zwik de ~, ~ en, m znw
hefboom om water te putten, met aan de ene kant een heizeling met een puthaak voor de emmer en aan de andere...
hefboom om water te putten, met aan de ene kant een heizeling met een puthaak voor de emmer en aan de andere...
dynamisch: zwaai, zwenk, draai, buiging
statisch: boog, bocht, knik
Woordenboek der Nederlandsche Taal: zwik > zwikken: niet in het Middelnederlands.
nog gewestelijk:...