Definitie

vrouw met kloosterzustersmanieren

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Dibbe, Dubbe: herkomst onzeker. Aangetroffen bij West-Vlaamse auteurs als Rodenbach en Gezelle in den vorm dibbe. De Bo (1873) geeft als ingang dubbe, met als nevenvorm dibbe, naast de mannelijke pendanten dub(b)aard, dibbaard. F. Baur laat dibbe aansluiten bij het werkwoord dubben `aarzelen, twijfelen, tobben'.

Voorbeelden

Anna, dat is toch een echte dibbe geworden.

Toegevoegd door hamamelis - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 25 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025