Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.
Definitie
Status:Onbekend
dynamisch: zwaai, zwenk, draai, buiging
statisch: boog, bocht, knik
Woordenboek der Nederlandsche Taal: zwik > zwikken: niet in het Middelnederlands.
nog gewestelijk: zwaai; zwenking.
De stoel viel mee 'ne' zwik om, Cornelissen-Vervliet, Aanh. 1906.
zie ook zwikken
Voorbeelden
Ze liep heftig tegen de stoel aan en die viel met een zwik op de grond.
Toen hij binnenkwam gooide hij met een zwik zijn sleutels in de kom op tafel.
Het water kan niet goed door de tuinslang lopen want er zit een zwik in.
zie andere betekenis van zwik
Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0
Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025