karuur

het ~, geen mv. onz. zelfst. nw.
Definitie

uitstraling, présence, gestalte (fig.)
body, charisma

zie ook carrure

Voorbeelden

Hij is niet groot van gestalte en toch heeft hij karuur zoals hij daar op het podium staat.

Een goede zanger, dat wel, maar geen karuur. Staat daar als een zingende patattenzak.

andere betekenis van karuur

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 26 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025