Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 'd'

    1. da (232)
    2. db (1)
    3. de (444)
    4. di (223)
    5. dj (19)
    6. dl (2)
    7. do (418)
    8. dr (191)
    9. ds (3)
    10. du (163)
    11. dv (2)
    12. dw (24)
    13. dy (2)
    14. dz (6)

    De volgende 1619 termen in onze databank beginnen met 'd':

    D-cursus
    d'office
    d'Olletorre
    d'romhaer
    d’ (h) èske
    d’achterdeure
    d’stad, d’school, d’Schijn
    da
    da is, jom
    Da Joenk
    da kan me gin zier schillen
    da ropt gin stroa van d’eirde
    da, wa
    da's jawel en da's janee
    daad, een dolle ~
    Daag
    daags nadien
    daags voordien
    daagsd'rop (daags der op)
    daaif
    daal
    daal, zet oech ~
    daalflappen
    daalgaan
    daalgooien
    daalleggen
    daalzetten
    daar
    daar brandt de lamp
    daar gezet zijn
    daar heb je een zegel van aan uw gat hangen
    daar henne
    daar henne slagen
    daar is em
    daar ligt de hond gebonden
    daar ligt het kalf gebonden
    daar ligt het paard gebonden
    daar moet ge voor gestudeerd hebben
    daar waar
    daarachter
    daarbij
    daardaar
    daare
    daarenbovenop
    daarheen
    daarjust
    daarm
    daarmee
    daarneffen
    daarover
    daarrond
    daarsebiet
    daarstraks
    daartestrek
    daarvoor
    daarzie
    dabben
    dabberke
    dachtereir
    dactylo
    dactylo en steno
    dada
    dada zijn
    dada, zijn ~ niet zijn
    dadde
    daddis, jom
    dadelaar
    dadergroepering
    dading
    daensisme
    daensist
    daensistisch
    dag en nacht
    dag Jan
    dag op dag
    dag van de dynastie
    dag van de jeugdbeweging
    dag van de klant
    Dag van de Lege Portemonnees
    dag- en nachtmeter
    dag, de ~ van vandaag
    dag, het is de ~ niet vandaag
    dag, het is vroeg ~
    dag, in zijn ~ zijn
    dag, in zijn goede of slechte ~ zijn
    dag, meer als al den ~
    dag, met de lichte ~
    dag, niet in uw ~ zijn
    dag, tot een van de ~en
    dag, zijn drie ~en doen
    dagbladhandel
    dagbladhandelaar
    dagbladronde
    dagbladwinkel
    dagcontract
    dagdagelijks
    dagdagelijksheid
    Dagen Zonder Vlees
    dagen, er hangen nog ~ in de lucht
    dagenmelker
    daghospitaal
    daghospitalisatie
    dagjespolitiek
    dagklapper
    daglicht, het ~ schuwen
    daglicht, wat het ~ niet mag zien
    dagmoeder
    dagontvangst
    dagorde
    dagschotel
    dagsterre, opgaan lijk 'n ~
    dagtoerist
    daguitstap
    daguur
    dagvaardiging
    dagwand
    daim
    daimleer
    dak, de pannen van het ~
    dak, er zijn latten aan het ~
    dak, in het ~ blijven steken
    dakappartement
    daken
    dakparking
    dakploa
    dakt, het ~ niet (meer)
    dal
    dalken
    dalle
    dals
    dam
    dam, den ~ af
    damar
    damarreke
    damesvelo
    damiaanactie
    damkap
    dampkap
    dan
    dan als
    dan mij
    dank bij voorbaat
    dank, zonder ~
    danke
    danke Dezeke
    danke Jezeke
    dankewel
    dankuwelmerci
    dans, de ~ leiden
    dans, de ~ wordt geopend
    dans, hedendaagse ~
    Dansaert-Vlaming
    Dansaerteffect
    dansen, mijn beer begint te ~
    dansen, mijn kot staat te ~
    danseuse, en ~
    danske, een ~ placeren
    danskoord
    danstaks
    daps
    darm
    darm, alles op de arm, niks in de ~
    darm, dat schuurt den ~
    darmen als onderlijfmouwen
    darmen, de ~ komen er al uit
    darmen, de ~ zullen aldaar niet uitkomen
    das
    das, goed in zijn ~ zitten
    das, vettigen ~
    das, zijnen ~ volkloppen
    dash
    dashteren
    daslookplukker
    daster
    dasteren
    dat
    dat … hier
    dat ’t is dat ’t wilt
    dat begint te tellen
    dat belooft!
    dat ben ik (niet) zeker
    dat dat
    dat de stukken in de geburen vliegen
    dat gaat er lief uitzien
    dat hadt ge niet moeten doen
    dat het klettert
    dat ik ben
    dat ik het niet weet
    dat is
    dat is goed
    dat is mijn dada niet
    dat is niets gekort
    dat is wijd van uw gat, daar moet ge niet op zitten
    dat maakt niks
    dat mag
    dat meent ge niet
    dat pakken ze ons niet meer af
    dat smaakt niet naar de rook
    dat steekt niet zo nauw
    dat trekt op geen kloten
    dat wilt ge niet weten
    dat zal ’t zijn
    dat zal hier rap opgeschept zijn
    dat ziet ge van ginder
    dat ziet ge van hier
    datte, dadde, watte, wadde
    dattum, het is weer van ~
    datum, na ~
    datzelfste
    dauw, niet van de hemelse ~ leven
    dauwtrip
    daven
    daver
    daver, den ~ op het lijf hebben
    daver, den ~ op het lijf jagen
    daveren
    davering
    dawasdekloe
    dawwe
    daze
    dazen
    dazerik
    DB & Co
    de
    de
    de 16
    de bende van smeerop
    de beste plaats
    de bladzijde omdraaien
    de bocht van Bracke
    de boekskes
    de boom is bij " toecht " gekapt
    de Botanique
    de brede vijftien
    de bree veertiene
    de bute ingaan
    de Couckes van deze wereld
    de coulissen van de Wetstraat
    de dag van vandaag
    de darmen komen er al uit
    de dee
    de dees
    de deugenieterij kracht geven
    de die
    de drie D´s
    de drie g’s: God, geld en gat
    De Driekoningen
    de duiven uitlaten
    de duiven vallen
    de Dulle Griet
    de dure tijd erinbrengen
    de een of de ander
    de eesten zijn de beesten, de lesten zijn de besten
    de ei-vorm
    de emmer is vol
    de engeltjes staan aan te schuiven voor de pissijnen
    de extra t
    de feest
    de fiet
    de gazetten staan er vol van
    de gestelde lichamen
    de Gidsen
    de glazen man
    de gratie moeder Gods krijgen
    de grie­ven­trom­mel roe­ren
    de Groen
    de Groene Gordel
    de grote mannen
    de grote steenweg
    de hand aan zijn eigen slagen
    de Hel
    de ideale schoonzoon
    de ijzers
    de indruk opdoen dat
    de jongste jaren
    de jure
    de Kamer
    De Kannibaal van Baal
    de kanten afdoen
    de kanten eraf rijden
    de kapellekes afdoen
    de katjes in het donker knijpen
    de kleine man
    de Koning van Congo
    de kroniek van een aangekondigde gebeurtenis
    de kunst van het kennen
    de laatste man de zak opgeven
    de Lambermont
    de leute
    De Lijn
    De Loodgieter
    de maandag, dinsdag, …
    de max
    de mayonaise pakt niet
    de mei steken
    de mol hebben
    de moor steken
    de muittes staan in de stal
    De Muur
    De Neus
    de nieren spoelen
    De Paepekelders
    De pan is de vis niet hé
    de pannen van het dak
    de pap en de mam
    de parel der Kempen
    de parking
    de pastoor zijn duiven
    de peet zijn
    de pist in zijn
    de planete lezen
    de plooi geven
    De Poesje
    de polderbizon
    de poort der Kempen
    de pret niet kunnen drukken
    De Raaskalderij
    de Rand
    de rest van ’t schoon weer
    De Ronde
    de rooie lijn
    de rook bijt in de ogen
    de schale
    de schotels doen
    de schuld van (de) VTM
    de soort komt boven
    De Stille Kempen
    de toestand is ernstig maar niet hopeloos
    de verre garnizoenen
    de Vliegende Pastoors
    de vuve
    de weg zeggen
    De Wever en De Wever
    de wind in `t gat
    de Witte Mars
    de worm begint erin te zitten
    de worm doorgroeid
    de zee
    de zee kunnen uitdrinken
    de-man-die-werk-vond
    de, ’t
    deb
    debardeur
    débardeurke
    debat, de ~ten leiden
    debat, de ~ten openen
    debat, tegensprekelijk ~
    debatcultuur
    debatfiche
    debberke
    Deborah, kassierster ~
    debout zijn
    deca
    decafeïné
    decalage
    Decap-orgel
    decapotabel
    decapsulateur
    decharge
    decibeltoerist
    decisief
    declasseren
    déclic
    déconfiture
    deconnecteren
    decor
    decor, in het ~ belanden
    decreet
    decrooisme
    deculpabiliseren
    decumul
    decumuleren
    dedderen
    dedecteren
    dedective
    dedju
    dedouaneren
    dedramatiseren
    deeg, koek (van) één ~
    deeg, van hetzelfde ~ maar anders gebakken
    Deel
    deel maken van iets
    deeldomein
    deelgemeente
    deelregering
    deelstaatsenator
    deelstatelijk
    deeltijds
    deelwinst
    deem
    deemster
    deemsteren
    deemsterig
    deemstering
    dèènen
    dèèner
    deerke
    deerlijk
    deerlijk, er ~ uitzien
    deerven
    dees
    dees en `t geen
    defederaliseren
    defederalisering
    defelen
    defenestratie
    deficit, democratisch ~
    deficitair
    defilé, den ~
    deftig
    deggeren
    degout
    degoût, een ~ krijgen van iets
    degoutant
    degoutanterik
    degouteren
    dégradé
    degustatie
    degustatieglas
    degustatiemoment
    degusteren
    deh
    dei
    deim
    Deiremonde
    deirlijk
    deirm
    deirme, in zijn ~
    deizeke
    dek
    deken
    dekenij
    dèkke
    dekken, het bed ~
    dekkes
    deklat
    deknaam
    deksel
    deksel, het ~ naar zich toe trekken
    delco
    delegee
    délégué
    delen
    delen, gemene ~
    delen, privatieve ~
    deleten
    deliberatie
    deliberatiegeval
    delibereren
    delicate stof
    delikaat
    delokalisatie
    delokaliseren
    deloyaal
    delper
    dem
    dem, geen ~
    demandeur de rien
    demarche
    demermanneke
    demi
    demi-saisong
    demmelen
    democratisch
    democratisch deficit
    democratische prijs
    demodag
    demodé
    demoderen
    demofobie
    demografiefonds
    demonstructie
    demp, geen ~
    dempig
    den
    den airt
    den al
    den Antwerp
    den Baard
    Den Bats
    den bos in
    den Bosuil
    Den Botaniek
    den brunn zien
    den buiten
    den dag van vandaag
    den defilé
    den deze
    den dien
    den dikke draaien
    den drash national
    den Duits
    den eersten oorlog
    den enen of den anderen
    den Heer
    den hof af zijn
    den hof doen
    Den Tember
    den toog doen
    den twitter
    dènen
    denim
    denken dat de wereld aan zijn gat hangt
    denken dat de zon uit uw gat schijnt
    denken het te zijn
    denken op
    denken, het was te ~
    denken, ik was juist aan het ~
    denken, in zijn eigen ~
    denkgroep
    denkmaal
    denkoefening, de ~ maken
    denkpiste
    denkplooi
    deontologie
    deontologisch
    deontologische commissie
    deontologische fout
    depannage
    depannagedienst
    depannagewagen
    depanneerder
    depanneren
    depanneringspost
    depanneur
    depanneuse
    departement
    depayseren
    depenalisatie
    depenaliseren
    depollueren
    depollutie
    Deposito- en Consignatiekas
    depressie, postelectorale ~
    déprime
    deputé
    der
    der is iet van
    deraan zijn
    derailleur
    deran gedaan zin
    deran gedaan zin met den haze bezet
    derangeren
    derby van ’t stad
    derde graad
    derde keer, goede keer
    derde leeftijd
    derdebetaler
    derdegraadsovertreding
    derdenverzet
    derf
    dergelijk, in ~ geval
    derip
    dermee
    dermke
    derneffe
    deronder
    dertiendag
    dertigdaagse
    derven
    desactivatie
    desactiveren
    desactivering
    desem
    desemen
    desgevallend
    deshydratatie
    deshydrateren
    deshydratering
    deskundige
    dessen
    dessert
    dessieng
    dessinge
    destag
    destel
    desteren
    destresseren
    destrewaeche
    detailleren
    detoureren
    deu(r)beuzzen
    deugd hebben van iets
    deugd, er ~ aan beleven
    deugddoend
    deugddoende vakantie
    deugddoener
    deugdelijk
    deugen, in de huid niet ~
    deugeniet
    deugenieterij
    deugenieterij, de ~ kracht geven
    deugflamingant
    deuk, in den ~
    deukisch
    deukske
    deun
    deur
    deur, aan de ~ vliegen
    deur, aan de ~ zetten
    deur, bij de ~
    deur, een ~ doen
    deur, kort bij de ~
    deur, naast de ~
    deur, zo zot als een ~
    deural
    deurbuzze
    deurebieter
    deurejager
    deuren, de ~ helpen sluiten
    deurenkomedie
    deurgat
    deurmieterd
    deurol, een ~
    deursleutel
    deurtortn voet(en)
    deurvlogentheid
    deus
    deus krijgen
    deust
    deuzze
    deviatie
    devoeëre, uw ~ doen
    dewaffere
    dewelke
    deweverke, een ~ doen
    deze
    deze avond
    deze middag
    deze morgen
    Dezeke
    Dezeke kijft
    Dezeke, danke ~
    dezekestijd
    dezelfste
    dezen die
    diabolisering
    diabolo
    Diabolotoeslag
    diagnosecentrum
    dialectrenaissance
    dialogeren
    dialoogschool
    diamant, Vlaamse ~
    diamantklieven
    diamantkliever
    diamanttaks
    diamantwijk
    diassen
    dibbe
    dibben
    dicht
    dicht eindigen
    dicht, de ~ hebben
    dichtbijvakantie
    dichte vrienden
    dichter komen
    dichtgooien
    dichtleggen
    dichtnijpen
    dichtste
    dictionaire
    didder
    didderen
    die
    die van huille
    die van ons
    die zijn, die haar, die hun
    die(ë) van ons
    dieë
    dieën
    dieetwinkel
    dief
    dief, een blaffende ~
    diefje, op een ~
    diefte
    dieje
    dieje van ons
    diejen
    diekedelver
    diekedelver, eten lijk een ~
    diekendelver
    dien
    dienbord
    diender
    diene
    dienen
    dienen, dat moet nog ~
    dienen, gaan ~
    dienst betwiste zaken
    dienst betwistingen
    dienst inbegrepen
    dienst na verkoop
    dienst spoedgevallen
    Dienst Vreemdelingenzaken
    dienst, een ~ verzekeren
    dienst, van ~
    dienstbetoon
    dienstbetoon, maatschappelijk ~
    dienstdoend
    dienstencheque
    dienstenchequebedrijf
    diensthoofd
    dienstig
    dienstnoodwendigheid
    dienstnota
    dienstoverste
    dienstverantwoordelijke
    dienstverlening, minimale ~
    dienstweg
    dienvolgens
    diep, er ~ in zijn
    dieperik
    dieperik, naar de ~ gaan
    diepgevrozen
    diepoo
    diepste draai
    dieptewoeler
    diepvrieseten
    dier
    dieren, vroeger toen de ~ nog spraken
    dierf
    dieselban
    dieseltaks
    dieven, het land uit, de ~ tellen
    dievenschoenen
    dievlinge weg
    diezelfste
    diffisil
    digestif
    digibesitas
    digicorder
    Digikot
    Digisprong
    digitaal handtekenen
    digitaal klassement
    digitaal statiegeld
    digitale kloof
    dijk
    dijk, aarde aan de ~ brengen of zetten
    dijkendelver
    dijkendelver, eten gelijk een ~
    dijstag
    dijstendag
    dik
    dik lopen
    dik zitten
    dik, het wordt ~ achter mijn oren
    dik, niet ~ lopen
    dikkaard
    Dikke Bertha
    dikke Bertha, de ~ bovenhalen
    dikke boer
    dikke buis
    dikke burger
    dikke legume
    dikke leugenaar
    dikke nek
    dikke stenen
    dikke teen
    dikke vis
    dikke, den ~draaien
    dikke, gene ~draaien
    dikke, nen ~
    dikke, nen ~ boer
    dikkels
    dikkelser
    dikkement
    dikken
    dikken tsjol zijn
    dikkenekkerig
    dikkenekkerigheid
    dikketettensaus
    dikketruiendag
    dikkop
    dikkoppen
    dikoor
    dikste, den ~ hebben
    dikte, zijn ~ hebben
    dikwijlder
    dikwijls
    dikwijlser
    dille
    dilte
    diltekater
    dimensioneel
    din
    dinanderie
    ding
    ding, een schoon ~
    dinge
    dingelen, aan ~
    dingen
    dinges
    dinges, chique ~
    dings
    dingske
    dink
    dinkt, ’t ~ mij
    dinne doen
    dinsdagmiddag
    dinsdagnamiddag
    dinsdagvoormiddag
    dioxinecrisis
    diplomabonificatie
    diplomatisch
    direct
    directe trein
    directement
    directiewagen
    directoire
    dirlondene, in zijn ~ zijn
    dis
    dis, ’t is fris aan den ~
    discals
    discobar
    discotheek, een rijdende ~
    discours
    discrediteren
    discretie en verstand, de jaren van ~
    discuteren
    discutie
    disendag
    dispatcher
    dispatching
    dispensarium
    disponibiliteit
    dispositief
    disque
    dissidentie
    dissolvent
    distributie
    distributienetbeheerder
    district
    districtsburgemeester
    districtshuis
    districtsraad
    Dit is Belgisch
    dit, tussen ~ en
    ditzelfste
    diversificeren
    diviniteit
    dixit
    dixitattest
    dixitbriefje
    dizze of dae
    dizzenoavend
    djak-uit djak-in
    djakeloos
    djakke
    djakken
    djanter
    djempelen
    djest
    djeurren
    djingel djangel
    djoef
    djoefeling
    djoeftje, een ~ doen
    djoel
    djokken
    dju
    djuir
    djuire
    DLO
    DLO-er
    do
    doahene
    doasjus
    dobbel
    dobbelewitje
    dobbelflup
    dobbelshift
    dobbelsjtein, mit twiea ~ daarteen ouge sjmiete
    dobbeltoop
    docent
    dochters, x zendt zijn ~ uit
    docteur
    doctor
    doctoraat
    doctoraatsstudent
    doctoraatsstudie
    doctoraatsverhandeling
    doctorandus
    doctoreren
    dod
    doddeke blauwsel
    doddelaar
    doddelen
    dodeinen
    dodendraad
    dodenhuis
    Dodentocht
    dodentol
    doding
    doding, onopzettelijke ~
    doding, opzettelijke ~
    dodo doen
    doe ze nog eens vol
    doe zo voort
    doecht
    doechten
    doef
    doefeling
    doefelink
    doefen
    doefen, voor ~ spelen
    doeffen
    doefke
    doefke, een ~ aanhebben
    doeget
    doeken, in de ~ doen
    doekjes, er geen ~ rond winden
    doelhout
    doelpubliek
    doelpuntenkermis
    doelwachter
    doemar
    doembacht
    doemelen
    doemetoch
    doemme
    doemp
    doempkot
    doen
    doen
    doen met infinitief
    doen, een deweverke ~
    doen, een klapke ~
    doen, een slok ~
    doen, er is geen ~ aan
    doen, er met een te ~ hebben
    doen, ermee te ~ hebben
    doen, het er voor ~
    doen, hier is het te ~
    doen, iemand iets ~
    doen, niet te ~
    doen, overuren ~
    doen, van ~ zijn, hebben
    doen, wandeling ~
    doen, zich laten ~
    doen, zich werk ~
    doenbaar
    doenderik
    doendigaard, doendig
    doening
    doening, geen ~
    doeninge
    doenkerte
    does
    doesj
    doeskop
    doet dat goed
    doewaan
    doezeman
    doezen
    doezer
    doezig
    doffer
    dok
    dok, aan den ~ werken
    dokes doen
    dokken
    dokken, aan de ~ werken
    dokker
    dokkeren
    dokkeutel
    dokter van wacht
    dokteres
    doktersbriefje
    doktersgeschrift
    dokterskabinet
    dokteur
    doktoor
    doktoorke spelen
    doktoren
    dokwerker
    dol
    dol hebben met iets of iemand
    dolen
    Dolf, den ~
    dolinge, in ~
    dolleke
    dollekoeienziekte
    dolletorre
    dom
    dom, te ~ om hooi t’ eten
    dom, te ~ om hooi te eten
    domein, provinciaal ~
    domeinschool
    domestiek
    domiciliefraude
    domiciliëring
    domino
    dominofiche
    dominostekker
    dommekloot
    dommekonte
    dommelings
    dommelutte
    domp
    dompelaar
    dompen
    dompig
    domsteen
    donderbloem
    donderdag veggiedag
    donderdagmiddag
    donderdagnamiddag
    donderdags, ’t ~
    donderdagvoormiddag
    donderen, te ___ om te helpen ~
    donderen, te lomp om te helpen ~
    donderroede
    donderslag
    dondersteen
    dondervlaag
    donderzwart
    donker, de ~ zes weken
    donkere, met den ~
    donkere(n), den ~
    donnant donnant
    donutfusie
    dood doen
    dood gewicht (figuurlijk)
    dood punt
    dood van de dorst
    dood van de honger
    dood van de schrik
    dood, iets is niet ~ zolang het niet begraven is
    dood, niet veel ~gedaan hebben
    dood, om ~ te doen
    dood, Pietje de ~
    dood, slaagt me ~
    dood, strijden tegen de ~ op
    dood, voor ~
    doodbraaf
    dooddoen
    dooddoen, er niet veel aan ~
    doodgaarne
    doodgeren
    doodgeverfde
    doodgraag
    doodgraver, de ~ van iets of iemand zijn
    doodkaartje
    doodknijpen
    doodkogelen
    doodkogelen, ~ met
    doodkogelen, iemand met zijn ogen ~
    doodongerust
    doodrijder
    doodsbeeldeke
    doodsbeeldje
    doodsbrief
    doodsgevaar
    doodsgevaarlijk
    doodskist, een rijdende ~
    doodskist, op een ~ staat geen port-bagage
    doodslagen
    doodsmijten
    doodspijtig
    doodszentje
    doodwroeten, zich ~
    doodwroeter
    doofpotoperatie
    doofpotschade
    Doofpottistan
    dooft
    dooibareel
    dook
    dook, ouwen ~
    dool
    dool, op de ~
    doom
    doop
    doopcharter
    doopgids
    doopjas
    doopkleed
    doopmeter
    dooppeter
    doopstoet
    doopsuiker
    door
    door de grote poort vertrekken
    door de neus praten
    door de neus wrijven
    door de neuze zijn
    door de opslag gaan
    door de takken zijn
    door den duur
    door een ezel over een half deur gescheten
    door het sleutelgat trekken
    door uwe kop schieten
    door zijn
    doorbendel
    doorbraaf
    doorchassen
    doordat
    doordoen
    doordrukken
    dooreen
    dooreenhalen
    dooreensjokkelen
    dooreenslagen
    doorgaan
    doorgaan als
    doorgaan, zich laten ~
    doorgaan, zich laten ~ voor
    doorgang verboden
    doorgedreven
    doorgeefschenking
    doorgeraken
    doorgestoken soep
    doorgeven
    doorgeven, de telefoon ~
    doorhalen
    doorheen
    doorheen de tijd
    doorheen geraken
    doorhelpen
    doorjager
    doorkezen
    doorkijkbelasting
    doorkijkkerk
    doorkijktaks
    doorkleuteren
    doorkleuteren of overvaren
    doorlangs
    doorlichting
    doorlichtingsverslag
    doorlopende opdracht
    doormeter
    doornat
    doornemen
    doorneukt
    doornuft
    doorpeiren
    doorperen
    doorploegen
    doorplooien
    doorprikken
    doorrekenen
    doorrekenen aan
    doorrijden
    doorritsen
    doorschieten
    doorschuifoperatie
    doorschuifregering
    doorsjassen
    doorslaan
    doorslecht
    doorsleuren, iemand er ~
    doorsnuisteren
    doorspartelen
    doorspoelverbod
    doorstartregering
    doorsteekbal
    doorsteken
    doorstoken kaart
    doorstoter
    doorstromer
    doorstroming
    doorstroomschool
    doorsturen
    doorterten
    doortrappen
    doortrekken
    doortrekker
    doortrekkersstraat
    doorvlammen
    doorvlassen
    doorweekt
    doorwegen
    doorwijkeling
    doorwinterd
    doorzenden
    doorzwemmen, vele watertjes doorzwommen hebben
    doos
    doos
    doos, een lege ~ dreigen te worden
    doos, in de ~ draaien
    doos, onnozel ~
    doos, ouw ~
    doos, zotte ~
    doosj
    doosopener
    dop
    dop onder zijn hol verkopen
    dop, aan den ~ staan
    dop, aan den ~ zijn
    dop, een ~ krijgen of geven
    dop, op den ~ staan
    dop, pin~
    dopen
    doperen
    dopering
    dopeur
    dopgeld
    dopkaart
    dopke, klein ~
    dopke, zo net als een ~
    doplokaal
    doppen
    dopper
    dopping
    dopsel
    dore
    dore, halve ~
    doren
    doren (van een aa)
    dorenbees
    dorpel
    dorpel, de ~ platlopen
    dorpsplaats
    Dorpsstraat, de ~
    dorpszot
    dorsduivel
    dorst, dood van de ~
    dorst, vergeven van de ~
    dorste
    dort
    dos
    dosduvel
    dosmolen
    dossen
    dossier
    dossier, een ~ opmaken
    dossierrecht
    dosvlegel
    dot
    dot, de vette ~
    dotatie
    douaan
    douchen, mogen gaan ~
    dougen
    dovemansdebat
    dovemansgesprek
    doven erpel
    doven, de lichten ~
    DOVO
    doze
    dozekessoep
    dozen, uit ~
    dozeneten
    dozenopendoender(e)
    dozenopener
    dozensnijder
    dra
    draad
    draad, een ~ gaan
    draad, iemand door den ~ trekken
    draadje, van naaldje tot ~
    draadjes
    draagberrie
    draai
    draai, aan den ~ houden
    draai, iemand in ~ houden
    draai, in een aai en een ~
    draai, op den ~ zijn
    draai, tot in den ~
    draaideurcrimineeltje
    draaien
    draaien lijk nen top
    draaien, een tong ~
    draaien, iemand rond zijn vinger ~
    draaien, iets in iemand zijn nek ~
    draaien, van zijn stok ~
    draaien, van zijne center ~
    draaien, vierkant ~
    draaienis
    draaiing
    draaiingske
    draaike
    draailings
    draainis
    draait, hoe men het ook ~ of keert
    draaitrap
    draak, de ~ heeft zijn eieren gelegd
    drabbel
    drabbelaar
    drabbelen
    drache
    drache nationale
    dragee
    dragen
    dragen, zo ver het oog kan ~
    drager
    dragonder
    dram, ergens ~ van maken
    drank, in de ~ vliegen
    drank, korte ~
    drankbonnetje
    drankjeton
    drankkraam
    drankstand
    drapeau
    draperie
    dras
    drasj national
    drasjen
    drats
    drei
    dreigementen allerhande
    dreijfelen
    dreiljke
    dreitelen
    drekbak
    drekbeer
    drekt
    drendel
    dres
    dressage
    dressen
    dressing
    drets
    drets, op ~ zijn
    dretsen
    dreupelkot
    dreuple
    dreutje
    drevel
    drezel
    drie dagen
    drie koningen
    drie man en een paardenkop
    drie vierde
    drie zustersteden
    drie, geen twee zonder ~
    driede
    driedubbel plooien, zich ~
    drieën
    drieëndertiger
    driegdraad
    driegen
    driegeslacht
    driegevelwoning
    drieggaren
    driegsteek
    driehoek, de marginale ~
    driehoek, Vlaamse ~
    driekoningen vieren
    driekoningendag vieren
    driekoningenfeest
    driekoningentaart
    driepikkel
    driepunter
    dries
    drievaksbaan
    drievaksweg
    drift
    drifttuimen
    drij
    drijfkracht
    drijhoek
    drilboormachine
    drilpaander
    dringelen
    dringend het moment
    dringend tijd
    dringendheid
    drink
    drinkbaar water
    drinkbus
    drinkebus
    drinken, er ene gaan ~
    drinkgeld
    drinkwaterfactuur
    drinkwatermaatschappij
    drits
    drits, op den ~ zijn
    dritsen
    drive-in testcentrum
    dröädje
    drobbeke
    drobberke
    droef
    droélings
    droes
    droevaard
    droewaker
    droézen
    droge
    droge haring
    droge stutten eten
    droge, in het ~ zitten
    drogen aan de mast
    drogen aan de staak
    drogen in de kast
    drogen, verf zien ~
    droger
    drogist
    drol van Janus
    drollig
    dronkelutte
    dronkenschap, beteugeling van de openbare ~
    droog
    droog aan de haak
    droogkas
    droogkast
    droogkuis
    droogkuisen
    droogkuiserij
    droogscheirder
    droogstoppel
    droogtecommissie
    droogweg
    droogzak
    droogzwierder
    droogzwieren
    droomjob
    dropke
    druglijn
    drugscommissariaat
    drugsflik
    drugskot
    drugstrafiek
    druifegger
    druivelaar
    druivelaar, de
    drukking
    drukkingsgroep
    drukkingsmiddel
    drukkookpan
    druktebarometer
    drulje
    drummen
    drummen, zich in een hoek laten ~
    drummer
    druppel
    druppelkot
    druppelsec
    DS2010
    DS2015
    DSU
    du jamais vu
    duaal leren
    dubbel
    dubbel en dik
    dubbel gebruik
    dubbel gevlochten, ze is ~
    dubbel, in het ~
    dubbel, zich ~ plooien
    dubbelaar
    dubbele contingentering
    dubbele finaliteitsrichting
    dubbele meerderheid
    dubbelen
    dubbelgelet
    dubbelmandaat
    dubbelpas
    dubbelpunt
    DUBBELS
    dudderen
    duën
    duffe
    duffelcoat
    duffelen
    duffelsluizen staan open
    dui
    duidingsmagazine
    duidingsprogramma
    duidistel
    duif, simpele ~
    duik, in den ~
    duikboot
    duikelaar
    duikelings
    duiker
    duikjeweg
    duim, onder de ~
    duimen
    duimen en vingers aflekken
    duimen, de ~ leggen
    duimen, iemand op zijn ~ kloppen
    duimen, tel op uw ~ hoeveel vingers ge hebt
    duimspijker
    duist
    duitenkliever
    Duits
    Duits, den ~
    Duitstalige gemeenschap
    duivel
    duivel-doet-al
    duivel, als een ~ in een wijwatervat
    duivel, als ge van de ~ spreekt
    duivel, den ~ weet het
    duivel, harde ~
    duivel, iemand de ~ aandoen
    duivels
    duivels zijn op
    duivels, des ~ zijn
    duivels, zijn ~ ontbinden
    duivelsgekte
    duivelsgoed
    duivelshaar
    duivelszak is nooit vol
    duiveltje
    duiveltjeskermis
    duiveltjessaus
    duiven lappen
    duiven, de ~ uitlaten
    duiven, de pastoor zijn ~
    duiven, met de ~ spelen
    duiven, onder zijn ~ schieten
    duiven, op de ~ spelen
    duivenbond
    duivenchapper
    duivenkoppel
    duivenkot
    duivenlokaal
    duivenmelker
    duivenprijskamp
    duiver
    duivin
    duizend en één … ~ en twaalf
    duizendse, op zijn ~ gemak
    duizendste
    duizendste luk
    dukker
    duklaboone
    duks
    dul
    dul draaien
    dulf
    dulle bette
    Dulle, de ~ Griet
    dullekoop
    dulmakerswerk, 't is ~
    dulpijp
    dumme
    dumping, sociale ~
    dumpingloon
    dumpingprijs
    dumpingsprijs
    dunderbeest
    dunderblaren
    dunk
    dunne kak, de ~ van opwinding krijgen
    dunne vette
    dunneling
    duolegaat
    duplex
    duplexappartement
    duplexloft
    duplexstudio
    dur de comprenure
    duracellkonijn
    duren, Düren is een schone stad, maar blijven ~
    durven
    durven zeggen
    durver
    dus
    dus, een kat is geen mus
    dusj
    dust
    duts
    dutsen
    dutske
    duur
    duur kosten
    duur te staan komen
    duur, door de lange(n) ~
    duurdekomprenuur
    duurtijd
    duusd
    duust
    duvel
    duvel jagen
    duvel-doet-al
    duvel, als ge van de ~ spreekt
    duvel, als nen ~ naar een ziel
    duvel, de ~ sjiet ummer op de grwatste houp
    duvel, iemand de ~ aandoen
    duvel, van den ~ gesproken
    duvel, van den ~ bezeten
    duvelen
    duvelke
    duvelkeskermis
    duvelmanneke
    duvels, van zijn ~ dromen
    duvels, van zijn ~ maken
    duveltje
    duver
    duveschete
    duwen, op iets ~
    duwerke
    duzend
    dvit
    DVT
    dwaalouderen
    dwaaltocht
    dwaap, op den ~ zijn
    dwaas
    dwaaslicht
    dwaast, om ter ~
    dwapen
    dwarsen
    dwarskop
    dwarslat
    dwarsliggerij
    dwarsmuur
    dwazerik
    dweerschen
    dweilke
    dweis
    dweis dee de veedeer
    dweizerik
    dweizigaard
    dwerrelkonkel
    dwezerik
    dwiep
    dynamiteren
    dzjeren
    dzjoef
    dzjoevelette
    dzjoeven
    dzjol
    dzuir

    Nieuwe versie!
    Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze GitHub.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.