dedderen ww. dedderde, gededderd
Prakken, het met een vork pletten van voedsel.
Joos, A. (1900). Waasch Idioticon:
DEDDEREN, werkw., overg. = Pletten, morzelen, kleinen. " Ge...
Prakken, het met een vork pletten van voedsel.
Joos, A. (1900). Waasch Idioticon:
DEDDEREN, werkw., overg. = Pletten, morzelen, kleinen. " Ge...
smossen met eten
bibberen, huiveren
Woordenboek de Nederlandsche Taal: DEDDEREN, DUDDEREN — Engels didder, dither, verdere verwanten zijn niet bekend.
?Bibberen, huiveren. Slechts gewestelijk in...
verpletteren
Joos, A. (1900). Waasch Idioticon.
DEDDEREN, werkw., overg. = Pletten, morzelen, kleinen.
Komt veel voor in: dedderen en pledderen. Hij geraakte...