hecht

zn. m. mv. -en
Definitie

Status:Onbekend

paard

Voorbeelden

Da 's een schrale, magere hecht, niks dan been!

Schiet eens op tamme hecht! (tegen een persoon=brutale taal)

"Hecht, m. Mager, versleten paard", Cornelissen, P.J. en J.B. Vervliet (1899-1903), Idioticon van het Antwerpsch dialect (stad Antwerpen en Antwerpsche Kempen).

"Stommen hecht", Tuerlinckx, J.F. (1886), Bijdrage tot een Hagelandsch Idioticon.

Toegevoegd door japper - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 02 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 10 Feb 2026