Definitie

zeef, teems, zift

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Zijbaar, vergiet; zij.
Bij Weyns, Volkshuisraad in Vlaanderen (1733).
— Aan de Maaskant is zijbaar inderdaad het gewone vergiet: ”een coperen zijdebaer”

zie ook: zijg, zoajgboar
synoniemen: trizee

Colander (PSF)

Voorbeelden

De soep doordoen met de zijbaar. (lokaal zegt men: zaajbaor)

Toegevoegd door petrik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Nov 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025