Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.
Definitie
appelmoes, appelspijs, appelmousseline
Woordenboek der Nederlandsche Taal: trot: znw. m.
- Weeke, brijachtige massa.
a. In den vorm trot en trut, Joos (1900-1904), (Teirlinck) voor: vruchtenmoes, inz. appelmoes.
Oost-Vlaanderen: appeltrot en appeltrut
Voorbeelden
Appeltrot met beuling, dat is lekker eten.
Toegevoegd door claire - VL-WBK 1.0
Gepubliceerd op 18 Nov 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025
