Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Woorden die beginnen met 'do'

    1. doa (2)
    2. dob (6)
    3. doc (10)
    4. dod (13)
    5. doe (72)
    6. dof (1)
    7. dok (19)
    8. dol (9)
    9. dom (20)
    10. don (18)
    11. doo (179)
    12. dop (27)
    13. dor (15)
    14. dos (8)
    15. dot (3)
    16. dou (3)
    17. dov (5)
    18. doz (7)

    De volgende 382 termen in onze databank beginnen met 'do':

    do
    doahene
    doasjus
    dobbel
    dobbelewitje
    dobbelflup
    dobbelshift
    dobbelsjtein, mit twiea ~ daarteen ouge sjmiete
    dobbeltoop
    docent
    dochters, x zendt zijn ~ uit
    docteur
    doctor
    doctoraat
    doctoraatsstudent
    doctoraatsstudie
    doctoraatsverhandeling
    doctorandus
    doctoreren
    dod
    doddeke blauwsel
    doddelaar
    doddelen
    dodeinen
    dodendraad
    dodenhuis
    Dodentocht
    dodentol
    doding
    doding, onopzettelijke ~
    doding, opzettelijke ~
    dodo doen
    doe ze nog eens vol
    doe zo voort
    doecht
    doechten
    doef
    doefeling
    doefelink
    doefen
    doefen, voor ~ spelen
    doeffen
    doefke
    doefke, een ~ aanhebben
    doeget
    doeken, in de ~ doen
    doekjes, er geen ~ rond winden
    doelhout
    doelpubliek
    doelpuntenkermis
    doelwachter
    doemar
    doembacht
    doemelen
    doemetoch
    doemme
    doemp
    doempkot
    doen
    doen
    doen met infinitief
    doen, een deweverke ~
    doen, een klapke ~
    doen, een slok ~
    doen, er is geen ~ aan
    doen, er met een te ~ hebben
    doen, ermee te ~ hebben
    doen, het er voor ~
    doen, hier is het te ~
    doen, iemand iets ~
    doen, niet te ~
    doen, overuren ~
    doen, van ~ zijn, hebben
    doen, wandeling ~
    doen, zich laten ~
    doen, zich werk ~
    doenbaar
    doenderik
    doendigaard, doendig
    doening
    doening, geen ~
    doeninge
    doenkerte
    does
    doesj
    doeskop
    doet dat goed
    doewaan
    doezeman
    doezen
    doezer
    doezig
    doffer
    dok
    dok, aan den ~ werken
    dokes doen
    dokken
    dokken, aan de ~ werken
    dokker
    dokkeren
    dokkeutel
    dokter van wacht
    dokteres
    doktersbriefje
    doktersgeschrift
    dokterskabinet
    dokteur
    doktoor
    doktoorke spelen
    doktoren
    dokwerker
    dol
    dol hebben met iets of iemand
    dolen
    Dolf, den ~
    dolinge, in ~
    dolleke
    dollekoeienziekte
    dolletorre
    dom
    dom, te ~ om hooi t’ eten
    dom, te ~ om hooi te eten
    domein, provinciaal ~
    domeinschool
    domestiek
    domiciliefraude
    domiciliëring
    domino
    dominofiche
    dominostekker
    dommekloot
    dommekonte
    dommelings
    dommelutte
    domp
    dompelaar
    dompen
    dompig
    domsteen
    donderbloem
    donderdag veggiedag
    donderdagmiddag
    donderdagnamiddag
    donderdags, ’t ~
    donderdagvoormiddag
    donderen, te ___ om te helpen ~
    donderen, te lomp om te helpen ~
    donderroede
    donderslag
    dondersteen
    dondervlaag
    donderzwart
    donker, de ~ zes weken
    donkere, met den ~
    donkere(n), den ~
    donnant donnant
    donutfusie
    dood doen
    dood gewicht (figuurlijk)
    dood punt
    dood van de dorst
    dood van de honger
    dood van de schrik
    dood, iets is niet ~ zolang het niet begraven is
    dood, niet veel ~gedaan hebben
    dood, om ~ te doen
    dood, Pietje de ~
    dood, slaagt me ~
    dood, strijden tegen de ~ op
    dood, voor ~
    doodbraaf
    dooddoen
    dooddoen, er niet veel aan ~
    doodgaarne
    doodgeren
    doodgeverfde
    doodgraag
    doodgraver, de ~ van iets of iemand zijn
    doodkaartje
    doodknijpen
    doodkogelen
    doodkogelen, ~ met
    doodkogelen, iemand met zijn ogen ~
    doodongerust
    doodrijder
    doodsbeeldeke
    doodsbeeldje
    doodsbrief
    doodsgevaar
    doodsgevaarlijk
    doodskist, een rijdende ~
    doodskist, op een ~ staat geen port-bagage
    doodslagen
    doodsmijten
    doodspijtig
    doodszentje
    doodwroeten, zich ~
    doodwroeter
    doofpotoperatie
    doofpotschade
    Doofpottistan
    dooft
    dooibareel
    dook
    dook, ouwen ~
    dool
    dool, op de ~
    doom
    doop
    doopcharter
    doopgids
    doopjas
    doopkleed
    doopmeter
    dooppeter
    doopstoet
    doopsuiker
    door
    door de grote poort vertrekken
    door de neus praten
    door de neus wrijven
    door de neuze zijn
    door de opslag gaan
    door de takken zijn
    door den duur
    door een ezel over een half deur gescheten
    door het sleutelgat trekken
    door uwe kop schieten
    door zijn
    doorbendel
    doorbraaf
    doorchassen
    doordat
    doordoen
    doordrukken
    dooreen
    dooreenhalen
    dooreensjokkelen
    dooreenslagen
    doorgaan
    doorgaan als
    doorgaan, zich laten ~
    doorgaan, zich laten ~ voor
    doorgang verboden
    doorgedreven
    doorgeefschenking
    doorgeraken
    doorgestoken soep
    doorgeven
    doorgeven, de telefoon ~
    doorhalen
    doorheen
    doorheen de tijd
    doorheen geraken
    doorhelpen
    doorjager
    doorkezen
    doorkijkbelasting
    doorkijkkerk
    doorkijktaks
    doorkleuteren
    doorkleuteren of overvaren
    doorlangs
    doorlichting
    doorlichtingsverslag
    doorlopende opdracht
    doormeter
    doornat
    doornemen
    doorneukt
    doornuft
    doorpeiren
    doorperen
    doorploegen
    doorplooien
    doorprikken
    doorrekenen
    doorrekenen aan
    doorrijden
    doorritsen
    doorschieten
    doorschuifoperatie
    doorschuifregering
    doorsjassen
    doorslaan
    doorslecht
    doorsleuren, iemand er ~
    doorsnuisteren
    doorspartelen
    doorspoelverbod
    doorstartregering
    doorsteekbal
    doorsteken
    doorstoken kaart
    doorstoter
    doorstromer
    doorstroming
    doorstroomschool
    doorsturen
    doorterten
    doortrappen
    doortrekken
    doortrekker
    doortrekkersstraat
    doorvlammen
    doorvlassen
    doorweekt
    doorwegen
    doorwijkeling
    doorwinterd
    doorzenden
    doorzwemmen, vele watertjes doorzwommen hebben
    doos
    doos
    doos, een lege ~ dreigen te worden
    doos, in de ~ draaien
    doos, onnozel ~
    doos, ouw ~
    doos, zotte ~
    doosj
    doosopener
    dop
    dop onder zijn hol verkopen
    dop, aan den ~ staan
    dop, aan den ~ zijn
    dop, een ~ krijgen of geven
    dop, op den ~ staan
    dop, pin~
    dopen
    doperen
    dopering
    dopeur
    dopgeld
    dopkaart
    dopke, klein ~
    dopke, zo net als een ~
    doplokaal
    doppen
    dopper
    dopping
    dopsel
    dore
    dore, halve ~
    doren
    doren (van een aa)
    dorenbees
    dorpel
    dorpel, de ~ platlopen
    dorpsplaats
    Dorpsstraat, de ~
    dorpszot
    dorsduivel
    dorst, dood van de ~
    dorst, vergeven van de ~
    dorste
    dort
    dos
    dosduvel
    dosmolen
    dossen
    dossier
    dossier, een ~ opmaken
    dossierrecht
    dosvlegel
    dot
    dot, de vette ~
    dotatie
    douaan
    douchen, mogen gaan ~
    dougen
    dovemansdebat
    dovemansgesprek
    doven erpel
    doven, de lichten ~
    DOVO
    doze
    dozekessoep
    dozen, uit ~
    dozeneten
    dozenopendoender(e)
    dozenopener
    dozensnijder

    Nieuwe versie!
    Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze GitHub.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.