Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 'a'

    aa ab ac ad ae af ag ah ai aj ak al am an ao ap ar as at au av aw az

    De volgende 1284 termen in onze databank beginnen met 'a':

    a
    a bas la calotte
    a la bonne heure
    a la dur
    a la limite
    a la tête du client
    a rato van
    A-attest
    A-kern
    a-la-bonheur
    a-la-façon
    A.V.V.
    AA en IE en OE
    aa, aawe
    aaërs
    aafgaeve, zich ~ mèt
    aafroetsje
    aah
    aai, in een ~ en een draai
    aal
    aalkarteel
    aalput
    aalt
    aan
    aan alle mooie liedjes komt een eind
    aan alle schone liedjes komt een eind
    aan boord leggen
    aan de achterdeur
    aan de kap liggen met
    aan de klap
    aan de klap blijven
    aan de pluimen kent men de vogel
    aan de rappe zijn
    aan de rekker hangen
    aan de ribben (blijven) plakken, kleven
    aan de Schelde
    aan den dop staan
    aan den ols
    aan een tafel zitten
    aan een tempo
    aan het ges houden
    aan je viool
    aan of omtrent
    aan te nemen, bijna niet ~
    aan tijd
    aan zijn broek houden
    aan zijn plafond zitten
    aan, er ~ zijn
    aan, van ~ zijn
    aanaarden
    aanaavende
    aanbakken
    aanbakselrest
    aanbelangen
    aanbieden, zich ~
    aanbieder, historische ~
    aanbieding, in ~
    aanbollen, komen ~
    aanbrengen aan
    aandacht
    aandacht trekken op
    aandacht, de ~ trekken op
    aandacht, de ~ weerhouden
    aandachtig worden voor
    aandampen
    aandienen
    aandienen, zich ~
    aandikken
    aandoen
    aandoen, dich ~
    aandoon, zich ~
    aandrang, met ~
    aandraven, komen ~ met
    aanduffelen
    aanduiden
    aanduiding
    aaneen
    aaneen-
    aaneenaan
    aaneenhangen
    aaneenkoeken
    aaneenpinnen
    aaneenplakken
    aaneenpraten
    aaneirden
    aangaan
    aangebrand
    aangedaan
    aangegaan
    aangegeven
    aangeladen
    aangemaakt zijn met
    aangespoelde
    aangesteveld komen
    aangestoten komen
    aangetakeld van de kapel
    aangetrouwd is aangescheten
    aangeven
    aangeven, niet ~
    aangewezen
    aanhaken
    aanhamen
    aanhangen
    aanhangen, er ~
    aanhangwagentje, het ~ zijn
    aanhebben, iets ~ van iemand
    aanhechten, zich ~
    aanhoren
    aanhorigheid
    aanhouden
    aanhouden met
    aanhouder
    aanhouderij
    aanhoudingsmandaat
    aanhoudster
    aanjeiren
    aankijken, uzelf ~
    aanklagen
    aanklampend beleid
    aanklavetteren
    aankleven
    aanknopen met
    aankomen
    aankomen, van ver horen ~
    aankomend(e)
    aankomstlijn
    aankomststrook
    aankondigingsbeleid
    aankondigingsblad
    aankorten
    aankunnen
    aanlaaien
    aanladen
    aanleggen
    aanlegplan
    aanleiden
    aanleunen bij
    aanloggen
    aanloopwagen
    aanmaken
    aanmeten, zich iets laten ~
    aanpakken
    aanpakken, iemand goed ~
    aanpassingsklas
    aanpikken (bij)
    aanplakken, het er laten ~
    aanporren
    aanrekemmedere
    aanrekenen
    aanrekening
    aanroepen
    aans
    aanschieter
    aanschouwen
    aanschuiven
    aansingelen
    aansjtoeaten, (aansjtoeate)
    aanslagbrief
    aanslagen
    aanslagvoet
    aansleep
    aanslepen
    aanslijper
    aansluieren
    aansmeren
    aansmeren, een nederlaag ~
    aanspelen
    aanspringen
    aansteken
    aansteker
    aanstesselen, komen ~
    aanstoken, op ~ van
    aanstormen
    aanstoten
    aantakelen
    aantal, in ~
    aantijden
    aantijgening
    aantoortelen
    aantrek hebben
    aantrekken, zijn eigen van niets iet ~
    aantrok
    aantujetelen
    aanvaardingsplicht
    aanvang, van bij de ~
    aanvangen
    aanvaringskoers, op ~ zitten
    aanvatten
    aanvijzen
    aanvil
    aanvliegen
    aanvoelen, naar eigen ~
    aanvragen
    aanwerven
    aanwerving
    aanwervingslokaal
    aanwervingspremie
    aanwervingsreserve
    aanwervingsstop
    aanwezigheidslijst
    aanzetten
    aanzichte
    aanzien als
    aap
    aap met ne pyjama
    aap, als ge een ~ stuurt, krijgt ge een aap terug
    aap, den ~ van het spel
    aap, een floeren ~ schijten
    aap, een ~ in zijn kloten bijten
    aap, in den ~ gelogeerd zijn
    aap, koude ~
    aap, voor den ~ houden
    aar
    aard, dat is den ~ niet
    aard, den ~ naar geen vreemde
    aard, het heeft ~
    aard, iets in dien ~
    aard, van ~ zijn om
    aarde aan de dijk brengen of zetten
    aarde, geen ~ aan de dijk zetten
    aarde, geen ~ genoeg hebben om een put te vullen
    aarde, over ~ liggen
    aarden
    aardeweg
    aardig
    aardig, zich ~ voelen
    aardigaard
    aardige klap vertellen
    aardige, nen ~
    aarendeupke
    aarentrapper
    aarmoe troef
    Aarschottenaars
    aarsgat
    aartjoen
    aartsoen
    aasaard
    aat
    aazaard
    AB
    ababbel
    abajaak
    abanenk
    abatoet
    abattement
    abazjoer
    abbajoer
    abces
    aberniks
    aberratie
    abie
    abiemen
    abij
    abjaar
    abn-kernen
    aboepertant
    abollig
    abondance
    abrasief (abrasion)
    abri
    absènces nemen
    absenties nemen
    abstractie maken van
    Absurdistan
    abumeren
    abuseren
    abuus
    abuuselijk
    academicus
    academie
    academiejaar
    academisch jaar
    academische zitting
    acajou
    accapareren
    accent circonflexe
    accident
    accident, wreed ~
    accidenteel
    accidentje
    accidentologie
    accijnzen
    accordeonbus
    accordeondeur
    accordeonfile
    accordeonmap
    accorderen
    ach, zich in ~ numme (veur)
    achesjteveure
    achillespees
    acht dagen
    acht, in ~ liggen
    acht, over ~ dagen
    achten
    achter
    achter de IJzer
    achter de molen zitten
    achter horen
    achter iemand bezig zijn
    achter iemand doen
    achter iets gaan
    achter iets of iemand kijken
    achter komen, er mogen er veel ~
    achter niets of niemand kijken
    achter uw gat
    achter zijn orgel
    achter, naar ~ gaan
    achter, tien ~ drie
    achteraan in het peloton
    achteraan spelen
    achterbendel
    achterbouw
    achterdenken
    achterdeur, aan de ~
    achterdeur, langs de voordeur binnen en langs de ~ weer buiten
    achterdeur, zijn ~ openzetten
    achterdeur, zo zot als een ~
    achterdoen
    achterdoender
    achtereen
    achtergaan
    achterin
    achterkasteel
    achterkeuken
    achterklap
    achterkomer
    achterkomerke
    achterkozijn
    achtermiddag
    achternadoen
    achternahakkelen
    achternahinkelen
    achternahinken
    achternakijken
    achternakomen
    achternakomertje
    achtername
    achternoen
    achternoene
    achterom, hennen ~ zien
    achteromkijken, niet naar ~
    achterophinken
    achterover klaaien
    achterpoort
    achterpoortjes, de ~ van de wet
    achterruitontdooiing
    achterstaan
    achterstal, van den ~ zijn
    achterstevoor
    achteruit
    achteruit slikken
    achteruitscharten
    achteruitscharten lijk de hennen
    achteruitstellen, iemand ~
    achteruittrapfrein
    achterwaarsterigge
    achterwege
    achterwinter
    achterwoareege
    achterwoarsterigge
    achterzak, in de ~ zitten
    achterzetel
    achterzoeken
    achtje
    achtkanter
    achttienmaander
    achturendag
    acteren
    actie, in ~ schieten
    actief, iets op zijn ~ hebben
    Actieplan Groene Warmte
    actieve bevolking
    actieve welvaartsstaat
    activeren
    activiteitsgraad
    actua
    actuaprogramma
    ad fundum
    ad valvas
    adamszakdoek
    adjudant-chef
    adjudant-majoor
    adminstratieve boete
    ADOO
    adoptieklas
    adrem-gehalte
    adrij
    adviserend geneesheer
    aekendoet
    aerosollen
    aese
    aeve
    aevezogood
    af
    af elkaar
    af te rekenen hebben met iets
    af zijn
    af, (hoor of zie) dat ~
    af, het is ~
    afbieden
    afbiezen
    afbijten, iemand de kop afbijten
    afbiljarten
    afblekken
    afblekker
    afblotten
    afbollen, het ~
    afbonjouren
    afboorden
    afboren, het ~
    afborsteling
    afbotten
    afbouwen
    afbraak
    afbreken, het kot (niet) ~
    afcachen
    afcentiem
    afcrossen
    afdak, goed gerief hangt onder een ~
    afdampen
    afdankingspremie
    afdaven
    afdekken
    afdienen
    afdjokken
    afdoen
    afdoen als
    afdoen, bomen ~
    afdoen, bossen ~
    afdoen, de tafel ~
    afdoen, het zal mijn kop nog wel ~
    afdokken
    afdraaien
    afdraaien, een wiel afdraait
    afdraaien, zijn kas ~
    afdraaien, zijn nestel ~
    afdraaien, zijn ziel ~
    afdraaien, zijne nikkel ~
    afdreigen
    afdreiging
    afdrogen
    afdroger
    afdweilen
    afeen
    affaire
    affaire hebben
    affaire, een goei, slecht ~
    affaire, er geen ~ mee hebben
    affaire, kostelijke ~
    affaire, wat een ~
    affairens
    affairisme
    affeceren
    affeceren, zich ~
    affectatie
    affecteren
    affel
    affelschroet
    affer
    affeseren
    affeturen, zich ~
    afficheren
    affirmatief
    affront
    affront, een ~ voor een compliment nemen
    affrontelijk
    affronten, in ~ vallen
    affronteren
    afgaan
    afgaan, hij is steeg van ~
    afgaan, plat ~
    afgang
    afgebeten, er is een stukske ~
    afgeborsteld
    afgebotteld komen
    afgedaan, nog niet ~ hebben
    afgedeeld, ~ zijn
    afgedouwe
    afgereën
    afgereden
    afgeschafte trein
    afgeschenen
    afgeschoten
    afgestoten komen
    afgestreken gezicht
    afgevaardigd beheerder
    afgevaardigd bestuurder
    afgevaardigde, bestendig ~
    afgevaardigde, medisch ~
    afgeveegd
    afgeven
    afgeven, de grote ~
    afgeven, het ervan ~
    afgeven, moeten ~
    afgeven, niet ~
    afgiftekantoor
    afgunstfederalisme
    afhalen
    afhalen, geld ~
    afhangen van
    afhangers
    afhaspelen
    afhoren
    afhossen
    afhouden
    afhouding
    afijn
    afjagen
    afjager
    afkalveren
    afkappen
    afkappen, op iemand ~
    afkappingsteken
    afkasjschen
    afkasten
    afkasting
    afkeren
    afkippen
    afklappen
    afklavetteren
    afklokken
    afklutteren
    afknakker
    afknijzen
    afknippen
    afkomen
    afkomst, vreemde ~
    afkooksel
    afkoopwet
    afkopen
    afkorten
    afkorting
    afkortingsplan
    afkrabsel
    afkraken
    afkrakken
    afkraweien
    afkribbelen
    afkuisen
    afkuisen, het ~
    afkuisen, zijn schup ~
    afkunnen
    aflakken
    aflappen
    aflassen
    aflasten
    aflaten
    aflater
    afleggen
    afleiden
    aflekken
    afleren
    afleveren
    aflezen
    aflijnen
    afloeren
    aflopen
    aflopen, op of met een sisser ~
    aflossing
    aflossingskoers
    aflossingsploeg
    aflossingswedstrijd
    afluizen
    afmaettelen
    afmaken
    afmettelen
    afmotten
    afnijpen
    afnoesten
    afnoezen
    afpakken
    afpakken, dat pakken ze ons niet meer af
    afpakken, de telefoon ~
    afpellen
    afperen
    afpeuren
    afpingelen
    afpitsen
    afplakker
    afpoeieren
    afprinten
    afpunten
    aframmelen
    afrijden
    afrijfelen
    afrijs
    afrijzen
    afrijzer
    afritsen
    afritser
    afrolder
    afrotsen
    afschakelen
    afschakelplan
    afscheidspremie
    afscheuren, er een stuk ~
    afschieten
    afschieten, vuurwerk ~
    afschoepen
    afschrijven
    afschudden
    afseit
    afsjikken
    afslag
    afslagen
    afsmaken
    afsmeiren
    afsmijten
    afsmoorder
    afsmoren
    afsmoren, het ~
    afsnoepen
    afspannen
    afspanning
    afspelen, zijn bakkes ~
    afspelen, zijn eigen ~
    afspiegelingsregering
    afspionneren
    afsprakenkader
    afspringen
    afstand, op ~
    afstand, op ~ houden
    afstand, vanop ~
    afstappen
    afstappen in (Schaarbeek)
    afstappen, het ~
    afstappen, ter plaatse ~
    afstapping
    afstappingsteam
    afsteken
    afsteken, een vrouw ~
    afsterver
    afstoken
    afstrafelen
    afstrijden
    aftasten
    aftekenen
    aftenen
    afterboozen
    afterten, het ~
    aftitsen
    aftoetsen
    aftrappen
    aftreifelen
    aftrekken
    aftrekken (samenvatting)
    aftrekken, een koe ~
    aftrekken, er ene ~
    aftrekken, het bed ~
    aftrekken, nog een stop ~
    aftrekker
    aftroeven
    aftrossen
    aftruggelen
    aftujeteren, zijn eigen ~
    afvallingskoers
    afvallingsrace
    afvalophaler
    afvellen
    afvloeiing, natuurlijke ~
    afwachten
    afwas
    afwasmachien
    afwassen
    afwasser
    afwasvod
    afweergordel
    afwentelen
    afwerven
    afwerving
    afwezigheid, gewettigde ~
    afwezigheidslijst
    afzabberen
    afzetten
    afzetten, de tafel ~
    afzien
    afzien, siberisch ~
    afzink
    afzuipen
    afzuiper
    afzuipster
    agauw
    agence
    agentschap
    Agentschap Natuur en Bos
    ageunter
    agglomeratie
    aggregaat
    agresseren
    agustaschandaal
    ah bon
    aha
    aha­gevoel
    airekedeire
    airhostess
    airke
    ajtoe
    ajuin
    ajuinen
    Ajuinenstad
    ajuinenvreter
    ajuinpatatten
    ajuinsaus
    ajuinsoep
    ajusteren
    Akademie voor Nuuze Vlaemsche Taele
    akaks
    ake doen
    aker
    aketisse
    akkebakken
    akkederen
    akkeleir
    akkelen
    akkelgoaries
    akkepoot
    akker, werk van den ~
    akkerbiliën
    akkerbuk
    akkerderen
    akkerdjie
    akkerdju
    akketaat
    akkoord komen
    akkoord zijn (met)
    akkoord, t’ ~
    akkoord, tot een ~ komen
    aklegaries
    aklegaris
    akont
    akro
    akrol
    akse
    akte van beschuldiging
    al
    al bij al
    al gelijk
    al met een keer
    al t’hope
    al wat de hemel geven kan
    al wat oren en poten heeft
    al, peinzen dat ge ’t ~ zijt
    alaam
    alaambak
    alarmbelprocedure
    alaska
    albumine
    alcoholieker
    alcoholstift
    alcopop
    alderheiligen
    alderlei
    Aldi, boecht van de -
    Aldi, bucht van de ~
    Aldi, van den ~
    Alexander
    Alexander, alles voor mij en niks voor een ander
    Alexander, een ~ zijn
    Algemeen Kempens
    algemeenheid, met ~ van stemmen
    alijk
    alkolieker
    alkoolstift
    allambak
    allèè
    alle baten helpen
    alle dagen zondag en kermis in de week
    alle stappe
    allee
    allee piotten debout
    allee vooruit
    alleen de rook gaat door de kave
    alleen de rook gaat door de schouw
    alleen de rozijnen uitpikken
    alleen komen te staan
    alleen, op zijn ~
    alleenverdeler
    allegaa
    allegakes
    allegauw
    allei, allè
    allekaks
    allemaal, en wat is het ~
    alleman
    alleman anders
    alleman content
    alleman, iedereen en ~
    allemansend
    allemansgerief
    allemanswies
    allemerijen
    allenij
    allensj
    aller ogen zijn gericht op Kwatta.
    allergisch aan
    allergisch tegen zijn
    allerhande na zelfst.naamw.
    allerheiligendag
    allerheiligenverlof
    allerheiligenvest
    allerheiligenweer
    allerijl
    allerleukst
    alles kan beter
    alles op de arm, niks in de darm
    alles van 't kaske en de geit dood
    alles, en ~
    allesbehalve vinden, zijn
    allesoir
    allespoeper
    allestappe
    alleszins
    alleterreinwagen
    alletwee
    alleweijle
    allewiel
    allewijl
    allez
    allez allez
    allez kom!
    allez vooruit
    allicht
    allichte
    allitrapson, met de ~
    allona
    alluderen
    allumeur
    allumeuse
    allusie maken op
    Alma
    almanak
    almeddekeer
    almene keer
    almeteens
    almoezenier
    alop doen
    aloyze
    alp
    alpijns skiën
    als
    als ’t zijn recht maar gehad heeft
    als ge een aap stuurt, krijgt ge een aap terug
    als ge het maar weet
    als ge wilt beren moet ge niet achter de kar lopen
    als gelijk
    als het geen school is, is het kerk
    als het hier nog lang gaat duren zal het hier rap gedaan zijn
    als het regent in Parijs dan druppelt het in Brussel
    als ik u ni had, geen ogen en ik zag gene steek
    als ik van u was
    als mijn tante kloten had, was ze mijn nonkel
    als t maar nat is
    als wanneer
    alsaan
    alsan
    alstemblieftekes
    alstublieft
    altelichelek
    altemets
    alterase
    alternateur
    altijd als
    altijd rechtdoor en op tijd afdraaien
    alvast
    alverweige
    alzeleven
    alzo
    amaai
    amaal
    amadees
    amai
    amai amai
    amai mijn klak
    amai mijn oren
    amai mijn voeten
    amai nog nie
    amai pladijs
    amandelen trekken
    amandelogen
    amandelschilfer
    amateur
    ambacht, stomme ~
    ambachtelijke zone
    ambaleren, zich ~
    amballeren
    ambeleuzegoed
    ambetant
    ambetantenaar
    ambetanterik
    ambetantig
    ambetantigheid
    ambeteren
    ambiance
    ambiancebrenger
    ambiancemaker
    ambras
    ambras, in ~ liggen
    ambrasmaker
    ambrasregering
    ambrasseren
    ambrasverkoper
    ambraszoeker
    ambréage
    ambtelijke schrapping
    ambtenarees
    ambulancier
    amechtig
    amen en uit!
    amere
    americain
    amerij
    Amerikaanse Stock
    amets
    amfobie
    amigo
    ammel
    ammelaken
    amok maken
    amortisseur
    amper
    amplang
    amplootje
    ampul
    Amsterdammer
    amusatie
    amusatie, de ~
    amusefiets
    amuzeleute
    an plang
    ANB
    anciënniteitsverlof
    ancien
    ander
    ander, d’ ~
    ander, op een ~
    ander, op een ~ gaan
    ander, op een ~ zitten
    anderdaags, s´ ~
    andere katten te geselen hebben
    andere, ten ~
    andereen
    anderendaags, s´ ~
    anders
    andersvalide
    andjoen
    anger
    angesj,
    angine
    angine de poitrine
    Anglo-Belgisch
    angschijn
    animatie
    anker
    anker, nieuws~
    ankerère
    ankerman
    ankervrouw
    anneke
    annekesnest
    annersteroem
    annewuiten
    annulatieverzekering
    anoazelen tut
    anrekken
    ansjloes
    antdieden
    anteef
    antenne, op ~
    anticipatief
    anticoalitie
    antiddens
    antids
    antieden, ~ zien
    antigel
    antigifcentrum
    antikalkspray
    antislipvoet
    antiterreurcel
    antiwitwascel
    antoave
    Antwerp, den ~
    Antwerpenaren, Antwerpenaars
    Antwerpse handjes
    Antwerpse Zes
    antwoord, laat een kwaad woord onbesproken, het ~ maakt de twist
    antwoord, recht van ~
    antwoord, van ~ dienen
    anvelop
    ANVT
    anzjoen
    aonheivde
    aosejakken
    apache
    apegapen, op ~ zitten
    apejakske
    apejonk
    apekalle
    apen, naar javita ~ schudden
    apenjaren, de ~
    apenkot
    apenland
    apentreiter
    aperitiefconcert
    apero
    apeuprès
    apezuur, het ~ krijgen
    apostel
    apostelbrokken
    apotheekkast
    apotheker van wacht
    apotheker, vuilen ~
    apotheker, watten vindt ge bij de ~
    apothekeres
    appantesit
    appareil
    apparentering
    appartement
    appartementsblok
    appartementsgebouw
    appel
    appel, amai mijnen ~
    appel, de goeien ~
    appel, een ~ uit de kast vallen
    appelaar
    appelblauwzeegroen
    appelbol
    appelen en peren
    appelen met citroenen vergelijken
    appelen met peren vergelijken
    appelkits
    appelkok
    appelpoeper
    appelsien
    appelsienkist
    appelsiensap
    appelspijs
    appeltrot
    appetijt
    applaus op alle banken
    applausmeester
    applausvervanging
    apprénse
    apprense maken
    apreprès
    aprilse grillen
    aprilvis
    apsjaar
    arbeid
    arbeidersstatuut
    arbeidsgeneesheer
    arbeidskamer
    arbeidsonbekwaam
    arbeidsongeval
    arbeidsrechtbank
    arbiter
    arcee
    archie-
    architectuurpatrimonium
    Ardeens
    Ardeense hesp
    Ardenner
    ardi
    ardije
    ardoan
    arduinen
    are of joeng
    arebloemeke
    aren
    aren of jong
    argument inroepen
    arig
    arjoan
    arloge
    arm maar proper
    arm Vlaanderen
    arm, alles op de ~, niks in de darm
    arm, onder de ~ nemen
    arm, van de lange ~
    arm, zijn gat onder zijn ~ pakken
    arm, zo ~ als een luis
    arm, zo ~ als een luis op een kam
    armboogde
    arme banaan, de ~
    Arme Klaren
    Arme Klaren, eieren naar de ~ doen
    arme schrobber
    arme, den ~
    arme-mensen-kost
    armemensenbier
    armemensengat
    armemensenperk
    armkracht
    armmenseneten
    armmensensaus
    armoe, van ~
    armoedetoets
    armoei
    armoezaaier
    armtierig
    aroem
    arrangeren
    arrangeur, gearrangeerd met den ~
    arrè
    arré
    arreh
    arrest
    arresthuis
    arret
    arrondissement
    arsee
    arseekoek
    arsen, assen
    arsenaal
    arstits
    Arteveldestad
    artiest
    artikels
    artis
    artisanaal
    artjoen
    Artoos
    artsensyndicaat
    artsoen
    as
    as, as, asse zijn verbrande kolen
    as, een ~ in
    as, veel op zijn ~ hebben
    asem
    asemmer (esjummer)
    asiet
    asjilvessem
    asneerlating
    ASO
    asperge
    asperges à la Flamande
    assan
    assangseur
    asse
    asse is verbrand hout
    assel
    assenbak
    assepot
    asseweg
    assiete
    assing
    assisen
    assisen, hof van ~
    assisenproces
    assistent(e), maatschappelijk ~
    assistent, sociaal ~
    assistentiewoning
    assorti
    assuranse
    assuranske, een gloazen ~
    astemblieft
    asterbantie, in ~
    astereen
    astrant
    astranterik
    astridje
    astrie
    asweide
    at
    atakke
    atelier
    athenee
    atheneum
    atletiek
    atomaschriftje
    atoomschot
    attaché
    attache
    attak
    attakeren
    attaque
    attentie, ergens wel of niet ~ op doen
    attest, A-attest, B-attest, C-attest
    attest, fiscaal ~
    attraperen
    attritie
    atus, van ~ naar pilatus
    auditoraat
    auker
    austeriteit
    authentificatie
    authentificeren
    autismeplan
    auto-accident
    autobatterij
    autocar
    autoconstructeur
    autocontrole
    autoinspectie
    automatic
    automechanica
    automobielinspectie
    autonoom
    autopiloot
    autosalon
    autostop
    autostrade
    autotaks
    autotrafiek
    autovoerder
    autowijding
    autozetel
    autozoektocht
    auwblauw
    avaans
    avance, ergens geen ~ mee hebben
    avance, geen ~ zijn
    avanceren
    avanceren, zich ~
    avanske, een ~ hebben
    avant-première
    avel
    averechts
    averechtse
    averechtsom
    averon
    aversj
    averwets
    aveseerijzer halen
    aveseerplankske
    aveseersteen
    aveseren
    Aveve
    avisigaard
    avond, op de ~ en de noen
    avondblok
    avondkledij
    avondkleed
    avondleergang
    avondskost
    avondstudie
    avondteten
    avrong
    AVV VVK
    awa
    awel
    awel awel
    awel ja!
    awel merci
    awel nee
    awoert
    awurre
    AZ
    azen
    azerty
    Aziel Zarbon
    azienbeier
    azijnpisser
    azijnzeiker
    azistek
    azun
    Azurenkust
    ’s noenes
    ’s vrijdags
    ’t vallen van ’t blad
    ’t dees en ’t geen
    ’t is weer lipsoep
    ’t is weeral een bleitbakkes
    ’t kump wie ’t geit
    ’t schieten van ’t blad
    ’t Stad
    ’t uutkomn
    ’t zijn lappen
    Çavaria
    à la tête du client
    à l`improviste
    à peu près
    à volonté
    ça va
    çavakkes
    èerdlijk
    èselen
    één iets, nog ~
    école-poubelle
    état-major
    ´k komm´n geil in kleftezwèt
    ´s avonds grote Jan, ´s morgens kleine man
    ölle
    önavenden
    über-Vlaming

    Hulp gezocht!
    Wil je graag meebouwen aan de taalatlas van de Nederlandse taal?
    Taalverhalen zoekt nieuwe vaste correspondenten voor haar mini taalonderzoekjes.

    Leer je Nederlands?
    NedBox.be is een gratis website om op een leuke manier Nederlands te oefenen, via tv-fragmenten en krantenartikels.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.