Definitie

beledigend

Van Dale 2015 online: BE, spreektaal

Woordenboek der Nederlandsche Taal: affront: Affrontelijk (in het Zuiden).

  1. Beleedigend (Cornelissen-Vervliet; Teirlinck).
  2. Beschamend, vernederend (Joos 1900-1904; Teirlinck).

zie ook affronteren, affronten, in ~ vallen, affront, affront, een ~ voor een compliment nemen

ook: affronteus

Voorbeelden

Dat hij een uur te laat kwam op onze eerste afspraak vond ik al affrontelijk. Dat hij poepeloere was, deed de deur toe.

Toegevoegd door de Bon - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 19 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025