Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 'h'

    ha he hi hn ho hu hy

    De volgende 460 termen in onze databank beginnen met 'h':

    h(eu) (eu)
    haafkaaf
    haagschool doen
    haak, niet in de ~ zitten
    haakfout
    haakpuit
    haantje-vooruit
    haar
    haar, een ~ in de boter
    haar, er is geen ~ op mijne kop dat daaraan denkt
    haar, Frans met ~ op
    haar, hij heeft geen ~ op zijne kop dat deugt
    haar, m'n ~ doet pijn
    haar, met zijn ~ zijn
    haar, staat er nog geen ~ op uw tong
    haar, van ~ noch pluimen
    haarcement
    haarsnijden, het is allemaal geen ~
    haarsnijer
    haarstrijkijzer
    haartjepluk
    haarzak
    haarzakken
    haarzakker
    haas
    haas, geboiren van kromme ~
    haas, van den ~ gepoept zijn
    haast, in zeven ~en
    haastig
    haastigheid
    habgard
    hache
    hacht
    hachtje
    had geworden
    haddoch
    hafeltje
    hagelbol
    hak
    hakbijl
    hakbijlcomité
    haken en ogen, met ~ aan elkaar hangen
    haken en sloten, met ~ aan elkaar hangen
    hakkelaar
    hakkelen
    half en half
    half zeven
    half, en ~
    halfhersteld zijn
    halfherstellende
    halfmaan
    halfnèze
    halfoogst
    halfopen bebouwing
    halfpan, zich een ~ voelen
    halfrond
    halfzegat
    hallucinant
    hals, aan den - komen
    halve duim
    halvelings
    halvewitte
    hamac
    hamel
    hamerslingeren
    hamfel
    hammevlees
    hampeterre
    hand, aan de ~ hebben
    hand, iets aan de ~ hebben
    hand, zijn twee ~en kussen
    handborstel
    handelaars, leraars
    handen, zonder ~
    handgift
    handhaaf
    handje
    handje, een ~ weg hebben van
    handtas, in de ~
    handtave
    handteef
    handvat, het ligt aan het ~
    handvleugel
    handvleugeltje
    hanestap
    hangar
    hangen, met de lip in het bier ~
    hangerke
    hanne
    hannekesnest
    hannoe
    hanske-vooraan
    Hanskroef
    haos
    happe
    hapsjaar
    hapsnap
    hardi
    haren, met de ~ getrokken
    haring, die ~ braadt niet
    hart, er het ~ van in zijn
    hart, van uw ~ een steen maken
    hartelijk
    hastel
    hatstiek
    hauf
    hauf, hauve
    haut-parleur
    hazetukske
    hèt voor iemand zijn
    he
    hebben, er niet aan ~
    hebben, het in ~
    hebben, het ~ zitten
    hebben, van iets of iemand niet moeten ~
    hebben, zoiets ~ van
    hebben, ~ van...
    hedder
    heed
    heelder
    heeltergans
    heen en weer kind
    heenwedstrijd
    heepmes
    heernonk
    heet muntje
    heetloper
    hefschroefvliegtuig
    heftepin
    heilig beeleke
    heilig boontje, het ~ uithangen
    heilig paterke
    heilige dag
    heilige, ter ere van welke ~
    heiliger dan de paus zijn
    heimelijkaard
    heirbaan
    heirkracht
    heis
    heisj
    heivers goan
    heivisj
    Heizeldrama
    hekkebekken
    hekken
    hekken, zijn ~ aan een andere staak hangen
    hekmerk
    heks(e)
    heksemoer(e)
    heksen, niet kunnen ~
    heksenpikkel
    heksenprot
    heksevel
    hel
    hel, helle
    helaba
    helderaan
    helegans
    hellekapelle
    helver
    hem of haar
    hem zijn
    hemaal
    hemdje raakt mijn gaatje niet
    hemelbeestje
    hemelen
    hemellicht
    hemelsgroot
    hemelwerke
    hemmekes
    hengel
    hengel, op den ~ stoten
    henj, heng
    henne
    hennentenen, met ~
    hennig
    hens
    henske
    heps
    her-
    heraanleggen
    herbaggeren
    herbeginnen
    herbekijken
    herbronnen
    herdelijk
    herdoen
    Herentalse boomkes
    hergeven, zich
    herhaling prefix werkwoord
    herindienstneming
    herinneren, te ~
    herlaadbedrag
    herlaadbeurt
    herlaadkaart
    herleiden
    herleiden, tot een minimum ~
    hermaken
    hermaken, zijn leven ~
    hernemen
    herneming
    hernieuwbaar
    heropstarten
    heropstartpremie
    herpakken
    herpakken, zich ~
    herres
    herres komen
    hers
    herschilderen
    hersenverkalking
    herspuiten
    herstellen
    hert(e)
    hertassen
    hertefretten
    hertefretter
    herteklop
    heruitzending
    herval
    hervallen
    herzakker
    hesp
    hespenworst
    het hof van Oostenrijk
    het is allemaal geen haarsnijden
    het is de beirende vrouw
    het is voorgevallen
    het Kot
    het let niet
    het muft
    het Schoon Verdiep
    het spookt aan de lindekes
    het van het zijn
    het zijn kosten op het sterfhuis
    heten
    hetzel
    hetzelfste
    hetzij
    heul
    heum
    heum, ~ ziene
    heupeling
    heur
    heust
    heutkiaes, heutkees
    heuzzelbeuzzeke
    Hey'kes
    hie
    hiel
    hier, dat ziet ge van ~
    hierachter
    hik, op nen ~ en ne gauw
    hikketik
    hinge
    hinken, achterop ~
    hinkschelver
    hinnebees
    hinnegraasel
    hinnekra
    hinnen
    hinnenkot
    hinterland
    hippen
    hippen, niet ~
    historie, dat is het schoonste van zijn ~ niet
    historiek
    historisch
    HNUO
    hoaf
    hoémme
    hobbel
    hobbeldesobbel
    hobbelensobbel
    hoddelekrieamer
    hodderen
    hoe een
    hoe is’t
    hoe, ge kunt (dat) niet geloven ~
    hoechele
    hoed, een hond met een ~ op
    hoed, ploesjen ~
    hoedat
    hoedelen
    hoederecht
    hoedjesdag
    hoek
    hoek, achter ~ en kant
    hoek, da's nog ni oep den ~
    hoek, daar is nen ~ af
    hoeken, achter ~ en kanten
    hoeken, de grootste ~ zijn eraf
    hoelahoepen
    hoelle
    hoemelen
    hoemp
    hoeraja hiep
    hoereboeren
    hoerebok
    hoerejoenk
    hoeren en tamboeren
    hoerenchance
    hoerenjagertje
    hoerenkot
    hoerenpintje
    hoeterdekoeter
    hoeveerig
    hoevelen
    hof
    hof van assisen
    hof van beroep
    hof van cassatie
    hofstee
    hoftuin
    hoge col
    hogehoed, zo zwart als een ~
    hoger
    hoger onderwijs
    hogere studies
    hogergenoemd
    hogervermeld
    hogeschool
    hol
    hol van Pluto
    hola Paula
    hold-up
    holderdebolder
    holebi
    holkruiper
    Hollander
    holleblok
    home
    homejacking
    hommelen
    hon(d)skaar
    hond, als een ~ in een kegelspel
    hond, een ~ met een hoed op
    hond, geen weer om een ~ door te jagen
    hond, gescheid(en) gelijk een ~ van een stront
    hond, hij is de ~ gaan eten geven
    hond, iets wat de ~ niet mag
    hond, in den ~ gelogeerd zijn
    hond, van den ~ zijn
    hondekot
    hondekots
    hondenstiel
    honderd
    honderd dagen
    honderd en één ... ~ en twaalf
    honderd hebben
    honderd, ten ~
    honderddagenshow
    hondje vries (zit op 't dak)
    hondje, ja m'n ~
    hondsgebakken peren
    hondsgezeik, alle ~
    hondziek
    honger, grote ~
    honger, op zijn ~ blijven zitten
    honger, scheuren van de ~
    hongerhaar
    hoofd, in ~e van
    hoofdbekommernis
    hoofdboter
    hoofdbrok
    hoofdflakke
    hoofding
    hoofdvogel, de ~ afschieten
    hoog, het ~ op hebben
    hoogdag
    hoogdringend
    hoogdringendheid
    hoogheidswaanzin
    hoogperformant
    hoogtewerker
    hoogweef
    hoogzaal
    hoop en al
    hoop, op den ~ toe
    hoorcentrum
    hoorndul
    hoortest
    hoos
    hootte
    hoottemoel!
    hopelijks
    horecagezwel
    horeke
    horendol, ergens ~ van worden
    horendrager
    horens krijgen van
    horst
    hos klos
    hospitaal
    hospitalisatie
    hospitalisatieverzekering
    hospitaliseren
    hostess
    hot, een ~ slapen
    hots klots
    hotseentje en beworje
    houden, ergens aan ~
    houdoe (hawdoew)
    hout vasthouden
    hout, niet meer weten van welk ~ pijlen maken
    houte spel
    houtraper
    houwen (houwe)
    houwvrouw
    hoveerdig
    hozen
    huif
    Huilands
    huin den daag
    huis van Oostenrijk
    huis, (n)iets van in ~ komen
    huis, ’t is hier het ~ van Oostenrijk niet
    huis, over ~
    huis, ver(der) van ~ staan
    huisbereid
    huisduivel
    huisgerief
    huisje spelen
    huiske
    huiskring
    huist
    huiswerk, zijn ~ maken
    hukken
    hukkes
    huksel
    hukske, op zijn -
    hulle
    hullebus
    hullen
    hulten en bulten
    hum
    humaniora
    humme
    hummeke
    hummekes
    hummelke
    hunken
    huppeling
    hurs
    hut
    hutsebalieren
    hutsekluts
    hutseklutse
    hutsepot
    huu
    huu den daag
    huut
    huutsweir
    huwelijkslijst
    huwelijksvermogensstelsel
    huzzel
    hydrocutie
    hyperkinetisch
    hypo
    hypothekeren

    Tip: Punthoofd.be. Het heetste nieuws in de Vlaamse media.

    Het Vlaams woordenboek  |  Copyright © 2007-2012  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens  |  Algemene Voorwaarden