Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
geel (kleur)
< bijvorm van geelw, geluw
Met Pasen leggen we een gilwe tafelkleed.
wielrenner die goed en lang over de kasseien kan dokkeren
spellingsvariant: kasseienvreter
zie ook kasseistamper
Gisteren eindigde de zogenaamde kasseivreter Tiesj Benoot achtste in een bergetappe in de Dauphiné Libéré (extrasport.be)
Van Petegem enige kasseivreter voorin (standaard.be)
Nelly Rebry krijgt kassei als eerbetoon voor haar vader Gaston Rebry, de kasseienvreter. (knack.be)
stotteren, niet uit zijn woorden geraken
zie ook doddelaar
Van Dale online: gewestelijk
WNT: doddelen: > duits: doddeln
- Met eene dubbele, dikke of zware tong spreken, lallen. In Z.-Ndl.
- Lallende uitbrengen: ”Ik k. … k. … kan d. … d. … der niet aan doen”, doddelde (de dronken man), de mont en de cock, Vl. Vert. (1898).
Als hij danig moe en afgepeigerd was, gebeurde het dat Gust begon te doddelen.
blauwe kleurstof in krijtachtige vorm, verpakt in een waterdoorlatend lapje stof – een doddeke – dat aan het spoelwater werd toegevoegd om het wit nog witter te laten lijken
Asge oewe witte was ni kunt late bleeken in de hof oemda ge géne blijk (bleek) et moette zeker een “doddeke blauwsel” gebruike.
(Als je je witte was niet kan laten bleken in de tuin omdat je geen grasveld hebt, dan moet je zeker een dotje blauwsel gebruiken.)
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.