Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.
Definitie
- kloppen, slagen
- ijverig en met drukte bezig zijn, rumoer maken
syn: boezelen
Van Dale online: niet algemeen: kloppen, slaan
Etymologie: boezen: kloppen, slaan, met bedrijvige drukte bezig zijn (J. Vercoullie 1925)
Woordenboek der Nederlandsche Taal: Boezen: Thans nog slechts hier en daar bekend; in Vlaanderen hetzij in 't algemeen: kloppen, slaan
- ”Wie boest daar”, Schuermans 1865-1870
Voorbeelden
-
Hij werd kwaad en boesde hevig op tafel om zijn woorden kracht bij te zetten.
De hevige rukwind heeft de deur wild dicht geboesd. -
Laat ze maar even gerust, ze is aan 't boezen op de zolder. Ze wil dat het tegen van den avond op orde staat.
Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0
Gepubliceerd op 24 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025