knook

de ~ (m.), knoken
Definitie

Status:Onbekend

kwast (in het hout)

vgl. wier

Voorbeelden

M'n zaeg zit vas, ich zit op nen knoëk.
(ook schertsend gezegd van iemand die slaapt en plots hard begint te snurken) Hèè zit op ne knoëk.

Toegevoegd door petrik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 03 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 10 Feb 2026