ascenseur

de ~, ~s man. zelfst. nw.
Definitie

Status:Onbekend

lift (hijstoestel om personen en goederen naar verschillende verdiepingen te brengen)

vnw

vroeger werd in België - en ook in Nederland - het Franse woord "ascenseur" gebruikt voor het hedendaagse "lift", er bestonden zeer veel uitspraakvarianten

Voorbeelden

"Den morgen van Woensdag 12 September vereenigde men zich aan den voet van den Eiffeltoren, die door den Zuid-pijler met den ascenseur Edoux werd bestegen." (Jan Tideman 1836 https://books.google.be/books?id=bduBQ9nnaAwC)

"Met de "Ascenseur" bereik je nu de Thermen die op een heuvel liggen." (Dagje Wallonië met TomT (part 1), 6 maart | ils)

Ja, maar enkel nog eens "van grond te gaan" en niet met een ascenseur of een helikopter, dat kan men ook alleen en met de kleren nog aan. (hln.be)

Toegevoegd door Marcus - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 20 Nov 2022 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025