Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    dinge

    De beschrijving van deze term werd 4 keer aangepast.

    Versie 4

    dinge
    (het ~, de~, (m.(v.)), ~s, ~n)

    Dikwijls gebruikt wanneer ge niet direct op de naam komt van iets. Meestal daarna volgt “euh…”
    zie ook: dinges, dingske

    1. het dinge: voor znw die onzijdig zijn.
    vb. het gebouw, het huis,…

    2.de dinge: voor znw/psn die vrouwelijk zijn
    vb de straat, de laan,…

    3. den dinge: voor znw/psn die mannelijk zijn
    vb de man, de auto,…

    4. dinge: direkte aanspreking, geen geslacht, geen mv.

    1. Aan het dinge, aan het euh… Ja, dat appartementsgebouw daar, daar moet ge de straat inrijden.
    Het dinge, euh…, waar ze die retrospectieve van Chagall houden, zoek dat es op, op internet.

    2. Uw vriendin, de dinge, euh…, de Magda, komt die morgen ook naar dat feestje?

    3. Ge slaat daar rechts af, daar langs den dinge… (gommarus, 19 jan 2008 – cfr. reactie ander lemma dinge)
    Dien dinge, dien Lexus, dien is duur, amai.

    4. Dinge, euh…, Leen, waar gaat gij henne?
    Dinge, Jos, ge hebt een prachtig schilderij gemaakt!

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 15 Jan 2013 03:09
    0 reactie(s)

    Versie 3

    dinge
    (het ~, de~, (m.(v.)), ~s, ~n)

    Dikwijls gebruikt wanneer ge niet direct op de naam komt van iets. Meestal daarna volgt “euh…”
    zie ook: dinges, dingske

    1. het dinge: voor znw die onzijdig zijn.
    vb. het gebouw, het huis,…

    2.de dinge: voor znw/psn die vrouwelijk zijn
    vb de straat, de laan,…

    3. den dinge: voor znw/psn die mannelijk zijn
    vb de man, de auto,…

    4. dinge: direkte aanspreking, geen geslacht, geen mv.

    1. Aan het dinge, aan het euh… Ja, dat appartementsgebouw daar, daar moet ge de straat inrijden.
    Het dinge, euh…, waar ze die retrospectieve van Chagall houden, zoek dat es op, op internet.

    2. Uw vriendin, de dinge, euh…, de Magda, komt die morgen ook naar dat feestje?

    3. Ge slaat daar rechts af, daar langs den dinge… (gommarus, 19 jan 2008 – cfr. reactie ander lemma dinge)
    Dien dinge, dien Lexus, dien is duur, amai.

    4. Dinge, euh…, Leen, waar gaat gij henne?
    Dinge, Jos, ge hebt een prachtig schilderij gemaakt!

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 07 Jan 2013 11:20
    0 reactie(s)

    Versie 2

    dinge
    (het ~, de~, (m.(v.)), ~s, ~n)

    Dikwijls gebruikt wanneer ge niet direct op de naam komt van iets. Meestal daarna volgt “euh…”
    zie ook: dinges, dingske

    1. het dinge: voor znw die onzijdig zijn.
    vb. het gebouw, het huis,…

    2.de dinge: voor znw/psn die vrouwelijk zijn
    vb de straat, de laan,…

    3. den dinge: voor znw/psn die mannelijk zijn
    vb de man, de auto,…

    4. dinge: direkte aanspreking, geen geslacht, geen mv.

    1. Aan het dinge, aan het euh… Ja, dat appartementsgebouw daar, daar moet ge de straat inrijden.
    Het dinge, euh…, waar ze die retrospectieve van Chagall houden, zoek dat es op, op internet.

    2. Uw vriendin, de dinge, euh…, de Magda, komt die morgen ook naar dat feestje?

    3. Ge slaat daar rechts af, daar langs den dinge… (gommarus, 19 jan 2008 – cfr. reactie ander lemma dinge)
    Dien dinge, dien Lexus, dien is duur, amai.

    4. Dinge, euh…, Leen, waar gaat gij henne?
    Dinge, Jos, ge hebt een prachtig schilderij gemaakt!

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 07 Jan 2013 02:14
    0 reactie(s)

    Versie 1

    dinge
    (het ~, de~, (m.(v.)), ~s, ~n)

    Dikwijls gebruikt wanneer ge niet direct op de naam komt van iets. Meestal daarna volgt “euh…”
    zie ook: dinges, dingske

    1. het dinge: voor znw die onzijdig zijn.
    vb. het gebouw, het huis,…

    2.de dinge: voor znw/psn die vrouwelijk zijn
    vb de straat, de laan,…

    3. den dinge: voor znw/psn die mannelijk zijn
    vb de man, de auto,…

    4. dinge: direkte aanspreking, geen geslacht, geen mv.

    1. Aan het dinge, aan het euh… Ja, dat appartementsgebouw daar, daar moet ge de straat inrijden.
    Het dinge, euh…, waar ze die retrospectieve van Chagall houden, zoek dat es op, op internet.

    2. Uw vriendin, de dinge, euh…, de Magda, komt die morgen ook naar dat feestje?

    3. Ge slaat daar rechts af, daar langs den dinge…
    (gommarus, 19 jan 2008 – cfr. reactie ander lemma dinge)
    Dien dinge, dien Lexus, dien is duur, amai.

    4. Dinge, euh…, Leen, waar gaat gij henne?
    Dinge, Jos, ge hebt een prachtig schilderij gemaakt!

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 07 Jan 2013 01:56
    0 reactie(s)

    Kies je favoriete woord
    Voor de week van het Nederlands zoeken we jullie favoriete woorden uit het Vlaams Woordenboek. Vul onze enquĂȘte hier in.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.