bibi

1e pers. enkelv. (betekenis), 3e pers. enkelv. (vervoeging)
Definitie

Status:Onbekend

ikke, ik

< Frans: bibi

Van Dale 2015 online: BE; informeel, schertsend

in de provincie Antwerpen ook: bibieke, bibieke hier,...

zie ook mondeeke, wiewouter, eummekes

Voorbeelden

Bibi heeft dorst en gaat er seffens ene pakken.

Bibieke hier heeft genoeg gewerkt voor vandaag. Ik kap ermee.

Toegevoegd door la_rog - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 29 Aug 2025 Laatst bijgewerkt op 10 Feb 2026