Definitie

Status:Onbekend

plooibaar schoeisel

diminutief van sloefen: zowel in de betekenis van pantoffels, sportschoen, plooibare modieuse schoen

dikwijls pejoratieve bijklank

Voorbeelden

Je kan van zij met de te grote bril of hij met zijn rare overjas of hij met zijn sloefkes veel zeggen maar dat soort van kindertoneel zie je daar toch nog niet.(Mark Coenen in De Morgen)

Niet door dikke truien te dragen op wat in heel Vlaanderen als 'dikketruiendag' doorgaat, maar door deze keer eens warme 'sloefkes' of pantoffels te dragen.(gva.be)

Met de actie Sloefkes For Life verkoop ik handgemaakte sloefkes (gehaakt weliswaar) in alle maten en kleuren. (dewarmsteweek.be)

Want voor het eerst sinds haar afscheid is Clijsters op een court gesignaleerd, en wel tegen Kirsten Flipkens. Clijsters, op haar oude sloefkes, …(nieuwsblad.be)

Het zijn instappers. Wouter noemt ze zijn sloefkes. "Om te schilderen én om te werken draag ik altijd mijn sloefkes." (demorgen.be)

De prins ging er met zelfverzekerde tred op af, en was meteen gewonnen voor de pantoffels, gemaakt van schapenwol. (…) … en kon Laurent blijgezind met een zak vol sloefkes naar huis keren. (hbvl.be)

Worden sneakers ooit weer banale sloefkes? (tijd.be)

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 20 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 10 Feb 2026