Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
letterlijk: een wedstrijd waar de ene na de andere af valt of uitgeschakeld wordt
fig: wanneer de ene na de andere afvalt of moet opgeven
Ook puntenafvallingskoers op basis van punten, o.a. bij skeeleren.
vgl. afvallingsrace
Die opleiding is een afvallingskoers: van de 300 gestarte kandidaten halen er amper 23 het einddiploma.
hbvl.be: " Bart Swings is wereldkampioen op 10 km puntenafvallingskoers."
afvalwedstrijd
SN: afvalrace
vgl. afvallingskoers
De afvallingsrace in de restaurantwedstrijd is begonnen.
heel + bw : ik weet niet hoeveel, hoe hard, hoe sterk, hoe schoon, hoe …
wordt uitgesproken op zijn Chinees: kweet-ni-hoe
opm: ‘ik weet niet hoe’ doet uitschijnen dat men het niet precies weet, maar dat is niet noodzakelijk het geval. Zie voorbeelden.
Hij reed ’k weet nie hoe hard tegen zeker honderd per uur door ’t straat.
Ik heb ’k weet niet hoeveel pinten gedronken gisterenavond.
Er is ’k weet niet hoeveel file op de ring heb ik op de radio gehoord.
Die nieuwe leraar van onze Jeroen is ’k weet nie hoe streng!
Ik vind die muziek ’k weet nie hoe tof!
Dat is ’k weet nie hoeveel werk, al die woorden in het VW nakijken.
Die filmster, hoe heet ze ook weer, die is ’k weet nie hoe schoon.
Ik heb ’k weet nie hoe hard gelopen om hier op tijd te zijn.
Dat kost ‘k weet nie hoeveel, zenne, zo’n Ferrari.
SN: de bel gaat (bv. op school)
zie ook gebeld, het is ~
Als ’t belt moet iedereen in de rij gaan staan.
bv. op school: de bel heeft gerinkeld voor het einde van de les
zie ook belt, het ~
- Mijnheer, ‘t is gebeld!
- Nee, Jantje, schrijf maar eens 10 keer ’de bel is gegaan’!
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.