Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wijzigingen door petrik

    lomperik
    (de ~, ~ en, m znw)

    opstaande stenen aan weerszijden van een inritpoort die moesten verhinderen dat de wielen van de kar de muur beschadigden als iemand onhandig binnenreed; ze waren dus eerder een “bescherming tegen lomperiken”

    dit woord is ook bekend in Limburg, getuige de opname ervan in de woordenboeken van Diepenbeek (HK Diepenbeek), Kortessem (J. Oris) en het Woordenboek van de Limburgse Dialecten (‘lomperiken’ werd in I-6 opgetekend voor Opheers, Zepperen, Velm, Borlo, dus omgeving Sint-Truiden, en voor Kermt)
    voorts: in Hasselt is dit woord (in enkelvoud) vaag bekend voor ‘voetschrapper’ (naast de voordeur v.e. huis)

    Toen Kobe den hullemboer binnenreed met zijn kar knotste hij zo hard met de dom van de kar tegen de loemperik dat het wiel scheef stond.

    > andere betekenis van lomperik

    Regio Antwerpse Kempen
    Bewerking door petrik op 25 May 2020 17:56
    0 reactie(s)

    domsteen
    (de ~ (m.), -stenen)

    (eertijds) Elk van de (afgeronde) beschermingsstenen aan weerszijden van een inrijpoort waartegen de dom van een karren- of wagenwiel kon afschampen bij het binnenrijden.

    Het eerste lid verklaart wellicht het ontstaan van het synoniem lomperik.

    Lokale uitspraak: doemsteen (sleept.), mv. doemsteen (stoott.)

    Ge ziet nog dek van die doemsteen, gemeenlijk van blauwe steen, aan de poorten van oude herenhuizen.

    Regio Haspengouw
    Bewerking door petrik op 25 May 2020 14:37
    0 reactie(s)

    domsteen
    (de ~ (m.), -stenen)

    (eertijds) Elk van de (afgeronde) beschermingsstenen aan weerszijden van een inrijpoort waartegen de dom van een karren- of wagenwiel kon afschampen bij het binnenrijden.

    Het woord dom- verklaart wellicht het ontstaan van het synoniem lomperik.

    Lokale uitspraak: doemsteen (sleept.), mv. doemsteen (stoott.)

    Ge ziet nog dek van die doemsteen, gemeenlijk van blauwe steen, aan de poorten van oude herenhuizen.

    Regio Haspengouw
    Bewerking door petrik op 25 May 2020 14:36
    0 reactie(s)

    minnereren
    ((on)overg.ww.)

    minderen (bij het breien)

    v. ‘minderen’ met Franse werkwoorduitgang

    Ge kunt al minnereren door iedere keer twee steken samen te nemen.

    Regio Haspengouw
    Bewerking door petrik op 17 May 2020 18:44
    0 reactie(s)

    meiske
    (znw. het ~, ~s)

    SN/NL: meisje

    uitspraakvarianten: meske/maske

    zie ook verzamellemma mensen

    Het schoonste meiske kan niet meer geven dan ze heeft (kan maar geven wat ze heeft). = aan alles zijn grenzen

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door petrik op 11 May 2020 02:22
    0 reactie(s)

    Kies je favoriete woord
    Voor de week van het Nederlands zoeken we jullie favoriete woorden uit het Vlaams Woordenboek. Vul onze enquĂȘte hier in.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.