Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
Wat een mooie verbastering! Voeg het gerust toe, dsa, het staat in de WikiWoordenboek: Taal van Stijn Streuvels, onder sprit-sel.
In een eerste reactie zei LG dat bakkebaarden in Nederland ‘neuklatten’ heten. Die reactie is gewist, waardoor de volgende reacties geen zin meer hebben …
Van Dale 2016:
koppermaandag
zelfstandig naamwoord • de m • koppermaandagen
1531, van Middelnederlands coppel (band, jaarlijkse opbrengst), bij koppelen; waarschijnlijk te verbinden met het oversluiten van de jaarcontracten
1
maandag na Driekoningen, vroeger in Nederland een feestdag van ambachtslieden, het langst nog gevierd door de boekdrukkers(gezellen), die op deze dag hun klanten fraaie kalenders aanboden
= koppertjesmaandag, raasmaandag, verloren maandag
Uit het Woordenboek der Nederlandsche Taal:
Verloren Maandag, Maandag na Driekoningen.
Junius, Nomencl. (1567).
Kiliaan (1588).
— Van den oploep bynnen Campen geschiet a° xix opten verloren manendach, Kamper Kron. (1519).
- Op ten maendagh na dry-coninghen, dan swiert en snoest men suisebollende van dranck langs de huysen, om fooikens bedelende, en dan crycht men een stuck coper tot gelagh. Dit wort oock verloren maendagh genaemt, wijl op die dagh geen handwerkgesel by sijn werck is; maer copert of te coper oploopt, in schotel, Maatsch. Lev. 171 (17de e.).
- Int jaer 1583, den 10 Jannewario, stilo novo, soo is mijnnen eersten soone P. gebooren op den verloren Mandtdach tussen 8 en 9 urren, v. d. broecke, Reizen W.-Afrika 88 (1605).
- Waerom dat den eersten Maendagh, volghende naer dry Koninghen dagh, ghenaemt wort Verloren Maendagh (niet verkoren Maendagh, ghelijck sommighe qualijck segghen) sullen wy ghenoegh konnen achterhaelen: als wy ghedencken, dat op den Sondagh tusschen de Octave vanden voorseyden feestdagh ghesonghen wort in het H. Evangelie hoe dat Christus onsen Saligh-maecker, alsdan een Kint van twelff jaeren, verloren was van sijne Ouders, ende naer dry daghen inden Tempel ghevonden is gheweest, croon, Alm. (1665).
- Zy hadden tijd om alles te zien en na te loopen op hun gemak, want aan zaken doen viel niet te denken: “’t Was verloren Maandag!” zeiden de koopliên: “en de stad ging op stelten!” hofdijk, Voorgesl. (1862).
- Verloren maandag, zei men in Holland en Vlaanderen, omdat de traditioneele volksfilosofie leerde, dat alle arbeid op dien dag verrigt, ongelukkig en verloren was, Ter Gouw, Volksverm. (1871).
- Een volksetymologische vervorming is koppeltjesmaandag, wegens het bijeenkomen van het gemeene volk, evenals koperen maandag, naar de kopermunt, die dan als fooi gegeven wordt. Andere namen zijn: gekke maandag, raasmaandag, kopjesmaandag (Groningen), verloren-, verzworen-, verkoren-, ja Floramaandag. Te Diest zegt men nog blijde maandag. “Verloren” Maandag werd verklaard door het daags te voren gelezen evangelie van het “verloren” kind Jezus, òf omdat deze dag van wege de feestelijkheden van de eedsaflegging der lagere ambtenaren toch verloren was. Deze laatste verklaring is zeer zeker te verkiezen, Schrijnen, Volksk. (1915).
Welkom Pieter D.
Met ‘gat’ wordt wel degelijk het achterwerk bedoeld, niet een putje in de grond. Dit blijkt uit de definitie van Van Dale en een veel oudere formulering (zie het artikeltje).
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.