Definitie

vergiet, teems, zift, zeef

< van het werkwoord zijgen (verwant met zijen): o.a. naar beneden vloeien (uit het Woordenboek der Nederlandsche Taal)
"Een kopere sijghe, een haute sijge" (St.-Truiden 1672)

ook: zoajgboar, zijbaar, zij

synoniemen uit verschillende regio's: trizee, stramijn, verzijp, temst

Voorbeelden

De legumesoep door de zijg doen.
Maak uw zijg eerst schoon, eer ge de aardappelen doordoet (doordoen).

Toegevoegd door petrik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 28 Aug 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025