Definitie

Status:Onbekend

samen

< Middelnederlands: samen, tsamen, te samen

Woordenboek der Nederlandsche Taal: uit samentrekking van te en samen ontstane vorm.
In het Mnl. alleen met te, steeds met s- gespeld. De z-spelling wordt vanaf de 17de e. meer gebruikelijk en vanaf de 18de e. een regel.

Voorbeelden

Wij gaan tesamen met één auto.

Toegevoegd door de Bon - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 10 Feb 2026