hanske-vooraan

het ~, mv. ongebr.
Definitie

Status:Onbekend

haantje-de-voorste

(diminutief, dus krijgt stamklinker umlaut in de (Zuid-)Limburgse dialecten)

Voorbeelden

Hèè wos altijd henske-viëraon, behaave at doë gewérk moes wiëne. (hij was altijd haante-de-voorste, behalve als er moest gewerkt worden)

Toegevoegd door petrik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 19 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 10 Feb 2026