strompelen

ww., strompelde, gestrompeld
Definitie

struikelen, strunkelen

ook /stroempelen/

Voorbeelden

Hâ is over zen âge poëte gestroempeld.
(Hij is over zijn eigen (eigen, zijn ~) benen gestruikeld.)

Ze was gestroempeld over iet en ze hemme ze nor 't gasthoas (gasthuis) moete doen.
(Ze hebben haar naar het ziekenhuis gevoerd nadat ze over iets gestruikeld was.)

Toegevoegd door Dennoman - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 13 May 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025