Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent
De onderstaande definities zijn de laatst gewijzigde definities van Vlaamse termen in ons woordenboek.
Deze lijst is ook beschikbaar als RSS Feed
(Ik ben niet geheel zeker van de betekenis. Mogelijk een kinderwoord).
volksgerecht bestaande uit eieren geklopt met melk en meel en nadien gebakken in de pan tot er een dikke massa ontstond
uitspraak in de Antwerpse Kempen /arespaas/
In gezinnen met veel eters en weinig geld maakten ze dikwijls eierspijs om bij de boterham te eten.
Eerlijk gezegd, hadden wij niet aan de bereiding gedacht; U begrijpt nu zeker, dat, als er een nieuwe naam voor die eierspijs moet zijn, die naam moet luiden: geroerde eieren. Kookboeken o.a. zijn zeer onveilige taalgidsen. (dbnl.org)
Te Tienen maakt men witte en zwarte vlaaikens. De witte zijn gevuld met eene melk- en eierspijs, de zwarte met pruimenmarmelade. (ojs.ugent.be)
Vóór de invoering van de bachelor-masterstructuur:
1) elk van de studiejaren die deel uitmaken van een kandidatuur aan een universiteit
2) graad van kandidaat zoals verleend door een universiteit
Van Dale 2014 online: in België, vóór de invoering van de bamastructuur
afkorting: kan
vgl. lic, licentie
1) de eerste, tweede kandidatuur
2) Hij had zijn kandidatuur behaald en kon zijn licentiaat starten.
1) graad van licentiaat: een academische graad (master) die volgt op een kandidatuursdiploma (bachelor)
2) houder van een licentiediploma die het recht heeft tot lesgeven (vr.: licentiate)
Van Dale:
- (vóór de invoering van de bamastructuur) studie die aan een Belgische universiteit leidde tot de graad van licentiaat.
- Academicus die de bevoegdheid heeft om tot doctor te promoveren (o.a. in België). NL: doctorandus
zie ook lic
1) Hij heeft zijn diploma licentiaat wiskunde behaald.
2) Een licentiaat geeft les aan studenten in het hoger secundair onderwijs.
master, iemand die de volledige universitaire opleidingscyclus heeft afgerond
Nederland: doctorandus
De termen “kandidaat” en “licentiaat” zullen in belang afnemen omdat ze worden vervangen door de Europese “bachelor” en “master” graden. Zo is de vroegere kandidaat/licentiaat in de wetenschappen nu een bachelor/master in de wetenschappen geworden.
Ik ben licentiaat in de informatica.
1) graad van licentiaat: een academische graad (master) die volgt op een kandidatuursdiploma (bachelor)
2) houder van een licentiediploma die het recht heeft tot lesgeven (vr.: licentiate)
Van Dale:
- (vóór de invoering van de bamastructuur) studie die aan een Belgische universiteit leidde tot de graad van licentiaat.
- Academicus die de bevoegdheid heeft om tot doctor te promoveren (o.a. in België). NL: doctorandus
zie ook licentie, kan, lic
1) Hij heeft zijn diploma licentiaat wiskunde behaald.
2) Een licentiaat geeft les aan studenten in het hoger secundair onderwijs.
1) graad van licentiaat: een academische graad (master) die volgt op een kandidatuursdiploma (bachelor)
2) houder van een licentiediploma die het recht heeft tot lesgeven
vr.: licentiate
zie ook licentie, kan, lic
Van Dale:
- (vóór de invoering van de bamastructuur) studie die aan een Belgische universiteit leidde tot de graad van licentiaat.
- Academicus die de bevoegdheid heeft om tot doctor te promoveren (o.a. in België). NL: doctorandus
1) Hij heeft zijn diploma licentiaat wiskunde behaald.
2) Een licentiaat geeft les aan studenten in het hoger secundair onderwijs.
aan de grond zitten, geen reserve hebben, blut zijn
ook: rotte, gene ~ frank hebben
Hij moet naar de ocmw gaan voor budgetbeheer want hij heeft gene rotte sol meer over sinds de echtscheiding.
geld
< sol=oude Franse munt < volkslatijn: soldus
een solleke: een muntstuk (nikkel) met een gat in met een waarde van 5 centiemen (20ste E.)
WNT:
znw. m. Ontleend aan verouderd frans sol.
Muntstuk of waarde van 10 centiemen. Gewestelijk in Zuid-Nederland.
“Als ’t dan avond was en hij … de sollen en centen kon uittellen” Thiry, Mr. Vindevogel.
- Ga je mee winkelen?
- Nee, ik zit krap bij kas, m’n sollen zijn op.
Ik heb gene rotte sol op zak (sol, geen rotte ~ hebben). Ik ben platzak.
moe, uitgeput
zie ook sol, geen ~ waard zijn
Telkens hij in het W.E laat uit geweest is, is hij op maandag geen sou waard.
volksgerecht bestaande uit eieren geklopt met melk en meel en nadien gebakken in de pan tot er een dikke massa ontstond
uitspraak in de Antwerpse Kempen /arespaas/
In gezinnen met veel eters en weinig geld maakten ze dikwijls eierspijs om bij de boterham te eten.
moe, uitgeput
zie ook sol, geen ~ waard zijn
telkens hij in het W.E laat uit geweest is, is hij op maandag geen sou waard
ziek, er erg aan toe
frang: frank
zie ook: geen sou waard
“Ich had griep en ich was ech gene frang waard.”
(Ik had griep en was er erg aan toe.)
(gehoord te Hasselt op 120218)
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.