Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    amechtig

    De beschrijving van deze term werd 21 keer aangepast.

    Versie 21

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    Woordenboek der Nederlandsche Taal:
    ‘A’ op zich is een verouderd ontkenningsvoorvoegsel, thans alleen nog over in het bnw. amechtig en oubollig, verbastering van abolgig.

    Middelnederlands: amachtich, amechtich ‘machteloos, uitgeput, verslagen’.

    Afleiding van het zelfstandig naamwoord middelnederlands amacht ‘onmacht’, gevormd uit het voorvoegsel ā- ‘zonder, niet’ en macht, met achtervoegsel – ig. De oorspronkelijke betekenis is dus ‘onmachtig’. De huidige betekenis ‘buiten adem’ heeft zich vernauwd uit het oorspronkelijke ‘uitgeput’ door volksetymologische associatie van het eerste lid, dat niet meer als ontkenningsvoorvoegsel werd begrepen, met aam, de samengetrokken vorm voor adem. Daar de betekenis vervolgens niets meer met machtig te maken had, kon de oorspronkelijke Brabantse vorm met – e- zich handhaven in de standaardtaal. Inmiddels is het woord echter verouderd. (M. Philippa e.a.)

    Van Dale 2016 online: BE, niet algemeen

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.

    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 24 Aug 2021 17:41
    5 reactie(s)

    Versie 20

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    Woordenboek der Nederlandsche Taal:
    ‘A’ op zich is een verouderd ontkenningsvoorvoegsel, thans alleen nog over in het bnw. amechtig en oubollig, verbastering van abolgig.

    Middelnederlands: amachtich, amechtich ‘machteloos, uitgeput, verslagen’.
    Afleiding van het zelfstandig naamwoord middelnederlands amacht ‘onmacht’, gevormd uit het voorvoegsel ?- ‘zonder, niet’ en macht, met achtervoegsel – ig. De oorspronkelijke betekenis is dus ‘onmachtig’. De huidige betekenis ‘buiten adem’ heeft zich vernauwd uit het oorspronkelijke ‘uitgeput’ door volksetymologische associatie van het eerste lid, dat niet meer als ontkenningsvoorvoegsel werd begrepen, met aam, de samengetrokken vorm voor adem. Daar de betekenis vervolgens niets meer met machtig te maken had, kon de oorspronkelijke Brabantse vorm met – e- zich handhaven in de standaardtaal. Inmiddels is het woord echter verouderd. (M. Philippa e.a.)

    Van Dale 2016 online: BE, niet algemeen

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.

    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 10 Apr 2019 14:32
    5 reactie(s)

    Versie 19

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    Woordenboek der Nederlandsche Taal:
    ‘A’ op zich is een verouderd ontkenningsvoorvoegsel, thans alleen nog over in het bnw. amechtig en oubollig, verbastering van abolgig.

    Middelnederlands: amachtich, amechtich ‘machteloos, uitgeput, verslagen’.
    Afleiding van het zelfstandig naamwoord middelnederlands amacht ‘onmacht’, gevormd uit het voorvoegsel ?- ‘zonder, niet’ en macht, met achtervoegsel – ig. De oorspronkelijke betekenis is dus ‘onmachtig’. De huidige betekenis ‘buiten adem’ heeft zich vernauwd uit het oorspronkelijke ‘uitgeput’ door volksetymologische associatie van het eerste lid, dat niet meer als ontkenningsvoorvoegsel werd begrepen, met aam, de samengetrokken vorm voor adem. Daar de betekenis vervolgens niets meer met machtig te maken had, kon de oorspronkelijke Brabantse vorm met e zich handhaven in de standaardtaal. Inmiddels is het woord echter verouderd. (M. Philippa e.a.)

    Van Dale 2016 online: BE, niet algemeen

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.

    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 10 Apr 2019 14:23
    5 reactie(s)

    Versie 18

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    Woordenboek der Nederlandsche Taal:
    ‘A’ op zich is een verouderd voorvoegsel, thans alleen nog over in het bnw. amechtig en oubollig, verbastering van abolgig.

    Middelnederlands: amachtich, amechtich ‘machteloos, uitgeput, verslagen’.
    Afleiding van het zelfstandig naamwoord middelnederlands amacht ‘onmacht’, gevormd uit het voorvoegsel ?- ‘zonder, niet’ en macht, met achtervoegsel – ig. De oorspronkelijke betekenis is dus ‘onmachtig’. De huidige betekenis ‘buiten adem’ heeft zich vernauwd uit het oorspronkelijke ‘uitgeput’ door volksetymologische associatie van het eerste lid, dat niet meer als ontkenningsvoorvoegsel werd begrepen, met aam, de samengetrokken vorm voor adem. Daar de betekenis vervolgens niets meer met machtig te maken had, kon de oorspronkelijke Brabantse vorm met e zich handhaven in de standaardtaal. Inmiddels is het woord echter verouderd. (M. Philippa e.a.)

    Van Dale 2016 online: BE, niet algemeen

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.

    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 10 Apr 2019 14:20
    5 reactie(s)

    Versie 17

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    Woordenboek der Nederlandsche Taal:
    ‘A’ op zich is een verouderd voorvoegsel, thans alleen nog over in het bnw. amechtig en oubollig, verbastering van abolgig.

    Middelnederlands: amachtich, amechtich ‘machteloos, uitgeput, verslagen’.
    Afleiding van het zelfstandig naamwoord middelnederlands amacht ‘onmacht’, gevormd uit het voorvoegsel ?- ‘zonder, niet’ en macht, met achtervoegsel – ig. De oorspronkelijke betekenis is dus ‘onmachtig’. De huidige betekenis ‘buiten adem’ heeft zich vernauwd uit het oorspronkelijke ‘uitgeput’ door volksetymologische associatie van het eerste lid, dat niet meer als ontkenningsvoorvoegsel werd begrepen, met aam, de samengetrokken vorm voor adem. Daar de betekenis vervolgens niets meer met machtig te maken had, kon de oorspronkelijke Brabantse vorm met e zich handhaven in de standaardtaal. Inmiddels is het woord echter verouderd.

    Van Dale 2016 online: BE, niet algemeen

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.

    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 10 Apr 2019 14:19
    5 reactie(s)

    Versie 16

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    Woordenboek der Nederlandsche Taal:
    ‘A’ op zich is een verouderd voorvoegsel, thans alleen nog over in het bnw. amechtig en oubollig, verbastering van abolgig.

    Middelnederlands: amachtich, amechtich ‘machteloos, uitgeput, verslagen’.
    Afleiding van het zelfstandig naamwoord middelnederlands amacht ‘onmacht’, gevormd uit het voorvoegsel ?- ‘zonder, niet’ en macht, met achtervoegsel ig. De oorspronkelijke betekenis is dus ‘onmachtig’. De huidige betekenis ‘buiten adem’ heeft zich vernauwd uit het oorspronkelijke ‘uitgeput’ door volksetymologische associatie van het eerste lid, dat niet meer als ontkenningsvoorvoegsel werd begrepen, met aam, de samengetrokken vorm voor adem. Daar de betekenis vervolgens niets meer met machtig te maken had, kon de oorspronkelijke Brabantse vorm met -e zich handhaven in de standaardtaal. Inmiddels is het woord echter verouderd.

    Van Dale 2016 online: BE, niet algemeen

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.

    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 10 Apr 2019 14:19
    5 reactie(s)

    Versie 15

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    Woordenboek der Nederlandsche Taal:
    ‘A’ op zich is een verouderd voorvoegsel, thans alleen nog over in het bnw. amechtig en oubollig, verbastering van abolgig
    In het Middelnederlands. Behalve in abolge, gramschap, waarin a- de intensieve kracht heeft, kende het Middelnederlands het voorvoegsel alleen nog maar in ontkennenden zin, in amachtech of amechtech, onmachtig, machteloos, asage, onpraat, beuzelpraat.
    Thans, nu a- bijna geheel in onbruik geraakt is en er slechts twee woorden zijn waarin het verscholen ligt, amechtig en het schier onkenbaar verbasterde oubollig (abolgig), is de miskenning van dit voorvoegsel volkomen geworden. Amechtig of amachtig werd in het volksbewustzijn als aâmechtig, ademechtig opgevat en voor eene samenstelling met adem gehouden, terwijl men het tweede lid op verschillende wijzen verklaarde.

    Van Dale 2016 online: BE, niet algemeen

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.

    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 10 Apr 2019 13:48
    5 reactie(s)

    Versie 14

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    Woordenboek der Nederlandsche Taal:
    ‘A’ op zich is een verouderd voorvoegsel, thans alleen nog over in het bnw. amechtig en oubollig, verbastering van abolgig
    In het Mnl. Behalve in abolge, gramschap, waarin a- de intensieve kracht heeft, kende het Mnl. het voorvoegsel alleen nog maar in ontkennenden zin, in amachtech of amechtech, onmachtig, machteloos, asage, onpraat, beuzelpraat.
    Thans, nu a- bijna geheel in onbruik geraakt is en er slechts twee woorden zijn waarin het verscholen ligt, amechtig en het schier onkenbaar verbasterde oubollig (abolgig), is de miskenning van dit voorvoegsel volkomen geworden. Amechtig of amachtig werd in het volksbewustzijn als aâmechtig, ademechtig opgevat en voor eene samenstelling met adem gehouden, terwijl men het tweede lid op verschillende wijzen verklaarde.

    Van Dale 2016 online: BE, niet algemeen

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.

    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 25 Jan 2018 00:59
    5 reactie(s)

    Versie 13

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    NL: kent alleen de overdrachtelijke betekenis: krampachtig, vertwijfeld. Een overdreven plechtige houding aannemend (Kijk haar gaan, het amechtig schaap)

    Woordenboek der Nederlandsche Taal:
    ‘A’ op zich is een verouderd voorvoegsel, thans alleen nog over in het bnw. amechtig en oubollig, verbastering van abolgig
    In het Mnl. Behalve in abolge, gramschap, waarin a- de intensieve kracht heeft, kende het Mnl. het voorvoegsel alleen nog maar in ontkennenden zin, in amachtech of amechtech, onmachtig, machteloos, asage, onpraat, beuzelpraat.
    Thans, nu a- bijna geheel in onbruik geraakt is en er slechts twee woorden zijn waarin het verscholen ligt, amechtig en het schier onkenbaar verbasterde oubollig (abolgig), is de miskenning van dit voorvoegsel volkomen geworden. Amechtig of amachtig werd in het volksbewustzijn als aâmechtig, ademechtig opgevat en voor eene samenstelling met adem gehouden, terwijl men het tweede lid op verschillende wijzen verklaarde.

    Van Dale 2016 online: BE, niet algemeen

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.

    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 30 Oct 2016 11:27
    5 reactie(s)

    Versie 12

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    NL: kent alleen de overdrachtelijke betekenis: krampachtig, vertwijfeld. Een overdreven plechtige houding aannemend (Kijk haar gaan, het amechtig schaap)

    Woordenboek der Nederlandsche Taal:
    ‘A’ op zich is een verouderd voorvoegsel, thans alleen nog over in het bnw. amechtig en oubollig, verbastering van abolgig
    In het Mnl. Behalve in abolge, gramschap, waarin a- de intensieve kracht heeft, kende het Mnl. het voorvoegsel alleen nog maar in ontkennenden zin, in amachtech of amechtech, onmachtig, machteloos, asage, onpraat, beuzelpraat.
    Thans, nu a- bijna geheel in onbruik geraakt is en er slechts twee woorden zijn waarin het verscholen ligt, amechtig en het schier onkenbaar verbasterde oubollig (abolgig), is de miskenning van dit voorvoegsel volkomen geworden. Amechtig of amachtig werd in het volksbewustzijn als aâmechtig, ademechtig opgevat en voor eene samenstelling met adem gehouden, terwijl men het tweede lid op verschillende wijzen verklaarde.

    VD2016 online: BE, niet algemeen

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.

    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 25 Jun 2016 16:21
    5 reactie(s)

    Versie 11

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    NL: kent alleen de overdrachtelijke betekenis: krampachtig, vertwijfeld. Een overdreven plechtige houding aannemend (Kijk haar gaan, het amechtig schaap)

    WNT:
    ‘A’ op zich is een verouderd voorvoegsel, thans alleen nog over in het bnw. amechtig en oubollig, verbastering van abolgig
    In het Mnl. Behalve in abolge, gramschap, waarin a- de intensieve kracht heeft, kende het Mnl. het voorvoegsel alleen nog maar in ontkennenden zin, in amachtech of amechtech, onmachtig, machteloos, asage, onpraat, beuzelpraat.
    Thans, nu a- bijna geheel in onbruik geraakt is en er slechts twee woorden zijn waarin het verscholen ligt, amechtig en het schier onkenbaar verbasterde oubollig (abolgig), is de miskenning van dit voorvoegsel volkomen geworden. Amechtig of amachtig werd in het volksbewustzijn als aâmechtig, ademechtig opgevat en voor eene samenstelling met adem gehouden, terwijl men het tweede lid op verschillende wijzen verklaarde.

    VD2016 online: BE, niet algemeen

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.

    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 21 Jun 2016 17:24
    5 reactie(s)

    Versie 10

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    NL: kent alleen de overdrachtelijke betekenis: krampachtig, vertwijfeld. Een overdreven plechtige houding aannemend (Kijk haar gaan, het amechtig schaap)

    MNW:
    het afgeleide bnw. amachtich (ons a-mechtig), later tot aelmachtig verbasterd

    WNT:
    A op zich is een verouderd voorvoegsel, thans alleen nog over in het bnw. amechtig en oubollig, verbastering van abolgig
    In het Mnl. Behalve in abolge, gramschap, waarin a- de intensieve kracht heeft, kende het Mnl. het voorvoegsel alleen nog maar in ontkennenden zin, in amachtech of amechtech, onmachtig, machteloos, asage, onpraat, beuzelpraat.
    Thans, nu a- bijna geheel in onbruik geraakt is en er slechts twee woorden zijn waarin het verscholen ligt, amechtig en het schier onkenbaar verbasterde oubollig (abolgig), is de miskenning van dit voorvoegsel volkomen geworden. Amechtig of amachtig werd in het volksbewustzijn als aâmechtig, ademechtig opgevat en voor eene samenstelling met adem gehouden, terwijl men het tweede lid op verschillende wijzen verklaarde.

    VD2016 online: BE, niet algemeen

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.

    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Georges Grootjans op 14 May 2016 20:17
    5 reactie(s)

    Versie 9

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    NL: kent alleen de overdrachtelijke betekenis: krampachtig, vertwijfeld. Een overdreven plechtige houding aannemend (Kijk haar gaan, het amechtig schaap)

    MNW:
    het afgeleide bnw. amachtich (ons a-mechtig), later tot aelmachtig verbasterd

    WNT:
    A op zich is een verouderd voorvoegsel, thans alleen nog over in het bnw. amechtig en oubollig, verbastering van abolgig
    In het Mnl. Behalve in abolge, gramschap, waarin a- de intensieve kracht heeft, kende het Mnl. het voorvoegsel alleen nog maar in ontkennenden zin, in amachtech of amechtech, onmachtig, machteloos, asage, onpraat, beuzelpraat.
    Thans, nu a- bijna geheel in onbruik geraakt is en er slechts twee woorden zijn waarin het verscholen ligt, amechtig en het schier onkenbaar verbasterde oubollig (abolgig), is de miskenning van dit voorvoegsel volkomen geworden. Amechtig of amachtig werd in het volksbewustzijn als aâmechtig, ademechtig opgevat en voor eene samenstelling met adem gehouden, terwijl men het tweede lid op verschillende wijzen verklaarde.

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.

    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 16 Oct 2014 04:11
    5 reactie(s)

    Versie 8

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    NL: kent alleen de overdrachtelijke betekenis: krampachtig, vertwijfeld. Een overdreven plechtige houding aannemend (Kijk haar gaan, het amechtig schaap)

    MNW:
    het afgeleide bnw. amachtich (ons a-mechtig), later tot aelmachtig verbasterd

    WNT:
    A op zich is een verouderd voorvoegsel, thans alleen nog over in het bnw. amechtig en oubollig, verbastering van abolgig
    In het Mnl. Behalve in abolge, gramschap, waarin a- de intensieve kracht heeft, kende het Mnl. het voorvoegsel alleen nog maar in ontkennenden zin, in amachtech of amechtech, onmachtig, machteloos, asage, onpraat, beuzelpraat.
    Thans, nu a- bijna geheel in onbruik geraakt is en er slechts twee woorden zijn waarin het verscholen ligt, amechtig en het schier onkenbaar verbasterde oubollig (abolgig), is de miskenning van dit voorvoegsel volkomen geworden. Amechtig of amachtig werd in het volksbewustzijn als aâmechtig, ademechtig opgevat en voor eene samenstelling met adem gehouden, terwijl men het tweede lid op verschillende wijzen verklaarde.

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.

    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 01 Feb 2014 22:45
    5 reactie(s)

    Versie 7

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    NL: kent alleen de overdrachtelijke betekenis: krampachtig, vertwijfeld. Een overdreven plechtige houding aannemend (Kijk haar gaan, het amechtig schaap)

    MNW:
    het afgeleide bnw. amachtich (ons a-mechtig), later tot aelmachtig verbasterd

    WNT:
    A op zich is een verouderd voorvoegsel, thans alleen nog over in het bnw. amechtig en oubollig, verbastering van abolgig
    In het Mnl. Behalve in abolge, gramschap, waarin a- de intensieve kracht heeft, kende het Mnl. het voorvoegsel alleen nog maar in ontkennenden zin, in amachtech of amechtech, onmachtig, machteloos, asage, onpraat, beuzelpraat.

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.

    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 01 Feb 2014 22:42
    5 reactie(s)

    Versie 6

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    NL: kent alleen de overdrachtelijke betekenis: krampachtig, vertwijfeld. Een overdreven plechtige houding aannemend (Kijk haar gaan, het amechtig schaap)

    MNW:
    het afgeleide bnw. amachtich (ons a-mechtig), later tot aelmachtig verbasterd

    WNT:
    A op zich is een verouderd voorvoegsel, thans alleen nog over in het bnw. amechtig en oubollig, verbastering van abolgig
    In het Mnl. Behalve in abolge, gramschap, waarin a- de intensieve kracht heeft, kende het Mnl. het voorvoegsel alleen nog maar in ontkennenden zin, in amachtech of amechtech, onmachtig, machteloos, asage, onpraat, beuzelpraat.

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.

    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 01 Feb 2014 22:42
    5 reactie(s)

    Versie 5

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    NL: kent alleen de overdrachtelijke betekenis: krampachtig, vertwijfeld. Een overdreven plechtige houding aannemend (Kijk haar gaan, het amechtig schaap)

    MNW:
    het afgeleide bnw. amachtich (ons a-mechtig), later tot aelmachtig verbasterd

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.

    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 01 Feb 2014 20:41
    5 reactie(s)

    Versie 4

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    NL: kent alleen de overdrachtelijke betekenis: krampachtig, vertwijfeld. Een overdreven plechtige houding aannemend(Kijk haar gaan, het amechtig schaap)

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.
    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door LeGrognard op 24 May 2012 21:41
    5 reactie(s)

    Versie 3

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)
    NL: kent alleen de overdrachtelijke betekenis: krampachtig, vertwijfeld. Een overdreven plechtige houding aannemend.
    (Kijk haar gaan, het amechtig schaap)

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.
    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door LeGrognard op 24 May 2012 19:53
    5 reactie(s)

    Versie 2

    amechtig
    (bn.)

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.
    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 05 Mar 2008 00:06
    5 reactie(s)

    Versie 1

    amechtig

    kortademig, onmachtig (meest in figuurlijke zin)

    Ik was veel te snel vertrokken: al na twee minuten liep ik te puffen als een amechtig hangbuikvarken.
    Hun gesprekken tonen aan dat hun eigen, verschillende spirituele tradities en geloofsovertuigingen het samenleven niet bemoeilijken maar dat ze juist het antwoord bieden om het spirituele vacuüm van een amechtig Europa opnieuw met zin te vervullen. (en nu gij!)

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door petrik op 16 Jan 2008 20:30
    5 reactie(s)

    Nieuwe versie!
    Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze GitHub.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.