Definitie

Status:Onbekend

iemand met een dikke nek, blaaskaak
soms 'blagueur' gespeld

-> Fr. blagueur > blague (grap, mop)

zie ook blagaai, blaze, wiestergaai, stoefer

Voorbeelden

Zie die blageur met zijn nieuwe auto.

Die man met zijn Jaguar is toch wel een blageur.

Ik maakte trouwens altijd hetzelfde grapje tegen hem. Dat hij een blageur (Gents voor opschepper, LID/TP) is. Dat hij opschepte met zijn boot, maar dat ik die nooit te zien kreeg." (demorgen.be)

In het wielertijdschrift Bahamontes noemde uw vrouw hem onlangs een ‘blagueur’. (demorgen.be)

Toegevoegd door pieternelleke - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 03 Dec 2024 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025