Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.
Definitie
Status:Onbekend
blageur, stoefer, dikke nek, blaze, blagaai
Woordenboek der Nederlandsche Taal: wiester
- wijster: in het West-Vlaams als eerste lid in eenige samenstellingen aangetroffen verbaalabstractum behoorend bij weisteren.
- Wiestergaai, wijstergaai: druktemaker, windbuil, dwaas, zot.
- Wiesterkapeel(e), wijsterkapeel(e), overhoop, door elkaar, in de war, verspreid, wanordelijk.
< Middelnederlands: weisteren, weinsteren, westeren, wesseren. Mogelijk van weieren, een nevenvorm van waaieren: zich veel, onrustig bewegen, beweeglijk zijn,
onrustig heen en weer lopen,
veel, druk gebaren (met de armen, bij het spreken e.d.)
zie ook wezzeren
Voorbeelden
Kijk hem lopen, de wiestergaai met zijn pies in de wind.
(Zie hem daar lopen, wat een dikke nek.)
Toegevoegd door Erwin - VL-WBK 1.0
Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025