Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    bullen

    Dit is slechts 1 definitie voor "bullen." Bekijk alle definities.

    bullen
    (altijd meervoud)

    1) rommel, bazaar
    2) klikken en klakken
    3) menstruatie, boellen, uw ~ hebben, maandstonden
    zie ook bullen en benen

    < de ‘-n’ wordt niet uitgesproken

    Woordenboek der Nederlandsche Taal, bij bul: inzonderheid in het meervoud gebruikelijk, en thans vooral in zuidelijke gewesten. Zeker verwant met Bel (bel = flard, lap. Een woord dat vooral in Noord-Holland en in Friesland en Groningen thuis behoort maar toch ook in het Zuiden niet onbekend is.)
    ?1. Lomp, vod, oude lap.
    ‘En bulleken om zijne’ vinger winden, Cornelissen-Vervliet (1899)
    ?2. Voddige oude kleeren, en in ’t algemeen dingen zonder waarde.

    Van Dale 2016
    1. niet al­ge­meen ou­de lap­pen
    = vod­den
    2. thans spul­len, za­ken, ei­gen­dom­men
    3. niet al­ge­meen maand­ston­den

    zie ook bulleke

    1) Kom, pakt uw bullen maar en vertrekt maar naar school. Met dat treuzelen mist ge sebiet de trein nog.

    Zet die bullen maar buiten want hier staan ze in mijne weg.

    2) Hij is toch wel met zijn bullen van den trap gevallen zeker.

    3) Met die bullen elke maand; een goei gevoel hebt ge als vrouw er niet bij za.

    5 reactie(s)  |  oudere versies
    Toegevoegd door fansy en laatst gewijzigd door de Bon (01 Jul 2021 01:17)

    👍
    309

    Reacties

    Ik dacht dat het ‘bullen’ waren, het meervoud dus. Staat ook zo in VD onder de betekenis van spullen, zaken, eigendom

    Maar ik kan me indenken dat er inderdaad wel typisch VL toepassingen/uitdrukkingen mee zijn. Ik denk in VL ook met een pejoratieve bijklank (vandaar uw correcte betekenis ‘rommel’)

    Omgekeerd, de voorbeelden die VD geeft, zijn mij totaal onbekend:
    hij kent zijn bullen goed
    weet wat hij weten moet

    ze zitten aardig in hun bulletjes
    van jonggehuwden gezegd
    Toegevoegd door Georges Grootjans op 04 mei 2013 14:14

    Toegevoegd door fansy op 07 May 2013 07:15

    De eerste voorbeeldzin, waar hebben ze die vandaan geschlept?
    De tweede is al wat beter. Maar ‘bullen’ komt vooral voor in NL in: zijn bullen pakken (en vertrekken), altijd mv idd.
    Toegevoegd door LeGrognard op 04 mei 2013 15:04

    Toegevoegd door fansy op 07 May 2013 07:16

    bulle ken ik niet, in de regio Leiestreek: bucht
    Toegevoegd door hamamelis op 04 mei 2013 20:16

    Toegevoegd door fansy op 07 May 2013 07:16

    in de 1ste zin werd
    tegen ons gezegd dat we wat rapper thuis moesten vertrekken met os bulle (boekentas en al wat er in zat) of we misten de trein om nr ’t school te gaan.
    Toegevoegd door fansy op 05 mei 2013 04:23

    Toegevoegd door fansy op 07 May 2013 07:16

    WNT:
    znw. vr., inzonderheid in het mv. gebruikelijk, en thans vooral in zuidelijke gewesten. Zeker verwant met Bel (IV): D1. II, kol. 1657.
    ?1. Lomp, vod, oude lap.
    ‘En bulleken om zijne’ vinger winden, CORN.-VERVL. (verg. ook HOEUFFT, Bred. T. 91, en voor Zuid-Beveland N. Ned. Taalmag. 2, 219 ).
    –?2. Voddige oude kleeren, en in ’t algemeen dingen zonder waarde.
    Geef die bullen aan ’nen armen mensch, SCHUERM. 1865-1870.
    — Zijn bullen bij Matant Of Jan oom te gaan verzetten, J. V. RIJSWIJCK 2, 294.

    ?— In Noord-Nederland in toepassing op de uitrustingstukken van een soldaat: zijne ”spullen”.
    Zijn bullen goed in orde hebben 1901.
    Zijn bullen poetsen 1901.
    –?3. Ook van het onstoffelijke.
    Roem en glorie zijn maar bullen, DE CORT, Lied. 12 1868.
    ?— In toepassing op waardeloos geschrijf of gepraat.

    Al da’ ge vertelt, zijn bullen, CORN.-VERVL..
    — Men krijgt daer van (t.w. van ”het vloeyend nat”) wat meer in ’t lijf, Dan van mijn bullen en geschrijf, SLUYTER, Eens. H.- en W.-Lev. 22.
    De nieuwe fransche bullen Die men tegenwoordig leest, J. V. RIJSWIJCK 23 (ed. 1871).

    Samenst. In Zuid-Nederland: bulleman, opkooper van lompen, en ook: iemand die zich met nietigheden afgeeft (zie CORN.-VERVL. ).

    Toegevoegd door Georges Grootjans op 21 Nov 2017 10:26

    Voeg een reactie toe

    Ingelogde gebruikers kunnen reacties aan deze definitie toevoegen.

    Log in

    Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

    Uw gebruikersnaam
    Uw geheime paswoord

    Nieuwe versie!
    Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze GitHub.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.