dèèner

de ~ (m.), ~s
Definitie

Status:Onbekend

kibbelaar, vitter, ruziezoeker

Voorbeelden

Dat ès mich e koppel dèèners mèteen, daaj twei! (van een stel kibbelaars gesproken!)

Toegevoegd door petrik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 09 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025