Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    eweg

    Dit is slechts 1 definitie voor "eweg." Bekijk alle definities.

    eweg
    (bw.)

    weg, heen, voort

    koppeling van en + weg;
    < ‘en’ was een voorzetsel met de betekenis ‘op’, met de 3de en 4de naamval van weg
    Middelnederlands: enwech, enwege(n).
    Het hedendaagse bijwoord ‘weg’ is uit e(n)weg ontstaan.

    Vooral in Vlaams-België maar ook elders wel voorkomende eweg, dat ook in samengestelde woorden nog wordt gebezigd, herinnert aan de oorspronkelijke herkomst. (Woordenboek der Nederlandsche Taal)

    zie ook eweg zijn

    Enfin, ik zijn eweg, de groeten!

    Dien boek op die tafel is eweg.

    Goddeweg! (ga weg)

    1 reactie(s)  |  oudere versies
    Toegevoegd door Diederik en laatst gewijzigd door de Bon (24 Jul 2021 19:22)

    👍
    455

    Reacties

    /.ewèch/ en /.egaa/ voor eweg en agauw zijn misschien verbasteringen voor “al” weg en “al” gauw:

    Eweg bestaat op zichzelf en is een afgeleide van ‘away’. Het is geen verbastering van al+weg maar betekent ‘op weg’
    Aweg daarentegen: Uit a- en weg. Mnl. awech.
    = Verkeerde of onbegaanbare weg. Na de 16de e. nog enkele malen in zndl. litteraire taal aangetroffen.

    A op zich is een verouderd voorvoegsel, thans alleen nog over in het bnw. amechtig en oubollig, verbastering van abolgig (WNT).
    Agauw komt van algauw = bijw. uit al + gauw: versterking van gauw. In het Zuiden (TUERL.; CORN.-VERVL.; JOOS 1900-1904; TEIRL.).
    Zeer gewoon is al in den zin van reeds ook in verbinding met andere bijwoorden van tijd, als b. v.: al aanstonds, al dadelijk, al haast, al lang, al ras, al spoedig, al terstond, al voorloopig, al vroeg. Het maakt met elk van die woorden eene vaste en eigenaardige zegswijze uit. In een paar zulke uitdrukkingen is al met het woord zelf, door wijziging der beteekenis, tot eene eenheid samengesmolten, en wordt nu aaneen geschreven, t.w. in Aldra en Alvast.
    Al < Ook in den vorm alle. Behalve in zndl. dialecten (zie de idiotica) ook in het Oosten van N.-Nederl. bekend (GALLÉE). (WNT)

    Toegevoegd door fansy op 01 Feb 2014 22:53

    Voeg een reactie toe

    Ingelogde gebruikers kunnen reacties aan deze definitie toevoegen.

    Log in

    Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

    Uw gebruikersnaam
    Uw geheime paswoord

    Kies je favoriete woord
    Voor de week van het Nederlands zoeken we jullie favoriete woorden uit het Vlaams Woordenboek. Vul onze enquête hier in.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.