pol

Zelfstandig naamwoord m., ~len, dim: polleke
Definitie

Status:Onbekend

hand

Voorbeelden

"Guy Verhofstadt komt een polleke geven als hij mij ziet. 'Kent gij hem?' vragen de mensen dan verbaasd." (demorgen.be)

De slogan op de flesjes handgel: 'Propere pollen= proper plein' (hln.be)

Vlaamse bouwmeesters over Huts' Boerentoren: 'Als je een beschermd iconisch monument hebt, blijf er dan met uw vuile pollen af'. (humo.be)

Toe Banylonneke, geef de edele prins Tof-fentip eens een schoon polleke. (dwbarchief.be)

Geeft meneer eens een schoon polleke.

Mensen die vorig jaar aan een variabele rentevoet leenden (in jaarlijks herzienbare formule) mogen nu in hun pollekes wrijven. (hypotheekwinkel.be)

Gerelateerde Woorden
Bronnen & Referenties
Typisch Vlaams (Ludo Permentier en Rik Schutz)

een pol(leke) geven: Geen Algemeen Nederlands

Vlaams-Nederlands woordenboek (Peter Bakema)

pol, polleke: poezelig handje, vooral van een kind; een polleke geven: een hand geven

Van Dale

2014 online: Belgisch-Nederlands, informeel

Toegevoegd door Gamba - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Dec 2024 Laatst bijgewerkt op 16 Jan 2026