affronteren

ww. affronteerde, geaffronteerd
Definitie

beledigen, kleineren

< Frans: un affront: een belediging

Typisch Vlaams: Belgisch-Nederlandse Standaardtaal; Gangbaarheid: 1; Vlaamsheid: 2

[anw]: (vooral) in België

Van Dale: af­fron­teren
1678 < Frans affronter
be­le­di­gen, voor het hoofd sto­ten

zie ook affrontelijk, affronten, in ~ vallen, affront, affront, een ~ voor een compliment nemen, geaffronteerd zijn

Voorbeelden

"ik was al goed bezig vandaag maar daarnet op bezoek bij mijn jarige grootmoeder en die mensen zijn geaffronteerd als je niet aanneemt wat je krijgt, heb dus al een klein stukje rijsttaart gegeten." (9maand.be)

Toegevoegd door aliekens - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 05 Nov 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025