Definitie

Status:Onbekend

krap, miniem; op het randje, nog net

Staat tegenwoordig ongemarkeerd in Van Dale, maar is van Vlaamse oorsprong.

Zie bv. het
Woordenboek der Nederlandsche Taal: NIPT
(Vl.-België) (Thans ook in de Ned. sportjournalistiek) (Bnw.) Zeer klein; (bijw.) op 't kantje.

[gwnt] - 1950: bw. bn., (Zuidn.) op het kantje: de voetbalploeg won nipt; — een nipte overwinning.

zie ook: nipt, op het ~; niptekes, niptjes, nip

Voorbeelden

Het gaat nipt(e).

Hij klopte zijn metgezel nipt op de meet.

demorgen.be: 'Wetteren ontsnapt nipt aan tweede treinramp'

Toegevoegd door petrik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 30 Nov 2024 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025