Definitie

Status:Onbekend

Brom, broem, broes, broesem, broemsel.
Dik, vuil schuim.
Term die gebruikt werd bij het bierbrouwen en bij het maken van een bouillon.

Woordenboek der Nederlandsche Taal: oudtijds ook BREM en, gewestelijk nog,
BROEM, znw. m.; zonder mv.
Een woord voor: Schuim, welks afkomst onbekend is.
"Den broem van de soep afscheppen". Cornelissen (1899)
< In de prov. Antwerpen is broem, brom ook, als vr. woord, bekend voor: bekaamsel, laag schimmel op bier, wijn enz. (Cornelissen)

Voorbeelden

Als ge ne goeie bouillon wilt maken, dan gebruikt ge best soepvlees, boullie of mergpijpen. Na een tijdje koken verschijnt er echter brom of een vies witgrijs schuim bovenaan in de pot. Die moet ge dan afscheppen met een schuimspaan, want anders ziet uw soep er gekabbeld (kabbelen) uit. Vies !

Toegevoegd door TANTANNE - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 19 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025