janwitloof

mook
» door Grytolle

mook
» door Grytolle

Recente reacties

moek
» zoals in ook. ...

moek
» haloewie z'n lemm...

moek
» Was nog het vraag...

moek
» Voor de volledigh...

moek
» lange oe

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 't'

    ta td te th ti tj to tr ts tu tw

    De volgende 393 termen in onze databank beginnen met 't':

    t'achternoene
    t'oezens
    t.t.z.
    taakklas
    taakleerkracht
    taakleraar
    taalbad
    taalpolitie
    taar, aan den ~ houden
    taarteklaai
    taartepla
    taat
    taatjespap
    tabaard
    tabber
    tabbout
    tafelkleedske
    tafelspringer
    taffel, op den ~ zijn
    taffeleir
    taffelen
    tak, van uwen ~ maken
    tak, van zijnen ~ maken
    taks
    taksplaat
    talend
    tallieter
    tallon
    talloor
    talloor, platte ~
    tamboerkesgaren
    tamme tyfus, den ~ hebben
    tammen
    tampondoos
    tamzak
    tand, trek dien ~ maar uit
    tango
    tantafeir
    tantist
    tapis-plain
    tappeseren
    tare
    tarmac
    tarrara
    tartaar
    tartjes
    tas
    tateren
    tatergat
    tèppen
    tès
    TD
    te beste
    te ~ (plaatsnaam)
    te ~ uur
    technieker
    teef
    teek
    teelkost
    teen, dat ligt niet op m'nen ~
    teenslets
    teerling
    tefeite
    tefleus
    tefrent
    tefrente
    tegare
    tegen
    tegen tjok
    tegeneen
    tegenkanting
    tegenkomen
    tegensteker
    tegenvoets
    tegle
    tegoei
    tegriest
    tehunnest
    tejust
    tekenen
    tekskeverlos
    telder
    teleboetiek
    teledistributie
    telefriek
    teleurgang
    teljoor
    telkens
    tellen (op iem.)
    telloor
    tember
    temenis
    temorgend
    temper
    temperen
    temst
    ten andere
    tenden (t'enden)
    teneergeslagen
    tenen, op z'n ~ staan
    teniet doen/zijn
    tenke
    tennisplein
    tenoen,~end
    tensoplast
    teppe
    teppe schiete
    terbinsten
    terf
    terminus
    termirreltie
    terrasjesweer
    terre
    terriebel
    terug
    terug opnieuw
    terug van weggeweest
    terugbetalingstarief
    terweers
    terweersdrijver
    terwenst
    terwijle
    tes
    tesnuisink
    tessendoek
    tet
    tetebusse
    tetenbak
    teterewetere
    tetoet
    tetse
    tette
    tettegarage
    tettemusj
    tetteplet
    tetter, van uw ~ maken
    tettergat
    tettezjeir
    tettezot
    tetting
    tettink
    teure
    teusje
    teut
    teute gerard
    tewerkstelling
    texasbroek
    thesis
    tidderidje
    tiele
    tielijk
    tier, het ~ hebben
    tiercé
    tieren
    tierijn
    tierlijk
    tietelen
    tijd, geen ~ hebben
    tijdterwijl
    tijsen
    tijskaart
    tikkenààn
    tikkenei
    tikkeneike
    tiknerveu
    tillefonstaoke
    timber
    tingel
    tingeltangel
    tinke
    tip
    tiret
    tischen
    tist
    tist(e)
    tits
    titske
    tittanteulleke
    tittelduif
    tjaffelen
    tjanken
    tjeef
    tjeppe
    tjewelen
    tjok
    tjokkelen
    tjoolder
    tjulders
    toarteklui
    tob
    tobbe
    tochthond
    toe
    toe toet
    toecht
    toefer
    toegang
    toegangsexamen
    toeigzeiker
    toek
    toeken
    toeken, zich ~
    toeker
    toekomen
    toekomend
    toelating
    toemaad
    toemmerketje
    toenge van lintjes
    toep
    toep, een ~ ketten
    toepe
    toepet hebben
    toer
    toeren uitzetten
    toernavies
    toernevies
    toert
    toespang
    toespel
    toespijs
    toestroppen
    toet
    toeteba
    toeten, van ~ of blazen weten
    toeter
    tof
    toile cirée
    toma
    tomat crevet
    tomatte
    tonzend
    toog
    tooghanger
    toogplakker
    toogzweer
    toonzaalmodel
    toot
    top
    top over kloten
    tope
    toppeir
    toppel, zijnen ~ afdraaien
    tornooi
    totentrekker
    totteke
    totteren
    touche hebben
    toumbouctou
    toupee
    tournee
    touter
    toverbol
    towwe
    trac
    trafiek
    trafikeren
    trage
    trakker
    tralala
    tram 3..(4,5,6), met ~ mee zijn
    tram, afgereden van de ~
    tram, naar zijnen ~ gaan
    trampelen
    transfo
    transparant(e)
    trapleerke
    trappéren
    travakken
    travo, werken in den ~
    treesebees
    treffelijk
    treinbegeleider
    trek
    trekizer
    trekken
    trekken naar
    trekken op
    trekken, amandelen ~
    trekken, ervanonder ~
    trekken, foto ~
    trekken, het lang, kort ~
    trekken, het lang/kort ~
    trekken, op flessen ~
    trekken, op niets ~
    trekorgel
    trekstaal
    trekt u persienne op
    trekzak
    tres
    treuzelen
    treze
    trezebees
    tribbetrote
    tricé
    tricée
    triep
    triestig
    trimestriëel
    trinet
    tripartite
    triporteur
    trischen
    trischer
    trisser
    trizee
    trochelen
    troddel
    troeffel
    troela
    troemp, een ~ opzetten
    troemperen
    troep
    troepelbees
    troeten
    troien
    trok
    tromp
    trompen
    trontinette
    trop is te veel
    trot
    trot, op ~ zijn
    trotinette
    trottinet
    trottoir
    trouw
    trouwboek, halve(n) ~
    truken van de foor
    truken van luie Sjarel
    trulle
    trullen
    truntaard
    trunte
    trunten
    truntepater
    trutte
    truttedekker
    truttelekker
    truut
    truut in pakskes
    truweel
    tsjefasteg
    tsjeven
    tsjobbelen
    tsjoep
    tsjoepke
    tsjoezeplekke
    tsjok
    tsjol
    tsjolk
    tsjollen
    tsjoolder
    tsjooln
    tuëte
    tubak
    tuchel
    tuf
    tuffen
    tuffer
    tuig
    tuit
    tuit(e)
    tukken
    tulders
    tummellets
    tunders
    tunet mijn kar
    tureluut
    turfkantoor
    turketerf
    turnsloef
    tussenkomen
    tut
    tutjespap
    tuttefles
    tutteflut
    tuttefrut
    tutter
    Tuttere-wuttere
    tutterfrut
    tuub
    tuutje
    twaalf stielen, dertien ongelukken
    twaalven, onthouden van den ~ tot de noen
    twee man en een paardekop
    twee pollen kussen
    twee woorden, met ~ spreken
    tweede zit
    tweewoonst
    tweezak
    twintig voor (~uur)
    twoarsen

    Tip: Punthoofd.be. Het heetste nieuws in de Vlaamse media.

    Het Vlaams woordenboek  |  Copyright © 2007-2009  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens  |  Algemene Voorwaarden