Terug naar vorige pagina

vanaf, er ~ willen zijn

Definitie

Status:Onbekend

er niet helemaal zeker van zijn, het niet precies weten (meestal wat betreft de keuze uit enkele alternatieven)

Meestal (maar niet uitsluitend?) in de eerste persoon tegenwoordige tijd.

vnw: ergens vanaf willen zijn: iets niet met zekerheid kunnen zeggen

Van Dale:
in de ver­bin­ding
er­gens van­af wil­len zijn (als aan­vul­ling bij een me­de­de­ling)
het niet met ze­ker­heid we­ten te zeg­gen of te be­pa­len

zie ook kwijt, ik wil het ~ zijn, van … vanaf

Voorbeelden

Het was in april of mei, ik wil ervan af zijn, toen ik hem laatst gezien heb.

Ik wil ervan af zijn waar en hoe, maar ik heb die mens al eens eerder gezien.

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Jul 2025 Laatst bijgewerkt op 10 Feb 2026