Definitie

Status:Onbekend

verpletteren

Joos, A. (1900). Waasch Idioticon.
DEDDEREN, werkw., overg. = Pletten, morzelen, kleinen.
Komt veel voor in: dedderen en pledderen. Hij geraakte in de wielen van den meulen, en kwam er gededderd en gepledderd van onder.

Voorbeelden

Vliegensvlug naar den doktoor, dieje hee zijnen duim gededderd.

Toegevoegd door renel - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025