Definitie

Status:Onbekend

kauwen

Woordenboek der Nederlandsche Taal, bij knauwen:
2. Door gedurige bewegingen met de tanden (kiezen) iets fijn of tot een weeke massa maken, kauwen; in 't bijzonder van voedsel dat gereed en geschikt gemaakt wordt om te worden doorgeslikt. Thans vrijwel verouderd.

uitspraak in Antwerpen: knaawen, knoode, geknood

vergelijk: voorknauwen, herknauwen

Voorbeelden

"Zo'n gouden streep was zeer zeldzaam én je kon er een prijs mee winnen. Die prijs heb ik nooit gekregen, hoewel ik Chokotoff geknauwd heb bij de vleet, om strepen te verzamelen." (mixette.be 22 jan. 2008)

"Neen, onze oervoorvaders hadden geen blender en aten hun fruit en groenten gewoon door er op te knauwen." (onskookboek.be 18 nov. 2013)

"Neem een kauwgom of een snoepje om op te knauwen in plaats van je nagels als je de drang voelt opkomen." (steps.be)

Toegevoegd door de Bon - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 08 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025