karuur

het ~, geen mv. onz. zelfst. nw.
Definitie

torso, borstkas
carrure: afstand van schouder tot schouder)
overdrachtelijk: brede lichaamsbouw
figuurlijk: zie ander lemma karuur

< Frans carrure < carré (vierkant)

zie ook verzamellemma geneeskunde

Voorbeelden

IJ eed een breed karuur. (Hij heeft een breed karuur.)

Toegevoegd door Diederik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 06 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025