Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 'a'

    aa ab ac ad ae af ag ah ai aj ak al am an ao ap ar as at au av aw az

    De volgende 743 termen in onze databank beginnen met 'a':

    a
    a la dur
    a rato van
    a-la-bonheur
    a-la-façon
    aaërs
    aafroetsje
    aah
    aal
    aalt
    aan
    aan boord leggen
    aan de kap liggen met
    aan de rappe zijn
    aan de ribben (blijven) plakken, kleven
    aan den ols
    aan te nemen, bijna niet ~
    aan tijd
    aan, er ~ zijn
    aan, van ~ zijn
    aanaavende
    aanbakken
    aanbakselrest
    aanbieden, zich ~
    aanbieder, historische ~
    aanbrengen aan
    aandacht trekken op
    aandacht, de ~ trekken op
    aandampen
    aandienen, zich ~
    aandikken
    aandoon, zich ~
    aandraven, komen ~ met
    aanduffelen
    aanduiden
    aanduiding
    aaneen
    aaneenpraten
    aaneirden
    aangaan
    aangebrand
    aangegeven
    aangeladen
    aangemaakt zijn met
    aangespoelde
    aangesteveld komen
    aangestoten komen
    aangetakeld van de kapel
    aangeven
    aangewezen
    aanhaken
    aanhangen, er ~
    aanhechten, zich ~
    aanhoren
    aanhorigheid
    aanhouden
    aanhouden met
    aanhouder
    aanhoudingsmandaat
    aanjeiren
    aankijken, uzelf ~
    aanklagen
    aanknopen met
    aankomen
    aankomen, van ver horen ~
    aankomend(e)
    aankomstlijn
    aankomststrook
    aankondigingsbeleid
    aankondigingsblad
    aankorten
    aankunnen
    aanladen
    aanleggen
    aanlegplan
    aanleunen bij
    aanloggen
    aanmaken
    aanpassingsklas
    aanpikken (bij)
    aanporren
    aanrekening
    aanroepen
    aanschieter
    aanschouwen
    aanschuiven
    aansjtoeaten, (aansjtoeate)
    aanslagen
    aanslagvoet
    aansleep
    aanslepen
    aanslijper
    aansmeren
    aanspringen
    aansteker
    aanstoker
    aanstormen
    aanstoten
    aantakelen
    aantal, in ~
    aantijden
    aantijgening
    aantoortelen
    aantrek hebben
    aantrok
    aanvangen
    aanvatten
    aanvijzen
    aanvil
    aanvliegen
    aanvragen
    aanwerven
    aanwervingsstop
    aanwezigheidslijst
    aanzetten
    aanzichte
    aanzien als
    aap
    aap met ne pyjama
    aap, den ~ van het spel
    aap, een ~ in zijn kloten bijten
    aap, in den ~ gelogeerd zijn
    aap, koude ~
    aap, voor den ~ houden
    aar
    aard, van ~ zijn om
    aarde, geen ~ aan de dijk zetten
    aarde, over ~ liggen
    aarden
    aardeweg
    aardig
    aardigaard
    aarendeupke
    aarentrapper
    aarmoe troef
    aarsgat
    aasaard
    aat
    aazaard
    ababbel
    abajaak
    abanenk (aba nen'k)
    abatoet
    abazjoer
    abbajoer
    abces
    abdijbier
    abie
    abjaar
    aboepertant
    abondance
    abrasief (abrasion)
    abri
    absènces nemen
    abstractie maken van
    abumeren
    abuseren
    abuus
    academische zitting
    acajou
    accentcirconfleks
    accident
    accident, wreed ~
    accidenteel
    accidentele
    accordeon
    accordeonbus
    accorderen
    achesjteveure
    acht, in ~ liggen met iemand
    achten
    achter
    achter iemand doen
    achter iets gaan
    achter, tien ~ drie
    achteraan spelen
    achterbendel
    achterdenken
    achterdeur, zo zot als een ~
    achterdoen
    achtereen
    achtereut
    achtergaan
    achterin
    achterkasteel
    achterkeuken
    achterklap
    achterkomerke
    achtermiddag
    achternadoen
    achtername
    achternoen
    achternoene
    achterophinken
    achterpoort
    achterpoortjes, de ~ van de wet
    achterruitontdooiing
    achterstaan
    achterstevoor
    achteruit
    achteruitscharten
    achteruitscharten lijk de hennen
    achteruitstellen, iemand ~
    achterwege
    achterwoareege
    achterwoarsterigge
    achturendag
    acteren
    actief, iets op zijn ~ hebben
    activeren
    ad fundum
    ad valvas
    adjudant-chef
    adjudant-majoor
    adoptieklas
    adrij
    adviserend geneesheer
    aekendoet
    aese
    aeve, aevekes
    aevezogood
    af
    af zijn
    af, (hoor of zie) dat ~
    af, het is ~
    afbieden
    afbiezen
    afbiljarten
    afblekken
    afblotten
    afbollen, het ~
    afbonjouren
    afboorden
    afboren, het ~
    afcachen
    afcentiem
    afdampen
    afdankingspremie
    afdekken
    afdienen
    afdjokken
    afdoen
    afdoen als
    afdoen, de tafel ~
    afdraaien
    afdraaien, zijn kas ~
    afdraaien, zijn ziel ~
    afdraaien, zijne nikkel ~
    afdrogen
    afdroger
    afdweilen
    affaire
    affaire hebben
    affaire, er geen ~ mee hebben
    affaire, wat een ~
    affairens
    affairisme
    affeceren
    affeceren (zich ~)
    affectatie
    affecteren
    affel
    affelschroet
    affer
    affeseren
    Affeturen, zich ~
    afficheren
    affrontelijk
    affronten, in ~ vallen
    affronteren
    afgaan
    afgaan, plat ~
    afgang
    afgebeten, er is een stukske ~
    afgeborsteld
    afgebotteld komen
    afgedouwe
    afgereën
    afgeschenen
    afgestreken gezicht
    afgevaardigd beheerder
    afgevaardigd bestuurder
    afgevaardigde, medisch ~
    afgeven
    afgeven, niet ~
    afgiftekantoor
    afhangen van
    afhangers
    afhaspelen
    afhoren
    afhossen
    afhouden
    afhouding
    afijn
    afjagen
    afjager
    afkappen
    afkappen, op iemand ~
    afkasjschen
    afkasten
    afkasting
    afknakker
    afknijzen
    afkomen
    afkopen
    afkorten
    afkorting
    afkortingsplan
    afkraweien
    afkribbelen
    afkuisen
    afkunnen
    afkunnen, iemand ~
    aflappen
    aflasten
    aflaten
    aflater
    afleren
    afleveren
    aflezen
    aflopen
    afluizen
    afmaettelen
    afmaken
    afmettelen
    afnoesten
    afpakken
    afpakken, de telefoon ~
    afpellen
    afperen
    afpeuren
    afpitsen
    afplakker
    afprinten
    afpunten
    afrijden
    afrijs
    afrijzer
    afritser
    afrolder
    afrotsen
    afschaffen
    afscheidspremie
    afscheuren, er een stuk ~
    afschieten
    afschieten, vuurwerk ~
    afschrijven
    afschudden
    afseit
    afsjikken
    afslag
    afslagen
    afsmaken
    afsmijten
    afsmoorder
    afsmoren
    afsmoren, het ~
    afsnoepen
    afspannen
    afspanning
    afspiegelingsregering
    afspionneren
    afspringen
    afstappen
    afstappen in (Schaarbeek)
    afstappen, ter plaatse ~
    afstapping
    afstappingsteam
    afsteken, een vrouw ~
    afstoken
    afstrijden
    afstromen
    aftekenen
    afterboozen
    afterten, het ~
    aftoetsen
    aftrappen
    aftrekken
    aftrekker
    aftroeven
    aftruggelen
    afvallingskoers
    afvellen
    afwachten
    afwas
    afwasmachien
    afwassen
    afwasser
    afwasvod
    afwerken
    afwerven
    afwerving
    afwezigheid, gewettigde ~
    afzabberen
    afzetten
    afzetten, de tafel ~
    afzien
    afzink
    afzuiper
    afzuipster
    agauw
    agence
    agentschap
    ageunter
    agglomeratie
    aggregaat
    ah bon
    aha
    airappels
    airekedeire
    airhostess
    airke
    ajuin
    ajuinen
    Ajuinenstad
    ajuinenvreter
    ajusteren
    akemeulder
    aker
    akkeleir
    akkelen
    akkelgoaries
    akkepoot
    akkerbiliën
    akkerderen
    akkerdjie
    akkerdju
    akketaat
    akkoord, t’ ~
    akkoord, tot een ~ komen
    akkoord, ~ zijn (met)
    aklegaries
    akont
    akro
    akse
    al
    al bij al
    al gelijk
    al met een keer
    al t’hope
    alaam
    alaambak
    alarmbelprocedure
    albumine
    alcoholieker
    alderheiligen
    Aldi, van den ~
    alexander, een ~ zijn
    algemeen kempens
    algemeenheid, met ~ van stemmen
    alijk
    alkolieker
    allèè
    allebeneur
    allee
    allee vooruit
    alleenverdeler
    allegakes
    allei, allè
    allekaks
    alleman
    alleman anders
    alleman content
    alleman, iedereen en ~
    allemansend
    allemansgerief
    allemerijen
    allenij
    allensj
    allergisch aan
    allerheiligenvest
    allerheiligenweer
    allerijl
    allerleukst
    alles van 't kaske en de geit dood
    allesbehalve vinden, zijn
    allesoir
    allespoeper
    alleszins
    alletwee
    alleweijle
    allewiel
    allewijl
    allez
    allez vooruit
    allichte
    Allo Akbar
    allona
    allumeur
    allusie maken op
    Alma
    almanak
    almene keer
    almoezenier
    aloyze
    alp
    als
    als ge het maar weet
    als ge wilt beren moet ge niet achter de kar lopen
    als ik van u was
    alsan
    altelichelek
    altemets
    alterase
    altijd als
    alverweige
    alzeleven
    alzo
    amaal
    amai
    amai nog nie
    ambacht, stomme ~
    ambeleuzegoed
    ambetant
    ambetantenaar
    ambetanterik
    ambetantig
    ambetantigheid
    ambeteren
    ambiance
    ambras
    ambras, in ~ liggen
    ambrasseren
    ambréage
    ambtenarees
    ambulancier
    amechtig
    amen en uit!
    americain
    amerij
    amets
    amfobie
    amigo
    ammel
    ammelaken
    amortisseur
    amper
    amplootje
    ampul
    Amsterdammer
    amusatie
    amusatie, de ~
    anciënniteitsverlof
    ancien
    ander, op een ~
    andereen
    andjoen
    anger, angere
    angesj, angesjom
    angine
    angine de poitrine
    angschijn
    animatie
    anker
    anker, nieuws~
    ankerère
    anneke
    annekesnest
    annersteroem
    annewuiten
    anorak
    anrekken
    ansjloes
    anteef
    anticipatief
    anticoalitie
    antiddens
    antids
    antigel
    antigifcentrum
    antislipvoet
    antoave
    Antwerpse handjes
    anvelop
    anzjoen
    aonheivde
    aosejakken
    apegapen, op ~ zitten
    apejakske
    apekalle
    apenjaren, de ~
    Apenzuur
    aperitiefconcert
    apero
    apeuprès
    apezuur, het ~ krijgen
    apostel
    apotheekkast
    appantesit
    appareil
    apparentering
    appartement
    appartementsgebouw
    appel
    appel, de goeien ~
    appelaar
    appelblauwzeegroen
    appelen en peren
    appelkok
    appelsien
    appelsiensap
    appelspijs
    appeltrot
    applausmeester
    applausvervanging
    apprénse
    apprense maken
    apreprès
    aprilse grillen
    aprilvis
    apsjaar
    arbeid
    arbeidersstatuut
    arbeidsonbekwaam
    arbeidsrechtbank
    arbiter
    arcee
    archie-
    Ardeens
    ardi
    ardije
    ardoan
    are of joeng
    aren
    aren of jong
    arig
    arjoan
    arm maar proper
    arm Vlaanderen
    arm, onder de ~ nemen
    arm, van de lange ~
    arm, zo ~ als een luis
    arme schrobber
    arme-mensen-kost
    armemensenbier
    armemensenperk
    armoe, van ~
    armoedetoets
    armoei
    armoezaaier
    aroem
    arrangeren
    arrangeur, gearrangeerd met den ~
    arré
    arrest
    arresthuis
    arret
    arrondissement
    arsee
    arseekoek
    arsenaal
    artiest
    artis
    artisanaal
    as, een ~ in
    asem
    asemmer (esjummer)
    asiet
    ASO
    asperge
    asperges à la Flamande
    assan
    assangseur
    asse
    assel
    assenbak
    assepot
    assiete
    assisen
    assisen, hof van ~
    assistent(e), maatschappelijk ~
    assistent, sociaal ~
    assuranse
    astemblieft
    asterbantie, in ~
    astrant
    astranterik
    astridje
    atheneum
    atletiek
    atomaschriftje
    attach
    attaché
    attak
    attakeren
    attest, A-attest, B-attest, C-attest
    attest, fiscaal ~
    attraperen
    atus, van ~ naar pilatus
    auditoraat
    auker
    austeriteit
    authentificatie
    authentificeren
    auto-accident
    autocar
    autocontrole
    autoinspectie
    automatic
    automobielinspectie
    autonoom
    autopiloot
    autosalon
    autostop
    autostrade
    autotaks
    autowijding
    auwblauw
    auwoore
    avaans
    avance, geen ~ zijn
    avant-première
    avel
    averechts
    avereksom
    averon
    aversj
    aveseren
    avondkledij
    avondleergang
    avondskost
    avondteten
    avrong
    AVV VVK
    avveseerplankske
    avveseren
    awa
    awel
    awurre
    AZ
    azaanzaker
    azienzeker
    azijnzeiker
    azun
    Azurenkust
    ’s vrijdags
    à peu près
    à volonté
    èselen
    één iets, nog ~
    état-major
    ölle
    önavenden

    Tip: Punthoofd.be. Het heetste nieuws in de Vlaamse media.

    Het Vlaams woordenboek  |  Copyright © 2007-2012  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens  |  Algemene Voorwaarden