Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 'p'

    pa pe pi pj pl pm po pr pu pw

    De volgende 1244 termen in onze databank beginnen met 'p':

    p(eu)j(eu)rdroe(eu)g
    paar
    paard
    paard te groot
    paard, rap op zijn ~ zitten
    paardekop, twee man en een ~
    paardemob
    paardenkoers
    paardenmolen
    paardenoog
    paardenwesp
    paardewortel
    paardje
    paart
    paasbloem
    paasklok
    paasnagel
    paaspaar
    paasvakantie
    paasweer
    paat
    paaz'n
    pacht
    pad
    pad, een ~ in de korf zetten
    pad, zijn ~ kuisen
    paddepoten
    paeperkook, 't is van ~
    paepermeuleke
    paffen
    pag
    pagadder
    paggellen
    pak
    pak hebben op
    pak, ergens de ~ van weg hebben
    pak, ne goeie ~ doen
    pak, ne ~ aan
    pak, ~ aan iets hebben
    pakbaar
    pakkebol
    pakkeman
    pakken
    pakken, bij de ~ blijven zitten
    pakken, koorts ~
    pakken, zijn - maken
    pakske
    pakske kaat
    pakske slaag
    pakske, met een ~ thuiskomen
    pakske, zijn ~s maken
    pakstje
    pakt da je
    paktweg
    palatie
    paleren
    palet
    paling, ~ in 't groen
    paljas
    pallepoten
    pallet
    palliatief verlof
    pallieteren
    pallures
    palmares
    palmenhoute
    palmenwijding
    palto
    paluffen
    palul
    palulle
    palullen
    pampelen
    pamper
    pamperbroek
    pamperrekening
    pan
    pan, een half ~ zijn
    panacheren
    pancarte
    pandoering
    pandoeringe
    pane
    panger
    panikeren
    panlat
    panne
    panne, in
    panne, in ~ vallen
    pannebruinder
    pannenkoekenslag
    pannes
    paot
    pap
    pap, beu als kou ~
    pap, in de ~ te brokken hebben
    papa-mama-lening
    papborstel
    paperasserij
    papfles
    papfles, met de ~ meekrijgen
    papieren
    papieren, in lastige ~ zitten
    papieren, in moeilijke ~ zitten
    papieren, in slechte ~ zitten
    papieren, in vieze ~ zitten
    papierslag
    papirreke
    papjoenk
    papsaus
    papschole
    papschool
    papzak
    para
    paracommando
    parameter
    paramotorvliegen
    paraplu staan
    paraplu toedoen
    paraplupolitiek
    parastataal
    paravent
    pardaf
    pardessus
    pardoes
    pareren
    paret
    paretten, van zijn ~ geven
    parfors
    parijs, langs ~ rondrijden
    paritair comité
    park
    parkeren, beurtelings ~
    parking
    parkingplaats
    parlee
    parlementair
    parlesanten
    parlofoon
    parmantig
    parochie, niet meer weten in wat voor ~ ge zijt
    parochiestier
    parochiezaal
    parti trekken
    partie
    partie-plezier
    partieel
    partijvoorzitter
    partneriaat
    paruke
    pas
    pas geven
    pas, van ~ komen
    pasfit
    pasjakroet
    pasjense
    pasjoefelen
    pasmunt
    paspoort
    passage
    passagierster
    passagierszetel
    passe-hotel
    passe-partout
    passe-vite
    passeerde
    passeren
    passeren, langs ~
    passevite
    passiefhuis ~woning
    pastang maken
    paster
    pastorij
    pasvit
    paswoord
    patapoef
    patat
    patat, er een ~ op geven
    patat, luie ~
    patat, zo zat als een ~
    patates frites
    patati en patata
    patatscheller
    patatten
    patatten afgieten
    patatten, het zout op de ~ niet verdienen
    patatten, in de ~ zitten
    patatten, nog niet aan de nieuw ~ zijn
    patatten, platte ~
    patatten, uw ~ komen uit
    patattenjasser
    patattenreis
    patattenschel
    patatter
    patee
    patee, der nen helen ~ van draaien
    pateeke
    pateke
    pater
    pater, een ~ op zijn gat schilderen
    paternoster
    paternosteren
    paternosterknookel
    patersbier
    paterskloot
    patersknie
    patiënteel
    patiëntig
    patience
    patineren
    patisserie
    patjalder
    patron, zelfwerkend ~
    patronaal
    patronaat
    patronage
    patronale bijdrage
    patroneren
    patser
    patsj
    pattapoef
    paus
    paus, heiliger dan de ~ zijn
    pause
    pauzeke
    pauzewol
    pavoine
    pazewol
    pechdienst
    peche
    pechelbuis
    pechstrook
    pechverhelper
    pedagogische studiedag
    pedalen rondgooien
    pedalen, de ~ kwijt zijn
    pedallen
    pee
    pee, een ~ steken
    pee, iemand een ~ stoven
    peekes
    peekes, van ~ gebaren
    peekesgat
    peekeshuis
    peekesros
    peekesstoemp
    peekesstok
    peer
    peer van Pollentier
    peer, de ~ in twee snijden
    peer, een ~ aan hebben
    peer, iemand een ~ geven
    peer, iemand een ~ stoven
    peerd
    peerdebie
    peerdeken
    peerdemande
    peerdemolen
    peerdenoog
    peerdezat
    pees
    peeschijven
    peet
    peetie
    peetje
    peeweps
    peijkesaas
    peinsnee
    peintuur
    peinwaar
    peinzen
    peird
    peird'naunk
    peirdemeester
    peirdhoere
    peire, uwe ~ zien
    peirwispel
    peitsje
    peizen
    peizen, in uw eigen ~
    pejerke
    peke
    pekelharing
    pekeltang
    pekelteef
    pekelteve
    pekiek zijn
    pekkedonker
    pekkel
    pekkelen
    pekken
    pekker
    pekzwart
    pel
    pelder
    pellekes
    pellen
    pellen op zijn ogen hebben
    pellerine
    peloeze
    pelotte
    pelouze
    pelse frak
    pelsen
    pemel
    pen
    penaliseren
    penalty
    penateur
    pendelaar
    pendelen
    penitentiair verlof
    pennelikker
    pennenstok
    pennenzak
    pennepisse
    penneveireke
    pens
    pens, er een ~ aanhangen
    pensaert
    pensbeest
    pensejager,
    penseketel, zo vol als een ~
    pensenkermis
    pensioen, op ~ gaan of zijn
    pensionaat
    penspijn
    pensprijerij
    pep
    pepe
    pepel
    pepeling
    peper
    peper in zijn gat hebben
    peper in zijn gat strooien
    peper, ~ in zijn gat krijgen
    peperbol
    peperbus, de ~
    peperkoek
    peperkoek, een hart van ~
    peperkoeken huisje
    peperkoorde
    peperkous
    pepernop
    pepersossis
    pepkes
    per abuus
    per se
    percent, op ~ werken
    perceptie
    percheine
    percies
    perdel, iemand in ~ laten
    pere
    pere, zijne ~ zien
    pereksembel
    perekwatie
    perelaar
    perette geven
    performant
    performantie
    perfors
    perkis
    perlifke
    perlut
    permanaat
    permanentie
    permentelijk
    permeteren
    permissie
    pernikkelen
    pernottevrouwke
    pernukkel
    perrewetten maken
    persé
    perse
    persede
    perselle
    persienne
    persjennen
    persjienen
    persjoenkelen
    persjong
    personenbelasting
    persoonsongeval
    persverkoper
    persvisie
    pertang
    pertangs
    pertank
    perte totale
    pertig
    pertret
    perusj
    perzoeng
    pes
    peseede
    pesjoenkelen
    pessem
    pest hebben
    pet
    petanque
    petappelmes
    petater
    petatjes
    petatten, uw ~ komen uit
    petattenschelder
    peter, meter
    petere
    peteren
    petet
    petetteschel
    peteus
    peteuze
    petezze
    petik, niet veel ~
    petj'n
    petje
    petjen
    petoeter
    petoeters
    petotter
    petrol
    petrol geven
    petrol zijn
    petrol, zijn eigen ~ zuipen
    petrolbranderke
    petrolvuurke
    pette
    pettejoenk
    petten
    pettig
    petzl
    peujke
    peuk
    peuken
    peul
    peune
    peut
    peut hebben van iets
    peute
    peutertuin
    peuttes
    peuzelaar
    pezeweven
    pezewever
    pezzekop
    pianewijs
    pianowijs
    piasteren
    piëdestal, iemand op een ~ plaatsen
    piëdestal, iemand op een ~zetten
    piës
    piccolo
    pickles
    pickpocket
    pickupnolleke
    pieatsj
    pieëvereir
    piefer
    piejoanergewies
    piejpelzot
    piekdrinken
    piekebeste, op zijn ~ zijn
    pieken
    piekenzot
    piekenzot jagen
    pieketijn
    piekevent
    piekuurtrein (P-trein)
    piele
    pielelucht
    pielepatsj
    pielewuiter
    piellampe
    piempampulleke
    pienen
    piep in
    piepe clown
    piepedol
    piepel
    piepeling
    piepeloeren
    piepen
    piepenborg spelen
    piepenholleke
    piepenol
    piepenollen
    pieper
    piepers, de ~ hebben
    piepke
    piepke bergen
    piepkenduik
    piepoog
    pieppegalle
    pieptje
    pier
    pier naar pol, van ~
    pieren
    pieren, de ~ uit iemands neus halen
    pierenverdriet
    pierewaaier
    pierewiet
    piering
    pierke-zjust
    pierlewiet
    pies vinaigre
    piesdoek
    piesooge
    piet
    piet hebben
    piet steken, iemand ~
    piete-
    pietenol
    pietenolleke
    pietepakker
    pieternel
    pietgoal
    pietje
    Pietje de dood
    pietje toch
    pietje, iemand bij zijn ~ hebben
    pietje-mè -se -peèrd
    pietjepeerd
    pietjesbak
    pietjevenijn
    pietlulligheid
    pietmoeial
    pietsje
    pietsjtang
    pietzak
    piewanten
    piewitte
    piezeling
    piezewiet
    piezewiez
    pijken
    pijn aan het lapje
    pijnder
    pijotte koek
    pijp, in de ~
    pijp, uit zijn ~ komen
    pijp, zijn ~ is uit
    pijpajuin
    pijpenkop
    pijphoer
    pijpijzer
    pik
    pik à pik zijn
    pik hebben in
    pik, ne ~ hebben op iemand
    pikdorser
    piket
    piket, van ~ zijn
    pikkedoren
    pikkel
    pikkelen
    pikkelheiring
    pikkels, met zijn ~ omhoog liggen
    pikken
    pikkendief
    pikkenotje spelen
    piksossis
    pikup
    pikuur
    pil
    pilarenbijter
    pilchard
    pilipili
    pillamp
    pillebout
    pilleke koud
    pilleke, zijn ~ vergeten
    pillen
    pillendraaier
    pillenmarchant
    pillepoot
    pilleweuter
    pillicht
    piloot
    pilootproject
    pilootschool
    pimpaljoentje
    pimpampeule
    pimpampoeleke
    pimpampoentje
    pimpel
    pimpompuleke
    pin
    pin, gierige ~
    pinarie
    pinèske
    pinèskessaas
    Pindjob
    pindop
    pindoppen
    pingelen
    pinhond
    pink, mijn ~ zegt
    pinke
    pinke pinke
    pinken
    pinker
    pinklicht
    pinksebloemen
    pinneke
    pinneke nij
    pinnekesdraad
    pinnekeshaar
    pinnekesknipper
    pinnekeskop
    pinnekesmachien
    pinnemuts
    pinnen, voor de ~ komen
    pinneteef
    pinokkio
    pint
    pint, een ~ te veel op hebben
    pintaan
    pintelieren
    pinten
    pinting
    pintje
    pintje kantelen
    pioche
    pionfrein
    piong
    piot
    pipi
    pipo
    pippegale
    pippegeulle
    pippgaai
    pippo
    piqueur
    pirana
    pirelen
    pirling
    pirrewitsje
    pirusche
    pis of gene pis, de pot op
    pisbak
    pisbloem
    pisbroek
    pisfluit
    pismet
    pisoog
    pispoot
    pispot
    pispotjes, gekleurde ~
    pisseblomme
    pisseloe
    pisser
    pissijn
    pist, de ~ in zijn
    pist, de ~ in
    piste
    pistier
    pistolee
    pistolet
    piston
    pistonneke
    pistoolschilder
    pit
    pitabar
    pitjesbak
    pitoeteke
    pitsblaar
    pitsen
    pitser
    pitslamp
    pitstang
    pitteke
    pitteken dun
    pitteleer
    pitteleir
    pizema
    pjedje
    pjeid
    pjeirrelul
    pjeit
    plaaster
    plaat
    plaat hebben
    plaats
    plaats, strijdbare ~
    plaatse, ter ~ afstappen
    plaatse, ter ~ trappelen
    plaatser buitenschrijnwerk
    plaatslager
    placeren
    pladerm
    pladijs
    plafond
    plafond, vals ~
    plafonneren
    plag
    plage
    plak
    plak, de ~ zwaaien
    plakhout
    plakiester
    plakijzer
    plakkaat
    plakkedester
    plakkekke
    plakken
    plakken gaan laten nemen
    plakken op
    plakker
    plakkevort
    plakploaster
    plakploeg
    plaksel
    plakwaaier
    plamuren
    plan B
    plan, in ~ laten
    plan, zijne ~ trekken
    planché
    plancher
    plancher geven
    plank
    plank met een koet in
    plank, van de ~ zijn
    plank, veel brood op de ~
    plankier
    plant
    plantentuin
    plantrekker
    plao
    plaqué
    plas, de was en de ~
    plastiek
    plastieken
    plastikken
    plastron
    plat
    plat rijden
    plat water
    plat, zo ~ als een vijg
    plateau
    plateau, op een
    platendraaier
    platform
    platijzer
    platte kaas
    platte meutte
    platte patatten
    platte zeug
    plattekaas
    platten hanne
    platvink
    plavei
    pledder
    plein
    pleister, een ~ op een houten been
    plek
    plek, in ~ van
    plek, niet op uw ~ zijn
    plekijzer
    plekke, in - van
    plekken
    plekker
    plekketig
    plekpot
    plenken
    plenker
    plets
    pletse
    pletseberrevoets
    pletskop
    pletten
    pletteren
    pletwals
    pleute
    plezant
    plezant, het moet ~ blijven
    plezante
    plezante, beter een kleine ~ dan een grote ambetante
    plezante, flauwe ~
    plezanterik
    plezantste, de ~ thuis zijn
    plichtig zijn aan
    plichtsbewust
    pliesse
    plint
    plissé
    ploan
    ploate
    ploddeke
    ploddeke, het ~ hebben
    ploegkapitein
    ploegkoers
    ploes
    plomb
    plomberen
    plombier
    plongeur
    plonsbad
    plooi
    plooi, op zijn ~ komen
    plooien
    plooien of breken
    plooien, tussen de ~ vallen
    plooieren
    plooifiets
    plooistoel
    plote
    plotse
    plover
    pluim
    pluim, met de ~en gaan lopen
    pluim, van haar noch ~
    pluimen
    pluimgewicht
    pluimkesfrak
    pluk
    plukke
    plukken
    plukkevort
    plus
    pluske
    PMD
    poane
    poétziekte
    pochette
    pocket, in de ~ zijn
    pocketspits
    podding
    poddingjob
    poeëppe
    poedelkop
    poedelnoks
    poederdroog
    poef
    poef, wanneer gaat de grote ~ af
    poefen
    poefen van het lachen
    poefen, zich ~
    poefing
    poefwarm
    poeike
    poekel
    poekele
    poeleke
    poem
    poembak
    poembaksmoel
    poemel
    poemp
    poempaf
    poempeloereken
    poen
    poendereire
    poenpakker
    poep
    poep, blote ~
    poepchic
    poepdoze
    poepegatteke
    poepeklets
    poepeloere
    poepeloerezat
    poepeloet
    poepemieke
    poepen
    poepenollen
    Poeperkesdag
    poepers
    poepers, met de ~ zitten
    poepesnoenes
    poepezit
    poepgaai
    poepgelei
    poephaan
    poepjelei
    poepke
    poepkeszalf
    poepoor
    poeprevet
    poepsimpel
    poepsiroop
    poepslag
    poepslee
    poepsnoep
    poepsuiker
    poepvalies
    poepvet
    poepzat
    poereken
    poerre
    poersuiker
    poert
    poes, niet van de ~ zijn
    poesj
    poesje
    poesjenel
    poeske
    poester
    poet
    poet (poe_te)
    poets wederom poets
    poetsjpaaf !
    poetsvrouw
    poetzak
    poezeke
    poezemin
    poezeminneke
    point mort
    poit
    pojeid
    pokkenkoud
    pol
    pol en soccer
    pol, zijn twee ~len kussen
    polder, uit zijne ~ komen
    polderke
    polderzeug
    polies
    politie, wet betreffende de ~ over het wegverkeer
    politiecombi
    politiecommissariaat
    politieker
    politiezone
    politique politicienne
    polleke
    pollepel
    pollevie
    polyvalente zaal
    pombak
    pomkoek
    pomme d’amour
    pompaf
    pompbak
    pompelmoes
    pompeloerke
    pompen
    pomperlutten
    pompier
    pompiereke
    ponder
    pondkoek
    poneke
    poor
    poorret
    poorwabbe
    poosje
    poot
    poot, nog goed te ~ zijn
    poot, zijn ~ ervoor zetten
    pootje
    pootjelap
    pootjes krijgen
    pootvast
    poppedoeken, in - vallen
    poppemie
    poppen
    poppestuurke
    por
    por(re)
    porei
    Porschist
    port-bagage
    portatief
    porte-manteau
    portefeuille
    portemine
    portière
    porto
    portrettentrekker
    pose
    positie
    positioneren, zich ~
    posjense
    post
    post, een ~ pakken
    postbedeling
    posten
    postenakel
    posternel
    postiche
    postjes
    postjesman
    postjespakker
    postkaart
    postnummer
    postpunt
    postuur
    postuur; een verdacht ~
    postuurke
    postzegel, zo groot als een ~
    pot met drie oren
    pot van Keizer Karel
    pot van Olen
    pot, het ~je gedekt houden
    pot, naast de ~ pissen
    pot, rond de ~draaien
    pot, tussen ~ en pint
    potage
    potdassen
    potdicht
    potdoof
    pote
    pote schijtkersen
    poten
    poten en oren, (goed) van ~ voorzien zijn
    poten, er met zijn ~ uithangen
    poten, met uw ~ omhoog liggen
    poten, oren en ~
    poteren
    poteten
    Potifar, ge zijt zo zwart als ~
    poting
    potje breek, potje betaal
    potje'vleesch
    potje, het ~ gedekt houden
    potkeiren
    potlepel
    potrot
    pots
    potstik
    potsuiker
    pottecaree
    pottedoof
    pottefeer
    potteke(n)
    pottekeskermis
    pottekestamp
    pottelen
    potten, er zijn geen ~ aan gebroken
    potten, met de gebroken ~zitten
    potten, niet veel ~ gebroken hebben
    potten, ~ breken
    pottendarm
    pottendorp
    pottenlikker
    pottenstamper
    pottepot ei
    potter
    pottienk
    pottoe
    potuil
    potvast
    potverdoemeke
    poulain
    poulfrikas
    poussette
    poutrel
    poverke
    praalstoet
    praam, een ~ doen
    praat hebben
    praat voor de vaak
    praat voor zeven
    praatbarak
    praatgast
    praesidium
    prakkizeren
    prakkuleus
    praline
    pralinestoemper
    prang
    prang, de ~ op de neus zetten
    pranil
    pratikeren
    pratsj
    pratsjnaat
    preboozen
    precies
    pree
    preekheer
    prefab
    prefect
    preformateur
    prekeleus
    prelatie
    premi
    prengelen
    prentjesboek
    preparé
    pressede
    presseert ni, ’t ~
    pressen
    presseren
    pressing voeren
    pression
    presspot
    pret
    pretheer
    pretmadam
    pretteriger
    preus
    preus model
    preut
    preute
    preutekoelen
    preutekoeler
    preutelekker
    preventieshampoo
    prezentobel
    priësel
    pridder
    prie
    priekel
    priem
    pries
    pries, trek die ~ maar uit
    prij
    prijkeleus
    prijs hebben
    prijs maken
    prijselijk
    prijsindex
    prijskamp
    prijsuitdeling
    prilgek
    prim
    primeren
    primordiaal
    princiepsakkoord
    princiepskwestie
    prinsepoilste
    prinskensdag
    prise
    prison
    privatief
    privé
    privésector
    probatie
    procedure ten gronde
    processie van Echternach
    prochie
    proclamatie
    procureur des Konings
    product, wit ~
    proefbuis
    proefbuisbaby
    proefliggen
    proefstuk, niet aan zijn ~ zijn
    proefwerk
    proem
    proemelette
    proes
    Proese
    proeslip
    proezen
    professioneel
    professor
    proficiat
    profietigaard
    profijt
    profijtelijk
    profijtig
    profitariaat
    profiteren, iets ~
    programmatie
    promotie
    pronken
    pronker
    pronostiek
    pronostikeren
    pront
    proost
    propel
    proper
    proper zijn
    proper, maar niet blinken
    propkes schieten
    proppe
    proppenschieter
    proppensvol
    prospectie
    prossen
    prot
    prothesist
    protkont
    protocollen
    proton
    protstok
    provincieraad
    provincieweg
    provisoir
    pruime
    pruimelaar
    pruimen
    pruke
    prullenman
    prungelaar
    prus
    prut
    pruts
    prutse
    prutsen
    prutser
    pruttelen
    publiciteit
    puffen
    puiker
    puilder
    puinen
    puise
    puit
    puitekoud
    puitenslager
    puitonnozel
    pul
    pull
    pulle
    pullemutse
    pullen
    pullover
    pumpel
    pun
    punctueel
    pungel
    punnen
    punt
    punt aan de lijn
    punt ander(e) lijn
    punt, dubbelpunt
    punt, goede of slechte ~en
    punt, op ~ staan
    punt, op ~ stellen
    punt, zich op zijn ~ houden
    pupe, z’n ~ uutklopn
    pupezak
    pupiter
    puppe
    puppegalle
    pure
    pureepatatten
    puren
    purken
    purre
    put
    put, septische ~
    putemmer
    puten
    putgaar
    putjaar, in zijne ~
    putteke
    putter
    PWA

    Tip: Punthoofd.be. Het heetste nieuws in de Vlaamse media.

    Het Vlaams woordenboek  |  Copyright © 2007-2012  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens  |  Algemene Voorwaarden